Maand: maart 2018

Blozende buitenbenen

20180316_223712.jpg

Vanmiddag kocht ik een zak vol buitenbeentjes. Op mijn fruitschaal lag nog één fatsoenlijke appel. Die is nu omringd door minderwaardigere gevalletjes, B-keusjes. Maar nu valt die ene dikkerd wel mooi uit de toon. Zo zie je maar hoe het tij kan keren in het leven.

Mijn lieve dochter vindt zichzelf ook een buitenbeentje, vertelde ze me laatst. Voor mij zal ze natuurlijk nooit een buitenbeentje kunnen zijn, maar ik begrijp wel hoe ze het zelf bedoelt. Ze is geen meeloper. Heeft een eigen mening. Laat zich niks wijs maken. Ze is een vurige meid die voor zich zelf op komt, en voor iedereen die haar lief is. Maar daarmee zet ze zich wel apart van de rest. En dat weet ze van zichzelf.

Gelukkig heeft ze nu twee vriendinnen van wie ze gewoon zich zelf mag zijn. Drie blozende buitenbenen die elkaar in hun waarde laten. Ze is er hartstikke gelukkig mee. Ze kan de vriendschap goed gebruiken want ze maakt een heftige tijd mee. Haar vader is namelijk uit de fruitschaal gevallen. Hij was het buitenbeentje van het gezin geworden. Hij viel uit de schaal, stuiterde een paar keer en rolde de verdomhoek in. Daar bleef hij een tijdlang gekneusd liggen. Een zielig en bitter geval.

Maar de kneus is uit zijn hoekje gekomen en is een eigen schaal begonnen. Daar ligt hij prettig op te blozen. Het komt wel weer goed met hem. Geregeld komen zijn vier oogappeltjes bij hem op de schaal om met hem mee te blozen. Geluk is een kwestie van kunnen blozen op je eigen manier. Blozen op de manier van een ander maakt je namelijk niet gelukkig. Ik kan het weten.

 

 

In het nauw

Als je je in het nauw gedreven voelt heb je het gevoel alsof je geen kant meer op kan. Het is een soort mentale dwangbuis. Je bent in je manier van denken ernstig beperkt. Voor je eigen bestwil, zo zeggen ze. Je weet ook dat het nodig is, want je was diep gezonken. Je weet ook dat je ze moet vertrouwen, want je bent zelf niet echt toerekeningsvatbaar. Je kijkt steeds schichtig om je heen, als een bang vogeltje.

Een vleugellam, zwak vogeltje in het nauw. Een hoopje ellende. Je ziet dingen die je verwarren en beangstigen. Het kan allemaal niet waar zijn. Versuft vraag je je af hoe je in deze situatie verzeild bent geraakt. Hoezo niet toerekeningsvatbaar? Hoezo zwak? Je gelooft het eigenlijk niet, en je probeert je er tegen te verzetten. Tegen beter weten, want je bent mentaal verlamd. Murw.

In het nauw gedreven. Je spartelt om los te komen. Maar je bent moe, en je vindt maar geen rust. Rust die je ontzettend hard nodig hebt. Rust om te denken. Rust om te bezinnen. Rust om te begrijpen. Je smacht naar die rust. Van binnen schreeuw je: laat me, laat me zijn wie ik ben! En tegelijkertijd weet je niet meer wie je bent. Anderen vertellen je wie ze denken dat jij bent, maar ze stuiten daar op een harde muur. Die kan onmogelijk bezwijken, want daarachter zit je laatste waarheid.

Als je het gevoel hebt dat je geen kant meer op kan, dan geloof je dat je maar twee opties hebt: opgeven of verzetten. Daar tussenin zit niks. In het nauw is het zwart of wit. De wanhoop van je situatie maakt dat je dat zo ziet. Mensen die je vertrouwde zeggen tegenstrijdige dingen, maar je weet het niet honderd procent zeker. Je ziet het allemaal niet scherp genoeg.

En dan rest je eigenlijk nog maar één ding: je kiest voor jezelf. Je pakt de controle over je eigen leven terug. Ten koste van iedereen die je lief hebt, maar je kan niet anders. Je zet een stevige stap naar voren. Uit het nauw.