Maand: april 2011

Verstilling

Verstilling
Verspilling
Verspeling
Verveling
Vervelling
Vernieuwing
Vernauwing
Versmalling
Versnelling
Verslaving
Verbinding
Verblinding
Verduistering
Verdraaiing
Verfraaiing
Verbloeming
Verdoeming
Verdoving
Verstomming
Verstilling

Powered by ScribeFire.

Advertenties

Uitrekenen of uitsloven?

In een vakblad voor IT-ers (ja, ik ben mij er eentje) lees ik vandaag dat het Rijk experimenteert met cloud.

Veel bla bla, maar de volgende delen vielen me op (ik citeer letterlijk):

In het bezuinigingsprogramma Compacte Rijksdienst dat Donner medio februari 2011 presenteerde stonden reeds de contouren geschetst van de gesloten rijkscloud. Daarbij is aangekondigd dat bij de rijksoverheid het aantal rekencentra de komende jaren wordt teruggebracht van 64 naar vier à vijf.

Dus een groot aantal rijksrekencentra moet geloven aan de rijkskaasschaaf. Maar de klapper is voor mij het volgende:

Minister Donner verklaarde overigens begin maart in een algemeen overleg van de Kamercommissie BZK dat hij niet gecharmeerd was van de Engelse term cloud computing. Hij hoopt op een goed Nederlands alternatief en kwam zelf met het alternatief ‘wolkenrijden’.

Voor niet IT-ingewijden: Cloud computing kun je zien als een vorm van uitbesteding. In plaats dat je je data, applicaties en diensten door interne beheerde servers (eigen sloven) laat “serveren” aan je medewerkers, laat je het serveren door extern beheerde servers (sloven van iemand anders). Het gereken van de rijksrekencentra wordt uitbesteed, binnenrekenen wordt uitrekenen. Daar, uitrekenen, een veel beter alternatief voor wolkenrijden, zeg nou zelf.

De voorgaande allinea plaatste ik ook als reactie onder het bewuste artikel, maar toen ik het had geplaatst zag ik nóg een alternatief voor het door minister Donner bedachte “wolkenrijden”, namelijk uitsloven. Geachte heer Donner, kiest u zelf maar: uitrekenen of uitsloven?

Reusachtig mens

Op de parkeerplaats van de dorpsuper stapt een nogal uit de kluiten gewassen mens uit de duidelijk te kleine middenklasser waar ik net naast wil parkeren. Ik wacht even tot ik er langs kan. Ze kijkt me met gefronste wenkbrouwen aan. Het valt me op dat ze het blijkbaar erg warm heeft, want het zweet loopt in straaltjes over haar nogal zwaar opgemaakte gezicht. Ze draagt roze Crocks. Zo te zien, minstens maat 46. Verbazend dat ze in die kleur in die maat te koop zijn.

Even later kan ik de auto parkeren. Ik haal mijn zoontje uit zijn stoel en rij hem met de boodschappenwagen de super in. Daar kom ik het reusachtige mens weer tegen. Ze is zo breed geschouderd, dat ik haar niet kan passeren in de smalle gangetjes tussen de schappen. “Oma!”, roept mijn zoontje, en wijst ongegeneerd met zijn vingertje naar de enorme vrouw. De vrouw glimlacht even snel naar mijn ventje, en loopt haastig verder.

Als ik mijn boodschappenlijstje helemaal heb doorgestreept, kan ik naar de kassa. En daar legt de reuze-oma net haar boodschappen op de band. Ze moet bukken om haar hoofd niet te stoten tegen het reklamebord dat tussen de kassa’s hangt. Ik probeer niet teveel te staren, dat laat ik wel over aan mijn zoontje. Ik leg mijn spullen ook op de band terwijl de reuze-oma afrekent. “Spaart u ook zegeltjes?”, vraagt het kassameisje. De reusachtige vrouw antwoord met reusachtig zware stem: “Nee hoor, dankuvriendelijk”. En dan valt het kwartje pas voor me. Zijn benen heeft hij dan wel keurig geschoren…

Powered by ScribeFire.

56 sokken!

Zaterdagavond:
4 kleine mensjes liggen heel lief te slapen.
4 neusjes tegen 4 fijn ruikende knuffels.
4 buikjes die zachtjes op en neer gaan.
4 zachte koppies krijgen een aai.
8 oogjes gaan eventjes open.
4 lijfjes woelen zich om.
4 dekentjes stop ik weer in.
4 wangetjes krijgen een kusje.
4 maal vreselijk de moeite waard.

