Maand: november 2012

Mijn slimme telefoon

Mijn slimme telefoon…

  • weet wanneer ik verdwaald ben en geeft me na een aantal dagen automatisch als vermist op
  • weet wanneer ik te laat kom en zorgt dan automatisch voor een hele goeie smoes
  • weet waar de dichtstbijzijnde telefooncel is als ik weer geen bereik heb
  • weet waar mijn andere sok is
  • weet wanneer de batterij leeg is en gaat dan vanzelf uit
  • weet wanneer ik op de rem moet trappen
  • weet of ik gelijk heb als ik zeg dat ik een gaslucht ruik
  • weet wanneer de poes ontvlooid moet worden
  • weet wanneer ik ergens teveel voor betaal
  • weet waarom de trein stil staat en welke trein ik dus niet halen zal
  • weet wanneer ik stom ben dat ik geen paraplu bij me heb
  • weet hoe je ‘kak’ moet vertalen naar Swahili, Lets, Fins, Traditioneel Chinees en nog 40 andere talen
  • weet de exacte locatie van iedere lamp waar ik tegenaan loop
  • weet waar en wanneer ik mezelf tegen kom
  • weet wanneer de rapen gaar zijn
Advertenties

Neem je even een spookje voor me mee?

Spookje

Gisteren ben ik tegen alle zin (die ik eerst wel degelijk had, maar door allerlei stomme kopzorgen was verschrompeld en nukkig in een hoekje van mijn hoofd was gaan zitten) in  met het hele gezin naar Denekamp (Twente) vertrokken. Voor een gezellig weekendje met de schoonfamilie. Mijn schoonouders hadden ons ter ere van hun 40 jarige jubileum uitgenodigd om met z’n allen een lang weekend in een luxe bungalow door te brengen. Toen mijn schoonmoeder me een maand geleden of zo vroeg of ons dit leuk leek zei ik: “schoonma, dat lijkt me echt heerlijk, wat een leuk idee!”.

Maar op de dag van vertrek trok de hemel boven mijn kop dicht. De wolken boven mijn hoofd torenden zich op tot een dreigende donderkop. Ik had dus geen meter zin meer en gedroeg met als een volwassen kleuter. Ik reageerde dat op alles af dat lawaai kon maken: de schone pannen uit de vaatwasser, deuren en mijn arme schat van een dochter.

Ik lag dwars als een kleuter en bemoeide me tegen alles in, waardoor er dus iets essentieels niet in de bagage kwam: de toilettas van mijn vrouw, met daarin o.a. haar tandenborstel en schildklierhormoonpilletjes. Daar kwamen we dus pas achter na anderhalf uur rijden, bij aankomst in de bungalow.

Je begrijpt dat me een behoorlijke en terechte preek te wachten stond van mijn vrouw. Die preek bespaar ik je. Het volstaat te zeggen dat er enkele spoedinkopen moesten worden gedaan bij de plaatselijke apotheker en drogist.

Toen we samen naar de auto liepen voor die boodschapjes, riep onze zoon ons na vanaf de voordeur. Hij riep: “Nemen jullie ook even een spookje voor me mee?!”. Dat was natuurlijk heel komisch en het brak het wolkendek boven mijn botte hoofd weer wat open. Hij bedoelde zijn Ikea nachtlampje “Spöka” die hij dankzij zijn nukkige vader dus ook had vergeten.

Mijn vrouw en ik zijn nog niet eens de helft van de 40 jaar getrouwd. En ik zou het heel knap vinden als ze dat zo lang gaat volhouden.

De netnietnies

Ken je dat, dat je een ontzettende nieskriebel hebt, en dat je heel graag wilt niezen, maar dat ‘ie er maar half uit komt? Da’s echt verschrikkelijk als dat gebeurt. Niezen is het lekkerst als je het vanuit je tenen kan doen. Ik begrijp die mensen die hun niezen afknijpen dan ook niet. En tegelijkertijd verbaas ik me erover dat bij die niesknijpers de trommelvliezen niet scheuren.

