Maand: september 2011

Spoekie Poes

Het is rond een uur of 2 ’s nachts als er plotseling gestommel klinkt vanaf de zolder. Ineens ben ik klaarwakker. Het geluid kwam van direct boven ons bed. Daar hoor ik het weer! Bonk Rommeldebommeldeboem. Even later kraakt er een trede van de zoldertrap. En dan weer. Het komt naar beneden! Ik besluit om een kijkje te nemen en kruip zachtjes onder de dekens vandaan. Mijn vrouw heeft kennelijk niets gehoord, want ze is nog in diepe slaap. Op mijn tenen sluip ik de slaapkamer uit, de overloop op. Het licht van de maan schijnt door een kleine kier onder het rolgordijn van het raam naar binnen. En dan zie ik in de schaduw iets bewegen. Een donkere gedaante. Een slaapwandelaartje misschien? “Hee”, zeg ik zachtjes, “wat ben jij aan het doen?”.

Plotseling rent de gedaante dwars door me heen. Het voelt als een ijskoude windvlaag die ik tot op het bot voel. Brrrrrr. Ik draai me om om te zien waar het spook heen is gegaan. Ik zie het nu heel duidelijk, maar ook weer niet. Vage contouren van een lijf met armen en benen. Een gezicht zie ik niet. En dan springt de spookachtige gedaante weer op me af. Ik sta aan de grond genageld. Bevroren van angst. Ik wil het uitschreeuwen, maar er komt geen geluid uit mijn keel. Weer die ijzige kou. Eindelijk krijg ik weer controle over mijn stem en ik stoot een angstkreet uit.

Ik schreeuw mezelf gelukkig wakker. Mijn vrouw wordt er ook wakker van en port me in mijn zij. “Ja ja, ik ben al wakker”, mompel ik. Maar dan hoor ik weer gestommel vanaf de zolder. “Heeft die stomme kat zich weer op zolder opgesloten?”, mopper ik. Ik ga maar eens kijken. Geen kat te bekennen op de hele zolder. Maar op de overloop strijkt ze ineens langs mijn benen. Even verstijf ik van schrik. Kippevel. Precies op die plek sprong dat spook uit mijn nachtmerrie ook door me heen. Gelukkig was het maar gewoon onze kleine poekinees die aan het rondspoken was. Spoekie Poes!

Powered by ScribeFire.

Advertenties

Spinnenleed

bron: zoom.nl

Vanochtend was mijn wereld weer eens in dichte nevels gehuld. De bomen langs het weiland waren vagen schimmen. Daarachter was alles verdwenen. Maar bepaalde dingen worden door de mist juist extra goed zichtbaar: Spinnewebben. Overal om me heen zag ik prachtige, glinsterende draden en witte webben. Vroeger, als ik door de mist naar school liep, dan maakte ik een lus van een soepel takje en ging dan spinnewebben vangen. Vooral die fijne, dichte webjes zijn mooi om te vangen. Na een stuk of 25 webjes krijg je een heel taai velletje. Sterker dan plastic. Dat ik het vlijtige werk van vele kleine spinnetjes had vernield, en dat ze geen vliegjes konden vangen en dus honger zouden krijgen, ging ik helemaal aan voorbij. Hoe wreed is dat?

Op deze mooie nevelige ochtend hadden de spinnen de auto alweer gebruikt om hun webben te verankeren. Het is natuurlijk weer volop spinnentijd, dus loop ik weer elke ochtend met mijn gezicht tegen onzichtbare draden aan. Zelfs als ik met mijn armen voor me uit zwaai. Dankzij de mist kon ik nu wel precies zien waar die draden liepen. Dus ik manouvreerde mezelf over en onder de draden om ze niet kapot te maken. Maar om in de auto te kunnen stappen moest ik toch echt het portier open maken. Daar ontwrichtte ik dus het eerste web. Onbruikbaar viel het in de buxuscubus. Total loss. En toen ik even later achteruit de oprit afreed, trok ik ook de andere spinnewebben mee. Eén voor één schoten ze los. Wat een drama! En ik doe het morgen ijskoud weer. Hoe wreed is dat?

