Met mijn laptop op mijn knieën zit ik op Arlanda Airport te wachten op mijn vlucht naar Luleå. Mijn billen lijken wel van blik. De stoelen in de vertrekhal zijn niet gemaakt voor de lange zit. Na een tijdje wil de stoel dat je oprot. Toch zit ik er al ruim een uur in. Ik verdrijf de tijd met het prachtige boek “Italiaanse Schoenen” van Henning Mankell dat ik op Schiphol, na de douane in een opwelling nog even snel heb gekocht. Onderweg naar Stockholm was ik er al in begonnen te lezen en het verhaal pakte me onmiddelijk. 

Het verhaal speelt zich voor een belangrijk gedeelte af in Härjedalen, een prachtige Zweedse provincie. Dezelfde provincie waar mijn gezin en ik pertinent iedere zomervakantie naartoe moeten. Ja, moeten. Het is er zo mooi dat je er nooit genoeg van krijgt. Mankell’s aangrijpende boek speelt er zich af in de bittere winter en is vervuld van bitterheid, eenzaamheid en de dood. Het pakt me deste sterker omdat ik het landschap waar het zich afspeelt zo duidelijk voor me kan zien, alleen dan in het wit. Ik zie het eigenlijk altijd in het groen. Zo’n scherp contrast: groen tegen wit, leven tegen dood, warm tegen koud.

Mankell heeft het in het boek over een bosven dat zo zwart is als inkt. Het lijkt geen bodem te hebben en alles dat erin leeft moet zelf ook zwart zijn, zo schrijft hij. In zijn typische stijl van korte zinnen met eenvoudige woorden maar vol betekenis. Elke zin is precies afgemeten. Hij inspireert me. Ik neem me voor om de bosven op te zoeken in de volgende vakantie. Het ligt aan het einde van een houthakkersweggetje in de buurt van een berg met de prachtige naam: Aftonlöten. Alleen al vanwege de naam van de berg wil ik er heen. 

Ik ben nu op zakenreis naar Luleå, maar ik ben blijven steken op de luchthaven van Stockholm. Het komt allemaal door mijn bagage. Ik reis erg licht met mijn laptoprugtas met de essentiële gadgets en een klein sporttasje met kleding en de nodige toiletartikelen. Dat sporttasje moest ik op Schiphol inchecken van een vriendelijk glimlachende, hemelsblauw gemantelpakte tuttebel. Het woog toch echt maar 5 kilo. In het vliegtuig begreep ik waarom. Het zat bomvol. Toch had ik voet bij stuk moeten houden, want dan was ik namelijk niet gestrand in Niemandsland.

Na het inchecken van mijn sporttasje, kreeg ik een bewijsje waarop ik las dat mijn bagage automatisch door zou worden getransfeurd naar Luleå. Dat leek me dan wel weer handig en ik maakte me er maar niet meer druk om. Boven de wolken las ik mijn boek onder het genot van een muffe KLM-sandwich en een kop koffie. Op Stockholm liep ik rustig van de ene kant van het vliegveld naar de andere kant en checkte in voor mijn doorreis naar Luleå. Lekker op tijd belde ik mijn collega maar eens op die al een dag eerder naar Luleå was gereisd. We besloten om nog wat te gaan stappen in Luleå en stemden een tijd af. “Ik moet nog wel eerst mijn bagage ophalen”, zei ik, “dus het duurt ietsje langer dan”.

“Hoezo heb je je bagage dan ingecheckt?”, vroeg mijn collega toen bezorgd. In zijn ervaring kon mijn bagage namelijk niet automatisch worden getransfeurd naar Luleå: “Ik zou het voor de zekerheid maar even uitzoeken”, was zijn advies. En dat heb ik gedaan. Resultaat: mijn sporttas en ik werden gelukkig herenigd, maar mijn vliegtuig naar Luleå was gevlogen. Zonder mij. Ik kon kiezen uit twee alternatieve vluchten. Ik moest er sowieso een nieuw ticket voor kopen. De eerste vertrok over anderhalf uur en de tweede over 4 uur. Het prijsverschil was ongeveer even groot als het verschil in wachttijd. Nederlands calvinisme in volle glorie: ik koos het goedkoopste alternatief en 4 uur wachten op een vliegveld.

Ik ga maar alvast langs customs en struin wat langs de taxfree shops. Er is niets te koop dat ik wil hebben. Ik hang even aan een koffiebar, maar het is er niet gezellig. Voorbij customs beland je in Niemandsland. Het land dat van niemand is en waar iedereen niemand is. Dus het is het land van iedereen. Ik claim er even mijn stukje van. Mijn kont op een harde stoel en mijn voeten op mijn tas. Laptop op schoot en even lekker de tijd wegbloggen. En voor ik het weet mag ik boarden. Het is een avondvlucht. De zon is al mijlen voorbij de horizon. Of ik een isle of een window seat wilde, vroeg de SAS-dame toen ze de nieuwe ticket voor me maakte. Ik nam zonder na te denken de window seat. Principieel heb ik door het raampje naar buiten getuurd. Helaas, geen poollicht gespot.

Advertenties