Maand: maart 2014

www.kattenbakschepjes.nl

Internetten is soms bij het griezelige af. Het lijkt eigenlijk altijd precies de juiste website te hebben voor wat ik op een bepaald moment nodig heb. Ik koop vaak online. Helemaal sinds ik op de Drentse hei woon. Dan heb ik iets nodig dat het lokale boeren warenhuis (dat echt heel erg goed zijn best doet om alles te verkopen dat ik ooit nodig heb) niet verkoopt of mij onvoldoende keus in biedt.

Zo zag ik laatst bij het stofzuigen van de auto dat de mat voor de bestuurdersstoel helemaal door gesleten was op de plek van mijn gashak. Een gat waar een tennisbal doorheen past. Dus ik pakte de laptop en begon te typen in het adresvak van de browser. Al na de eerste aanslag op het toetsenbord verschijnt er een lijstje met suggesties voor wat ik bedoel te zoeken. En al bij “automat” staat er als eerste suggestie in dat lijstje:

www.automatten.nl

Wauw. En ze hadden ook gewoon de matten voor onze 9 jaar oude auto. In meerdere materialen en kleuren!

Volgende voorbeeld. Mijn horloge stond zomaar stil. Ondanks de grote wijzerplaat gaat er een miniscuul batterijtje in dat ik hier in’t dorp nergens kon vinden. Dus maar even internetten. En jawel, ik hoefde slechts “horlogebat” in te typen en ik krijg:

www.horlogebatterijen.nl

Indrukwekkend. Batterijtje op typenummer opgezocht, besteld, volgende dag in de brievenbus. Belachelijk gemakkelijk. Een mens hoeft nooit meer van de bank af te komen. Eigenlijk heb ik geen horloge nodig, want de wandklok hangt tegenover de bank aan de muur…

Nog eentje. Mijn kinderen hebben zo’n grote skelter met van die grote, dikke luchtbanden. Tot voor kort waren er drie chronisch lek vanwege de oude, versleten buitenbanden en binnenbanden die voor de helft uit plakkertjes bestaan. De bandmaat is hetzelfde als die van doorsnee kruiwagens. De lokale tuinbouwbenodigdhedenwinkel verkoopt sets bestaande uit één buitenband en één binnenband voor 19,95 euro per stuk. En dan had ik er dus drie nodig. Vond ik dus wel veel geld. Dus ik ging maar eens internetten. Al bij “skelterb” krijg ik:

www.skelterbanden.nl

Goeie genade. Ik heb er dus 3 sets binnen+buitenband besteld voor 28 euro inclusief verzendkosten. De volgende dag had ik ze in huis.

Okee, nog een voorbeeld. Nu iets ingewikkelder. Ik heb een headsetje voor mijn laptop zodat ik vanaf de voornoemde bank kan televergaderen met collega’s. De headset heeft twee stekkertjes: eentje voor audio uit, en eentje voor audio in (microfoon). Toen kreeg ik een nieuwe laptop dat audio in en uit combineerde in een enkel gaatje. Dus ik had dringend een verloopje nodig. Maar hoe zoek je zoiets? Dit ging minder makkelijk. Omdat ik niet wist hoe je zo’n verloopje precies moet noemen. In een poging van wanhoop zocht ik dan maar een winkel dat alle mogelijke soorten kabeltjes verkoopt. Dus ik typte “alle kabels” en drukte op Enter. Google gaf mij als eerste hit:

www.allekabels.nl

En geloof het of geloof het niet, maar op die website vond ik na enkele clicks mijn verloopje. Griezelig goed. Het heet overigens een “jacksplitter”. Weer wat geleerd.

En nu schepte ik net de kattenbak uit met zo’n handig schepje. Een vies klusje dat ik gelukkig maar eens in de week hoef te doen. Ik schraapte eens goed over de bodem om de aangekoekte zooi ook los te bikken. Krak! zei het plastic schepje. Nu vraag ik me dus af…

 

Advertenties

Weer

Een stad is op haar mooist bij de dageraad op de eerste dag van het voorjaar. Als de straten nog slapen. Als de pleinen nog verlaten zijn. Als je eigen voetstappen overal om je heen weerklinken. Alleen die van jou. Mijn eigen voetstappen deden bij het grote, door kale bomen omringde plein verderop ineens een kliekje stadsduiven opschrikken.

