Dag: 26 april 2011

Uitrekenen of uitsloven?

In een vakblad voor IT-ers (ja, ik ben mij er eentje) lees ik vandaag dat het Rijk experimenteert met cloud.

Veel bla bla, maar de volgende delen vielen me op (ik citeer letterlijk):

In het bezuinigingsprogramma Compacte Rijksdienst dat Donner medio februari 2011 presenteerde stonden reeds de contouren geschetst van de gesloten rijkscloud. Daarbij is aangekondigd dat bij de rijksoverheid het aantal rekencentra de komende jaren wordt teruggebracht van 64 naar vier à vijf.

Dus een groot aantal rijksrekencentra moet geloven aan de rijkskaasschaaf. Maar de klapper is voor mij het volgende:

Minister Donner verklaarde overigens begin maart in een algemeen overleg van de Kamercommissie BZK dat hij niet gecharmeerd was van de Engelse term cloud computing. Hij hoopt op een goed Nederlands alternatief en kwam zelf met het alternatief ‘wolkenrijden’.

Voor niet IT-ingewijden: Cloud computing kun je zien als een vorm van uitbesteding. In plaats dat je je data, applicaties en diensten door interne beheerde servers (eigen sloven) laat “serveren” aan je medewerkers, laat je het serveren door extern beheerde servers (sloven van iemand anders). Het gereken van de rijksrekencentra wordt uitbesteed, binnenrekenen wordt uitrekenen. Daar, uitrekenen, een veel beter alternatief voor wolkenrijden, zeg nou zelf.

De voorgaande allinea plaatste ik ook als reactie onder het bewuste artikel, maar toen ik het had geplaatst zag ik nóg een alternatief voor het door minister Donner bedachte “wolkenrijden”, namelijk uitsloven. Geachte heer Donner, kiest u zelf maar: uitrekenen of uitsloven?

Reusachtig mens

Op de parkeerplaats van de dorpsuper stapt een nogal uit de kluiten gewassen mens uit de duidelijk te kleine middenklasser waar ik net naast wil parkeren. Ik wacht even tot ik er langs kan. Ze kijkt me met gefronste wenkbrouwen aan. Het valt me op dat ze het blijkbaar erg warm heeft, want het zweet loopt in straaltjes over haar nogal zwaar opgemaakte gezicht. Ze draagt roze Crocks. Zo te zien, minstens maat 46. Verbazend dat ze in die kleur in die maat te koop zijn.

Even later kan ik de auto parkeren. Ik haal mijn zoontje uit zijn stoel en rij hem met de boodschappenwagen de super in. Daar kom ik het reusachtige mens weer tegen. Ze is zo breed geschouderd, dat ik haar niet kan passeren in de smalle gangetjes tussen de schappen. “Oma!”, roept mijn zoontje, en wijst ongegeneerd met zijn vingertje naar de enorme vrouw. De vrouw glimlacht even snel naar mijn ventje, en loopt haastig verder.

Als ik mijn boodschappenlijstje helemaal heb doorgestreept, kan ik naar de kassa. En daar legt de reuze-oma net haar boodschappen op de band. Ze moet bukken om haar hoofd niet te stoten tegen het reklamebord dat tussen de kassa’s hangt. Ik probeer niet teveel te staren, dat laat ik wel over aan mijn zoontje. Ik leg mijn spullen ook op de band terwijl de reuze-oma afrekent. “Spaart u ook zegeltjes?”, vraagt het kassameisje. De reusachtige vrouw antwoord met reusachtig zware stem: “Nee hoor, dankuvriendelijk”. En dan valt het kwartje pas voor me. Zijn benen heeft hij dan wel keurig geschoren…

Powered by ScribeFire.