Maand: juni 2012

Niet te bevatten

Op het schoolplein
Huilende gezichten
Het gebeurde in het bos
Zomaar zakte hij in
Wat een schok
Het is niet te bevatten

Ik ken hem niet
Hij is de papa van
vriendinnen van mijn dochter
En voetbaltrainer
Hij is zomaar dood
Het is niet te bevatten

Bij de bakker
Kan ik u helpen?
Ze heeft rode ogen
Het hele dorp huilt
Zelfs de bomen op de brink
Het is niet te bevatten

Aangedaan
fiets ik naar huis
Miezerende regen
op mijn gezicht
Het is gewoon
niet te bevatten

Proberen te trachten

Iemand schreef in een e-mail aan mij dat hij zou trachten om er op het afgesproken tijdstip te zijn. Trachten. Dat lijkt mij een uitstervend woord. Ik hoor het in ieder geval nooit iemand uitspreken. In geschreven vorm kom ik het heel soms nog wel eens tegen. Dat zijn dan heel ernstige, formele teksten. Trachten is hetzelfde als proberen, maar dan serieuzer, meer officieel. Trachten is proberen waarbij je extra je best doet. Trachten is koninklijk proberen. Beatrix tracht. Je heurt het haar zo zeggen.

De mailer van hierboven trachtte mij dus duidelijk te maken dat hij serieus zou proberen om op tijd te zijn. Hij heeft welliswaar moeite met op tijd komen, maar hij gaat het trachten. Onder voorbehoud van alles waar hij geen invloed op dacht te hebben. Hij was ruim een uur te laat, maar hij had het uit alle macht getracht. Ondanks het feit dat ik voor deze afspraak zelf extra vroeg voor van huis was gegaan trachtte ik er dan maar geen punt te maken. Hij had het immers getrácht.Op tijd komen ís ook best moeilijk. Ik weet daar alles van. Misschien moest ik het zelf ook maar eens wat vaker proberen te tráchten. 

Uitverkoren bijzitter

Een tijdje terug werd ik met een ruime meerderheid gekozen als lid van de medezeggenschapsraad van de school van mijn kinderen. Ik had al de nodige MR-varing, dus het was voor de kiezers een no brainer. In een MR-vakblad (jawel, die bestaan) las ik dat MR-leden maar zelden verkozen moeten worden omdat er erg weinig animo voor zo’n lidmaatschap bestaat. Meestal worden de MR-leden gesmeekt om zitting te nemen.

En als je dan toch in de luxe verkeert dat je wordt verkozen, zou dat een bepaalde mandaat moeten geven volgens het artikel in het MR-blad. Je kan dan je stem laten gelden in belangrijke zaken. Je hebt immers “vele” kiezers achter je staan. Vele staat tussen aanhalingstekens, want de opkomst bij de verkiezingen was vrij laag. Micropolitiek. Desalniettemin gaf het me een heel goed gevoel. 

Vanwege mijn MR-varing op een andere school werd er al meteen naar me gelonkt rond de invulling van de voorzittersrol. Heel vleiend, maar ik hield me beleefd terug. Ik wilde eerst vertrouwd raken met routine van de gevestigde orde. Daarom heb ik ingestemd met een vice-voorzittersrol. De oudvicevooritter werd gepromoveerd tot voorzitter. En ik ben dan dus de reserve-voorzitter. In de niet-afwezigheid van de voorzitter, ben ik dan slechts een bijzitter. Maar wel een uitverkoren bijzitter, laat dat duidelijk zijn!

Zware woorden

Behang, Lommerrijk, Beslommering, Klamboe, Gedoe, Balk en Ballon. Loodzware woorden. Qua klank voelen ze voor mij als het laten neerploffen van een mud aardappelen die je kilometers lang op je schouders hebt gedragen. Het komt volgens mij door de manier waarop ik ze zelf uitspreek. Ik heb namelijk een dikke tongval (ook al zo’n vermoeiend woord).

Mijn “L” ligt ver achter in mijn mond. Het kost moeite om hem op gang te brengen.

Mijn “B” zou je moet filmen met zo’n high speed camera. Mijn hele gezicht, hals en nek golven mee door de geweldige schokgolven die ik ermee veroorzaak.

Achter mijn “M” klinkt een diep geaard gegrom die ik vanuit mijn bekken naar boven stuw.

Eenmaal uit mijn mond geslingerd heeft mijn “T” zoveel massa dat de eerstvolgende twee lettergrepen mee de diepte in worden getrokken.

