Op een rustige snelweg, gehypnotiseerd door de flitsende witte strepen en het gonsen van de banden van je auto, komen vaak creatieve ideeën naar boven. Ik droom dan tijdens het rijden een beetje bij. Niet weg natuurlijk, maar bij, bij volledige alertheid. Ik kan het ook niet tegenhouden. Autorijden op een rustige snelweg is heel monotoon, dus dan beginnen allerlei gedachten naar boven te drijven. Aan de oppervlakte kabbelen ze prettig door mijn hoofd. Ineens drijven twee gedachten die elkaar nog nooit hadden gezien naast elkaar en vermengen zich. Er ontstaat een nieuw golfpatroon en dan ineens heb je dus zo’n aha-moment.

Dit moet ik onthouden, denk ik bij mezelf. Daar zit wel een leuke verwoede noot in, denk ik dan ook. Op zo’n moment moet ik eigenlijk de eerste de beste P in rijden en het idee ter plekke neerpennen, maar dat doe ik natuurlijk nooit. Altijd weer stel ik een veel te groot vertrouwen in mijn geheugen. Bijna altijd stel ik mezelf dan later enorm teleur. Het idee is dan al weer hopeloos opgelost in de maalstroom van alle dagelijkse beslommeringen. Hoe suf ik me ook peins, ik kan me alleen nog herinneren dat ik een briljant idee had voor een verhaal. Maar waarover ook al weer?

Advertenties