Met hun panische gefladder verstoorden ze de stilte rond het plein. Alsof iemand een handvol kiezelstenen in een rimpelloos meertje wierp. Tijdelijk is er eventjes een beetje chaos, maar het dempt snel uit zodat het oppervlak van het meer weer helemaal glad wordt.

Zo ging het ook op mijn plein. Het chaotische geklapwiek van de duivenvleugels ebde langzaam weg. En terwijl ik daarnaar luisterde zag ik de grijsaard. Hij lag midden op het plein, op zijn rug. Hij lag er heel vredig en keurig bij. Voeten recht naast elkaar, armen langs zijn lichaam. Alsof hij daar lag opgebaard. Zijn ogen waren gesloten en zijn gezicht zag zo grauw als de straatstenen zelf.

Ik versnelde meteen mijn pas en even later rende ik. Bij de man aangekomen hurkte ik neer en raakte zijn hals aan. Warmte! De man opende meteen zijn ogen en staarde verwonderd naar een punt ver boven hem. “Ben ik weer?”, vroeg hij toen verbaasd. “Nee, hoor, u bent nog steeds”, zei ik, eveneens verbaasd. Maar de man leek me niet te horen. “Ik bén weer”, zei hij. Toen keek hij mij recht aan. Ik keek in een onmetelijke diepte en voelde het hele universum. Het duurde maar een tel, maar ik voelde alles.

Het was zo overweldigend dat het me duizelde. In de volgende tel stond alles stil. Alleen mijn eigen hart klopte nog. Het sloeg één oorverdovende slag. Bij de volgende hartslag werd ik weer terug gezogen in het nu. Het gaf me het gevoel dat ik van grote hoogte op de aarde af suisde. Ik kneep mijn ogen dicht omdat ik bang was dat ik te pletter zou slaan.

De oude man sprak weer, maar het klonk van heel ver: “altijd…”. Ik moest mijn oren spitsen om hem te verstaan, want ik wilde niets liever dan dat. Zijn stem werd steeds zachter alsof het verwaaide: “ben ik…”. De sensatie te vallen hield plotseling op. Ik opende voorzichtig mijn ogen. Ik zat nog steeds op mijn hurken, precies midden op het plein. Voor me zag ik de lange, brede winkelstraat die op het plein uitkwam. De goudgele gloed van de net opkomende zon werd precies op dat moment zichtbaar op de plek waar de straat in de verte verdween.

De stad ontwaakte langzaam. Ook de wind ontwaakte en ruiste zachtjes, haast aarzelend door de bomen. En in het geruis hoorde ik weer de stem van de grijsaard. Het klonk als een diepe zucht. Ik keek naar de plek waar ik de grijsaard had aangetroffen. Niemand. Verwonderd keek ik om me heen, maar ik voelde dat ik de oude man nergens zou zien, dus ik richtte mijn blik weer naar het oosten. De zon schonk me de eerste warme straal van de dag. Een warme en onstuimige windvlaag kwam me van opzij tegemoet en deed de bomen vol verwachting ruisen. Er doorheen klonk fluisterzacht maar duidelijk, de stem van de oeroude man: “…weer!”.

Intrinsieke Motivatie

Dat ik hierover nadenk beschouw ik maar als een luxe-probleem. Eigenlijk is er helemaal geen probleem. Wat is jouw intrinsieke motivatie? In mijn omgeving hoor ik die vraag de laatste tijd regelmatig. Alsof ik eens goed bij mezelf te rade zou moeten gaan waarom ik doe wat ik doe. Als ondertoon hoor ik vooral dat ik me zou moeten afvragen of mijn motivatie niet teveel wordt bepaald door afhankelijkheid of angst.

Dat is een nogal wezenlijk vraagstuk. Wezenlijk is synoniem aan intrinsiek, dus dat komt dan handig uit. Wezenlijk, essentieel, fundamenteel. De vraag die ik mezelf dan ook maar stel is deze: Wat zijn mijn essentiële drijfveren? De vraag lijkt heel eenvoudig, maar het valt me niet mee om een soort lijstje te maken met die drijfveren waarzonder ik niet kan functioneren.

De zelfbeschikkingstheorie geeft houvast, en zegt dat ieder mens behoefte heeft aan autonomie, competentie en verbondenheid. Volgens deze theorie wordt ieder mens gedreven door de bevrediging van deze basisbehoeften. Een te grote controle van anderen over jouw gedrag frustreert deze bevrediging en maakt dat je niet optimaal functioneert.