Zondagochtend:
12 keer moeten ze heel vroeg plassen
24 keer deur open en deur weer dicht
Veel te vroeg hebben ze praatjes voor 8.
8 blote voetjes stampen op de overloop.
80 keer sist papa dat het zachter moet.
Net zo vaak zegt mama: laat ze toch.
80 keer valt papa toch niet meer in slaap.
8 kleine (en 2 grote) voeten komen van de trap
4 dorstige halsjes en 4 buikjes die rammelen
8 zoete boterhammen verdwijnen
in 4 smikkelende chocoladepastasnoeten…
Daarna helpen 8 gewassen handjes papa mee
met het vouwen van stapels schone was,
waarin minstens 28 schone onderbroekjes
en minstens 56 schone sokken,
voordat deze 4 kindjes mogen spelen!

Powered by ScribeFire.

Borreltje? Prettig.

Borreltje. Dat is het woord dat een oude vriend van me blijkbaar altijd met mij is blijven associëren. Na ik weet niet precies hoeveel jaren – minstens 8 – sprak ik hem weer. In mijn studietijd zat ik samen met hem en nog een maatje in een excursiecommisie die een studiereis naar Dublin organiseerde. En laatst waren we weer herenigd in een restaurantje in Groningen.

Die associatie met “borreltje” heb ik natuurlijk niet te danken aan het genoegen dat ik als student haalde uit het nuttigen daarvan. Ik was een heel verstandige student… Dat ik “borreltje” zei in die tijd, vond die oude vriend die ik zo lang niet meer had gesproken, ook altijd zo lekker oudbollig klinken. In zijn bijzijn zei ik het dan maar extra vaak. Wij hadden een soort onuitgesproken zeg-jij-maar-lekker-borreltje-als-jij-je-daar-prettig-bij-voelt-afspraak. Bij echte vrienden mag je gewoon jezelf zijn. Prettig.

Hee “prettig”. Dat was altijd zijn manier om aan te geven dat iets goed was. Zijn manier om dingen te bevestigen. Als ik dan vroeg: “Nog een borreltje dan maar?”, dan was het antwoord “Prettig”. Die fijne herinneringen. Hij woonde toen al heel burgerlijk samen. Er was zelfs een cavia. Huisje-boompje-beestje. En er stond altijd een borreltje klaar voor me bij hen thuis. Zo prettig.

En laatst, na al die jaren, viel het woord “borreltje” ook weer heel spontaan in dat restaurantje in Groningen. Ik had er niet eens erg in. Het lag ineens in het gesprek. “Hè, daar is het al weer gevallen”, zei mijn prettige oude vriend. Geen verwijt in te horen, helemaal niet. In tegendeel, het voelde als een aanmoediging: “zeg jij maar fijn ‘borreltje’, want dat past bij je”. Imméns ouderwets prettig. Vrienden laten elkaar fijn in hun waarde.

Powered by ScribeFire.

Wapengek

Idioten die het nodig vinden om willekeurige mensen dood te schieten en daarna zichzelf, heb je tegenwoordig overal. Sinds vandaag ook in Alphen aan den Rijn. Nog nooit kwam zo’n idioot zo dichtbij voor mij en mijn vrouw. Het NOS Journaal toont beelden van vertrouwde straten. Het maakt me kotsmisselijk. Ik kijk naar mijn vrouw. Ze ziet bleek en is blijkbaar net zo verbijsterd als ik. Plotseling moet ik aan onze vrienden in Alphen denken. Ik bel ze gelijk. Gelukkig is hen niks overkomen. Pak van ons hart. Niet dat dit de schok ook maar enigzins vermindert. De levens die dit heeft gekost zijn onverbiddelijk weg. Wat een ziekelijke zinloosheid. Hiervoor bestaat geen vergeefbaar motief.

Vertraging, gezellig!

Het fluitje dat mij vertelt dat ik op (waarom eigenlijk “op”?) de trein moet springen, omdat zij gaat vertrekken weerklinkt over het perron. Gelukkig, ik haal het nog en de trein begint te rijden. Maar na 20 meter trapt de machinist bruusk op de rem. Foute boel dus. Minuten lang staat de trein stil. Er wordt niets omgeroepen. Mijn medereizigers beginnen zich danig te ergeren. Boze blikken worden er achterom geworpen, door de coupé en door de ramen naar buiten. Wat is er aan de hand!?

