Month: april 2010

De dikke rode knor is stuk

Wij hebben – net als die stripfamilie “Jan, Jans en de kinderen” –  zo’n dikke rooie huiskater. Ook op hem is model “theemuts” van toepassing. Een lief, sullig beest dat zich gezapig laat meeslepen door de kinderen. En omdat we zo dol op hem zijn draagt hij naast zijn stoere katernaam “Ivar” ook de koosnaam “Dikke rode knor”. Het zal je gezegd worden! Zonder schaamte zeggen wij dit dagelijks minstens 100 keer tegen Ivar. Het dekt gewoon de lading.

Maar op het moment dat ik dit schrijf is de dikke rode knor dus stuk. Onze buurvrouw kwam het ons eergisteren vertellen: “jullie rode kat ligt bij ons onder de struiken. Het is niet goed met hem geloof ik”. Met een wit gezicht liep ik meteen met haar mee. Wij wonen in een rechthoek van brave twee-onder-één-kap-huizen. De brave tuintjes liggen aan de binnenkant van de rechthoek. Ideaal gebied voor katten dus. In de tuin van de buurvrouw aangekomen zie ik mijn kater meteen liggen. Hij mauwt klaaglijk en zijn pupillen zijn helemaal groot. Als ik dichterbij kom gaan zijn oren angstig naar achteren en kreupelt moeizaam naar achteren. Hij ontziet duidelijk zijn rechter-achterpoot.

De buurvrouw port hem voorzichtig met een schepnet naar me toe. Dat werkt en ik krijg hem in zijn nekvel te pakken. Ivar grauwt en gromt gevaarlijk naar me, maar ik trek hem toch voorzichtig naar me toe. Hij kronkelt wild om los te komen. Hij heeft duidelijk veel pijn. “Rustig maar jochie. Het is goed vent”, hoor ik mezelf zeggen. Het werkt blijkbaar, want ik kan hem nu onder zijn dikke buik pakken en optillen. Even later is hij veilig bij ons thuis. De kinderen huilen als ze hem zien strompelen. Zo zielig.

Natuurlijk bel ik gelijk de dierenarts. “Kies 1 voor spoedgevallen”, zegt de automatische telefoonstem. Dat doe ik natuurlijk. Ivar moet meteen komen. Geroutineerd (helaas hebben we de nodige ervaring met zieke katten) stoppen we de gewonde knor in de kattenkoffer. Mijn vrouw brengt hem weg en laat het troosten (en naar bed brengen) van de kinderen aan mij over.

De kattenkoffer komt leeg terug. Onze rode knor werd gelijk opgenomen. Ik had het ook niet anders verwacht. Uit de röntgenfoto’s bleek dat de poot inderdaad gebroken is. Een lelijke, meervoudige breuk. Het onderbeen is gedeeltelijk verbrijzeld op 2 plaatsen. Dit is vrijwel zeker door een aanrijding veroorzaakt. De dader is natuurlijk gewoon doorgereden. De buurvrouw had ook niks gezien en Ivar kan het ons ook niet vertellen. We zullen nooit weten wat er precies is gebeurd.

Gisteren is Ivar geopereerd. Hij kreeg een dikke stalen pen in zijn poot. Gisteravond mocht ik Ivar al weer ophalen. De blijdschap van het weerzien was duidelijk wederzijds. Nu ligt hij fijn thuis in een speciaal kattenhotel dat we hebben gemaakt voor hem. Een ruime kooi met mandje en kattebak. Hij moet namelijk 5 weken rust houden. Gelukkig is het een gezapige, luie huiskater. Hij vindt het allemaal wel best tot nu toe. Af en toe gaat hij even verliggen of moet hij op de kattebak. Dan gooit hij zijn lijf letterlijk door de kooi, want zijn ene poot doet niet mee. Dat ziet er wel zielig uit hoor.

Vanochtend wilde hij al weer eten en drinken. Dat is heel mooi. En als je hem aait, dan slaat die lekkere dikke knormotor gelijk aan. Die doet het gelukkig nog. We zijn allemaal erg opgelucht.

Powered by ScribeFire.

Spring, zweef en aai de vissen

Plotseling ben ik klaarwakker. Ik bruis van de energie. Te zien aan het licht buiten is het nog erg vroeg, maar slapen gaat echt niet meer. Ik gooi het dekbed van me af en spring mijn bed uit. In één beweging trek ik de gordijnen open. Het raam zet ik wagenwijd open en… klim naar buiten, het dak op.

Ik sta in mijn pyjama op het dak van mijn ouderlijk huis. Iedereen slaapt nog, maar de eerste zonnestralen schijnen op mijn gezicht. De straten zijn leeg en het is helemaal stil. Zelfs de vogels zingen nog niet. Ik sta daar op de nok van het dak en haal diep adem. De geur van zoete kersenbloesem en de koele geur van water vullen mijn neus.