Dat “functioneren” is natuurlijk beladen. Ik associeer het meteen met beoordeling door anderen. Ik denk aan “functioneringsgesprekken” waarin jouw gedrag wordt vergeleken met de externe verwachtingen. De mate waarin je aan die verwachtingen voldoet wordt beloond. Dit heet extrinsieke motivatie. De zelfbeschikkingstheorie doelt juist op gedrag dat voortkomt vanuit jezelf. Externe verwachtingen staan er helemaal los van. Sterker nog, jij hebt verwachtingen t.a.v. je omgeving en probeert deze zo te beïnvloeden dat jij goed tot je recht komt. Je hebt ruimte nodig om je te kunnen ontwikkelen. Iedereen heeft recht op die ruimte, en de hoeveelheid benodigde ruimte verschilt per mens.

Ruimte. Ja, ik hou absoluut van ruimte voor mezelf. En wie niet? Ruimte, bewegingsvrijheid,  autonomie. De minste beperking voelt voor mij al beklemmend. Het behoud van en het vergroten van mijn bewegingsvrijheid drijft mij voort. Bij bewegingsvrijheid hoort ook vertrouwen. Het vertrouwen van je mede-mensen in jouw vrije, eigen manier van bewegen. En het leuke is dat je dit vertrouwen schaadt als je deze mede-mensen in hun vrijheid beperkt. Dus het is eigenlijk toch best eenvoudig: intrinsieke motivatie gaat in wezen over het nemen en geven van vrijheid. 

Wat als we ons nooit meer zouden vervelen

Ik heb er sinds een tijdje een nieuwe verslaving bij: BNR De Nieuwe Wereld. Dit is een radioprogramma dat de ontwikkelingen van onze samenleving in de verre toekomst beschouwt en met een select groepje slimme mensen (hoogleraren, ondernemers, et cetera) filosofeert over de betekenissen van die ontwikkelingen voor het bedrijfsleven. De formule is heel leuk: het begint met en nieuwsbericht uit de verre toekomst en vervolgens een stelling in de vorm: “Wat als ….”

Ik luister altijd naar een op het internet geplaatste opname van de radio-uitzending die ik download op mijn telefoon. Als “podcast” dus. Dat het ook live op de radio werd uitgezonden kwam ik zelfs onlangs pas achter. Ik zorg dat ik altijd een flinke hoeveelheid recente podcasts op mijn telefoon heb staan voor het geval ik me ergens sta, lig of zit te vervelen. Want dat mag natuurlijk niet, totdat ik (hoe kan het ook anders) deze opgenomen uitzending van De Nieuwe Wereld beluisterde: Wat als we nog maar 4 uur slaap nodig hebben.

Het was een interessante sessie over de 24-uurs economie en een maatschappij waarin mensen nog maar 4 uur slaap nodig hebben. Er zat een hoogleraar “chronobiologie” in het gezelschap en hij gelooft daar dus absoluut niet in. Wel heb je inderdaad verschillende chronotypes: van ochtendmens tot avondmens, maar zelfs voor de die hards onder de kortslapers is 4 uur slaap structureel te weinig. Luister zelf maar.

Tijdens deze uitzending stelde hun vaste trend watcher Farid Tabarki dat we niet minder moeten gaan slapen om meer tijd te creëren, maar dat we juist meer tijd moet nemen om ons te vervelen. Jawel! Want door verveling komen je creatieve processen op gang. Dit waren precies de woorden die ik nodig had: vervelen is goed voor de creativiteit. Yes! Want als ik me niet genoeg verveel, dan krijg je dus miscreaties zoals deze, deze of zelfs deze.  

En omgekeerd: als je bij het lezen van één van mijn verhalen denkt: potverdorie wat is dit goed, dan heb ik me voor het schrijven ervan dus eerst uuuuren of misschien wel daaaaaagen zitten vervelen. Dus als wij ons nooit meer zouden vervelen, wordt het dus een saaie, inspiratieloze wereld. Dus waar wacht u nog op: Gaat heen, en verveelt u zich! 

Hapsnap

Soms moet je wel eens even weer aan je beide oren naar de aarde terug getrokken worden. Een collega deed dit laatst eens eventjes voor me. Zonder zich daar echt van bewust te zijn denk ik. Moest ik ook maar niet naar zijn mening vragen natuurlijk.