En dan kraakt het omroepsysteem. Hoopvol kijkt iedereen op. “Dames en heren, hier spreekt uw conducteur”, zegt een officiële stem. “U bevindt zich in de intercity naar Amersfoort. Zoals u heeft gemerkt is deze trein wat eerder gestopt dan de bedoeling is. Dit komt door een storing aan deze trein”, vervolgt de conducteur. Ik zie een mannetje met NS-uniform langs de trein hollen. “De machinist gaat nu heel snel proberen dit te verhelpen en dan vertrekken wij onmiddelijk”, zegt de conducteur streng. In de coupé wordt smakelijk gelachen.

“Dames en heren hier spreekt weer de conducteur van deze trein. De stoptrein naar Amersfoort staat aan de overzijde van dit perron…”. Zonder de conducteur te laten uitspreken springen tientallen mensen uit de trein om op die stoptrein te springen. “…maar ik kan u niet zeggen of die stoptrein eerder vertrekt dan deze intercity”, gaat de conducteur verder, “maar ik zit er natuurlijk bovenop en zal u informeren wanneer u beter de stoptrein kunt nemen”. Weer klinkt er gelach in de coupé. Wat een grappige conducteur!

“Dames en heren, hier spreekt weer uw gezellige conducteur. De machinist komt nu weer naar voren en gaat proberen om de trein te laten vertrekken”. En jawel, daar komt het machinistje weer aangehold. De mensen die net in de stoptrein waren gesprongen komen snel met hangende pootjes terug. Even later klinkt het instapfluitje en komt de trein, tot grote opluchting van de reizigers, in beweging. Er klinkt zelfs een klein applausje. “Dames en heren, zoals u hebt gemerkt is de machinist erin geslaagd de storing te verhelpen. Het was gelukkig maar een klein probleempje. We zijn met een vertraging van 10 minuten precies vertrokken, onze welgemeende excuses hiervoor”.

Een breeduit grijnzende conducteur loopt mijn coupé binnen. “Hallo, ik ben die gezellige conducteur!”, roept hij, “Ik zoek een plekje om te zitten, maar alle plaatsen zijn bezet”. Het gezellige clubje dagtourdames achter mij schatert luidruchtig. “Nou, dan ga ik maar naar die andere gezellige coupé”, zegt hij en rent verder. “Nou Doei!”, roept hij frivool. De dagtourdames gieren het uit. Ik had nog nooit zo’n vrolijke vertraging.

De trein rijdt Amsterdam uit, maar het gaat niet erg hard. “Dames en heren, ik ben het, uw gezellige en informatieve conducteur. Wij rijden momenteel achter een stoptrein. Dat is de reden dat wij zo langzaam rijden. Hierdoor is onze vertraging inmiddels opgelopen naar 13 minuten. De aansluitende trein in Hilversum heeft momenteel een vertraging van 11 minuten. Ik kan u niet zeggen of u uw aansluiting zult halen of niet. Dat wordt dus spannend Dames en Heren”. Ik begon me inderdaad al over mijn aansluitende trein in Hilversum zorgen te maken. De conducteur spreekt weer: “Maar ik krijg straks een telefoontje van de conducteur van die trein. Uw gezellige conducteur gaat u natuurlijk op de hoogte houden”.

De conducteur komt weer door mijn coupé gehold. Druk pratende door zijn mobiele telefon. Ik probeer zijn gezicht te lezen, maar ik kan er geen verlossende boodschap van aflezen. Even later klinkt het: “Dames en heren, ik heb zojuist met mijn collega gesproken en hij vraagt mij het volgende bericht door te geven: De reizigers met bestemming Zwolle, Groningen gaan hun aansluiting in Hilversum……..hálen! En de reizigers met bestemming Apeldoorn gaan in Amersfoort hun aansluiting…..missen”. Hilarisch natuurlijk. De dagtourclub lacht zich de tranen. Ze moeten vast niet naar Apeldoorn. Ik juich van binnen. Ik haal mijn trein naar huis toch nog. Wat een gezellige vertraging.

In de trein naar Groningen type ik snel dit verhaal voordat ik het kwijt ben. Het lukt me zelfs om het op de blog te plaatsen.

Powered by ScribeFire.