En dan mijn “G”. Die haal ik ergens heel diep uit de aarde via mijn voetzolen. Het giert langs mijn ruggewervels omhoog naar mijn strot. Mijn gezicht vertrekt zich alsof ik moet kotsen en dan komt het naar buiten als het geluid van over elkaar schurende bakstenen.

Ik ben een geboren Groninger. De dikke tong is erfelijk. In het zuiden is de taal veel lichtvoetiger. Zachte zoevende geluidjes brengen ze daar voort. Kost nauwelijks moeite. Moeite. Mijn God, wat een zwaar woord ook. Ik hou er maar over op, want ik wordt er doodmoe van. Gegroet.

Eén tel terug in de tijd

Ken je dat gevoel waarbij je heel eventjes het gevoel krijgt dat je ooit had bij een ervaring uit het verleden? Het flitst door je heen. De echo van een emotie uit je verleden. Het duurt maar heel kort. Veel te kort, want eigenlijk zou je dat gevoel even willen vasthouden om je er in om te wentelen, om de geluiden, beelden en geuren die er bij horen, op te rakelen in je geheugen.

Vanochtend had ik het weer. Ik bracht mijn kinderen naar school en ik wachtte nog even tot de schoolbel ging. De zon scheen en de kinderen speelden schoolpleinspelletjes. Ze hebben nauwelijks zorgen. Waar ze zich druk over maken is de hoeveelheid dagen die ze nog moeten aftellen tot de zomervakantie. Voor hen is dat nog een eindeloze tijd.

Terwijl ik me dat bedacht voelde ik ineens dat gevoel van toen ik zelf als jongetje op het schoolplein liep. In een flits voelde ik de zonnestralen van toen tegen mijn gezicht. Ik voelde eventjes de zwaarte van mijn benen van toen. Ik voelde weer eventjes die moedeloosheid over die eindeloze periode die ik nog door moest zien te komen voor het ein-de-luk vakantie was. Het duurde maar een tel, langer kreeg ik het niet gerekt. Eén tel terug in de tijd.

Milieubarbaren!

Rij ik te genieten van de mooie natuur om me heen, rijdt er voor mij zo’n uitgeleefde roestbak op wielen ten eerste al smerige dampen te walmen, draait de bijrijder het raampje open en komt me daar toch een gore rookwolk uit dat raam! En dan flikkert die ranzige slons tot overmaat van natuurramp ook nog eens de inhoud van zijn asbak leeg in de berm!! Gadverdegadverdegadver! Milieubarbaren!

….

oooooooooooohmmmmmmmmmmmmmmmmmmm

Otto ziet Grijs

“Mevrouw..eh..Grijs?”, Dr. Jan-Jaap van Rooijen kijkt verbaast om zich heen. Om één of andere reden stoort het hem ineens dat de fotolijst aan de muur tegenover zijn deur niet helemaal recht hangt. Dat hem dat ineens stoort is gek, denkt hij. Hij is bepaald geen pietlut. Toch loopt hij ernaar toe en hangt het recht. Op een afstandje kijkt hij er naar en krabbelt aan zijn hoofd. Vreemd. Er is niemand in de wachtkamer.Toch heeft hij het zoemertje van de deur gehoord.

Hij draait zich hoofdschuddend om om weer terug in zijn kamer gaan, maar dan hoort hij een diepe zucht achter zich. Gerda staat op van haar stoel en zegt op gedempte toon: “Hier ben ik, dokter”. Jan-Jaap draait zich met een ruk om. “Wawa…waar komt u nou vandaan?”, stamelt hij. “Ik zat hier al de hele tijd, maar u zag me niet”, zegt Gerda. Ze wijst naar de stoel die recht onder het fotolijstje staat dat hij zo-even recht hing. “U stond zelfs bijna op mijn tenen”, merkt Gerda op.

Jan-Jaap kijkt plotseling naar de stapel tijdschriften op het leestafeltje. Is dat echt de Psychologie van februari 2004? Gerda schraapt even haar keel. Jan-Jaap maakt een komisch sprongetje. “Juist, juist, eh, komt u verder mevrouw…eh..”, hakkelt Jan-Jaap. “Grijs, Gerda Grijs”, vult Gerda hem aan. Ze loopt zijn spreekkamer in en gaat zitten in een grote, bruine, leren fauteuil. Voor de zekerheid neuriet ze een wijsje, om te voorkomen dat de psycholoog haar weer over het hoofd ziet. Het eerste wat haar te binnen schiet is Altijd is Kort Jakje ziek.

