Jan Salie

Schiet nou toch eens op! Treuzel niet zo! Zeur niet zo! Doe nou eens rustig! Zo pleegde mijn ouwe vader vroeger tegen me te mopperen.Voor mijn vader deed ik zelfs mijn best om tegelijk zowel rustig te zijn als op te schieten. Hij sloot ieder mopperzinnetje vaak af met een chagrijnig “Jan Salie”. Zelfs een keer op een kinderfeestje. Ik weet het nog goed. We gingen naar de brandweer en Pa had de auto vol met joelende snotapen. Maar alleen mij noemde hij de hele tijd Jan Salie. Dat heb ik nog dagen daarna op het schoolplein geweten. Gelukkig heeft Jan Salie ook olifantenhuid.

Jaren na dato (vandaag) vroeg ik me af waar Pa dat “Jan Salie” toch vandaan had. Naar alle waarschijnlijkheid noemde zijn eigen vader hem zo toen hij zelf een klein treuzelkontje was. Ik heb het dus maar eens opgezocht. Jan Salie blijkt nogal letterlijk te staan voor lamlendigheid. Met Jan Salie verwees de 19e-eeuwse dichter Everhardus Johannes Potgieter in zijn boek “Jan, Jannetje en hun jongste kind” naar de algehele lamlendigheid van het 19e-eeuwse Nederland. Jan Salie dronk ’s avonds een glas saliemelk voor een goede nachtrust. Jan Salie had zijn schapen op het droge en weinig behoefte aan verandering. Jan Salie was gezapig en toonde weinig initiatief. En zo wordt Jan Salie van generatie op generatie doorgegeven. Bedankt Pa! Welk van mijn eigen slome spruiten zal ik vandaag eens uitmaken voor Jan Salie? Later zijn ze me beslist net zo dankbaar als ik nu zelf ben.

Tsjakka

“Tussen nee en ja zitten natuurlijk heel veel tinten grijs”, zei ik gisteren op een bijeenkomst in de Spelderholt. De bijeenkomst voelde een beetje als een reünie. Allemaal collega’s die elkaar sinds maart vorig jaar voornamelijk online ontmoetten. Het voelde vreemd en toch ook heel normaal om ze weer zo dicht om me heen te hebben. Er werd als vanouds gepraat en gegrapt. Zeer prettig gezelschap om in te verkeren. De groep bestond uit zo’n dertig personen van 3 verschillende teams. Ik ken ze allemaal bij naam, dus ik heb regelmatig met ze van doen. Hun naam zou anders niet blijven hangen.

Er werden natuurlijk plannen besproken. En budgetten, formaties en strategieën. The usual stuff maar oké. En ik kon natuurlijk niet nalaten om hier en daar even de aandacht op me te vestigen. Vind ik gewoon lekker, en dat weten mijn collega’s beslist ook. Ik denk niet dat ik het te bont maak. Mijn leidinggevende stond voor de groep om ons mee te nemen in de strategie. Er kan veel, we willen veel, maar niet alles moet. Dingen die kunnen, maar niet nodig zijn krijgen lagere prioriteit. We moeten meer “nee” zeggen dus. En toen begon ik dus over die grijstinten tussen nee en ja.

In de ietwat ongemakkelijke stilte die toen viel legde ik uit wat ik bedoelde. Iets met nuancering en praten in termen van mogelijkheden. Bla bla bla. Iedereen snapte natuurlijk ook heus wel dat het in de praktijk niet zo zwart-wit zal zijn. Die boodschap over moeten, willen en kunnen is vooral een “tsjakka” voor ons zelf. Een stuk ruggengraat. We geven de ander een duidelijk inzicht in de voors en tegens van de uitgesproken wens. En dan kan die ander zelf op zijn vingers natellen hoe groot de kans is dat het snel in vervulling zal gaan. Tsjakka!

Vertraging?

Het woord vertraging heeft deze week een nieuwe betekenis gekregen. Het is ineens een synoniem geworden van “achterstand”. Onze overheid trekt 8.5 miljard euro uit om het wegwerken van de corona-achterstand in het onderwijs te financieren. Een schooldirecteur die daarover werd geïnterviewd wilde liever niet spreken van een achterstand, maar liever van een vertraging. Dit verbaast mij zeer. Een vertraging is niet hetzelfde als een achterstand, maar veroorzaakt die. Als Max Verstappen om wat voor reden ook vertraagt loopt hij een achterstand op. Dan moet er simpelweg dus harder worden gereden.