En dan spreid ik mijn armen als vleugels en spring van het dak. Vrij! Ik zweef over de tuinen en scheer over de bomen. Als een zeemeeuw vlieg ik moeiteloos op de wind. Als ik naar beneden wil duw ik mijn armen licht naar achteren. Als ik omhoog wil spreid ik mijn armen en benen zodat de wind me weer oppakt.

Ik klim nu hoger en hoger. Cirkel boven de buurt waar ik ben opgegroeid. Het huis van mijn ouders wordt steeds kleiner. In de verte zie ik een groot meer glinsteren. Het meer trekt me en ik laat me er door de wind naartoe voeren. Ik vlieg steeds sneller, en sneller. Mijn pyama klappert in de wind. Ik heb het meer intussen bereikt en vlieg met grote snelheid over het water. Steeds sneller en steeds lager, en lager, tot ik met mijn vingertoppen het rimpelloze wateroppervlak kan aanraken.

Met mijn armen naar voren duik ik in het meer en vlieg in een rechte lijn door onder water. Dieper en dieper tot ik op enkele meters vanaf de bodem zwem. Langzaam kom ik tot stilstand en kijk rustig om me heen. Het is ontzettend helder en ik kan gewoon adem halen! Met soepele slagen zwem ik tussen de begroeiing op de bodem van het meer.

Er groeien alleen maar lange groene slierten die langzaam heen en weer wiegen. Ertussen zwemmen honderden zilverwitte vissen zo groot als mijn hand, ik weet niet wat voor soort. Hun schubben schitteren in de stralen zonlicht die de bodem weten te bereiken. Ik kan ze aanraken en ze laten zich aaien.

Als altijd word ik uitgeslapen en fris wakker. Wat een heldere, intense droom. Vroeger droomde ik dit heel vaak. Het begon altijd bij mijn ouderlijk huis. Heel af en toe komen bepaalde elementen uit de droom terug in andere dromen. Soms, als ik ren in mijn dromen dan merk ik dat ik heel ver kan springen, tientallen meters, alsof ik op de maan loop en ik droom nog dikwijls dat het me erg goed uitkomt dat ik onder water kan ademen. Het zal vast wel iets betekenen. Kom maar op met jullie analyses.

Powered by ScribeFire.

Hommel es

Een hommel bromt voorbij
aan mijn raampje
in de rijrichting
van mijn trein

Wij kruipen terug naar Haarlem
de hommel is er vast eerder
de overgangen zijn gestoord
daarom sukkelen wij

Dag Haarlem, ben ik weer
die Hommel is al in Zandvoort
Ik speel ook met die gedachte
Thuis trekt toch sterker

Ik voeg mij bij de meute
chagerijnige gezichten
gemopper en gebrom
net als die hommel

Laat het maar los
We komen er vanzelf
Kalme gedachten
Hommel es

 

 

 

bron foto: spoenk.nl

Heerlijke metalteepjes

Een lekkere stapel metalteepjes“Ik ga straks tegen de juf vertellen dat wij vanmiddag lekker metalteepjes hebben gegeten!”, zei dochtertje-lief (bijna 5 jaar) enthousiast toen ik het hele spul weer naar school bracht. “Jij maakt de allerlekkerste metalteepjes van de heeeele wereld, papa!”, slijmde ze verder. Dat doen dochtertjes bij hun papa’s: slijmen. En papa laat zich altijd gezapig om haar kleine vingertje winden.

Als ze zulke schattige dingen zegt verbeter ik haar niet gelijk, maar ik vraag: “Wát hebben we gegeten?”. Ze heeft intussen al lang door dat ze dan iets kroms heeft gezegd als ik zo’n vraag stel. Dan fronst ze haar wenkbrauwen en kijkt me nijdig aan. Als antwoord kreeg ik een jengelig: “Phaaphaahaaaa, dóe níet zo stohom!”. Ik til haar op, geef haar een kusje op haar boosgerimpelde neusje en ik zeg: “Maar ik heb je niet goed verstaan, wat zei je nou?”. Ze lacht al weer naar me, maar kijkt nog wantrouwend. En dan zegt ze zuchtend: “Ik word er zoooo moe van dat jij altijd zoooo slecht luistert”. Een blik in de spiegel.

Ik pruil mijn mond en buig nederig mijn hoofd. “Okee, sorry hoor. Ik zal beter luisteren”. En dan gaat de deur van de school open, en stormen alle kinderen naar binnen. Later als ze weer uit de school stormen vliegt dochterlief me om mijn nek en begint een heel verhaal: “Ik heb verteld dat ik metal.. eh ik bedoel eh..hihihihi..eh…o ja.. mentholteefjes heb gegeten en mag ik afspreken want ik heb de hele dag nog niet gespeeld kijk papa ik heb een tekening gemaakt en ik heb in de poppenhoek gespeeld en hier is een briefje ook voor jou”. En dan haalt ze diep adem voor de volgende lange zin. Haar tweelingbroertje kijkt me begrijpend aan en haalt zijn schouders maar op.

