Maand: december 2012

Superman geveld door groene kloddertjes-virus

Volgens mij ben ik een superheld geworden. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar ik overweeg serieus de aanschaf van zo’n strakke hansop waar je onderbroek dan overheen draagt. Met bijpassende wappercape.

Het zit zo: Mijn halve gezin, echtgenote incluis, ligt in de lappenmand te blaffen en te steunen. Ik vlieg (vuist naar voren, één knietje opgetrokken) af en aan met kopjes thee en kippensoep. Ik dep gloeiend hete voorhoofdjes met natte washandjes. Ik wring nat gezweette lakens uit. Tegelijkertijd doe ik boodschappen, vier ik het kampioenschap van het voetbalteam van mijn zoontje (die niet ziek is) en breng ik een beleefd bezoekje aan het 40-jarige jubieumfeest van de buren. En tussen de heldentoeren door stop ik ook even de halve inboedel in verhuisdozen, doe ik de was en kook ik het eten (waar vervolgens de helft van over blijft).

Ik moet onfaalbaar zijn voor mijn geliefde Metropolisje. Dus ik suis stoer rond het huis. Te snel voor het menselijk oog. Dan flits ik hier heen dan zoef ik daar heen. Maar het griepvirus dat ik zo dapper bestrijdt, vecht gemeen terug. Ook bij mij ontwikkelen zich de kryptonietgroene klodders. Te snel, te snel. Plotseling ben ik toch weer die sterfelijke sukkel met die bril. Mijn Lois wil ineens een tosti, maar haar held laat het afweten, of toch niet…

Advertenties

Klaar met dit jaar!

Van mij mag dit jaar wel om zijn. Ik ben er namelijk wel klaar mee. Nou ja, klaar, ik bedoel niet klaar in de letterlijke zin. In tegendeel zelfs. We motte namelijk nog effe een hele verhuizing doormaken. Dat kon nog precies tussen kerst en oud&nieuw. Inpakken tijdens de kerstdagen en uitpakken op oudjaarsdag. Leuk! Op de 28e, om 8 uur s’ochtends komt de verhuiswagen. En dan gaat het, zo weet ik uit ervaring, allemaal heel erg snel. Je komt in een maalstroom waarin alles allemaal op wonderbaarlijke manier goed gaat.

We verhuizen hemelsbreed hooguit 500 meter. Van noord naar zuid. We waren namelijk klaar met die lange, donkere winters, dus trekken we een flink stuk naar het zuiden. Jazeker! De verhuizers zullen er waarschijnlijk niet meer dan een halve dag voor nodig hebben ook. Een paar keer laden en lossen en klaar zijn ze. Ja, zij wel. Wij niet. Wij zitten dan mooi bij de pakken en dozen. Zijn we dus mooi klaar mee dan.

Dus ik ben er nu alvast helemaal klaar mee. Op de valreep van het jaar ligt er nog even een enorme berg om tegenop te zien. Nou mogen de verhuizers de berg natuurlijk gaan verplaatsen, dus eigenlijk is niet echt een berg, maar een flinke heuvel. En ach, we hebben in de afgelopen weken ook al aardig wat opgeruimd en in dozen gepropt en zo, dus die heuvel is eigenlijk meer een flinke molshoop. Maar toch ben ik er al goed klaar mee. In overdrachtelijke zin dan.

Of nee, toch niet, want de overdracht moet nog plaatsvinden. Pas dan is het nieuwe huis echt van ons. Eerst liet de bank ons ontzettend lang in het ongewisse. Ik heb nachten liggen draaien. Mijn humeur werd hoe langer hoe donkerder. Op gegeven moment kreeg ik zelfs mijn eigen zwaartekrachtsveld, zo zwart zag ik. Ik dempte en absorbeerde alle zonnigheid in de omgeving. Daar was mijn vrouw dan op gegeven moment ook weer behoorlijk klaar mee.

Toen het verlossende “het is rond” kwam van de bank, ging ik dus helemaal supernova. In één oorverdovende oerknal ontlaadde ik al die opgebouwde spanning en straalde ik al die geabsorbeerde zonnestralen weer terug naar mijn geliefden. Niet alles, want ik heb nog wat energie bewaard om over die molshoop heen te klimmen. Je begrijpt dat ik blij ben als dat achter de rug is. Ik ben er alvast klaar mee.

Gelukkig kan ik ook alvast uitzien naar een verbouwing. Jottem. Ook daar ben ik al bij voorbaat klaar mee. Potverdorie, ik weet ineens wat mijn goeie voornemen voor 2013 moet zijn: niet meer zo snel klaar zijn met alles. Relaaaaaax. Meer los laten. Maar eerst nog even al mijn lieve lezers heerlijk relaxte en zorgeloze feestdagen toe wensen en dan ben ik daar ook weer mooi klaar mee. Toedeloe en tot volgend jaar.