“Ik vind het wel een beetje hapsnap over komen eigenlijk”, zei hij. Hij vond het een beetje willekeurig dus, en een beetje zonder lijn ook. Ik stond meteen weer met mijn beide poten op de aardkloot.

Als je ook zo hoog in de atmosfeer zit met je kop, adem je ook hele ijle lucht in. Dat is ook niet bevordelijk voor de helderheid van je gedachten. Je verliest blijkbaar ook het vermogen om een lijn te volgen. Benevelde (lees: “bezopen”) mensen kunnen geen rechte lijn volgen, maar tenminste nog wel een een slingerende lijn. Maar als je hersenen te lang te arme zuurstof krijgen, dan kun je helemaal geen lijn meer volgen. Volkomen logisch eigenlijk. 

En toen ik dus weer op de grond stond, kregen mijn hersenen weer rijke zuurstof toegediend. Alle gevoel voor lijnen, vooral rechte, kwam meteen weer terug. De reactie die ik op dat moment had willen geven op het commentaar van mijn collega was dan ook nogal onwillekeurig en nogal rechtlijnig: 

“Hapsnap? Man, weet je wel wat dat überhaupt betekent? Dat jij er geen lijn in ziet betekent niet dat die er niet is, maar alleen dat jij hem niet zien kan!”

Maar wat ik wel zei was dit: “Dat vind ik een goed signaal, waarom vind je dat precies?”.

Goed hè? Alleen de allerkoelbloedigsten kunnen dat.

Op rolletjes fitter én gelukkiger worden

Het moet nu toch echt maar eens: meer bewegen en minder en vooral gezonder snoepen. Mijn snelle metabolisme stelde mij altijd in staat om te vreten wat ik wilde zonder er dik van te worden. Die snelheid is echter blijkbaar tanende, want er zet zich nu toch echt een vetrolletje af rond mijn middel.

Ik maak me nog verre van zorgen hoor. Laatst liep ik in het zwembad met de kinderen, en merkte op dat ik relatief nog broodmager ben. Mijn buikje stelt nog niks voor, maar daarin schuilt een valkuil. Relativeren is een beetje als je kop in het zand steken. Het gaat hier niet om andermans vet, maar mijn vet. En mijn vet zit me in de weg. Mijn conditie laat bovendien ook te wensen over. 

Dus er is een zekere wil tot gezonde beweging. Nu heb ik echter door veel te fanatiek squashen en verkeerd joggen in het verleden het kraakbeen in mijn kniegewrichten nogal uitgehold, dus lekker joggen in de buitenlucht zit er voor mij niet in. Ik kan natuurlijk gaan fitnessen, maar dat voelt zo zinloos. Iets in dat bewegen zonder je te verplaatsen staat me enorm tegen. Ik wil sport en plezier bij elkaar houden. Zonder plezier ga ik het dus never nooit niet volhouden.

Jaren geleden kocht ik (na lang mijmeren) een paar inline skates. Ik deed zelfs een skate clinic om met voeten op rolletjes veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Al met al heb ik er misschien 25 keer op gereden. Vraag mijn vrouw maar niet naar haar mening over de aanschaf ervan destijds. Diezelfde skates heb ik desalniettemin maar eens weer van zolder gehaald en voorzien van mooie, nieuwe, soepele wieltjes. Het is dus mijn bedoeling om, in plaats van hollen, te gaan rollen. Op rolletjes fitter worden dus. 

Gisteren heb ik met mijn kinderen een paar rondjes om het huizenblok aan de overkant gemaakt. De nieuwe wieltjes voelden zalig. En ik kende de kneepjes nog prima. Met kalme slagen zoefde ik zachtjes en geroutineerd over de klinkertjes van de straat. Mijn vier kinderen ratelden op hun speelgoed-skates op verschillende afstanden achter mij aan.

Af en toe stopte ik om de kinderen de kans te geven om bij te blijven, en om hun schaatshouding te corrigeren. “Door de knieën en kont naar achteren, alsof je moet poepen!”, riep ik. En het sorteerde resultaat. Ze kregen allemaal de slag te pakken en willen voor hun verjaardag ook échte skates. Ik genoot dus met enorme teugen. Mijn nieuwe wieltjes hebben zich nu al terug betaald in geluk.