Vreemd

Bijzonder eigenlijk hoe twee mensen zo van elkaar vervreemd kunnen raken. Het is net alsof de lange periode waarin we alles behalve vreemden voor elkaar waren, niet heeft bestaan. Maar ik heb ook twijfels over die periode. In een relatie zou je elkaar toch alle nodige ruimte moeten geven om jezelf te kunnen worden en zijn? Heb ik die ruimte wel genoeg gegeven? Heb ik die ruimte zelf genoeg gekregen en gebruikt? Konden we wel echt onszelf zijn?

Ik voelde me in ieder geval steeds meer vervreemd van mezelf. Mijn leven was wat ik dácht dat het moest zijn. Ik kleurde het conformistisch roze. Spanningen schudde ik van me af. Maar soms schudde ik zo hard dat mijn hele gezin op haar grondvesten mee schudde. Onwerkelijke herinneringen. Buitenshuis en op mezelf was ik veel meer mezelf. Dus vluchtte ik vaak het huis uit om troost te zoeken bij mezelf. Een uur wandelen bracht me meestal wel weer tot mezelf. Die vervreemde versie van mezelf was dan na thuiskomst meteen weer een tijdje gedimd.  

Het woord “vreemd” vind ik trouwens ook weer zo’n woord waarvan de klank precies goed bij de betekenis past. En het rijmt van nature op ontheemd. Taal is soms zo treffend.

Mijn 2020

Het jaar waarin…
ik een extra geluksdag heb
ik nóg vaker in de roos schiet
ik huppel in mijn wijdse weide
ik nóg vrijer fluiten zal
ik de horizon weer tegemoet fiets
ik weer een tintje dieper vergrijs
ik precies een halve eeuw vol maak
ik me de koning nóg te rijker ga voelen
ik steviger sta dan ooit
ik mijn schatten nóg liever heb
ik met nóg vollere teugen geniet
ik nóg meer verstil en luister
ik weer meer verschil voel
ik zelfs jou niet veroordeel
ik nóg krachtiger vooruit beweeg
ik mijn horizon verder verbreed
ik niets verwacht en alles accepteer
ik mag barsten van onbescheidenheid



Gewoon overnieuw

Sinds ik geen curling vader meer wil zijn die zijn kinderen nogal dwangmatig wilde behoeden voor fouten die hij zelf wel aan de lopende band maakte, ga ik met mijn kinderen in gesprek. Zo kreeg ik een gesprek met mijn jongste zoon over zijn netflixgebruik na klachten van de andere kinderen over mijn trage internetverbinding. Nu is mijn internetband ruim 3 keer zo breed als bij hun moeder, maar mijn wifirouter kan de enorme bandbreedtehonger van mijn vier kinderen maar amper aan. En Netflix hakt de bandbreedte met gemak in tweeën zodat de rest te maken krijgt met langere downloadtijden en schokkende video. Volgens dochterlief zat haar kleine broertje naar één of andere stomme film op netflix te kijken. Jumanji ofzo. Dus ik verlangde van mijn zoontje dat hij mij voortaan even zou vragen of het goed was als hij even een filmpje op netflix ging kijken. Leek mij helemaal niet onredelijk. Ook moest hij de film die hij aan het kijken was, de volgende dag maar even uit gaan kijken, want de dagelijkse schermtijd was al ruimschoots overschreden. Mijn aanname was dat hij inderdaad Jumanji keek, maar dat had ik niet gecheckt.