Ik kneep ooit eens mijn nies tijdens een klassiek concert. Ik was snipverkouden en men zat al voortdurend geërgerd achterom te kijken naar mij als ik voor de zoveelste keer net in een stilte in de muziek mijn neus ophaalde. En toen moest ik dus ineens heel erg niezen, precies in een heel zacht stukje waarin een dwarsfluiter iets heel fragiels en prachtigs deed. Maar ik hield het niet meer. Ik kneep de nies af, in mijn zakdoek. Het luchtte geen meter op, dus het bleef kriebelen (het werd alleen maar erger) en ik bleef maar niesknijpen. Mijn oren deden er pijn van en de tranen liepen over mijn gezicht. Een nies moet gewoon door je neus en mond naar buiten, op maximaal vermogen, want anders kan de niesfunctie zijn werk niet goed doen.

Uiteindelijk ben ik naar het toilet gegaan om even uitgebreid en ongeneerd te niezen. Ik moest eerst langs een lange rij geërgerde mensen strompelen. In het toilet aangekomen ging ik voor de spiegel staan en keek naar mijn druipende gezicht. Mijn neus was rood en mijn ogen rood doorlopen. Ik trok die typische niesgrimas en zette mezelf helemaal open voor die heerlijke, woeste, bevrijdende nies. Mijn neusvleugels tintelden, mijn wimpers trilden, ik liet hem al zijn kracht verzamelen, vanuit mijn tenen:

Ha…haaaaa…haaaaaaaa….hjaaaaaa….HJAAA….HAAAAAA….

HAAAAAAAAAAAAAA!!!!……

NNNNJAAAAAAAAH……tssssjit

Niet die zalige ontlading. Geen bevrijding. Geen opluchting. Mijn neus en ogen leken wel in brand te staan. In de spiegel keek iemand naar me terug die ik nauwelijks herkende. Kleine oogjes, enorme rode neus, mond half open, boventanden zichtbaar. Het resultaat van de gevreesde netnietnies. En ondanks alle prikkelende tintelingen in mijn hele gezicht was de niesbui opgelost en kwam niet meer terug voor een herkansing.

Ik sjokte maar weer naar de concertzaal terug. Deed de deuren open en kroop weer voor al die mensen langs, terug naar mijn stoel. Het hele orkest, inclusief alle slagwerkers ging net geweldig tekeer. Een magnefieke muzikale klimax: PAHMPAHMPAHM! PAHMMM! PAAAHM! … PAMMM!….PAAAAAHM…En plotseling kwam hij dan toch. Niet tegen te houden. Ik keek angstig om me heen. Het kón nu wel. Het orkest zou mijn nies camoufleren, dus ik liet ‘m komen. De muzikale klimax bouwde verder op:

RRRRRAHMPAHMPAHM! PAHMMM! PAAAHM! … PAMMM!….PAAAAAHM………PAHM…..

en in de stilte voor de finale orkestrale uitbarsting kwam mijn fenomenaalste en best getimede nies ooit:

WHAAAAAAAAAAAAATSSSSSJOEOEOEOEOEOEOEH!!!

…en toen volgde het orkest met PAAAAAAAAAAAAAAHMMMMMMMM!  En ik was me toch een partij opgelucht zeg! Ik ga natuurlijk nooit meer snipverkouden naar een klassiek concert.

My Precious Lie

Last night I slept poorly
I seem to have lost my lie 

I think it lies low
to hide from the truths

Torturing truths that haunt me
Driving away the lie I cherisch most

Everyday worries paint too vivid pictures
On the inside of my buzzing skull

My headlights won’t switch off
Preventing me from submerging into my lie

If I could smash those lights
Smother the echoing worries

If I could just flush my mind
Paint black the inside of my skull

Worriesome truths be gone!
Come back to me, my precious lie!

blogs zijn egosculpturen

Misschien moet ik in de titel ook nog ergens het woordje “vaak” invoegen, maar zo zie ik blogs. Mijn eigen verwoede noten zijn duidelijk pogingen om mijzelf vorm te geven. Verwoed hak ik soms op mijn graniet los. Af en toe stuit ik ook op zachtere lagen en pak ik wat fijner gereedschap. Mijn blog spiegelt facetten van mezelf af.

