“Ja, maar je had blijkbaar wél de tegenwoordigheid van geest om een paraplu mee te nemen”, hoorde ik laatst een vrouw tegen haar echtgenoot zeggen. Ik ving alleen dit stukje van een gesprek (meer een monoloog eigenlijk) tussen een 60+ echtpaar op terwijl ik over een perron liep. De vrouw zei het op verwijtende toon. De man keek ietwat ongemakkelijk om zich heen. Heel even hadden we oogcontact. Instant begrip over en weer.

Later bleef ik maar nadenken over dat “tegenwoordigheid van geest”. Wat een mooie uitdrukking is het eigenlijk. Ook al misbruikte die vrouw op het perron het om haar echtgenoot een veeg uit haar pan te geven. Het betekent dat je in een heldere toestand verkeert, een toestand waarbij je je hoofd er goed bij hebt. De mopperende echtgenote verwees met haar snibbige opmerking natuurlijk naar de periode van totale afwezigheid van geest dat vooraf ging aan dat moment dat hij er aan dacht om zijn paraplu te pakken.

De man onderging het gelaten. Hij had duidelijk de tegenwoordigheid van geest om haar niet tegen te spreken. Uit liefde voor zijn vrouw hield hij zijn geestdrift maar in toom.

Eens te meer begrijp ik dit prachtige lied: Liefde van later (gezongen door Herman van Veen, geschreven door Jacques Brel):

Als liefde zoveel jaar kan duren
dan moet het echt wel liefde zijn
ondanks de vele kille uren
de domme fouten en de pijn…

Advertenties