De volgende dag vroeg de kleine man dus of hij nog even zijn film mocht uitkijken. Daarmee voldeed hij helemaal aan mijn verwachting. Een tijdje later wilde ik weten hoe lang zijn film nog duurde, dus ik tikte hem op zijn schoudertje. Op zijn schermpje zag ik een animatiefilm, en dat is Jumanji bij mijnweten niet. Dus ik vroeg hem verbaasd waarom hij me niet had gevraagd of hij een nieuwe film mocht gaan beginnen. Maar hij beweerde dat hij dat wel degelijk had gevraagd. “Nou ja, gezegd”, maakte hij ervan. Mijn achterdocht sloeg daar meteen van aan dus ik concludeerde dat hij tegen me zat te liegen. En toen hadden we natuurlijk dikke mot. De kleine man schreeuwde me woedend in mijn gezicht dat ik zelf zat te liegen. Daar hadden we de poppen aan het dansen. In een poging de machtsbalans te herstellen zei ik hem dat hij moest stoppen met zijn geschreeuw of anders kon hij wel even buiten gaan afkoelen. Dat maakte geen indruk natuurlijk. Even later stond hij dus buiten de deur te tieren. De deurbel bleek een veel te handige manier om mij vervolgens te ergeren, dus die schakelde ik uit. Maar toen beukte hij maar gewoon op mijn voordeur. Heilloze zaak natuurlijk. Kak. Ga dan maar even in de slaapkamer afkoelen. Daar kroop hij verbolgen onder de dekens.

Een half uurtje later kwam ik bij hem zitten en aaide hem over zijn bol. “Gaat het weer, vent?”, vroeg ik hem. Zijn hoofd knikte langzaam onder mijn aai. En hij wou ook wel een knuffel. En nu we weer rustig met elkaar konden praten vroeg ik hem of hij me gewoon nog eens rustig zijn kant van het verhaal wilde vertellen. Daarna mocht ik mijn versie ook vertellen. Onze verhalen verschilden eigenlijk maar op één klein puntje, namelijk de naam van de film die hij aan het kijken was. We zaten helemaal niet mijlen ver uit elkaar. Maar we hadden wel een beetje een patstelling over dat liegen, zei ik. Ik gaf toe dat ik niet had gecontroleerd of hij daadwerkelijk Jumanji aan het kijken was. En toen vroeg ik hem wat hij dacht dat we nu moesten doen. “Nou, gewoon overnieuw beginnen, want dat doe je bij een remise”, zei hij. Ventje plat geknuffeld. Wijze les voor pa.

Argwaan

Op een schaal van naïef tot paranoïde zit ik volgens mij links van het midden. Misschien zelfs te veel naar links. Maar ik schiet radicaal naar rechts als iemand mij iets wil verkopen. Maximale argwaan. Ik vertrouw geen enkele verkoper. Als mij in de winkel wordt gevraagd of men mij ergens mee kan helpen zeg ik ook steevast: als ik hulp nodig heb, vraag ik het wel. Laat me alsjeblieft gewoon rustig snuffelen. Voor marketeers voel ik regelrechte haat. Geld-uit-de-zak-kloppers zijn het. Leur ergens anders met je prullaria. Vlieg op met je gelikte praatjes want ik geloof je bij voorbaat niet. Deze mensen worden gedreven door bonussen. Ze werken vanuit hun eigen belang, niet die van de consument. Ze verkopen om het verkopen. Een goed product verkoopt zichzelf, zegt mijn innerlijke boomer. Reclame voor een product is prima, zolang het maar niet opdringerig wordt. Ik heb ook een grondige hekel aan schreeuwreklame. Ik hoor daarin alleen maar de boodschap: koop dure spullen die je niet nodig hebt! Van gerichte reclame schiet ik ook meteen in de argwaanstand. Vandaar dat ik alle digitale reklame zoveel mogelijk blokkeer. En tóch zou mijn koopgedrag dan nóg beïnvloed zijn. Ik overweeg kluizenaarschap.

Communicatiestoornis?

Tijdens mijn rijlessen (ergens in de oertijd) hamerde mijn instructeur erop dat je in het verkeer niet duidelijk genoeg kan zijn. De auto heeft de volgende middelen om signalen aan andere weggebruikers mee te kunnen geven: knipperlichten, toeter, remlichten, achteruitrijlicht, groot licht. En natuurlijk kan met handgebaren ook het nodige worden duidelijk gemaakt. Voor een optimale werking van de handgebaren moet eerst oogcontact worden bewerkstelligd. Dat weet iedereen. Desondanks gebaren mijn handen regelmatig grote signalen van verbijstering zonder dat ik controleer of er wel oogcontact is. Stom natuurlijk.

