Ego’s kunnen belachelijke afmetingen aannemen. Onhandelbaar groot zijn ze dan. Je kunt er geen land mee bezeilen. Opgeblazen ego’s zijn niet voor rede vatbaar. Je kunt ze het beste maar laten blazen tot ze zijn leeggelopen. Laat ze maar sissen. Of je prikt er een gaatje in zodat het wat sneller gaat. Kinderen hebben dat heel snel door.

Mijn eigen ego is ook bepaald niet bescheiden, vooral thuis. Het staat ook altijd op nummer 1, en laat zich ook niet van die plek verdrijven. Van pure nijd laat het zich telkens gelden. Uit angst voor weerwoord en opstand. Uiteraard werkt het averechts en oogst ik precies wat ik zaai: opstandigheid in plaats van respect.

Vandaag vroeg iemand mij: waarom is jouw ego eigenlijk belangrijker dan dat van je kinderen? Daarop had ik geen antwoord. En dat is ook logisch, want er ís geen antwoord op.

De enige die belang heeft bij mijn grote ego ben ik zelf. Het is puur eigenbelang. Je ego is je baatzucht. De rest van de wereld is er niet bij gebaat. Mijn ego is een illusie die ik heb gecreëerd om de aandacht af te leiden van mijn kwetsbare kant. Het is een masker waarachter een gezicht met betraande wangen schuilt. Het gezicht van een onzekere man en een miskende zoon van een vader die ook zo’n masker droeg.

De conclusie is dus eigenlijk dat ik zelf ook niet gebaat ben bij mijn grote ego. Hoe minder ik het laat gelden, des te gelukkiger ik me voel. Minder = meer. Mijn ego is eigenlijk gigantisch onbelangrijk. Nu nog de moed en kracht, nee, oerkracht, om dat verrekte masker voor goed af te werpen.   the-mask-psd85195

Advertenties