Maand: november 2011

Wie slim is hoeft niet sterk te zijn

Dat ‘ie slim is, dat wist ik natuurlijk al lang. Maar dat ‘ie “cool” is, dat is een nieuwe ontwikkeling. Hij en ik doen tegenwoordig elke vrijdagavond samen boodschappen. Dat is heel gezellig. En handig bovendien, want hij denkt aan dingen waar zijn vader nooit aan zou denken. Dus daarom hebben we morgen ook een bessensausje voor over de griesmeelpudding.

Bij de kassa helpt hij me om alle boodschappen op de band te leggen. Als alles erop ligt staart hij gefixeerd naar de kassa-display om te controleren wat het kassameisje langs het oogje bliept. De lettertjes en cijfertjes die op het display verschijnen worden via zijn ogen zijn wondere brein ingezogen. Daar wordt de informatie op honderden lopende banden door zijn fantastische verbeelding getransporteerd. Zijn oogjes staan op oneindig. Hij lijkt er helemaal in op te gaan. Ik weet intussen dat hem op zo’n moment niets ontgaat van wat er om hem heen gebeurt.

Als alle boodschappen zijn afgebliept, laat hij zijn hand op de lopende band van de kassa mee gaan. Totdat zijn arm maximaal is uitgetelescoopt zodat de band onder zijn hand doorglijdt. Ineens vraagt het kassameisje aan hem: “Ben jij sterk genoeg om de band te kunnen tegenhou…?”. Nog voor dat ze haar zin af heeft, houdt hij heel cool zijn vingertje voor het sensortje aan het einde van de kassaband. De band stopt meteen, en het kassameisje is totaal verbluft. “O, dat doe ik altijd zo”, zegt hij. “Hij hoeft niet sterk te zijn, want hij is heel slim”, zeg ik trots en ik aai zijn haren eens goed door de war. Ik voel mijn mondhoeken naar mijn oren trekken. Lopen er even later een licht grijzende vader met zijn slimme slungel met onuitwisbare grijnzen op hun smoelen de winkel uit.

Advertenties

Met de driewieler langs de Diamantlaan

Ik ben op ontdekkingstocht, op mijn driewieler. Hoe die driewieler er precies uitziet heb ik geen idee van. Ik neem ook maar aan dat het een driewieler is. De wereld is primair gekleurd: groen, hemelsblauw en goud-geel. Ik rij langs een smal strookje gras dat naast een hoge muur ligt. De muur is zo hoog dat het tegen de lucht aan komt. Ik voel me intens gelukkig. Mama loopt naast me geloof ik, maar dat denk ik omdat ik aanneem dat ik hier niet alleen mag zijn. De wereld is schitterend. 

Dat is hoe ik me dit blije moment herinner. Meer dan dit weet ik niet. Het is mijn eerste herinnering. Vage beelden en een nog heel sterk gevoel van geluk en verwondering. Het kan niet anders dan dat ik me een moment herinner van toen ik nog alleen met mijn papa en mama in een flat aan de Diamantlaan woonde, in Groningen. Ergens tussen 1971 en 1973. Ik was toen 2 jaar oud, misschien bijna 3. Ik weet het niet precies. 

Ze zeggen dat je je niets meer zou moeten kunnen herinneren uit je peutertijd. Nou ja, het is ook praktisch niets. Er zitten ook veel aannames en logische conclusies in om de vage beelden aan te vullen. Toch is het een heel levendige herinnering die me nog altijd doet glimlachen.

Binnenzak

Soms zou ik in de binnenzak van mijn eigen warme jas willen kruipen, terwijl ik het draag
Bijvoorbeeld op zo’n waterkoude, mistige herfstochtend op het perron waar mijn trein moet aanmeren
Heerlijk beschermd tegen de elementen rolde ik me dan lekker op in mezelf
Ik zou weer lekker in slaap dommelen op de deining van mijn eigen ademhaling
En als de trein dan kwam, werd ik ruw door mezelf uit mijn binnenzak gevist en in de trein gesmeten, dat wel
Maar eenmaal zittend in de coupe kruip ik weer fijn in mijn binnenzak en snurk verder

Bron van ellende

Hee!  Jij! Jij daar met je stropdas. Ja, jij. Kom es hier. Goed zo. Luister. Ik wil het eens even met je hebben over… Hee! Kijk me aan! Wat zijn dat voor fratsen zeg, ik wil iets belangrijks met je bespreken en jij zit met je telefoon te klooien. Muhmuhmuhmuh!? Wat zit je nou te mompelen man. O, je verwacht een belangrijk telefoontje. Kom hier met die kwekberry! Zo, die staat uit. Nee, je krijgt hem pas terug als ik met je klaar ben.