Mijn verbijstering betreft nogal vaak het gebrek aan knipperlichtsignaal tijdens inhaalmanoeuvres. De logica achter dit gebrek aan communicatie ontgaat me. Het begrijpen van de beweegredenen om geen richting aan te geven begint de vorm van een obsessie aan te nemen. Help me! Is het een nieuwe vorm van zogenaamde coolheid? Is het peuteren in de neus belangrijker? Is het knipperlichtpookje aan het stuur defect? Is het domweg luiheid? Of gewoon argeloosheid? Persoonlijk vermoed ik sterk dat het een hardnekkige communicatiestoornis is. Ik probeer me er maar niet aan te ergeren, maar ik voel wel steeds kramp in mijn middelvinger. Mijn rijinstructeur moest eens weten.

Penny Master

Zo ongeveer precies 25 jaar geleden richtten twee studiematen en ik, onder de vlag van de Fysisch Mathematische Faculteitsvereniging (FMF) van de RuG, een commissie op die een kleine buitenlandse excursie ging organiseren. Naar het mooie Dublin. Ik, The Penny Master, zorgde voor de benodigde pegels. Maakte de begroting. Wierf fondsen, betaalde rekeningen. Dat ging me goed af. Ik was zeker van mijn zaken. Draaide mijn hand er niet voor om.

Die studiematen en ik zijn nog immer dik bevriend. Eirebuddies for life. Mijn exlief nam trouwens ook deel aan de studiereis. In Dublin werden we smoorverliefd. Hand in hand liepen we langs de Liffy. Zoenden elkaar voor het eerst. Allemaal in Dublin. Die relatie liep op de klippen, maar dat is bekend. Ik ben al verder.

Die aardedonkere periode van mijn depressie lijkt haast wel onwerkelijk. Ik weet dat het echt is gebeurd. Nog geen twee jaar geleden. Ik was verward en dacht dat ik het leven niet meer waard was. Gelukkig was ik ook daar cynisch over. Het was ook te absurd voor woorden. Ook absurd is dat ik me in alles onzeker voelde.

Waar is die zelfverzekerde penningmeester van toen gebleven? Nou, gewoon hier. Nooit echt weg geweest eigenlijk. Alleen maar kwijt. En wat ik toen kon, kan ik nu ook weer. Dus ben ik sinds kort wederom Penny Master. Na al die jaren. Nu van een gezellige vereniging van handboogschutters. Vrienden eigenlijk. Daar doe ik het voor.

Zwaartekracht

Onze planeet oefent een neerwaartse kracht op ons uit. Niemand ontsnapt eraan. De zwaartekracht laat nooit af. Het is een fact of life. Van zwaartekracht een probleem maken heeft geen enkele zin. We zullen het gewoon moeten trotseren. Gewoon een kwestie van in evenwicht blijven.

Wrok is als zwaartekracht. Het probeert een neerwaartse kracht op een ander uit te oefenen. Wrok kan heel lang aanhouden. Het wordt voor die ander een fact of life. Er een probleem van maken heeft geen enkele zin. We zullen het gewoon moeten trotseren. Het is gewoon een kwestie van overeind blijven.

Eerst vader

Sinds ik gescheiden ben en mijn kinderen, wanneer ze bij mij zijn, zelf moet opvoeden, denk ik veel meer na over hoe ik vader wil zijn. Moet zijn. Op dit moment weet ik eigenlijk vooral hoe ik mijn rol als vader niet wil invullen. Ik mag een heleboel dingen niet zijn van mezelf als het aankomt op vaderschap. En ik hanteer meestal de ik-zie-wel-methode. In mijn eigendunk kent mijn vindingrijkheid namelijk geen grenzen. Ik vind altijd een oplossing. Dat is mooi papa, maar wij willen duidelijkheid en structuur. Wij willen een plan!

