Toen ik veel te hard door de dikke mist en over het tot net boven het vriespunt gekoelde asfalt van de A28 naar huis scheurde, zag ik even voorbij Haren een buizerd op een paaltje zitten. Het beest leek me aan te kijken. In mijn ooghoek zag ik zelfs hoe het zijn kop meedraaide terwijl ik voorbij zijn paaltje zoefde. Gek, dacht ik, zou er soms iets interessants voor buizerds te zien zijn aan de auto? In de linkerbuitenspiegel zag ik hem nog even zitten voor hij in de mist verdween. Nog steeds had ik zijn nakijken.

Een paar kilometer verderop zag ik langs het weiland iets fladderen. Er landde juist een grote roofvogel op een paaltje. Al weer een buizerd. In termen van buizerds hebben we het hier nu praktisch over een zwerm. Ook deze buizerd toonde bijzondere interesse in mij, zo leek het. Toen ik opzij keek, zag ik dat ook dit dier me na keek. Heel vreemd. Rationeel als ik ben schoof ik het maar gauw onder louter toeval.

Weer enkele kilometers verder zag ik, je raadt het al, al weer een grote roofvogel op een paaltje. Nog een buizerd. En verderop nóg een buizerd, en later nóg één. Het wemelde van de buizerds langs de snelweg! Nu viel het me op dat ook andere automobilisten door de buizerds in de gaten werden gehouden. Ik moest ineens denken aan die rare motorfanaten die  tijdens de TT-dagen langs de snelweg gaan staan om naar de voorbij ploffende helmen met grote snorren eronder te kijken. Die buizerds leken dus massaal aan het carspotten te zijn geslagen. Ik viel duidelijk ook in de categorie van spotwaardige weggebruikers.

Thuis liep ik eens goed om de auto heen. Niks te zien natuurlijk. Rare buizerds. Die zitten nu allemaal thuis te gniffelen: zag je ze kijken die rare tweevoeters in hun stinkende machines?Jammer dat er niet eens een ongeluk gebeurde hè? Nou volgend jaar beter.

Advertenties