Onderwijs mag je natuurlijk niet vergelijken met de Formule 1. Als gevolg van corona is het onderwijs vertraagd. Het ging allemaal moeizamer. Snap ik. Daardoor hebben leerlingen achterstanden opgelopen. Die achterstand verschilt per school, per wijk, per leerling. Er is niet één universele achterstand die met één landelijke maatregel kan worden ingehaald. De achterstand “vertraging” noemen is de aandacht afleiden van de achterstand. Het leidt tot de verleidelijke gedachte dat we dan maar even gas moeten geven de komende tijd. Het is de aandacht afleiden van het feit dat er heel veel individuele achterstallige aandacht per leerling is ontstaan. Daar moet dus die 8.5 miljard aan worden uitgegeven. Haal het in hemelsnaam niet in je hoofd om het uit te geven aan dure cursussen voor leerkrachten waarin ze leren hoe ze extra gas moeten geven.

Torta Negra

Mijn weekend staat in het teken van de Bara Brith. Een stoer, donker “brood” naar eeuwenoud Welsh recept. In de negentiende eeuw namen kolonisten uit Wales het mee naar Argentinië. Daar kennen ze de Bara Brith nog onder de naam Torta Negra. Zwarte koek. Een treffende naam. In Nederland is het bekend als Brits Theebrood. Die naam dekt bij lange de lading niet, maar ik sluit me er maar bij aan.

Je mag gerust je hele weekend uittrekken voor het bakken van een Brits Theebrood. De vulling bestaat uit een mengsel van diverse gedroogde vruchten (witte en zwarte rozijnen, krenten en gekonfijte citrusschillen), zo’n 4 ons, dat je een nacht moet laten trekken in zeer sterke, zwarte thee. Voor de smaak koos ik voor Earl Grey. Die citrusschillen had ik natuurlijk zelf gekonfijt. Ben je ook zo een uurtje mee zoet. Mijn keuken ruikt nog dagen naar sinaasappel en citroen.

Op deze mooie, zonnige zondagochtend hervatte ik mijn bakwerk. De rozijnen en krenten waren geweldig geweld. Er kwam een zoete, rijke geur vanaf. Kranig weerstond ik de verleiding om er een paar happen van te nemen. Ik stortte me op het maken van het beslag. Ik heb niet zo’n monster van een mixer waar menige cementmolen jaloers op zou kunnen worden. Maar ik red me altijd prima met een grote houten pollepel. Het Brits Theebroodbeslag is zwaar en taai. Het is een noest werkje. Ik gebruik er mijn dikste lepel voor. Een goeie twintig minuten zwoegen later is het beslag klaar. Ik worstel het beslag in het ingevette bakblik. Dan kan het de oven in.

Na een dik uur is mijn zwarte koek klaar. De satéprikker komt er namelijk droog uit. Het is belachelijk goed gerezen. Het volume is meer dan verdubbeld. Hoewel het natuurlijk onzin is, lijkt het gewicht ook met een paar ons te zijn toegenomen. Heavy stuff dat Bara Brith. Ik zet het bakblik op het aanrecht zodat het rustig kan afkoelen. Als laatste finesse sprinkel ik er een restje van de thee waarin de gedroogde vruchten in hebben liggen wellen, overheen. Het resultaat mag er zijn.

Verwacht niet dat ik hier een gewoonte van maak op dit blog, maar hier ook nog maar even “mijn” recept:

Ingrediënten:

  • 140 gram witte rozijnen
  • 140 gram zwarte rozijnen
  • 120 gram krenten
  • 60 gram gekonfijte citrusschillen (citroen+sinaasappel)
  • 320 ml sterke thee (Earl Grey geeft mooie smaak)
  • 450 gram bloem
  • 200 gram bruine suiker
  • 1 zakje bakpoeder
  • 3 theelepels koekkruiden
  • halve theelepel zout
  • 60 gram zachte boter
  • 1 groot ei, los geklopt

Instructies:

  1. Doe alle gedroogde en gekonfijte vruchtjes (ook lekker zelf doen) in een bak en doe de sterke thee erbij. Laat dit een hele nacht intrekken.
  2. Schep 3 à 4 eetlepels van het vocht uit het vruchtenmengsel en bewaar dit voor stap 8.
  3. Meng alle droge ingrediënten (bloem, bruine suiker, bakpoeder, bakpoeder, koekkruiden) in een kom.
  4. Voeg de boter, het ei en het vruchtenmengsel inclusief het vocht toe en meng dit tot een taai beslag. Eventueel meer boter toevoegen als het beslag te droog is.
  5. Verwarm de oven voor op 160 graden.
  6. Schep het beslag in een groot bakblik (30 cm) dat vooraf is ingevet. Gebruik de achterkant van een lepel om het beslag glad te strijken.
  7. Bak ongeveer 75 minuten tot een satéprikker er droog uit komt.
  8. Verdeel het in stap 2 bewaarde vocht over het nog warme brood. Laat een paar minuten koelen in het blik. Daarna uit het blik halen en helemaal laten afkoelen op een rooster.

