Kinderen kunnen soms geweldig uit de hoek komen. Laatst vroeg onze oudste zoon waarom een telefoon “telefoon” heet. Dus legde ik uit dat “tele” betekent dat iets op afstand (ver weg) is, en dat “foon” “geluid” betekent. Dus met een telefoon kun je geluid horen dat ver weg is.

In het hoofd van mijn zoon vielen blijkbaar diverse kwartjes, zag ik aan zijn oogjes, dus ik vroeg of hij nu zelf kon uitleggen waarom  televisie “televisie” heet. Hij hoefde niet lang na te denken en zei: “een televisie is een ding waarmee je iets kunt zien dat ver weg is”.

“Maar hoe zit dat dan met een telescoop?”, vroeg ik toen. Ja, dat was natuurlijk gewoon een hele grote verrekijker. En toen mijn zoon dat hardop zei, viel er weer een kwartje: ver (tele) kijken (scoop). 

“En weet je misschien nog een ander voorbeeld van een woord dat begint met tele?”, vroeg ik bemoedigend. Aan de pretlichtjes in zijn oogjes zag ik dat hij er nog wel eentje wist. “Jahaa, ik weet er nog wel eentje hoor Papa”, begon hij, en hield het een beetje spannend. Hier ging een heel goed voorbeeld komen. En toen kwam het: Teletubbie. Wat een boef is het ook.

Advertenties