Kan je nu effe luisteren? Okee. Ik wil het dus even met je hebben over de bron. Hoezo, welke bron? Nee, een bron kunnen we het inderdaad niet meer noemen. Het is meer een beerput. Dat jij het uithoudt in die lucht! Nuhnuhnuhnuhnuh?? Wat mompel je nou weer? Ja, het is wel degelijk jouw verantwoordelijkheid om de bron schoon te houden. En het kan me niet schelen wie er allemaal in staan te zeiken. Die bron is voor ons van levensbelang en de kwaliteit ervan is momenteel ver beneden peil. Wat nou weer? Interesseert me niet hoeveel lijken er in drijven! Vis ze er uit en wat mij betreft kook je soep van de karkassen.

Waarom jij?? Moet ik je dat echt nog uitleggen? Gottegottegot. Het is jouw taak om alle shit uit de bron te houden en ervoor te zorgen dat de aanvoer op peil is! Daar heb je met bloed voor getekend. Jij bent de aangewezen persoon hiervoor. Jij bent verantwoordelijk en niemand anders. De bron levert gewoon veel te weinig en de kwaliteit is bagger. Hoezo, meer zit er niet in? Dat is niet mijn probleem toch? Los het maar op!

Wat ik van je verwacht? Dat zal ik je eens haarfijn uitleggen mannetje. Jij gaat als de wiedense weerga al die rottende lijken eruit halen en zorgen dat de bron niet alleen voldoende capaciteit heeft, maar bovendien weer kraakhelder is. En je zorgt dat hij kraakhelder blijft. Vanaf nu word je strak in de gaten gehouden. Wat? Of je je kwekberry terug mag? Hier, vangen! Oeps! Wat onhandig van me, nou ligt ‘ie in de bron. Wat een ellende.

Zwermen buizerds

Toen ik veel te hard door de dikke mist en over het tot net boven het vriespunt gekoelde asfalt van de A28 naar huis scheurde, zag ik even voorbij Haren een buizerd op een paaltje zitten. Het beest leek me aan te kijken. In mijn ooghoek zag ik zelfs hoe het zijn kop meedraaide terwijl ik voorbij zijn paaltje zoefde. Gek, dacht ik, zou er soms iets interessants voor buizerds te zien zijn aan de auto? In de linkerbuitenspiegel zag ik hem nog even zitten voor hij in de mist verdween. Nog steeds had ik zijn nakijken.

Een paar kilometer verderop zag ik langs het weiland iets fladderen. Er landde juist een grote roofvogel op een paaltje. Al weer een buizerd. In termen van buizerds hebben we het hier nu praktisch over een zwerm. Ook deze buizerd toonde bijzondere interesse in mij, zo leek het. Toen ik opzij keek, zag ik dat ook dit dier me na keek. Heel vreemd. Rationeel als ik ben schoof ik het maar gauw onder louter toeval.

Weer enkele kilometers verder zag ik, je raadt het al, al weer een grote roofvogel op een paaltje. Nog een buizerd. En verderop nóg een buizerd, en later nóg één. Het wemelde van de buizerds langs de snelweg! Nu viel het me op dat ook andere automobilisten door de buizerds in de gaten werden gehouden. Ik moest ineens denken aan die rare motorfanaten die  tijdens de TT-dagen langs de snelweg gaan staan om naar de voorbij ploffende helmen met grote snorren eronder te kijken. Die buizerds leken dus massaal aan het carspotten te zijn geslagen. Ik viel duidelijk ook in de categorie van spotwaardige weggebruikers.

Thuis liep ik eens goed om de auto heen. Niks te zien natuurlijk. Rare buizerds. Die zitten nu allemaal thuis te gniffelen: zag je ze kijken die rare tweevoeters in hun stinkende machines?Jammer dat er niet eens een ongeluk gebeurde hè? Nou volgend jaar beter.

Waarover ook al weer?

Op een rustige snelweg, gehypnotiseerd door de flitsende witte strepen en het gonsen van de banden van je auto, komen vaak creatieve ideeën naar boven. Ik droom dan tijdens het rijden een beetje bij. Niet weg natuurlijk, maar bij, bij volledige alertheid. Ik kan het ook niet tegenhouden. Autorijden op een rustige snelweg is heel monotoon, dus dan beginnen allerlei gedachten naar boven te drijven. Aan de oppervlakte kabbelen ze prettig door mijn hoofd. Ineens drijven twee gedachten die elkaar nog nooit hadden gezien naast elkaar en vermengen zich. Er ontstaat een nieuw golfpatroon en dan ineens heb je dus zo’n aha-moment.

