Een tijdje terug werd ik met een ruime meerderheid gekozen als lid van de medezeggenschapsraad van de school van mijn kinderen. Ik had al de nodige MR-varing, dus het was voor de kiezers een no brainer. In een MR-vakblad (jawel, die bestaan) las ik dat MR-leden maar zelden verkozen moeten worden omdat er erg weinig animo voor zo’n lidmaatschap bestaat. Meestal worden de MR-leden gesmeekt om zitting te nemen.

En als je dan toch in de luxe verkeert dat je wordt verkozen, zou dat een bepaalde mandaat moeten geven volgens het artikel in het MR-blad. Je kan dan je stem laten gelden in belangrijke zaken. Je hebt immers “vele” kiezers achter je staan. Vele staat tussen aanhalingstekens, want de opkomst bij de verkiezingen was vrij laag. Micropolitiek. Desalniettemin gaf het me een heel goed gevoel. 

Vanwege mijn MR-varing op een andere school werd er al meteen naar me gelonkt rond de invulling van de voorzittersrol. Heel vleiend, maar ik hield me beleefd terug. Ik wilde eerst vertrouwd raken met routine van de gevestigde orde. Daarom heb ik ingestemd met een vice-voorzittersrol. De oudvicevooritter werd gepromoveerd tot voorzitter. En ik ben dan dus de reserve-voorzitter. In de niet-afwezigheid van de voorzitter, ben ik dan slechts een bijzitter. Maar wel een uitverkoren bijzitter, laat dat duidelijk zijn!

Advertenties