De ietwat schuchtere zokantook laat zich veelal gelden in ietwat uitdagende situaties. Een zokantook is pragmatisch van aard, en daarmee duidelijk vriendelijker dan de naverwante zomottat. De zokantook komt vaak voort uit verbazing over de per ongeluk gevonden oplossing:”O? zokantook?”. Maar ook dikwijls uit ergernis over een aangedragen oplossing uit een heel andere hoek: “Jazokantookja!”.

De bepaald niet schuchtere zomottat komt uit die andere hoek en bemoeit zich ongevraagd met de situatie: “Aan de kant! Kijk zomottat!”. De zokantook probeert de zomottat zo goed mogelijk te vermijden, en doet dat door te letten op de voorbodes van de zomottat: de twilnies en de kworgeks.

Zokantooks hebben overigens een symbiotische relatie met kziewels en kweetnies. De kziewel creëert het pragmatische klimaat waarin de zokantooks goed kunnen gedijen. Een kweetnie is voor een zokantook hetzelfde als een stuk rottend hout voor een zwam: “kweetnie hoetmoet maar kziewel”. Zolang er genoeg kweetnies zijn en niet teveel twilnies en kworgeks (hier komen immers de zomottats op af), is de zokantook in zijn element.

 

Advertenties