Otto de Magiër staat midden op de hei. Zijn grote, blote voeten een eindje uit elkaar in het natte veen. Armen naast zijn lichaam, vingers gespreid. Zijn ogen zijn gesloten en zijn gezicht is ontspannen. Hij stond daar al voor de zon op kwam. Hij staat er al uren. Om hem heen is het heel stil. Zelfs de wind die hier altijd staat is gaan liggen. Otto heeft zijn plaats in genomen lijkt het wel. En dat is dan ook precies wat hij heeft gedaan. Otto is de wind. De wind die door Nederland waait. Behalve op dat plekje op de hei.

De wind waait kriskras door het hele land. Plagerig schudt hij haren in de war en blaast hij toupetjes in de lucht. Hij ruist door het gewas en giert over de daken. Hij laat de populieren buigen en maakt schuimkoppen op het water. Otto is in zijn element. Dan ziet hij beneden op straat, in een drukke stad een klein mannetje lopen met golvende witte lokken. Professionele body guards om hem heen. Otto gaat er onbevreesd op af. Onderweg verzamelt hij zand en bladeren. Hij begint te draaien. Steeds sneller en sneller. Het mannetje met de witte lokken kijkt nu argwanend in zijn richting. Hij likt nerveus aan zijn bovenlip. 

Op de hei balt Otto zijn vuisten. Het kleine mannetje duikt angstig ineen achter zijn body guards. Een woeste, wervelende kolom van zand en bladeren raast op het groepje af. De body guards gaan dichter om het kleine mannetje staan. Otto giert om hen heen. Steeds harder en harder. Het groepje is helemaal verdwenen in zijn onstuimige wervelwind. Het geraas is oorverdovend. De body guards staan ineengedoken met hun armen voor hun gezicht. En dan is het plotseling afgelopen. De body guards wrijven het zand uit hun ogen en slaan de bladeren van hun kleren. Het kleine blonde mannetje ligt op de grond, zijn armen stijf om zijn opgetrokken knieën heen.

Door het hele land kijken honderdduizenden mensen ineens verdwaasd naar het rode potlood dat ze in hun hand hebben. Het lijkt wel alsof ze uit een droom zijn opgeschrikt. De punt van het potlood zweeft boven het stembiljet. Vertwijfeld wrijven ze door hun haren en schudden ze hun hoofd. Er valt zand op het stembiljet. En dan, in een moment van absolute helderheid, kleuren ze toch een ander vakje rood.

 

Advertenties