Dit moet ik onthouden, denk ik bij mezelf. Daar zit wel een leuke verwoede noot in, denk ik dan ook. Op zo’n moment moet ik eigenlijk de eerste de beste P in rijden en het idee ter plekke neerpennen, maar dat doe ik natuurlijk nooit. Altijd weer stel ik een veel te groot vertrouwen in mijn geheugen. Bijna altijd stel ik mezelf dan later enorm teleur. Het idee is dan al weer hopeloos opgelost in de maalstroom van alle dagelijkse beslommeringen. Hoe suf ik me ook peins, ik kan me alleen nog herinneren dat ik een briljant idee had voor een verhaal. Maar waarover ook al weer?

Zonder eten naar bed

Op de radio hoorde ik vanochtend een spotje over kindermishandeling. Hierin hoor je twee kinderen met elkaar praten en eentje verzucht: “ik moest gisteren alweer zonder eten naar bed”. De strekking van het spotje is dat we signalen die duiden op kindermishandeling, moeten melden. Absoluut belangrijk. Wat mij betreft is dat burgerplicht nummer 1. Alleen vind ik het voorbeeldsignaal van dit spotje wel erg ongelukkig gekozen. Deze vind ik namelijk helemaal niet zo duidelijk. Dan moet je ook andere indicatoren meenemen, zoals: , hoor ik dit kind dit vaker zeggen?, is het kind erg mager?, ziet het kind er ongezond uit?

Wij gebruiken de strafmaatregel “naar bed sturen” ook wel eens voor onze kinderen. Die straf wordt typisch uitgedeeld tijdens het avondmaal. Het betroffen kindje is sowieso al moe van een lange schooldag en nogal vervelend. De oortjes zitten dan ook nog eens vol stopverf, dus de luisterfunctie is ook behoorlijk gestoord. En omdat ze familie van mij zijn, liggen ze op dat soort momenten graag zo dwars als een dwarse keutel. In zulke situaties dreigen we nog wel eens met de naar-bed-straf als regeltjes die duidelijk met hen zijn afgesproken, met stampende voetjes worden getreden. Netjes op je beurt wachten en netjes vragen vinden wij aan tafel bijvoorbeeld erg belangrijk. “Als ik iemand nog één keer ‘ik wil’ hoor gillen, kan die naar z’n bed gaan”, zegt papa of mama op gegeven moment dan. We zeggen dan duidelijk wat we zullen doen, en moeten dan ook echt doen wat we zeggen.

Als ze pech hebben liggen ze dan dus zonder dat ze hun bordje leeg hebben gegeten in hun bed. Het komt gelukkig weinig voor en meestal moeten ze het alleen zonder toetje stellen. Naarmate de schoolvakanties dichterbij komen, of naarmate de aankomst van Sinterklaas dichterbij komt, worden de kinderen wel wat minder handelbaar. Dat is heel normaal en dan is vaste routine en duidelijkheid extra belangrijk. Juist dan zijn we als ouders scherper op de dingen die we met hen afspreken. Dan kan het dus wat vaker voorkomen dat we een recalcitrant kindje naar bed bonjouren.

Om even op dat radiospotje terug te komen: ik ben het helemaal eens met de essentie. Ik ben ook blij dat er zoveel aandacht wordt besteed aan kindermishandeling. Alleen het voorbeeldsignaal “alweer zonder eten naar bed” vind ik een beetje vreemd gekozen. Ik hoop dat potentiële melders hun nuchtere verstand blijven gebruiken en pas melding doen als ze zeker denken te weten dat het om structurele ontzegging van basisbehoeften gaat. Eten is zo’n basisbehoefte. En dan drijft toch ook nog de volgende verveldende vraag bij me naar boven: Is er dan ook sprake van kindermishandeling bij kinderen die obesitas hebben vanwege het voorzien in overmatig veel ongezonde voeding en het onvoldoende stimuleren van lichaamsbeweging door hun ouders? 

Nieuwe blogmachine gezocht

Mijn favoriete blogmachine is stuk. Dat is erg vervelend, want ik was er zo aan gehecht. De geestelijk vader van mijn blogmachine had besloten dat het tijd was voor vervanging. Mijn ouwe trouwe blogmachien voldeed voor mij nog prima, maar ineens stond er een nieuwe versie op mijn bureau. Automatisch opgewaardeerd, en ik moet er blij mee zijn, want deze is veel veiliger.