Jan-Jaap gaat tegenover Gerda zitten. Er hangt een spinragje aan het plafond, ziet hij ineens. Geërgerd staat hij op en zoekt iets om het ragje mee te kunnen weg vegen. “Wat een bende”, mompelt hij en loopt zijn kamer uit. Even later komt hij terug met de kruimeldief uit het keukentje. Hij klimt op zijn stoel en zuigt her ragje boven Gerda’s hoofd weg. Gerda bekijkt het gelaten. Hij is haar al weer vergeten. Hij bergt de kruimeldief weer op en komt enkele tellen later zacht zingend binnen: “altijd is Kort Jakje ziek…”. Gerda giechelt. “Liedje in uw hoofd?”, vraagt ze.

Gerda kan hierom lachen, maar tegelijkertijd wordt ze er moedeloos van. “Dokter, kunt u me helpen?”, vraagt ze dan. Jan-Jaap ziet haar nu duidelijk in zijn oude fauteuil zitten. Een kleine, spichtige vrouw met sluik peper-en-zout haar dat voor haar gezicht hangt als ze haar hoofd naar voren hangt. Zijn ogen prikkelen en hij wil zijn bril afzetten om in zijn ogen te wrijven. Gerda zegt snel: “dat komt door mij, dat u in uw ogen wilt wrijven”. Jan-Jaap lat zijn handen weer zakken en mompelt: “Opmerkelijk, heel opmerkelijk”. Maar dan staat Gerda woest overeind. Ze stampt met haar voet en roept: “Nee, nee, nee, nee, nee!! Niet opmerkelijk! Dát ben ik dus niet!”

Jan-Jaap ziet haar daar staan. Wat bazelt ze toch? Hij krijgt vaak vage types in zijn spreekkamer, maar deze vrouw is zo vaag dat het hem moeite kost om haar op te merken. Zelfs die gedachte kan hij slechts met opperste concentratie nauwelijks vasthouden. Daarom schrijft hij het meteen op het dossierblad van deze patiënt:

Mevrouw Grijs is een opmerkelijk vage en onopmerkelijke vrouw. Eenzaam. Getraumatiseerd.

“Mevrouw Grijs…”
“Gerda”, zegt Gerda zacht.
“Ja natuurlijk, Gerda… eh… vertel eens, hoe is het met je moeder, heb je goed contact met je moeder?”
Gerda barst in huilen uit. Jan-Jaap schuift geroutineerd de doos tissues naar haar toe. Snotterend en snikkend begint Gerda te vertellen:

“Ik heb al vanaf mijn geboorte ontzettend gekrijst om de aandacht die ik nodig had. Anders was ik van de honger gestorven. Mijn moeder noemde me een krijsbaby. Ik heb haar stapelgek gemaakt. Toen ik 4 was, en voor het eerst naar school ging, merkte de juf me niet op, net als jij net deed in de wachtkamer. Ik speelde altijd alleen, omdat mijn klasgenootjes mij niet zagen staan. Letterlijk. Op die eerste schooldag vergat mijn moeder dat ik bestond. Ze haalde me niet meer op van school”. Gerda haalt even diep adem, is even stil en vraagt dan: “Dokter, hoe bestaat het dat ik de enige ben die weet dat ik besta?”.

Dr. Jan-Jaap heeft alles gehoord en is zichtbaar ontdaan. Maar dan klinkt plotseling een reutelend zoemertje. Van schrik kijkt hij op zijn horloge. Hij slaat Gerda’s dossier dicht en legt het aan de kant. Gerda haalt haar schouders op en staat op van haar stoel. Ze bestaat niet meer voor hem. Jan-Jaap is naar de wachtkamer gelopen en komt even later weer naar binnen. Hij wordt gevolgd door een lange man met woest, ongekamd haar en een lange zwarte, wollen jas. De man trekt verbaast zijn borstelige wenkbrauwen op als hij Gerda ziet en zegt dan: “Dokter JJ, stuur die schoonmaakster eens even weg!”.

