Op celniveau is je lijf steeds bezig om zichzelf te regenereren. Volgens de formule, de genen, die je hebt gekregen van je ouders en al je voorouders. Regenereren, ofwel: weer genereren. Dit blijven je cellen doen tot je sterft. En de regeneratie van een deel van jouw genen gaat weer door in je nakomelingen. Dat is de zin van alle leven: het voortplanten van je genen, zodat ze wederom een uniek levend wezen genereren dat zichzelf kan regenereren.

Wij mensen regenereren onszelf dus voortdurend. Daar denk je niet eens bewust bij na. Het gebeurt gewoon en je merkt er eigenlijk niet zoveel van. Het komt mij nooit voor dat ik denk: “oh, wat voelt die nieuwe baardhaarcel daar op mijn kin lekker zeg!” Ik zie er natuurlijk wel de resultaten van. Ik zie toch echt iedere keer, ondanks de ultragladde scheerbeurt, een afternoon shadow op mijn gezicht. Maar je voelt je baard dus niet groeien. Ik tenminste niet.

Vanochtend, terwijl mijn brakke, door een vage griep geplaagd lijf zich desondanks maar bleef doorregenereren, besloot ik dat dat regenereren een stuk beter zou gaan met een frisse neus. Het weer buiten reflecteerde mijn vage ellende: het regende. Ik liet me er niet door ontmoedigen. Ik pakte mijn regenlaarzen, trok mijn regenjas aan en toog naar het bos.

De parkeerplaats waar ik mijn wandeling begon was door de regen veranderd in een modderpoel. Ik ploegde de wagen er doorheen en parkeerde het op een droge plek. Daar trok ik mijn laarzen aan en begon mijn wandeling, met bonkende slapen en een piepende borstkas. Ik negeerde deze signalen en stapte gewoon door. En jawel, het begon me al snel goed te doen.

De regen tikte onafgebroken op mijn capuchon en de stoppels op mijn ongeschoren wangen schuurden langs de binnenkant ervan, dus ik kon het bos nauwelijks horen. Die capuchon ging dus af, en ik liet mijn hoofd lekker nat miezeren. Op de achtergrond hoorde ik nog de geluiden van de weg, dus ik besloot om diep het bos in te gaan. Het eerste de beste smalle en zeer blubberige paadje sloeg ik in. En toen hervond ik mezelf, met iedere stap die ik dieper het bos in ging.

Ik liep heerlijk te recreëren. Ja, dat is wat ik heel bewust voelde. Ik was bezig om mezelf opnieuw op te bouwen. Ik zette alle elementaire deeltjes die mij mij maken weer in het gelid. Ik voelde hoe al mijn spieren zich opnieuw creëerden. Ik voelde hoe mijn hoofd zich opnieuw creëerde. Ik voelde hoe mijn voetzolen zich opnieuw creëerden. Alles, mijn hele wezen recreëerde zichzelf. Het deed me enorm goed.

Advertisements