Er hing een kaartje aan het nieuwe blogding waarop te lezen stond dat het me waarschijnlijk wel was opgevallen dat mijn blogmachine er ineens heel anders uit zag. Om te begrijpen waarom dat zo is, moest ik maar even op de blog van de maker kijken. Dat deed ik dan maar. Aldaar moest ik maar geloven dat de opwaardering voor mijn eigen bestwil is en dat ik vooral niet in paniek moest raken.

Mijn oude blogmachine wist precies waar al mijn blogs staan op het web en kende mijn wachtwoorden van buiten. Het nieuwe geval probeerde mijn blogs wel op te halen, maar werd natuurlijk alle toegang geweigerd. En terecht. Aan dit nieuwe onding wil ik mijn blogs ook helemaal niet toevertrouwen. Het ergste is nog wel dat het nieuwe ding al mijn krabbels in één lijst heeft gezet. Ik zie niet meer welke ik al heb gepubliceerd en welke nog werken in uitvoering zijn. Slecht, heel slecht.

Je begrijpt dat ik het liefst mijn oude machientje weer terug zou krijgen, maar dat lukt dus niet, wat ik ook probeer, en ik ben toch bepaald geen digibeet. Op de blog van de maker staat wel dat ik weer kan “neerwaarderen”, maar die oude versie is ineens niet meer “compatible” met mijn bureau. Hoe is dat nu mogelijk? Ik keek nog eens goed naar mijn bureau. Het zou toch niet waar zijn? Jawel dus, ook mijn bureau bleek automatisch opgewaardeerd. Dat blijkt mijn eigen schuld te zijn, want ik had een vinkje in een hokje gezet.

Ik gebruik voor mijn blogs een bureau van het merk firefox. Daarvoor bestaat een blogmachine van het merk scribefire. Een hele mooie combinatie vond ik het. Natuurlijk heb ik geprobeerd om mijn oude bureau weer terug te krijgen. Dat lukte wel, maar mijn oude scribefire weigerde alle medewerking om zich weer op mijn bureau te laten installeren.

Kortom: ik baal. Ik voel me onthand en in de steek gelaten. Ik had graag instemming gehad in de vervanging. Ik had graag een werkende mogelijkheid tot neerwaardering gehad. Ik heb het nieuwe onding met een grote boog weer terug het web opgeslingerd met een boze melding naar de maker. Hij is een trouwe gebruiker en fan kwijt. En ik stond serieus op het punt om eens een donatie over te maken. Nou, die kan hij steken waar het licht niet schijnt.

Dit hartverscheurende verhaal rammel ik op een BlogDesk. Een nieuwe blogmachine waar ik me nu maar even mee red. Het is beter dan niks, maar ik zie nu al dat ik deze niet hou, want het kan mijn blogspot-blog niet aan. Alle tips zijn welkom vrienden.

En tóch zal er snert zijn!

De buitenthermometer beweert vandaag dat het buiten 14 graden is. Wat een slap gedoe. Het zou nu moeten stormen en regenen. Mijn dikke jas en sjaal hangen te popelen in de kast en mijn dunne jas steekt, bij het toevallig passeren van mijn dikke jas, zijn tong uit. Dit zachte weer is snertweer van lik-mijn-vestje. Zo smaakt de boerenkoolstampot nergens naar, laat staan dat we zin hebben in snert.

Het ziet ernaar uit dat mijn kinderen op 11 november in T-shirt langs de deuren kunnen met hun lampionnen. Windstil en zwoel zal het zijn. Vorig jaar stormde het op Sint Maarten. De lampionnen waaiden voor de kinderen uit en hun kleine stemmetjes kwamen nauwelijks boven het gegier en gebrul van de storm uit. Dát is pas snertweer. Dáár worden ze pas hard van. O, wat smaakte dat karige beetje snoep dat ze bijelkaar hadden gezongen ze toen goed.

Op 12 november meert die Spaanse stoomboot ook weer aan in Nederland. Vroeger begonnen de winters al halverwege de herfst en had Sinterklaas een ijsbreker nodig om de Noordzee door te komen. Sint, laat uw dikke tabbert deze keer maar gerust in de koffer en laat uw Pieten maar strooien met ijslollies. En die maan zullen we heus niet door de bomen zien schijnen, want daar hangen nog veel te veel groene bladeren aan. Misschien kunt u beter na de kerst komen, want dan heeft het weer veel meer karakter, hoop ik.

En tóch staat er snert op het menu, met woeste ingrediënten. Eigenhandig gespleten erwten, keiharde winterpeen, een hele kast varkensribben en boer’n rookworst . Dat moet. Het hoort bij de tijd van het jaar. Het ís potverdorie herfst, dus zal er stoer voedsel op tafel komen. Deze miezerige herfst krijgt mij er niet onder. Hah!

Powered by ScribeFire.