Lekker met een ruime laag boter en een kop dampende thee. Geniet maar.

Taalkromming

Een hoge hotemetoot van een adviesbureau dat ik hier niet bij naam zal noemen presenteerde gisteren een verhaaltje in een online seminar. Dat laatste woord geeft trouwens telkens weer lachkriebels. Een hele nar laat me denk ik pas echt lachen, maar ter zijde. De hotemetoot sprak zakelijke taal met Brabantse tongval. Veel onnodig Engels, maar daar staan mijn tenen niet per se krom van. De hotemetoot maakte het wel erg bont. Bij ieder gebruik van “hun” als persoonlijk voornaamwoord vertrok mijn gezicht in een sterkere grimas.

Krom taalgebruik door een blijkbaar hooggeplaatste persoon krijg ik blijkbaar erg slecht door mijn beugel. Een vergissing hier en daar stap ik wel over heen, maar als iemand op zo’n positie de ene na de andere kromme taalfout produceert, lukt het mij niet meer om die persoon serieus te nemen. De man sprak over het plegen van onderhoud (dit blijkt wel goed Nederlands te zijn, dus deze taalkromming zit al veel dieper geworteld), hij hielp te helpen, hij gebruikte een tool voor verslagen te analyseren, hij vertelde wat de kandidaten waren voor een bevolkingsonderzoek, hij zag steeds risico’s op de weg, en niet één “enerzijds” werd afgesloten met een “anderzijds”.

Hij deed me door de Brabantse tongval eigenlijk al de hele tijd denken aan De Weerman van Draadstaal. Maar dat kwartje viel pas echt helemaal toen hij zelf ineens zei dat hij zichzelf net een weerman voelde zoals hij voor het grote scherm stond te gebaren. Heel aandoenlijk. Ergens halverwege zijn relaas lukte het hem zelfs om me te verbijsteren door een “ludieke” link te leggen naar “The Ministry of Funny Walks”. Heiligschennis.

Kortom, ik heb me kostelijk vermaakt, alle taalkrommingen ten spijt. Noem me een pietlut en dan geef ik je geen ongelijk. Ik ben gevoelig voor krom taalgebruik. Ongetwijfeld ben ik zelf in dat opzicht ook niet perfect, maar de voornoemde hotemetoot spant wat mij betreft met kop en schouders de kroon. Natuurlijk mag ik taal wel krommen om mijn sarcasme kracht bij te zetten.

Mijn type

Spreekt bij voorkeur Vlaams, en Spaans na zonsondergang
Fonkelt met ogen, verscholen achter speelse lokken
Beweegt me als de wind het wuivende gras
Verwarmt me als de stralen van de lentezon
Voelt me aan, heeft aan zes woorden genoeg
Ontnuchtert me feilloos met haar eigen wijsheden
Loopt op mooie, blote voeten door het bedauwde gras
Schittert verblindend door ontelbare, mooie facetten
Is echt iemand in het bijzonder, namelijk zichzelf

Verschil van mening

We hadden een verschil van mening. Mijn dochter en ik. Ik weet geeneens meer waarover we het precies hadden, maar dit is ook niet belangrijk nu. Het ging erom dat ik mijn mening had, en zij een andere. Ik vroeg door waarom zij vond wat ze vond. Dat irriteerde haar. Ze mocht toch wel gewoon een andere mening hebben? Natuurlijk mocht dat, ik vind alleen dat een mening sterker is als je kan uitleggen waarom je vindt wat je vindt. Nou, daarmee was ze het dus absoluut niet eens. Hoezo moest ze haar mening kunnen uitleggen? Hoezo is mijn mening minder goed als die van jou als ik het niet kan uitleggen? Dus we verschilden op dat moment dus eigenlijk ook van mening over hoe goed je moet kunnen uitleggen waarom je van mening verschilt. Daar is het leven dus echt te kort voor, vind ik, maar vraag me niet waarom.

Complottheorie…

Goed, de anderhalve meter maatregel is opgeheven. De daarvoor benodigde vaccinatiegraad is bereikt. En je QR-code is je duurzame sleutel tot een leven dat weer zoveel mogelijk voldoet aan het oude normaal. Als je niet bent gevaccineerd moet je je zien te redden met tijdelijke sleutels. Voor hen ligt er een hoge drempel naar dat oude normaal. Dat zie ik niet als discriminatie, hoewel ik wel begrijp dat het zo voelt. Ik zie het als een consequentie. Het volgt uit het beleid dat ervoor zorgt dat we uit de pandemie komen.

