Toen ik – lang geleden – introk bij mijn (toen nog) vriendin, maakte ik kennis met de killer-kaasschaaf. Een geslepen ding dat al menige duim had gescalpeerd. Die van mij niet. Ik leerde al snel om het loeder met respect te behandelen, vooral bij de belegenere kazen. Ik zorgde er dus altijd voor dat bij het uitschieten bij het schaven mijn duim- en ook andere vingertoppen niet konden worden geraakt.

De killerkaasschaaf hebben we nog steeds en nog altijd is het ding gemeen scherp. Maar onlangs meende mijn vrouw dat het tijd was voor een nieuwe. Ik was eigenlijk nog heel tevreden met de oude, dus ik gebruik die nieuwe dan maar als de oude in de vaatwasser zit. Het nieuwe geval blijkt een regelrechte K-schaaf. Er valt gewoonweg niet fatsoenlijk mee te schaven. Het lukt me niet om er mooie regelmatige plakjes mee te schaven. Het schraapt meer dan dat het schaaft. Het is een regelrechte kaasverkrachter en heeft het vooral gemunt op zachte, jonge kaas.

De kaasschaaf is overigens uitgevonden in Noorwegen. Tijdens onze vakantie trokken wij door dit prachtige land. En de bewuste K-schaaf was mee. Mijn vrouw had het heel praktisch in het ontbijt- en lunchkratje gestopt. Bij de eerste schaafgelegenheid pakte ik het uit het krat. Toen ontdekte ik pas dat het de K-schaaf was. Ik zweer je dat het er zeer zelfingenomen uitzag. En toen ik het over een zacht Noors stukje kaas trok, waren verfrommelde frotjes kaas mijn deel. “Ach, jij kan ook niet met dat ding overweg!”, sneerde vrouwlief. De K-schaaf keek me zo mogelijk nog zelfingenomener aan. Er stak nog een flapje kaas uit de snede waardoor het ook nog leek alsof het een tong naar me uitstak: “lekker puh!”.

Je begrijpt het, ik koester een zekere wrok jegens de K-schaaf. Temeer omdat het zich in de handjes van mijn vrouw voorbeeldig gedraagt. Op een dag moest ik even wat bekers omspoelen. Die lagen in het (opvouwbare) afwasteiltje. In het campingkeukentje kwam ik er achter dat ik bloeide. Er drupte namelijk bloed in de gootsteen. Mijn bloed. Afkomstig uit een jaap aan mijn middelvinger. En ik kon me niet herinneren dat ik iets had gevoeld. Dus ik ben langs iets vlijmscherps gekomen met mijn vinger.

Terug bij de tent liep ik mijn recente handelingen eens na. Te beginnen bij de afwasteil. Daarin lag de K-schaaf onschuldig maar o zo verdacht voor zich uit te kijken. Het valse kreng moet me hebben gepakt toen ik de bekers uit de teil haalde. Sindsdien weet ik het zeker, de haat is wederzijds. Weer thuis heb ik die goeie ouwe killer-kaasschaaf teder ter hand genomen en liefdevol – met de keukenla open zodat de K-schaaf het kon zien – een perfect plakje heerlijke jong-belegen kaas geschaafd en in volste vertrouwen zo met mijn mond van mijn geliefde killertje gehapt. En toen nog eens. En nog eens! Hah!

Advertenties