Webben vangen doe ik al lang niet meer, en misschien moest ik het mijn kinderen ook maar niet leren. Maar de auto laat ik niet staan. Misschien moet ik de auto vanavond maar eens met groene zeep insmeren. Zou dat helpen? Ach, wat huichel ik nou toch weer. Ik griezel van spinnen. Als ik eerlijk ben koester ik niets dan wreedheid tegen spinnen. Het schijnt dat chimpansees dat ook hebben. Zie je wel, Darwin heeft dus weer gelijk.

Powered by ScribeFire.

Bek-lijven

Wat een gedrocht van een werkwoord is dat toch: beklijven. Ik lees dus altijd bek-lijven in plaats van be-klijven. Voor hetzelfde geld is “beklijven” gewoon het meervoud van beklijf. Godsamme wat heb jij eigenlijk een ontzettend beklijf! Je bent gewoon één en al bek, zo’n grote bek heb jij. Een soort pacman eigenlijk. Beklijven is dus een bommelwoord. Dat is een woord dat je op meer dan één manier kan lezen of uitspreken, zoals het welbekende bommel-ding.

Iemand vroeg me ooit eens om dit rijtje hardop te lezen:

barneveld
beneveld
theepottuitje
pijpetuitje

Juist: bene-veld en pijpe-tuitje. Nog twee bommelwoorden.
Dit geinige rijtje kan dus mooi worden uitgebreid met:

olijven
beklijven

Lelijk als het woord ook moge zijn, het wordt wel vaak dankbaar gebruikt als een soort excuus wanneer je nieuwe materie niet zo 1-2-3 allemaal kunt bevatten. Het duurt gewoon even voor nieuwe kennis bij mensen beklijft. Voor het blijft hangen dus. Ik doe het nu zelf ook, in mijn nieuwe baan. Gelukkig mag een nieuwe medewerker zich in het begin meestal nog fijn achter zijn (of haar) beklijfproces verschuilen. Ik mag nog ongegeneerd glazig kijken als ik in een vergadering weer eens een term hoor langskomen die ik nog niet kan plaatsen. “Eh, misschien een gekke vraag, maar wat is een TAO?”, vroeg ik nog in mijn proeftijd tijdens een bijeenkomst vol TAO-deskundigen (zo bleek achteraf). Ik zag de verbijsterde blikken best. “Ja, sorry hoor, het moet allemaal nog gaan beklijven voor me”, zei ik dan maar. De verbijstering sloeg meteen om in sympathie.

Ik merk dat dingen bij mij  sneller beklijven als ik het opschrijf. Kortom: schrijven doet beklijven. Dus wie schrijft, beklijft. En laat er nou ook nog dit spreekwoord zijn: blijven doet beklijven.  En daarmee is het kringetje mooi rond.

Toetenbordmissers en andere vergistingen

kaksalon
behanglijk
uitlaatgasten
paalwagens
klankenkoorts
kakkeloos
gebakzucht
komische straling
nachteloosheid
grachtwagen
zeefvliegtuig
groeisport
zalmnoten
gromfiets
visangst
ontbezeming
zwemleer
ruitvliegjes
flutsignaal
ijskraan
gansspoelmiddel
van het kastje naar de buur
ballondeuren
gifantisch
zuurpiet
gilworst
konijnekaas
koehappen
lachsalto

Powered by ScribeFire.

Ik ben natuurlijk geen techneut, maar…

Dit hoor ik toch zo vaak: “ik ben natuurlijk geen techneut, maar…”. Nou ben ík toevallig wel een techneut en vraag mij dus iedere keer, steevast, als ik iemand een zin met die woorden hoor beginnen, twee dingen af. De eerste vraag die me door de kop schiet is: Hoezo zijn techneuten niet natuurlijk? Het is niet zo raar dat ik dat denk, want de persoon zegt letterlijk: “ik ben natuurlijk geen techneut”, dus het is blijkbaar onnatuurlijk om wel een techneut te zijn. Mensen horen blijkbaar natuurlijk géén techneuten te zijn.

