Het beest zoemt zenuwachtig door de kamer. De rode knor ligt naast me op de bank. Zijn oren bewegen. Hij richt ze op het gezoem. Ik kriebel hem geruststellend over zijn buik. “Zou je die vieze vlieg niet eens gaan vangen?”, vraag ik hem. Maar hij rolt zich op zijn rug.

Intussen word ik kriegel van dat gezoemzoem om mijn kop. Het vliegt een kriebelige vlucht. Nerveuze bewegingen. Willekeurig door mijn gezichtsveld. Alsof het in wilde paniek naar iets op zoek is. Ik word er gek van, dus ik sla er woest naar. Het lukt me om de vieze vette vlieg een flinke mep te geven als het voor me langs buzzt. Met een geruststellende tik slaat het beest tegen de muur, en dan op de grond. Einde buzz. Mooi

Nu kan ik weer mijn aandacht bij de film houden. Er vliegen afgehakte ledematen en hoofden in slow motion over de buis. Die vlieg leidde me van al dat geweld af. Maar nu is hij verdelgd. De rode knor krijgt het zo meteen als snoepje. Ineens zie ik iets over de parketvloer trippelen. In een kronkelig patroon van duizeligheid. Het is die stomme strontvlieg weer. Het stijgt op en vliegt pissiger dan ooit rond de kamer. Maar het wordt roekeloos en sjeest de halogeenlamp in. Daar wordt ‘ie geroosterd als een pinda. Nog een laatste zwakke bzz en dan is het afgelopen met hem.

Leonidas werpt zijn helm af. Gooit zijn zware schild op de grond. Hij veinst zich te onderwerpen aan de overmachtige Xerxes, maar dan…buzzzebuzzzebuzzzebuzzzzzz. De onsterfelijke strontvlieg is herrezen uit zijn hoopje as. Terwijl ik als een wildeman door de kamer spring met een opgerolde krant zie ik nog net hoe Leonidas verdelgd wordt door een hemelverduisterende regen van pijlen. Mijn Spartaanse vlieg trotseert mijn toorn. Ik weet niet hoe ‘ie het doet, maar ik zweer je dat het gezoem een smalend toontje kreeg. Ik geef het op en ga maar slapen.

Advertenties