Gerda loopt verbijsterd naar buiten. “Schoonmaakster? Welke schoonmaakster?”, hoort ze Dokter JJ antwoorden, “Gaat u zitten meneer Zwartjes. Koffie?” Er klinkt gerinkel van koffiekopjes. “Ja. Graag. En zeg maar Otto”, zegt Otto. Hij kijkt achterom of Gerda al weg is. Ze staat nog in de deuropening. Otto de Magiër trekt zijn linker wenkbrauw op en neemt haar aandachtig op. Dan sluit Gerda zachtjes de deur achter zich dicht en huppelt naar buiten. Ze jubelt van binnen en glimlacht van oor tot oor. Die rare snuiter, Otto, zag haar wél!

Luisterrijke taal

Toch bijzonder dat iets na een opluisterbeurt, er beter uit ziet. Ik denk bij luisteren vooral aan horen en niet aan zien. Laatst hoorde ik ook iemand over een tuin zeggen dat deze heel luisterrijk was. Oudbollig taalgebruik, maar weer dat luister. 

Na even googlen kom ik erachter dat het woord “luister” ontleend is aan het Franse “lustre” en dat op haar beurt van het Italiaanse “Lustro”. Het betekent glans, schittering en glorie. Ons werkwoord opluisteren betekent dan zoveel als oppoetsen tot het glanst. Schone schijn?

Wij Nederlanders luisteren ook bij het horen. Waar komt dat dan weer vandaan? Duitsers hören alleen maar. Dus daar komt het niet vandaan. Het is vast wel weer van een andere taal ontleend. Om ons taaltje op te leuken, ja, op te luisteren. Schitterend toch, taal?

Pappie & Daddy

Vandaag kregen we bezoek van een bevriend homostel dat even een aantal weken uit Amerika was overgekomen. Wat klinkt dat eigenlijk klinisch: “bevriend homostel”. Wat maakt het uit dat het hier om een homostel gaat? Het zijn vrienden. Punt. Een van de heren is al jaren een trouwe vriend van mijn vrouw en ook van mij. Het is zo’n ijdele spierbundel. Uit Hollandse klei getrokken. Ik weet nog dat ik heel verbaasd was toen hij ons vertelde dat hij homo was. Mijn vrouw niet. Zij wist het al tijden en wachtte tot hij het ons zelf zou vertellen. Mijn vrouw heeft een hele goeie gaydar. Ik heb dat niet. Maar ik ben dan weer behept met een botte bijl.

Vorig jaar, in de kerstvakantie, trad hij in het huwelijksbootje met de man (waarvan zelfs ik meteen zou hebben vermoed dat hij homo zou zijn) met wie hij al jaren het bed deelde. Omdat ze namelijk vaders gingen worden. Wij waren natuurlijk ook bij hun bruiloft aanwezig. Vandaag kwamen ze met hun prachtige dochtertje op bezoek. Bij binnenkomst kreeg ik een stoere, joviale handdruk van onze spierbundel. Van zijn gayman kreeg ik voor ik er erg in had drie smakkende zoenen. mwah, mwah, mwaaah. Op iedere wang één. Ik deed automatisch mee. Zijn stoppels schuurden langs de mijne. Ik werd er een beetje ongepast en zelfs verlegen van (ik heb sowieso een issue met die driewangzoen) en ging daarom maar wat stoerder staan. En ik blafte maar even een commando naar een zich van geen kwaad bewust kind.

Zo aandoenlijk om die twee kersverse vaders met hun kleine meid bezig te zien. Ze zijn stapelgek op hun dochter. Ze is dan ook om op te vreten. Het zal dat meisje nooit aan liefde ontbreken. Haar Nederlandse vader is haar pappie, haar Amerikaanse vader is haar daddy. Pappie & Daddy. Mijn eigen kinderen keken er niet van op. Tuurlijk kun je ook twee pappa’s hebben. Niks bijzonders, want ze hebben zelf drie opa’s. Ik weet nog hoe verbaasd ik was toen mijn vader ons over zijn geaardheid vertelde. Mijn zusje niet. “Vond je die verwijfde pianostemmer dan niet ontzettend klef met papa?” Weer die magische gaydar waar blijkbaar alle vrouwen mee zijn uitgerust.

Ze doen maar lekker klef met elkaar. Ik draag het homo-huwelijk een warm hart toe. Mijn zegen hebben ze en ik gun het ze vanuit de grond van mijn hart. Iedereen verdient geluk en liefde, ongeacht je geaardheid. Als ze maar niet klef met mij gaan doen. Toen Pappie, Daddy en hun kleine meid weer afscheid van ons namen, gaf ik beide vaders daarom resoluut dezelfde stoere, stevige mannenhand en hun dochtertje een goegiegoegiedoeidoei.