Ten tweede vraag ik mij dan ook af waarom niet-techneuten dan toch steeds in de huid van techneuten willen kruipen. Dat is toch tegen je natuur? Het is wat die “maar…” suggereert. Na de “maar” komt altijd een poging om een technische verklaring of uitleg te geven over iets waar ze natuurlijk geen kaas van hebben gegeten. Daarom verontschuldigen ze zich alvast vooraf. Ik ben natuurlijk geen techneut dus alles wat ik nu ga beweren zou natuurlijk best wel eens niet helemaal kunnen kloppen maar neemt u het mij dan alstublieft niet kwalijk.

Sommige mensen beginnen hun verhaal ook heel bewust met “ik ben natuurlijk geen techneut, maar”. Zij gaan dan iets zeggen dat “nogal tamelijk evident” is en door techneuten over het hoofd is gezien. Ha, en dan hebben we een inwrijver te pakken. En het betekent dus dat die arme, onnatuurlijke techneuten geen domme fouten mogen maken, want dan worden ze natuurlijk gelijk aan de schandpaal genageld. Gelukkig hebben techneuten van onnature dan gelukkig wel een hele dikke olifantenhuid…

Powered by ScribeFire.

Mits tenzij

Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Ik geef een positief advies, tenzij aan bepaalde voorwaarden is voldaan”. Dat klopt niet. Ja, mits een positief advies nadelig is voor degene die het krijgt natuurlijk. Een “tenzij” is een lichtpuntje: U stort in die afgrond, tenzij u vleugels krijgt. Een “tenzij” is een ontsnappingsmogelijkheid. Wij houden van tenzijs, want ze zijn hoopgevend.

Het moet dus eigenlijk zijn: “Ik geef positief advies, mits…”. Dat miljoenencontract ligt binnen handbereik, nu alleen nog wat mitsen wegwerken. Wij houden van mitsen noch maren. Mitsen geven een ongemakkelijk gevoel. Een mits heeft altijd een kleine maar reële kans van falen: “De WA-verzekering is een prima verzekeringetje hoor meneer, mits er geen hagelstenen van 7 centimeter op uw dak vallen…”, zegt de autoverzekeringsverkoper geruststellend maar vervolgt dan met: “maar dat komt toch eigenlijk nooit voor…”. De verkoper merkt dat zijn klant nu twijfelt en dan komt de inkopper: “Ja, tenzij dat met die opwarming van de aarde inderdaad vaker gaat voorkomen”. Bingo, de twijfel is weggenomen en de klant gaat toch voor de WA+ met hogere premie.

Kortom: gebruik “mits” tenzij je hoop wilt geven en gebruik “tenzij” mits je twijfel wilt zaaien.

Powered by ScribeFire.

Nieuwe Rookgordijnen

Heren,

Gezien de recente en zorgwekkende ontwikkelingen rond de voor onze discipline bijzonder ongunstige en daarmee onwenselijke vertaling van onze systematieken in ridicuul simplistische bewoordingen stel ik voor om op korte termijn een vergadering te beleggen waarin wij de koppen bijelkaar steken teneinde tegenmaatregelen te treffen in de vorm van nieuwe terminologie en bijbehorende nieuwe afkortingen met als voornaamste doel het begripsvermogen van de werknemers in de uitvoerende afdelingen te ontstijgen maar tegelijkertijd diezelfde mensen ervan te overtuigen dat iedereen hierbij gebaat zal zijn en dat wij naar beste geweten namens hen en in opdracht van de directie handelen in de correcte formulering van organisatiebreed beleid waaraan het uitvoerend personeel maar uiteraard ook wijzelf zijn gehouden.