Wat ik wel gevaarlijk vind is dat de economische groei een beetje teveel de nadruk heeft bij de bestrijding van de pandemie. Daar komt denk ik een groot deel van het wantrouwen in de politiek uit voort. De mens staat niet centraal genoeg in Den Haag. De toeslagenaffaire is de smoking gun. Het nieuwe kabinet zou er goed aan doen de menselijke maat hoog in het vaandel te nemen.

Maar ik geloof wel in vaccinatie. Door vaccinatie hebben we andere virussen zoals polio en tetanus zeer succesvol bestreden. Een vaccinatieplicht zou ik denk ik niet achter kunnen staan. Ik hou er niet van om geen keuzes te hebben en vind het fijn dat me mijn eigen keuzewijsheid wordt gegund. Waarschijnlijk had een vaccinatieplicht in Nederland daarom tot een veel groter protest geleid. Nu wordt er ook geprotesteerd, maar dat heeft nauwelijks massa en ik denk niet dat het veel momentum zal krijgen.

En de fascinerende complottheorieën over wat de “mogendheden” via de covid-vaccinatie in ons zouden injecteren zijn ontsproten aan de zoemende breinen van ingenieuze creatievelingen. Schrijf een zoveelste episch boek over de apocalyps, zou ik hen willen zeggen. Ik voorzie een best seller. De schrijver zal alleen ondertekende exemplaren willen uitreiken aan pure, QR-codevrije, verzetsstrijders tegen de grote boze vaccinatie-wolven. Nog zo’n genie zal dat vervolgens gaan verfilmen. Ik voorspel een kaskraker en Oscar-nominaties.

Ik ben zelf een broodnuchtere, cynische creatieveling, dus als ik dat boek zou schrijven krijg je een roman waar de satire vanaf druipt. Ik zou het dan denk ik gieten in de vorm van een saga die zich afspeelt in de legendarische Disc World van Terry Prattchet. De wereld is plat, het plot is doortrokken van uit zijn verband getrokken kolder, en de personages zijn karikaturen. Verschilt dan eigenlijk maar weinig van een echte complottheorie…

Geduld

Geduld is toch maar een vreemd ding. Het verbaast me regelmatig hoe veel ik ervan heb en hoe snel het toch ineens op kan zijn. Misschien zijn er daarom wel meerdere soorten geduld. Misschien is geduld wel inherent bipolair. Er is sowieso verschil tussen mijn geduld op de lange termijn en op de korte termijn. In mijn werk moet ik het bijvoorbeeld hebben van die lange adem. Geduldig breng ik mijn consistente boodschap, wat vaak pas jaren later wordt gevolgd door de nodige verandering. Zolang ik genoeg vertrouwen heb in de uitkomst die ik graag zou zien, is mijn geduld nagenoeg oneindig. Dan kan ik gemakkelijk weken, maanden en jaren rustig wachten. Tussentijdse nervositeit heeft ook weinig nut dan. Ik blijf gewoon rustig en heb vertrouwen. In relaties doe ik dat ook, en vooral in het begin. Druk en wantrouwen werken daarin sowieso niet, en op mij werkt dat zelfs averecht.

Maar ik kan ook pijlsnel door mijn geduld heen vliegen als ik (ineens) teveel chaos om me heen heb. Hier loop ik nog wel eens tegenaan in mijn rol als vader. Mijn vier lieve kinderen zijn gelukkig graag bij me. Sinds mijn scheiding van hun moeder proberen we weer een ritme te vinden waarin ik ze vaker zie. Het basisschema is nu dat ze om het weekend bij mij zijn van vrijdagavond tot zondagavond. Dat is steeds erg gezellig, maar ook veel te snel voorbij. Maar de beweging naar een schema waarin ze evenveel bij mij als bij hun moeder – week op, week af – verloopt uiterst moeizaam. Als overgangsperiode hebben we een half jaar geoefend door de kinderen één keer per maand een volle week bij mij te laten zijn gedurende een normale werk- en schoolweek. En in zo’n week gaat het dan precies tot woensdag goed. Ongeveer vanaf dat punt bereikt mijn korte termijn geduld de kritische ondergrens. Eerst komen er kleine haarscheurtjes in mijn humeur. Ik word knorriger en knorriger. En naarmate mijn zenuwen steeds bloter komen te liggen hoeft er nog maar iets heel kleins niet te gaan zoals afgesproken en boem…

Dus dat week-op-week-af-schema komt er niet. Mijn verhuizing naar een ruimere woning met meer slaapkamers mocht niet baten. Ik heb het voor nu maar geaccepteerd. De kinderen zijn ook blij dat het voorlopig van tafel is. Nu heb ik mijn hoop gevestigd op het verlengen van mijn papaweekenden met drie dagen tot en met de woensdag. Voorlopig hebben we om ook daar aan te wennen eerst nog maar een handje vol van mijn papaweekenden verlengd. Ik vind dat prima. Ik heb immers een eindeloos geduld.