 

 

Een lekkere stapel  metalteepjes

 

Voordat de nieuwe woordenbrij eruit komt zeg ik snel: “Wat goed dat je het hebt verteld. Moest de juf er ook zo om lachen?”. Ze knikt en kijkt ineens weer een beetje sneu (op haar gezichtje passeren dagelijks alle seizoenen). “Maar mijn juf wist wél wat het was hoor”, zegt ze dan triomfantelijk. Zo, daar kan ik het dus mee doen. Papa is dom en de juf is heilig. En zo is het goed, want slimme kinderen hebben vaak papa’s die zich heel bewust van de domme houden.

De wentelteefjes die ik tussen de middag had gebakken waren inderdaad erg lekker.

 

Powered by ScribeFire.

Mijn Meesteres

De maandagavond is altijd van mij. Als de kinderen in bed liggen, kleed ik mij om en ga naar mijn meesteres. Zij is een charismatische dame die ik niet graag teleur stel. Ze is een guru als het gaat om het aanvoelen van je lichaam en wat het nodig heeft. Na afloop van mijn wekelijkse sessie bij haar voel ik me weer herboren en fris.

Afgelopen maandagavond ging ik ook weer opgewekt naar haar toe. Ze was nog bezig met een sessie toen ik binnenkwam in haar studio. Mijn opgewektheid verdween als sneeuw voor de zon toen ik hoorde dat ze er mee ophield voor vanavond. Ze voelde zich namelijk niet lekker. “Geef je het weer op”, flapte ik eruit. “Nou ja, ik bedoel, je moet natuurlijk goed naar je lichaam luisteren”, zei ik er snel achteraan.

Mijn meesteres ging naar huis om vroeg onder de wol te kruipen. Opzich verstandig natuurlijk. En toen kwam – nog hijgend van de inspanning van de fietstocht naar de studio – degene binnen die mijn wekelijkse sessie zou leiden in plaats van haar: een licht kalende en lichtelijk onzekere meester. Nu ik er toch was besloot ik er dan maar het beste van te
maken. Bovendien had ik al voor de sessie betaald.

In de studio zei de invalmeester dat ik mijn ogen moest sluiten. Dat deed ik. “Ik wil het rustigaan doen vanavond”, zei de meester. De meester had best een prettige stem, al moest ik mijn oren spitsen om hem te kunnen verstaan. Hij zei iets over de hektiek van de dag en dat hij deze sessie zelf ook hard nodig had. Hij begon ineens hoorbaar door zijn
keel te ademen. Ik deed maar braaf mee.

Na een tijdje moest ik rechtop gaan staan, met mijn voeten op heupbreedte. Ik keek even door mijn oogleden in zijn richting. De invalmeester had nog steeds zijn ogen gesloten. Hij stond erbij alsof hij wilde opstijgen. Licht naar voren hellend met zijn armen gestrekt, schuin naar achteren langs zijn stevige, ietwat stokkige lichaam. “Open nu je armen, met je handpalmen naar boven”, zei hij nu. “Buk nu met gestrekte rug naar voren, benen
gestrekt, zitbotjes omhoog”, vervolgde de meester. “Hou deze houding vast en adem rustig door”, klonk het nu achter mij.

Ik mocht mijn handen nu voor me op de grond zetten, en naar voren wandelen op mijn handen totdat ik in “De Hond” stond. “Strek weg die benen! Schouders laag”, zei de meester rustig maar toch ook streng. Ik deed mijn uiterste best natuurlijk. De hond is sowieso één van mijn favoriete houdingen. “Okee, prima”, zei de meester, blijkbaar tevreden, “nu mag je even de kindhouding aannemen”. Ik zette mijn knieën op de
grond en liet mijn billen helemaal naar achteren zakken. Net zover totdat ze op mijn hielen kwamen te liggen. Mijn armen lagen helemaal gestrekt voor me. Heerlijk.

Ondanks dat mijn meesteres er niet was, genoot ik toch van de sessie. De invalmeester deed het helemaal niet slecht. Na afloop van de sessie complimenteerde ik hem daarover en kreeg bijval van de anderen. Hij zei dat hij erg onzeker was over hoe het zou gaan vanavond. Hij had tot nog toe eigenlijk alleen sessies met kinderen gedaan. Dat was eigenlijk zijn specialiteit. En dat verklaarde het gevoel dat hij overbracht tijdens de sessie. Dat geduld en die vaderlijke aansporingen: “toe maar jongens, jullie kunnen het best”. Ja, hij is nog erg groen, maar heeft het misschien wel in zich om ooit ook zo’n charismatische Yoga Guru te worden als mijn echte meesteres.

Powered by ScribeFire.