Geuren kunnen ineens herinneringen oproepen, maar pijnen blijkbaar ook. Zo werd ik ineens ruim 30 jaar terug in de tijd getrokken naar het moment waarop ik door een auto werd geschept. De klap zelf herinner ik me helemaal niet meer. Wel het moment dat ik ontdekte dat ik op straat lag. Iemand ondersteunde mijn hoofd en zei dat de ambulance zo zou komen. Iemand anders bracht een kussen voor onder mijn hoofd. Mijn been tintelde en kriebelde. Ik voelde er even aan en ontdekte een glibberige uitstulping halverwege mijn linker scheenbeen.

De dag ervoor had ik mijn verkeersdiploma gehaald op school. Daarom mocht ik helemaal alleen naar het zwembad fietsen. Trots was ik daar naartoe onderweg toen ik in tegenovergestelde richting ineens een vriendje zag fietsen. Hij zwaaide al van verre. Of ik ook naar het zwembad ging. Hij moest eerst zijn zwemspullen nog halen. Ik riep dat ik wel even mee wilde fietsen. Dat was goed. Ik gooide zonder om te kijken mijn stuur om. Het bejaarde echtpaar dat mij schepte is zich bijna doodgeschrokken. 

Mijn linker onderbeen was finaal doormidden. Het was een lelijke breuk dat met een metalen plaat gezet moest worden. Zestien dagen lag ik in het ziekenhuis. Na de eerste operatie hielden ze mijn been open voor observatie. Iedere dag moest de wond worden schoongemaakt. Vastgeplakte stukken watten en verband met gedroogd bloed moesten worden losgepeuterd. Dat deed iedere keer gemeen zeer. Ik heb het uitgeschreeuwd en mijn moeders hand blauw geknepen. Toen de artsen tevreden waren over het herstel mocht mijn been weer worden dichtgenaaid. In al die tijd dat mijn been open lag, hadden de huid en al het spierweefsel zich teruggetrokken.

Tijdens de tweede opratie moeten de chirurgen met grof geweld mijn spieren en vel weer om mijn kleine beentje gespannen hebben. Ik stel me voor dat ze eerst de hechtingsdraden hebben aangebracht en daarna mijn been als een strakke laars weer dichtsnoerden. Het voelde voor mij, toen ik uit de narcose kwam, alsof ze het hadden gedicht met een nietpistool. De huid zat zo strak dat ik al door de grond ging als je er te hard naar keek. Ik kreeg een kooi over mijn been, want het gewicht van de lakens van het ziekenhuisbed kon ik niet verdragen.

Het heeft me ongeveer een jaar gekost om weer helemaal te revalideren. Mijn linker scheenbeen heeft nog steeds een lelijk litteken over bijna de hele lengte. De breuklijn op het bot kan ik nog steeds exact aanwijzen. Dat gebied is altijd hypergevoelig gebleven. Ik kan er grote drukveranderingen in de atmosfeer mee voelen. Als je heel zacht met je vinger over het litteken aait voelt dat voor mij alsof je met je nagel over mijn scheenbot schraapt. Al bij het idee griezel ik. Ik vloek de hele wereld bij elkaar als ik even heel licht tegen bijvoorbeeld een tafelrand stoot met dat scheenbeen. Laat nu net dat stukje van mijn lijf het plan opgevat te hebben om er na 30 jaar de brui aan te geven en eens lekker geïrriteerd te reageren.

De huisarts denkt aan scheenbeenvliesontsteking (ook bekend als shinsplint). De fysiotherapeut meende dit hypergevoelige gebied op mijn linkerscheenbeen te moeten masseren. Ik werd er letterlijk misselijk van. Ik kon het nauwelijks verdragen. Dat gaat dus niet werken. Dit gaat alleen met voldoende rust genezen, is mij verteld. Lange wandelingen en file-rijden voorkomen. Dit soort kwaaltjes pakken fysiotherapeuten ook vaak aan met intaping. Maar omdat het gebied waarop het moet worden aangebracht zo ontzettend gevoelig is, kreeg ik eerst even een klein stukje opgeplakt. Het zit erop sinds gisteren en ik voel de hele tijd dat het er zit. Tot op het bot. 

Advertenties