Vanmiddag zat ik weer eens in de stoel van de orthoptist. En omdat ik een geëmancipeerde man ben (‘k zit al jaren onder de plak van een hoog opgeleide vrouwelijke wetenschapper), zeg ik niet dat het een orthoptis-te is. We zeggen immers ook geen artse. Wel diëtiste, visagiste, politica en boerin. De emancipatie heeft nog wel een weg te gaan dus, maar dat terzijde.

Ik zat dus bij de orthoptist. Dat is een paramedicus die precies (veel nauwkeuriger dan een opticiën) kan meten hoe goed je ogen functioneren. Om te beginnen scheen ze eens fijn met een fel klein lampje in mijn ogen. Ik zie er nu nog steeds vlekjes van. Ook moest ik lettertjes en cijfertjes van de muur lezen terwijl ze diverse lensjes voor mijn ogen hield. Na een tijdje was ze eruit. Ze pakte zo’n model-oog om mij aan de hand daarvan uit te leggen wat haar conclusie was. Dat oog haalde ze uit elkaar om mij te laten zien wat er met mijn ogen mis is.

“Om de lens zit een kringspier die de lens boller en minder bol kan maken. Als de kringspier ontspant wordt de lens minder bol, zodat je in de verte scherp ziet. Om dichtbij scherp te zien moet de lens boller worden, zodat de kringspier dus moet aanspannen. Snapt u?”. Ik knikte dat ik het snapte. “Nu is er met de werking van uw ogen niet zoveel mis, maar gezien uw leeftijd…”. En toen luisterde ik nog maar half. Ik ving nog iets op over verziendheid en wist al genoeg: ik takel af. Het is officieel. En dat in midlife! Ik heb onderweg naar huis terug maar snel wat folders gehaald bij een sportwagendealer en een motorfietsenzaak.

Advertenties