Maand: augustus 2011

De Zure Victoria’s

Bij ons in de voortuin staat een grote pruimenboom. Een week of 5 geleden, voor wij op vakantie gingen, waren zijn takken al zwaar van de pruimen. Allemaal nog lang niet rijp. Het zijn overheerlijke Reine Victoria‘s, genoemd naar Queen Victoria. Na onze vakantie zouden de eerste pruimen al rijp zijn en zouden we tot achter in oktober nog pruimen kunnen plukken. Vorig jaar heb ik zeker een keer of 8 een wasteil vol pruimen geplukt van de takken waar ik bij kon. Veel te veel pruimen voor ons alleen. Liters pruimenjam heb ik gemaakt en aan vrienden en familie uitgedeeld.

Wie schetste onze verbazing toen wij dit jaar na onze vakantie bij de pruimenboom gingen kijken. Geen pruim meer te bekennen aan de hele boom! Zelfs niet aan de hoogste takken. Ook op het gras onder de boom viel afgekloven pruim noch pit te ontdekken. Wie of wat de dader ook moge zijn, hij nam of zij nam (of namen) geen halve maatregelen. Komplete leegroof en voor zover ik kan ontdekken ook geen sporen van de illustere dader(s).

Het vreemde is dat de pruimen nog niet eens halfrijp hadden kunnen zijn toen ze heimelijk werden geplukt. Ze waren dus nog bepaald niet te pruimen die pruimen. Het heeft de daders blijkbaar niets uitgemaakt. Misschien ging het ze wel specifiek om het pruimenzuur. Misschien zijn onze pruimen juist bedoeld om mensen zuur te houden, in plaats van zoet. Ik stel me nu ineens een gemeen gniffelende heksenkring voor dat ergens in de Drentse bossen, bij volle maan rond een ketel bubbelende zuurpruimenjam danst. Ze noemen zich “De Zure Victoria’s”. Afzichtelijke, oude  mopperpotten met vreselijk zure pruimen…

Queen Victoria (Bron: Wikipedia; ze kijkt eigenlijk verdacht zuur op deze foto...)

Powered by ScribeFire.

Advertenties

Opa Guru Willie Nelson

Er kwam een zonderlinge, oude man de camping opgelopen, zwaar leunend op zijn wandelstok vanwege een enorme rugzak op zijn rug. Zijn lange grijze haren wapperden in de wind die van het meer af kwam waaien. Hij begroette ons in het Zweeds met een luid “Hej”. Pal naast ons plekje liet hij zuchtend en steunend zijn hoog opgepakte rugzak van zijn rug glijden. De man rekte zich toen uitgebreid uit, streek zijn grijze haren naar achteren en draaide het handig in een lange paardestaart. Wat een rare oude indiaan, dacht ik. Hij deed me denken aan een andere oude indiaan: Willie Nelson.

Nadat de oude indiaan was uitgerust begon hij heel bedaard zijn hele rugzak uit te pakken. Er kwam een complete één persoons campeeruitrusting uit waaronder een tent die hij al even bedaard maar soepel opzette. Het was zo’n lichtgewicht tunneltentje met drie van die boogstokken erin. Hij zette hem helemaal in elkaar. Toen sleepte hij het tentje theatraal naar een plekje een meter of 10 verderop en pinde het daar met haringen vast. De oude indiaan keek, met zijn handen op zijn heupen, tevreden naar het resultaat. Heel grapping hoor om mij te laten denken dat je pal voor onze tent zou gaan staan met je tent, dacht ik geirriteerd.

De grijze grapjas draaide toen een beetje met zijn heupen en draaide van links naar rechts. En terwijl hij in de richting van het toiletgebouw liep, draaide hij wild zwaaiend mat zijn armen zijn schouders ook even los. Het zag er best soepel uit voor zo’n oude man die lopend met zo’n zware bepakking was aangekomen. Ik vond het er vooral ook nogal  uitsloverig uit zien. Wat een eigenaardige ouwe kerel, dacht ik.

De volgende ochtend, nogal vroeg, hoorde ik ineens een geluid dat verdacht veel leek op dat tuuuuut-geluid dat je hoort als je iemand belt. Blijkbaar had Malle Willie ook een mobieltje bij zich met een handsfree-functie. In de stilte van de ochtend begon de knakker dus uitebreid en handsfree te bellen. Er schalde een nasaal stemmetje over de camping dat Willie nogal luidruchtig en lachend met zijn bromstem beantwoordde. Wat een mafkees, dacht ik.

Die dag zag en hoorde je Willie regelmatig telefoneren. Steeds handsfree, zodat iedereen kon meegenieten. We hoorden verschillende stemmetjes uit zijn telefoon knetteren. Ik verstond er niks van. Al heen en weer wandelende over de camping, met zijn telefoon in de hand op hoogte van zijn borstkas, praatte Willie geannimeerd voor zich uit. Soms moest hij hard lachen, en dan werd er hard meegelachen door de persoon aan de andere kant van de lijn. Neem volgende keer je familie en zakenrelaties toch mee naar de camping, dacht ik.

