Ze komen bij voorkeur als je thuis bent natuurlijk. Die tactiek begrijp ik best. En wanneer zijn de bewoners van Nederlandse woningen meestal thuis? Juist, rond zes uur ’s avonds. Als we aan tafel zitten en ons avondmaal nuttigen. Collectanten benutten deze kennis. Dat vind ik heel slim en ik geef eigenlijk altijd. Ook al komt dezelfde collectant iedere maand langs. Daar zul je mij niet over horen klagen, want mijn maaltje koelt er nauwelijks van af.

Waar ik wel over wil klagen zijn die figuren die aan je deur komen met zo’n clipboard in de hand. Die figuren komen vaak met hordes tegelijk je straatje in om in een uur tijd de hele buurt af te struinen naar donateurs. Als je de deur open doet stellen ze zichzelf en de organisatie die ze representeren netjes voor. En daarna steken ze vlot een goed ingestudeerd verhaal aan je af over het goeie doel waar ze voor lopen. Dit verhaal duurt een minuutje ofzo, gedurende waarin ik, ondanks het feit dat mijn eten koud ligt te worden op mijn bord, beleefd en vriendelijk ja knik.

En als ze klaar zijn met dat verhaal houden ze een formuliertje onder mijn neus met de vraag of ik even wil tekenen voor een vaste maandelijkse overboeking van een bedragje voor een periode van een half jaar ofzo. En dat doe ik dus niet. Eerlijk gezegd weet ik niet precies waarom, maar het heeft iets te maken met het feit dat er teveel commitment van me wordt gevraagd door iemand die ik niet ken van een organisatie die ik vaak ook niet ken. Bovendien kost me dit gewoon teveel tijd. Ik teken dus nooit en vraag altijd om een foldertje of website-adres. Dan scheep ik ze af met de belofte dat ik het foldertje of website ga bekijken en dan op een moment dat het mij wel uitkomt besluit of ik geld doneer of niet.

En laatst gebeurde het onvermijdelijke. De zoveelste vlotte donateurenzoeker belde bij ons aan terwijl ik net een hap in mijn mond deed. Woest stond ik op van mijn stoel, stierde naar de voordeur en trok deze met een ruk open. De arme knul stak beleefd zijn hand naar me uit en vroeg hij zich even mocht voorstellen. Ik nam de hand niet aan en briestte: “Nee, want ik heb hier nu even helemaal geen tijd voor!”. De knul keek nogal beteuterd, maar desondanks deed ik de deur resoluut dicht en hervatte snuivend van boosheid mijn nog warme maaltijd.

Het voelde helemaal niet goed natuurlijk. De knul had helemaal niets mogen zeggen van me. Ik ging er maar vanuit dat hij mijn maaltijd kwam verdoen. Waarschijnlijk was dat ook zo, maar toch. Dit zou natuurlijk veel vriendelijker opgelost kunnen worden met een slimme deurbel die naast de belknop ook de cijferknopjes heeft van een telefoon. Degene die rond etenstijd aanbelt krijgt dan de volgende boodschap te horen: “hier volgt een keuzemenu: heeft u een collectebus kies 1, heeft u een machtigingsformuliertje kies 2”. En als je “2” kiest mag je na de piep je verhaaltje inspreken en het adres van je website achterlaten. 

Advertenties