Die ik-zie-wel-mentaliteit komt misschien wel voort uit mijn hang naar vrijblijvendheid. Ik hou eigenlijk niet van vastomlijnde plannen. Die voelen verstikkend. Afspraken ook. Maar vaderschap is niet vrijblijvend. Vaderschap houdt een grote verantwoordelijkheid in. Dat besef is levensgroot. Het belang van mijn kinderen zou natuurlijk moeten prevaleren over mijn eigen belang. Ik ben eerst vader. Niet altijd makkelijk, maar wel glashelder.

Eerst vader. Dat is de fundering waarop ik een solide stuk vaderschap wil zetten. Dat is allemaal leuk en aardig, maar dan moet er wel een stip op de horizon komen. Dan krijgt het vaderschap pas richting. Dat mooie advies kreeg ik onlangs van iemand die daar verstand van heeft. Wat vind ik dan belangrijk om te bereiken met mijn vaderschap? Niet voor mij, maar voor mijn kinderen. Ik vind dat best lastig. Verder dan “nou, gewoon, alles wat nodig is” kom ik niet. Minimaal dat mogen de kinderen toch van me verwachten?

Eerst vader. Die kun je ook anders opvatten. Vader eerst. Die kant lijkt me toch ook best belangrijk. Ik mag mezelf niet verliezen. Niet weer. Dus ik moet balanceren tussen “nu ik” en “eerst vader”. Soms vader eerst zodat hij zo veel mogelijk eerst vader kan zijn.

Versnapering

Onlangs diende ik bij mijn werkgever een declaratie in voor “versnaperingen”. Tot mijn eigen verbazing typte ik dit antieke woord argeloos in bij de omschrijving. Ik bedacht me glimlachend dat ik me niet kon herinneren wanneer ik dit woord het laatst uitsprak. Het komt doorgaans ook niet voor op mijn boodschappenlijstjes. Ik vraag mijn kinderen niet of ze een versnaperingetje willen. Het synoniem “lekkernij” zit overigens ook niet in mijn dagelijkse woordenselectie. Hoewel ik wel eerder zou zeggen dat ik een tafel vol lekkernijen zie dan een tafel vol versnaperingen. Maar lekkernijen voelen dan weer minder declarabel. Lekkernijen doen de wenkbrauwen van de declaratiecontroleur alleen maar rijzen. Ze roepen lastige vragen op. Ik zou de betroffen lekkernijen nader moeten specificeren. Ik had waarschijnlijk vooraf schriftelijk toestemming moeten vragen voor de betroffen lekkernijen. Versnaperingen zijn zakelijker. Voor versnaperingen zijn er ongetwijfeld duidelijke declaratiekaders bepaald. Dat voelde ik intuïtief aan. Altijd weer mooi als mijn onderbuik mijn verstand weer eens weet te verbazen. Diezelfde buik herinnert mij nu aan de versnaperingen die zich in mijn lekkernijenlade bevinden.

Uit mijn hoofd!

Jezelf terug kunnen vinden nadat je jezelf had verloren is blijkbaar een kwestie van stoppen met zoeken. Het is ook een kwestie van aandacht voor dat wat wél belangrijk is voor jezelf. Die aandacht vast blijven houden is moeilijk, vind ik. Mijn aandacht lijkt steeds van mezelf af te glijden. Dan heb ik gedachten over mezelf die niet van mezelf zijn. Er zit nog altijd een tweede stem in mijn hoofd die me zeer vertrouwd is. Haar stem. Onbegrip. Sarcasme. Mijn projectie. Ze uit zich voortdurend in mijn hoofd bij keuzes die ik maak. Of niet maak. Bij ondoordachte acties weerklinkt haar afkeuring in mijn hoofd. “Kop houden!”, denk ik dan (soms hardop), “Uit mijn hoofd jij!”. Naar het schijnt duurt het een derde van de tijd samen voor een ex-geliefde helemaal uit je hoofd is verdwenen. Ruwweg zeven jaren in mijn geval. Daar zijn er al twee van voorbij, dus nog vijf voor de boeg. Haar stem is nog sterk, maar heeft al minder vat op me. Een kwestie van tijd dus. En vooral een kwestie van koppig blijven geloven in mezelf. Koppig is mijn eerste natuur en zelfspot mijn tweede, dus ik maak me geen zorgen.