Op het heetst van de dag – en het was nogal ongebruikelijk heet voor Zweden – kroop Willie Nelson in zijn tent om Siësta te houden. Hij liet de voor en achterflap van zijn tunneltentje wagenwijd open staan. Aan de ene kant zag je zijn grijze hoofd op zijn dunne armen liggen, en aan de andere kant twee oude, blote voeten met pleisters aan zijn grote tenen. Eigenlijk heeft Willie het prima bekeken, dacht ik.

Toen het te donker was om nog te kunnen lezen, en ook omdat de muggen niet van me af konden blijven, kroop ik in mijn slaapzak. Vanuit Willie”s tent klonk toen ineens weer dat getuuuut van zijn telefoon. Dit begon ik langzaamaan erg irritant te vinden. Even later werd er opgenomen. Er klonk een kinderstemmetje van de andere kant van de lijn. En toen begon Willie Nelson ineens te zingen. Heel zachtjes, en heel lief. Het was duidelijk een slaapliedje. Opa zingt een slaapliedje voor zijn kleindochter, dacht ik vertederd. Wat kan een mens zich vergissen, dacht ik daarna.

Opa Nelson vertrok op dezelfde dag van de camping als wij. Ik was als een bezetene alle matjes aan het leegrollen, de slaapzakjes aan het proppen, en onze hele campje aan het afbreken. Opa Nelson deed hetzelfde, maar dan op zijn dooie akkertje. Ineens hoorde ik Opa Willie de Indiaan in uitsteked Duits iets zeggen tegen een Duits echtpaar dat ook op de camping stond. Even later bleek hij ook een behoorlijk mondje Engels te spreken. Toen we van de camping afreden zagen we Opa Nelson weer bepakt en bezakt, verder wandelen. Een brede glimlach op zijn gezicht. Daar gaat een wijze, vriendelijke oude man die intens geniet van het leven, dacht ik.

Een wijze vrouw vertelde me later dat er een oud pelgrimspad langs de bewuste camping (Uskavi Camping by Siggebo/Nora) loopt. Toen ik me dat besefte steeg Opa Willie in mijn achting ineens tot guru.

Powered by ScribeFire.

Mega Mindy! Help!

In de veel te korte vakantie toerden wij door Zweden met twee iPods vol muziek. Op die van mij staat alleen muziek voor mijn wils. Op die van mijn vrouw staat voor ieder wat wils, vooral voor de kinderen (onder andere alles van K3 en Mega Mindy…). Dat zegt een hoop. In ieder geval kwam mijn iPod bijna niet aan de stereo van de auto te hangen. Tot overmaat van ramp werd ik ook nog eens de hele vakantie elke ochtend wakker met “I just came to say Hello!” in mijn hoofd. Op zich een lekker nummer, maar mijn kinderen zongen het de hele vakantie, dag in, dag uit, tot ik er helemaal tiepelzinnig van werd!

Maar mijn iPod lag dus links, in de verdomhoek van de auto. De hele vakantie. Op mijn iPod staan mijn favorietste CD’s (Sting, Dire Straits, Bowie en ook Kraftwerk). Zelf gekocht in mijn jeugd, studietijd en nog een tijdje daarna. Mijn eigen muziekverzameling die ooit trots zo’n beetje de hele muur versierde zodat iedereen kon zien wie ik was. In mijn studentenkamer torende een stoere, zwarte stereo van 3 losse apparaten. Een versterker, een CD-speler en een cassettedeck, met twee machtige speakers in de hoeken. Die stereo heb ik al lang niet meer. Er staat nu een compact alles-in-één-gevalletje in de keuken met een iPod-dock er bovenop. In de woonkamer staat nog zoiets.

Al mijn CD’s liggen nu in een doos op zolder. Dat is toch een beetje een deel van je zelf op een plek opbergen waar niemand het kan bewonderen. Mijn favorietste CD’s staan dus op mijn iPod. En er komt ook niks op dat ik niet mooi vind. Mijn iPod is mijn domein. Gevolg is dat mijn iPod thuis ook vooral links ligt. Ik luister nu een beetje heimelijk naar mijn eigen muziek. Meestal als ik in de trein zit, of alleen  onderweg ben met de auto. Soms, als de kat van huis is, draai ik thuis ook wel eens mijn eigen smaak. Dan ben ik even stiekem helemaal mijzelf. Zielig? Ach, aan de andere kant worden de liedjes van K3 vanzelf leuk. En Mega Mindy mag me natuurlijk altijd komen redden.

Powered by ScribeFire.