Vriendelijke groet,
Sjef Noever

 

Powered by ScribeFire.

Chinese Priegel-operatie

Via een Chinese website had ik een dag of 10 geleden een reparatie-kit besteld om de kleine spelcomputer – zo’n Nintendo DS Lite – van onze zoon te repareren. Er viel nog goed op te spelen, maar er was een scharniertje afgebroken van het klapschermpje. Daardoor klapperde dat schermpje alle kanten op. Toen ik eens googlede naar een manier om dit te fixen, kwam ik de zogehete “DS housing repair kit” tegen. En het koste geen drol, dus meteen besteld. Voor de goede orde: een drol koste in dit geval gevoelsmatig rond de 10 euro.

Gisteren viel er een dan dus een pakketje vol met Chinese tekentjes erop, in onze brievenbus. Ik ging er dezelfde avond om 8 uur nog mee aan de slag, wat betekent dat ik het kijken van het NOS-journaal en de bijbehorende bak koffie, beide behoorlijk heilig, liet schieten. Dat vervangen van die housing zou ik wel “eventjes” doen, dacht ik. Juist, niet dus.

Eerst moest het ding uit elkaar, maar al snel zat ik vast. Er loopt klein plat kabeltje met tienduizend kleine koperen lijntjes erin van de basis (het moederbord, wat helemaal niets heeft te maken met servies) van het ding, door het scharnierende gedeelte, naar het klapschermpje. Dat kabeltje moest op een of andere manier los, maar hoe? Doorknippen en weer vast solderen? Gelukkig vond ik op Youtube een handig instructiefilmpje:

Dankzij het filmpje had ik een uurtje later de hele Nintendo DS in een paar-honderd priegeldeltjes uitelkaar op tafel liggen. De wijzer van de klok stond toen al dik voorbij de 10. Goed, dat “eventjes”, was nu dus al “de hele avond” geworden, en ik moest het ding ook nog weer in die nieuwe behuizing zien te wriemelen. Maar in elkaar zetten is toch gewoon het omgekeerde van demonteren? Dus ik speelde het filmpje gewoon even achteruit af.

De Nintendo DS, in honderden priegeldeeltjes uit elkaar

Vol goede moed ging ik aan het werk. Natuurlijk wist ik het nu allemaal wel, dacht ik. Een snelle 10 minuten later had ik het klapschermpje al weer helemaal in elkaar zitten. Met een luide klik sloten de nieuwe plastic behuizingsdelen van het klapschermpje stevig in elkaar, met alle electronica die daar in hoort er weer netjes tussen. Alle electronica? Shit, daar lagen nog het microfoontje en de wifi-antenne. Kon ik de boel weer open trekken.

Het was bijna middernacht toen ik triomfantelijk de onderkant van de behuizing dichtklikte. Dat was een precies werkje, want aan de achterkant van een DS zitten twee grote aktieknoppen. Die zitten vast aan een klein priegel-asje waaraan een nog priegeliger springveertje zit. En je weet wat priegelige springveertjes doen. Die springen er bij de minste trilling uit. Gelukkig geen aardbevingen die avond, en met ingehouden adem lukte het mij dus om de boel dicht te klikken. Alles zat erin. Tijd voor de grote test.

Wat denk je? Juist, er was iets mis. Maar één van de twee schermpjes deed het. En je raadt het al, ik moest zo’n beetje het hele ding weer open maken, want ik had namelijk dat platte kabeltje met die 10-duizend koperen lijntjes erin, niet goed vastgemaakt. Die zat een fractie van een micrometer niet goed in het contactje op het moederbord. Ik weet niet waar ik het geduld en de kalmte vandaan haalde, maar het is me weer gelukt om alles weer in elkaar te zetten. En nu doet íe het weer. Een jaar van mijn leven zit in deze Chinese priegeloperatie, ik weet het zeker.