Bij andere bloggers zie ik hetzelfde. Ze zijn bezig met hun eigen egosculptuur. Dat is vaak een zelfontdekking, maar ook al te vaak een zelfbevlekking. En hoe dikker dat laatste erop ligt, des te meer ik me daarover verbaas. De bloggers bij wie ik graag kom lezen zijn in mijn ogen heel authentiek. Daar hou ik blijkbaar van, van eigenheid. Oneigenlijke, gekunstelde dingen stoten me af. En het is een hele kunst om niet te kunstelen. Echte kunst is ongekunsteld. Echte kunst is eigenlijk geen kunst, als je begrijpt wat ik bedoel.

Zelf hou ik een handje vol blogs bij, en ik merk heel duidelijk dat de verhalen die me veel moeite kosten om te produceren, bijna altijd nul-komma-nul reactie of bezichtigingen krijgen. Ik ben dan gewoon te krampachtig. Dan wordt het dus veel te gekunsteld. En aan de andere kant kan ik me iedere keer weer verbazen over het aantal bezichtigingen en waarderingen bij verhaaltjes waarvan ik zelf dacht van: ach, ’t is niks, maar ik plemp het maar op m’n blog. Het stuk dat je nu probeert te verteren is er ook zo eentje. Dus ik verwacht louter lof.

eenzijdig telefoongesprek

ja….ja……ja……..ja……….hmm-hmm……ja…ja,ja,ja……ja maar…jaaja….hmm-hmm……ja……hahahahaha dat doet me..wat zeg je?…..ja…….ja……ja……zeg kee…..ja…jaaaja…zeg kees…o ja….nee hoor…neeeee….ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja……ja…..ja…..ja…..ja…..ja…..jjjjja…juist…ja helemaal goed joh….nee hoor…nee…tuurlijk….nee hoor geen prob…wat?….ja…ja…hmm-hmm…ja…ja…zeg kees ik moe………ja……….hmm-hmm……..hmm-hmm……..hmm-hmm………ja………leuk…….nee……ja….ja ik sprak hem van de week en….ja…ja…ja……zeg kees, ik wou nog even zeggen dat…wablief?…o…ja…ja..nee begrijp ik joh…ja…..okee….ja hoor…..ja….dag kees bedankt voor je tijd, joe! hoi..dahaag kees

Dingetjes

Ik vraag: “Heb je nog iets met dat idee van jou gedaan?”.
Collega antwoordt: “Eh, tja, het is een beetje een dingetje geworden”.

Ai, heel vervelend, dingetjes. We hebben liever geen dingetjes. Als iets een dingetje wordt, of dreigt te worden, gaan teveel mensen er iets van vinden. Meningen raken verdeeld. Wat eerst heel eenvoudig leek, is uitgegroeid tot een complicatie.

Plotseling lopen er beren op de weg. Beren die jij weg wuift. Maar door je gewuif wordt het dingetje alleen maar groter. Het wordt steeds moeilijker voor je om het dingetje te blijven zien voor wat het eerst was. Je oorspronkelijke idee wordt steeds minder leuk. Het is niet meer helemaal jouw ding, zeg maar. 