B-fratsen

Deze zomer krijgt Nederland zijn eigen B-maatschappij. Dat las ik in De Pers van vandaag. Onze huidige maatschappij is volgens het artikel volledig geklokt op het biologische klokje van de ochtendmensen, de A-mensen. Dit is erg nadelig voor alle mensen die pas na 11 uur ’s ochtends op gang komen: de avondmensen, de B-mensen.

Een A-mens heeft een sneller lopende innerlijke klok als een B-mens. Dat is genetisch bepaald door een professor uit München, dus dan is het vast waar. Een A-klok heeft maar 23 uur per etmaal, dus deze tikt de tijd er zo snel doorheen dat je aan het eind van je etmaal 1 uur tekort komt, ook al ga je nog zo vroeg naar bed. Een B-klok heeft 26 uur per etmaal. Daarmee hou je aan het eind van je etmaal dus 2 uur over die je niet hebt kunnen benutten, hoe lang je ook ’s avonds doorgaat.

Begrepen? Nee? Nou het komt erop neer dat een B-mens chronisch slaap tekort komt omdat hij zo onnatuurlijk vroeg moet opstaan van de A-mens. De B-mensen willen dus graag hun eigen maatschappij: een B-maatschappij met B-winkels, B-werkgevers en B-scholen. Een B-dag begint later en eindigt later. Een B-school begint om 10 uur. Een B-baan start om 11 uur. Een B-winkel is open tot 11 uur ’s avonds. Dat soort dingen. En, o ja, een B-jaar kent geen zomertijd. B-mensen hebben namelijk niks aan vroege zonsopkomsten.

Volgens het artikel in De Pers hebben wij zo’n 2 miljoen A-mensen en 3,5 miljoen B-mensen in ons kleine land. De innerlijke klok van de resterende 11 miljoen, de ruime meerderheid, heeft dus tussen de 23 en 26 uur per etmaal. Statistisch gezien hebben dan alle Nederlanders bij elkaar 24,30303 uur per etmaal. Afgerond is dat keurig 24 uur. Daarin moet de hele maatschappij dus passen. En nu verder geen gezeur meer.

Powered by ScribeFire.

Zoef plat

Omdat het nog heerlijk warm was had Zoef besloten om nog even een nachtelijk ommetje te maken voor hij onder de wol ging. Maar het was erg donker in het bos en hij verdwaalde. Een klein beetje maar, hield hij zich voor. Weldra zou hij de bekende weg weer hebben teruggevonden. En jawel, daar zag hij al weer wat bekende bomen. Haastig rende Zoef ernaar toe.

Aangekomen bij de bomen die hij eerst meende te herkennen zag Zoef dat hij voor de gek was gehouden. Deze bomen hadden hem nóg verder van Het Grote Dierenbos weggelokt. Zoef raakte nu in paniek en begon nu in het wilde weg rond te rennen. Plotseling rende hij het bos uit. Hij stond aan de rand van een kale, grauwe strook met witte strepen erop. In de verte hoorde hij een zoevend geluid.

Zoef keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Daar zag hij twee felle lichten die met hoge snelheid op hem afkwamen. Het geluid werd ook steeds luider. Zoiets angstaanjagends had Zoef nog nooit gezien. Dit moest hij even heel goed bekijken zodat hij de andere dieren dit gevaar precies kon beschrijven. Dus hupte hij dapper over de witte streep. De grond voelde ruw onder zijn pootjes. Zoef huiverde. Ineens waren de lichten weg, maar het zoevende geluid hoorde hij nog wel. Zoef liep nog iets verder de kale strook op om te kijken waar de lichten nou toch waren gebleven.

En toen waren de lichten er ineens weer. Zoef werd er totaal door verblind. Hij probeerde weg te springen, maar wist niet meer waar de bosrand was. Zoef bevroor van angst. Met grote ogen zag hij de lichten op zich afkomen. Het gezoef werd een oorverdovend geraas en gebulder. En toen was Zoef plat.

Het was 1 uur ’s ochtends en ik was op weg terug naar huis. De haas kwam uit het niets en ik kon hem niet meer ontwijken. Er was een harde klap en ik voelde hoe ik het arme dier verpletterde onder de banden. Op een parkeerplaats laat ik even de adrenaline eruit beven. De volgende ochtend blijkt de voorbumper ontzet en er kleeft flink wat bloed aan het rechter achterwiel en het spatbord. En ik denk dan: gelukkig was het maar een haas en geen hert…

Powered by ScribeFire.