Vanmiddag stapte er een buitenlands gezin bij mij in de trein. “Is dis train to Arnhem”, vroeg de vader. Ze zagen er voor mij uit als vluchtelingen. Ik kon hun herkomst niet inschatten. Syrië wellicht. Ik veronderstelde meteen dat ze hier verkeerd zaten, want ik zat 1e klas. Op mijn linker schouder verscheen plots mijn goede ik: “Dat is erg snobbig van je!”, zei hij geschokt. Ik had helemaal geen last van ze, maar ik nam aan dat deze mensen zich vast geen 1e klas kaartjes konden veroorloven. Op zich al een nogal ongegronde gedachte, maar het ging nog wat verder dan dat…

Het gezin was zo groot dat ze zich moesten verspreiden door de coupé. Er kwam ook één van hen naast mij zitten. Op dat moment was ik net een berichtje aan het typen op mijn smartphone. De jongen keek dusdanig geïnteresseerd naar mijn telefoon dat ik overwoog om mijn laptop nog maar niet uit mijn tas te trekken. De conducteur zou zo wel komen, dus… Wat dacht ik wel niet? Het viel me erg tegen van mezelf, dus ik dwong mezelf om te doen wat ik altijd doe. De vermeende jonge Syriër naast me keek wel even nieuwsgierig naar mijn schermpje, maar daar bleef het gewoon bij. 

En toen de conductrice uiteindelijk kwam, bleken deze mensen inderdaad in de verkeerde coupé te zitten. “Zie je wel!”, sneerde mijn slechte ik vanaf mijn andere schouder. Ze moesten dus doorlopen en dat deden ze ook heel gedwee. En ik voelde opluchting. Mijn goeie ik gaf me een draai om mijn linker oor en riep terecht: “Je moet je schamen!”. Dat deed ik dus ook. Met een vuurrooie kop gaf ik mijn vervoersbewijs aan de conductrice. Ze keek me bevreemd aan. “U zit gewoon goed hoor meneer”, stelde ze me gerust.   

Advertenties