Woorden en daden

Daadkracht dat is, zeg maar, je capaciteit om daden te verrichten. Het maakt niet zoveel uit of het goede of slechte daden zijn. Hoe groter je daadkracht, des te makkelijker je overgaat tot daadverrichting. Koelbloedige moordenaars zijn dus bijvoorbeeld behoorlijk daadkrachtig. Daar worden ze vaak dik voor betaald. Net als topmanagers eigenlijk. Die worden ook geselecteerd op hun daadkracht. Een topmanager hakt los op lastige knopen en een moordenaar hakt er, zeg maar, ook op los.

Daden gaan vaak gepaard met woorden. Eerst is er dan het woord en vervolgens wordt daar een daad bij gevoegd. Zo gaat dat. De daad is de bekrachtiging van het woord. Je hebt mensen die aan 1 woord genoeg hebben om tot de bijbehorende daad over te gaan. Anderen hebben iets meer woorden nodig. Zolang ze de daad maar bij die woorden voegen vertonen ze een bepaalde mate van daadkracht. Daadkracht heb je dus in gradaties.

Mensen die zeggen dat ze iets gaan doen, maar vervolgens de daad achterwege laten, ontberen blijkbaar de moed om die daad te verrichten. Die zou je daadzwak kunnen noemen. Doe mij maar daadzwakke moordenaars. Niets mis mee. Dat zijn die spreekwoordelijke blaffende honden die heus niet bijten.

Maar er is nog een tandje erger. Je hebt ook mensen die A zeggen en dan vervolgens B doen. Die mensen verrichten een daad die niet in overeenstemming is met het woord. De verrichter van de daad is dan niet getrouw aan zijn woord. Het zijn de types waar je moeilijk vat op krijgt. Ze kronkelen en verdraaien je woorden, de valse slangen. Ik stap liever in een kennel vol blaffende honden dan in een kamer waarin zich één valse slang bevindt.

Maar wat moeten we dan met dit gezegde: geen woorden maar daden? Die moeten we maar niet al te letterlijk nemen. We grijpen naar dit gezegde als er teveel woorden zijn uitgesproken terwijl er nog niets is gedaan. Zolang dit uiteindelijk leidt tot de beoogde daad, is er niets aan de hand. Er was slechts een tijdelijke daadzwakte, maar met de juiste pep talk kregen we de mekkerende schapen allemaal over de dam.

Honden, slangen, schapen. Hebben we ze dan allemaal gehad? Nou, ik weet er nog wel eentje. Deze wezens leven volgens het motto: geen daden maar woorden. Deze wezens zijn bijzonder vaardig met woorden. Net als de slangen, maar dan zonder daadkracht. Op de momenten waarop ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen, steken ze hun kop in het zand. In de politiek zie je ze maar al te vaak: struisvogels.

Zelf ben ik een man van woorden. Ik bouw er dammen mee.  

Hoe haalde Johannes het ook in zijn razende bol

Op de dag dat de wereld had moeten vergaan, op mijn verjaardag for crying out loud, strandt er een bultrug op de Razende Bol. Bultruggen kunnen heel goed overweg met ondiepe zeeën zoals de Waddenzee. Toch liep dit dier vast op een zandbank. Maar Johannes hoefde niet te vrezen, want dankzij de dappere lieden van de Ecomare kwam hij prompt weer vrij. Dat moest. Bultruggen horen niet te stranden. Dat is tegennatuurlijk natuurlijk. Hoe haalt dat domme beest het ook – ik kon de woordgrap niet nalaten – in zijn razende bol. 

Dankzij Johannes hebben we er nu een gezegde bij: alleen een bultrug strandt twee keer op dezelfde zandbank. Dom zeg. Ja, maar wat nu als Johannes met opzet op die zandbank wilde stranden? Hij verzette zich toch bij de verwoede reddingspogingen? Hebben ze eigenlijk wel geprobeerd met Johannes te communiceren? Er loopt vast wel ergens een bultrugfluisteraar rond. Dan hadden ze misschien kunnen weten dat Johannes zwaar depressief was. Kotsmisselijk van het slechte milieu. Johannes was misschien wel gewoon klaar met leven. 

Ik was blij toen eindelijk werd besloten om het dier met rust te laten. Let it be. Nu is Johannes doodgelukkig. In de lucht boven de Razende Bol draaien aasgieren rondjes. Het water loopt ze uit de bek. En als ze Johannes tot op het bot hebben afgekloven slepen ze zijn geraamte naar Leiden. Ik zie het voor me. Tegen een bleke hemel afgestoken fladdert in het gloren van de kille ochtend een groep machtige aasgieren met een 12 meter lang bultrugskelet in hun klauwen. Van Texel naar Leiden. Van lijden naar Leiden.  

12-12-12, geen paniek!

Op 12-12-1970, vandaag precies 42 jaar geleden stierf een Belgisch astronoom en uurwerkmaker: Louis Zimmer. Hij is nog steeds ereburger van Lier en maakte de Jubelklok (zie de foto rechts) die nog immer prijkt op de Zimmertoren in Lier.

Het was ook de geboortedag van actrice Jennifer Connelly die in de fantasyfilm “Labyrinth” de rol van Sarah speelde en haar vervelende kleine broertje naar de wereld van de goblins wenst, waar goblinkoning Jareth (gespeeld door en op het lijf geschreven van David Bowie) regeert.

