Hij zou natuurlijk ervoor kunnen zorgen dat “toevallig”, precies wanneer hij het nodig heeft, er geld uit de lucht valt of op straat ligt. Hij kan er dan zelfs nog voor zorgen dat het alleen geld is van bijvoorbeeld een te dik betaalde bankdirecteur. Dat is allemaal niet zo moeilijk,. Otto hoeft maar met zijn grote harige vingers te knippen en de bankbiljetten waaien spontaan naar hem toe, of liggen ineens, zomaar op straat. Toch vindt Otto dat hij ook op een normale manier de kost moet verdienen, dus heeft hij een eigen bedrijfje opgericht.

Otto de Magiër is namelijk freelance rioolontstopper. Hij heeft geen kantoor, geen website en zelfs geen telefoonnummer. Alleen een postbusnummer. Otto komt zelf wel naar je toe als dat nodig is. Als alle andere rioolontstoppers hebben gefaald, staat ineens een vreemde, lange snuiter (die je wel wat doet denken aan Cramer, de buurman van Jerry Seinfeld) voor je deur.  Hij heeft geen gladde praatjes, alleen een jute zak met metalen pijpen erin, zo te horen. Hij belt niet aan, maar staat ’s avonds ineens voor je deur als jij net de brievenbus gaat legen, of de poes gaat roepen, of wat dan ook. “Ik kom u verlossen van uw rioolprobleem”, zegt Otto eenvoudig en met onweerstaanbare overtuiging.

Dus je laat Otto natuurlijk binnen. In je huis loopt hij feilloos naar de juiste plek en haalt twee korte stukken metalen pijp uit de jute zak en schroeft ze aan elkaar. Aan het ene uiteinde monteert Otto dan een zuignap van zo’n gootsteenontstopper, maar dan met een groot gat erin,  en aan de andere kant iets dat lijkt op een mondstuk van een didgeridoo. Verbijsterd zie je vervolgend hoe Otto de zuignap op de afvoer duwt en dan het mondstuk naar zijn mond brengt. Otto zet zijn voeten een eind uit elkaar, neemt een astronomische (vrij letterlijk eigenlijk) hap lucht en bespeelt met een resonantie die je hele huis laat trillen op haar fundering, jouw rioolleiding. Je weet niet wat je ziet, en al helemaal niet wat je hoort.

Na een minuutje of wat stopt Otto en kijkt je ernstig aan: “Ik heb het probleem gevonden en kan het verhelpen. Wilt u dat?”. U knikt heftig van ja waarop Otto een papiertje tevoorschijn tovert: “Dat kost dan 50 euro, wat u overmaakt op dit rekeningnummer”. Je neemt het papiertje aan en knikt. Je weet ook niet helemaal wat je overkomt. Otto’s aanpak is zo bizar dat je je niet kan voorstellen waarom het niet zou kunnen werken. Bovendien ben je wat deze rioolverstopping betreft nogal aan het eind van je Latijn. Dus je stemt graag in met Otto’s voorstel.

Otto draait eens goed met zijn grove schouders en verzet zijn voeten. Dan sluit hij zijn ogen en neemt een nog grotere hap lucht dan zoëven. Hij zet het mondstuk van zijn instrument weer aan zijn mond en begint weer te spelen. Het geluid is nu anders. Iets begint los te komen, zo klinkt het. Het volume wordt groter, en tegelijkertijd wordt de toon lager en lager. Ineens klinkt er buiten een enorme klap, en dan klinkt het geluid helemaal goed. Je weet nu dat je rioolleiding niet langer verstopt zit en zelfs brandschoon is van binnen. Otto speelt nog even door, maar stopt dan en zegt: “Zo, klaar”. Bedaard schroeft hij zijn bizarre didgeridoopijpgeval weer uit elkaar en stopt het terug in de jute zak. Hij laat je verbijsterd achter en je maakt meteen 50 euro over op het rekeningnummer dat die vreemde snuiter je heeft gegeven.

De volgende ochtend zie je de auto van de overburen. Het deksel van de put ernaast ligt op het dak van de auto, evenals de totale inhoud van jouw rioolleidingen. Je knippert even met je ogen, maar onder het motto van “mijn naam is haas en bovendien gelooft toch niemand mijn verhaal”, stap je met een boei van een kop snel in je auto en rijdt gauw naar je werk.

Advertenties