Als een trein aankomt bij een station, remt hij geleidelijk, zodat de mensen niet door de coupés vliegen. Maar soms, bij de laatste centimeters, staat de trein toch heel abrupt stil. Een tijdje geleden bokte ook mijn trein zo onverwacht. Ik hield me goed vast, maar die ene mevrouw halverwege het gangpad niet. Ze ging finaal op haar gezicht en haar bril schoof onder de stoelen. Tot mijn grote verbazing schoot niemand die direct in haar buurt stond, te hulp. Tot ergernis van de andere passagiers liep ik dus tegen de stroom in terug om te zien of ze hulp nodig had. Er was gelukkig niks aan de hand, maar ik ergerde me aan de mentaliteit van de anderen. En ik miste mijn aansluiting.

Afgelopen donderdag bokte mijn trein weliswaar niet maar gaf,  na een keurige zachte landing naast het perron, ter plekke de geest. Pech die min of meer de orde van de dag is voor de NS. Ik mocht met mijn medereizigers in de waterige kou staan kleumen en wachten op de vervangende trein naar Haarlem. Toen ik eindelijk aankwam in Haarlem spoedde ik me naar de OV-fietsen en hobbelde even later over de klinkertjes van mijn vaste weggetje. Dit weggetje komt op gegeven moment uit op een brede strook versleten asfalt (Friese Varkenmarkt) langs de Spaarne.

Van rechts kwam in de verte een bestelbusje. Daar kon ik nog makkelijk voor langs. Dat asfalt bleek dus een spiegelgladde ijsbaan te zijn. Mijn blauw-gele tweewieler gleed zonder waarschuwing pardoes onder mijn lichaam vandaan en ik smakte op mijn buik boven op de fiets. Terwijl ik mijn klap probeerde op te vangen schoot er een scheut van verlammende pijn door mijn onderrug. Daar ging ik dus finaal doorheen op dat moment. Ik schreeuwde het uit en vloekte hartgrondig. Ik gleed enkele meters over het gladde asfalt.

Het bestelbusje remde af, maar stopte niet en reed gewoon om me heen. Een fietser aarzelde eventjes en had eventjes oogcontact met me, maar toen deze zag dat ik overeind krabbelde fietste hij door. Ik kon niet eens rechtop staan. Ook vanuit de woonboten die daar liggen kwam geen hulp. Verbijsterend vind ik dat. Vraag me niet hoe het me gelukt is, maar ik ben met de fiets in de hand naar kantoor gestrompeld. Bij de receptie kon ik nauwelijks praten en ging ik zowat van mijn stokje van de pijn.

Twee jaar later…

Voor mijn ogen glijdt een fietser uit, precies op dezelfde plek als ik 2 jaar geleden. Weer verraderlijk glad. Ik kom hem achterop en rem af. De gevallen fietser ligt met vertrokken gezicht op de grond. Als ik dichterbij kom herken ik de stumper. Ik aarzel dus niet.

Powered by ScribeFire.

Advertenties