En met die bijzondere gebeurtenissen en nog de eerste verschijning van Jan,  Jans en de Kinderen in de Libelle, moet ik mijn eigen geboorte dan maar delen. Vandaag, op de allermooiste datum van deze eeuw ben ik op de kop af 42 jaren oud (ik bel je wel als ik wens te worden behaagd met welgemeende felicitaties…).

42. In Douglas Adams’ Hitchhiker’s Guide to the Galaxy (HHGTTG) draait het bestaan van de planeet Aarde om dat getal. In die hilarische fantasy moet de Aarde, op een donderdag, tijdens lunch plaats maken voor een nieuwe intergalactische snelweg, dus wordt de Aarde gesloopt. Arthur Dent, wiens huis diezelfde ochtend om vergelijkbare redenen werd gesloopt, overleeft dit alles omdat hij een lift krijgt op een buitenaards ruimteschip. In een belachelijk avontuur leert Arthur over een super-intelligent interdimensionaal ras dat Deep Thought creëerde, een superkrachtige computer die het antwoord moest vinden op een heel moeilijke vraag: Wat is de betekenis van het leven, het universum en alles?

42 bleek het antwoord. Maar de berekening duurde zo lang dat men toen al niet meer wist wat de vraag ook al weer was, dus werd een andere computer gemaakt die de vraag waarop 42 het antwoord is moest berekenen. Deze computer, en tevens onze geliefde planeet Aarde, werd dus enkele minuten voor het klaar was met het programma dat 10 miljoen jaar had gedraaid, vernietigd om plaats te maken voor die nieuwe intergalactische snelweg.

Stel nou dat die Maya’s gelijk hebben met hun voorspelling dat onze wereld, zoals wij hem nu kennen, eindigt op 21-12-2012, 9 dagen na vandaag. En stel nou dat dat gebeurt op het ironische moment dat er nog slechts enkele minuten nodig zijn voor het vinden van de vraag waarop 42 het antwoord is. Dat is zo ontzettend ver gezocht dat de kans dat dit waar kan zijn uiterst miniem is (1 op 1 miljard), dus mijn advies luidt:

Oranje teiltje?

De laatste tijd worden we op radio en TV dood gegooid met een, naar mijn smaak nogal wansmakelijke reklame-campagne van de ING. Met de volgende patriotische leus probeert de ING nieuwe klanten te lokken: “ING is Oranje, Oranje is ING”. Op zich heb ik geen moeite met de associatie van ING met Oranje. Van mij mogen ze. Vooral bij de tweede helft rijzen mij de haren ten berge.

Ik stoor me dus met name aan dat “Oranje is ING”. Jakkes. In drie luttele woordjes wordt even gesuggereerd dat datgene waar wij Nederlanders voor staan allemaal samen komt in een financiële instelling. Dat zeggen ze niet letterlijk, maar suggereren ze met “Oranje”, wat onze volkskleur is. Met “Oranje” doe je een beroep op de vaderlandsliefde in de Nederlander. Toch? Als je het dan hebt over een bank met ideeën…

Op mij werkt dit spotje dus volkomen averechts. Of krijg je als klant ook een mooi oranje ING-teiltje?

De schaamteloze flierefluiter

O flierefluiter met je uitgetogen noten. Zo vrij als jij over de straten schalt. Rijkelijk strooi jij met puur geluk. Voor iedereen.

Ik benijd je, want ik kan wel fluiten maar niet flieren. Zo graag als ik gewoon eens met zo’n gelukzalige glimlach op mijn gezicht luid lallend door de straten zou willen durven huppelen. Maar ik ga liever gewoon dood dan van schaamte. 

Geremd ga ik door mijn leven. Banden zijn om netjes binnen te blijven. Eruit springen is doodgriezelig. Met stiekeme bewondering kijk ik, conformerend hoofdschuddend de flierefluiters na en zeg hardop: “wat een loser”, maar intussen stink ik van inwendige jaloezie. 

Pietenplaag

Een ware Pietenplaag teistert ons land. Ze zwermen over de daken. Zaaien onrust, jagen kinderhartjes op hol. Ze dringen huiskamers binnen via rookkanalen of desnoods de afzuigkap in de keuken. Vraag me niet hoe ze het doen.

En steeds vaker wachten ze niet eens meer tot iedereen slaapt. Recht onder mijn ogen haalde zo’n stuk Pietengespuis een gemene streek uit met de schoentjes die onze brave kindertjes hadden gezet. Ze hadden vanavond uit volle borst en nog vollere overtuiging wel 5 sinterklaasliedjes gezongen, de engeltjes. En dan komt zo’n duivelse Piet met z’n plagerige streken.

Mijn vrouw en ik konden slechts verstijfd van verbazing en angst toezien hoe Piet eerst argeloos de verlanglijstjes in de zak smeet, vervolgens de schoenen leeg terug zette bij de andere schoenen onder de kapstok en toen vier van hun andere schoenen vulde én verstopte. En als finishing touch, zette hij een schoen van mijzelf en van mijn vrouw op de plek waar de kindertjes hun schoentje hadden gezet en stopte er een lullig klein chocolaatje in. Stoute Piet!