Powered by ScribeFire.

Otto pakt een bioscoopje

Er komt een roestige, reutelende Volkswagen Golf het levendige uitgaanscentrum van Hoogeveen ingereden. Het is een wrak op wielen en praktisch een oldtimer, maar volgens Otto is het nog een prima karretje. “Beetje roestig, maar verder mankeert er niets aan. Zo maken ze ze tegenwoordig niet meer”, zegt hij tegen iedereen die hem vraagt of het niet eens tijd is voor een nieuwere auto.
Otto kijkt op het klokje op zijn dashboard. Het werkende klokje wel te verstaan. Otto’s hele dashbord zit namelijk volgeplakt met zelfklevende klokjes. Omdat er geen plek meer was, zit het werkende klokje op een oud, kapot klokje geplakt. Otto koopt simpelweg steeds een nieuw klokje als de vorige stopt met werken. Van batterijen vervangen heeft Otto nog nooit gehoord. Het werkende klokje vertelt Otto dat de film over 2 minuten begint.
“Mooi op tijd, nu even een parkeerplaats regelen”, mompelt Otto tevreden. En omdat hij een hekel heeft aan ver lopen, rijdt Otto optimistisch de volle parkeerruimte direct naast de ingang van de bioscoop op. Dan knipt Otto met zijn vingers en er komt een jonge, nerveus kijkende man uit de bioscoop gerend, achter hem aan strompelt met vertrokken gezicht een hoogzwangere jonge vrouw. De man loopt naar de stationwagen die het dichtst bij de ingang staat en zapt de deuren van het slot. Het is zo’n saaie, zwarte leasebak waarvan er dertien in een dozijn gaan. De man springt achter het stuur en start de motor. Als hij zijn portier woest dicht trekt, valt er een papiertje uit de auto dat door de wind wordt opgepakt. Puffend en steunend klimt de moeder in spé ook in de auto en nog voor ze de deur heeft dicht getrokken rijdt de wagen met piepende banden achteruit. Otto krijgt heel eventjes last van een klein beetje schuldgevoel als hij de mengeling van ongelooflijk balen en wilde paniek in de ogen van de vader in spé ziet.
Desalniettemin zet Otto zijn aftandse Golf op de plotseling vrijgekomen parkeerplaats en stapt uit. Otto kijkt omhoog. Er dwarrelt een papiertje naar beneden dat hij in zijn hand opvangt. “Wat een stinkende mazzel”, zegt Otto grinnikend, “een parkeerkaartje met precies genoeg tijd”. Hij legt het braaf onder de voorruit op zijn dashboard en loopt de bioscoop in. Bij het loket koopt hij een toegangskaartje voor de film “Cowboys & Aliens” en even later zit Otto, precies op tijd voor de film, met een grote emmer popcorn (met extra zout) en een grote beker cola (zonder ijs) op een mooie plek midden in de zaal. De stoel is nog warm en de vrije stoel ernaast ook. Otto’s naam is natuurlijk Haas.
Otto maakt nooit plannen, maar doet gewoon wat in hem op komt. Waarom zou je ook plannen als je met een knip van je vingers alle problemen gaandeweg kunt oplossen. Een probleem zoals een parkeerplaats vinden direct voor de deur lost Otto de Magiër natuurlijk niet op door op tijd van huis weg te rijden, maar door “de loop der dingen” een beetje naar zijn hand te zetten. Wat maakt het uit dat die baby een paar uur eerder op de wereld komt. Als dank voor de vrije parkeerplaats en het parkeerkaartje zorgde Otto dan weer wel voor een groene golf op de hele route naar het ziekenhuis én voor een vrije parkeerplaats direct voor de ingang van het ziekenhuis. De directeur die namelijk op bezoek was bij zijn oude moeder die net was geopereerd moest ineens dringend naar de zaak omdat het brandalarm zou zijn afgegaan. Natuurlijk loos alarm…

Powered by ScribeFire.