 

Nep-Limburgs

Het Sinterklaas-journaal haalde vandaag het nieuws doordat er in een scene die zich in Roermond afspeelde “nep-limburgs” werd gesproken. Dat kon natuurlijk niet. De arme Limburgers zouden zich “te kakken” gezet voelen. Och gut. Laat me alsjeblieft niet lachen zeg. Dit gaat toch helemaal nergens over? Dialecten nabootsen is ontzettend alledaags. Ik heb Amsterdammers nog nooit horen klagen over nep-Amsterdams. Ik heb Hagenezen nog nooit horen zeuren over nep-Haags, Ik heb Groningers (en plattelanders uit het Noord’n) nog nooit horen mopperen over nep-Grunnings en andere nep-platte-taal. Cabaretiers doen het veelvuldig en vaak direct bedoeld als een te-kakken-zetting en dan lachen we ons allemaal dood. Maar wordt er in een onschuldig kinderprogramma (wat het Sinterklaasjournaal is) een heel onschuldige poging gedaan om een scene een beetje Limburgs te laten klinken, dan worden Limburgers boos. Kom op zeg.

Dialecten zijn prachtig. Niks mis mee. En als je je te kakken gezet voelt omdat een ander jouw dialect nadoet, dan komt dat voort uit je eigen weggestopte gene voor je dialect. Wees gewoon trots op je dialect en lach fier met de naäpers mee. 

R.I.P. Prikkie

We hadden niet echt een band hoor, Prikkie en ik. Ik weet niet eens zeker of we überhaupt wederzijds bevriend waren. Laatst kwam je ineens bij m’n vuurkorf scharrelen toen ik wat takken aan het verbranden was in de tuin. Ik geloof dat toen ongeveer onze vriendschap begon. Althans, van mijn kant. Je was een prikkelig tiepje, maar dat staat vriendschap niet in de weg, leek mij.

Maar toen vonden we je ineens bij onze voordeur. Ach kleine Prikkie, wat deed je daar nou? Egeltjes horen fijn onder blaadjes te scharrelen en zich lekker vet te mesten voor de winterslaap. En jij was nog lang niet vet. Je was nog maar een klein hummeltje dat nog heel veel wormen, slakken en insecten moest eten. Was je soms ziek? Het komt vaak voor dat egels ziek worden van parasieten door het eten van slakken en wormen.

We dachten eerst dat je al ging winterslapen, dus we zetten je onder de buxes tussen de bladeren. Een heel rustig plekje, waar je lekker beschut zat. Toen leefde je nog, want je bewoog toen we je stekels aanraakten. Maar ik maakte me zorgen. Ik vond het nog wel vroeg voor de winterslaap. Je was ook nog niet groot en zwaar genoeg.

Toen ik na een tijdje weer eens bij je ging kijken, vond ik dat je er wel heel levenloos uitzag. Ik besloot om je in een doos te doen en binnen neer te zetten, zodat je weer op temperatuur kon komen. Ik legde zelfs een warm kruikje in de doos. De volgende dag bracht ik je naar een egelopvang (stichting ’t Egelhuus) in Havelte. Een lieve, oude dame woont daar in een prachtige woonboerderij met tientallen egels. In haar woonkamer was de afdeling intensive care.

De oude egelverpleegster zag het meteen: ze noemde je een miserabeltje. Hartstikke dood. Maar ik had alles gedaan wat ik kon doen, verzekerde ze mij. In de intensive care stonden een stuk of 8 egelziekbedjes. Eentje bleek zwaar getraumatiseerd door het verlies van zijn broertje die voor z’n ogen werd platgereden. Deze zou het waarschijnlijk ook niet overleven. En op de deel logeerden nog 16 egels, die al flink waren aangesterkt dankzij haar goede zorgen.

Maar voor jou was het al te laat. Ze bedankte me voor alle moeite die ik voor je heb gedaan. Ach, ’t was geen moeite. “Ik help ieder dier in nood, ook al is ’t ie waarschijnlijk al dood”, zei ik glimlachend. De Lenie ’t Hart van de Egeltjes knikte daarop vriendelijk maar wees mij daarna kordaat weer de deur. Bij de deur zei ze nog dat ik je thuis maar even op een rustig plekje moest begraven. En die laatste eer heb ik je natuurlijk bewezen.

R.I.P. Prikkie.