Maand: juni 2018

Boogspanning

Vastberaden stapte ik de speciaalzaak voor handboogsport binnen. Voor de tweede keer. Ik betrad een wereld die tot voor kort voor mij niet bestond. Een spannende, interessante wereld. Een wereld waarin woorden worden gebruikt zoals pondage en treklengte. De verkoper was nog druk bezig met de enige andere klant in de winkel, dus ik vergaapte me aan de spullen in de schappen.

De andere klant werd vakkundig en geduldig geholpen. De verkoper nam alle tijd om het ding (een duur uitziend, matzwart middenstuk van een recurve boog) dat de andere man had besteld, perfect af te stellen. De andere klant testte de boog op een kort schietbaantje in de winkel. Na enkele minutieuze verstellingen aan kleine schroefjes hier en daar aan de boog, begon het resultaat meer in de buurt te komen van de verwachtingen van de klant. Ik hoorde hoe de man een enorm bedrag armer werd en ik merkte dat de knoop ik mijn maag zich strakker aantrok.

Mijn maag zit altijd een beetje in de knoop als ik (veel) geld ga uitgeven aan iets waarover ik twijfel of het wel verstandig is. Eigenlijk wel een lekkere soort spanning. De spanning van de anticipatie. De spanning van het uitstellen van een impuls. Vandaag wist ik dat ik aan het impuls ging toegeven. Ik had nu lang genoeg geweifeld en geprakkiseerd. Just do it!

Omdat ik hier al eerder was geweest, wist ik precies wat ik wilde. “Die”, zei ik, en ik wees naar een complete recurve set die in de winkel stond uitgestald. En ook ik werd door de verkoper uiterst professioneel geholpen. Mijn boog werd met bijna liefdevolle bewegingen gemonteerd en afgesteld. Allerlei kleine piefjes en palletjes werden op en aan de boog bevestigd. Tenslotte spande de verkoper de pees op de boogbladen en vroeg me of ik toevallig al wist wat mijn treklengte was. Dat ik dat niet wist gaf niks, want dat kon hij natuurlijk wel even meten.

De verkoper verzocht me om op de schietplek te gaan staan en overhandigde mij plechtig mijn prachtige handboog. Alle toeters en bellen zaten eraan. Ik kreeg een speciale pijl waarop een centimeteraanduiding stond. Ik legde de meetpijl op de de pijloplegger en trok de pees van de boog zover naar achteren als ik kon. Na een drietal metingen kwam de verkoper uit op een treklengte van net iets onder de 32 inch (ondanks de centimeteraanduiding…). Dus mijn pijlen moesten tenminste die lengte hebben.

Vervolgens mocht ik nog eens hetzelfde doen, maar nu werd er tussen mijn hand en de pees een klein meetinstrument geplaatst. De effectieve pondage bij mijn treklengte bleek 27,8 pond. Dat is het gewicht dat wordt losgelaten op het nokje van de pijl bij het loslaten van de pees. Het pondage wordt vooral bepaald door de starheid van de booglatten, legde de verkoper uit. Hier zou ik voorlopig wel genoeg aan hebben, adviseerde de verkoper. Een zwaarder pondage is voor de beginnende schutter niet nodig. Ik vond het prima.

En toen kwam het moment dat ik mijn eerste eigen pijl mocht lossen. Ik kreeg een korte uitleg over de werking van het vizier en wat het verschil is met het schieten met een “bare bow” (dus zonder vizier). De eerste pijl belandde pardoes in de muur, maar dat gaf niks, want het vizier stond ook helemaal nog niet goed. En jawel, na de verdere fijn-afstelling van het viziertje belandden mijn pijlen al keurig op het blazoen. Weliswaar niet in de roos, maar wel redelijk bij elkaar in de buurt. Ik moest het vizier later zelf, in het veld, beter gaan afstellen.

Ruim twee en een half uur nadat ik de winkel was binnengelopen liep ik met een complete handbooguitrusting naar buiten. Zo trots als een pauw. Ik had een fonkelende, Ferrari-rode handboog gekocht. En ik was er tot in mijn tenen mee in mijn nopjes. De knoop in mijn maag had plaats gemaakt voor die prettige tinteling van kippevel die in golven over je ruggengraat gaat. Geen gevoel van spijt, maar totaal het tegenovergestelde.

20180630_170350.jpg

Gisteravond heb ik mijn trotse bezit eens even uitgebreid getest op het schietveld van de club waar ik nu al weer bijna een jaar lid van ben. Het werd ook wel eens tijd voor een eigen boog. Een van de andere schutters die al jaren lid is, stond me bij met advies over mijn houding en techniek. Maar het belangrijkste advies was dat ik moest ontspannen. Laat je boog zijn werk doen. Dus ik liet al mijn boogspanning van me afglijden en halleluja…

20180629_210536.jpg

Advertenties

De weide

Tijdens een lange wandeling met een goede vriend hoorde ik mezelf zeggen dat ik nog lang niet uitgekeken ben op de weide waarin ik rond huppel, omdat ik nog lang niet aan alle bloemen had gesnuffeld. De weide stond in die zin voor het werk dat ik momenteel doe. Ik put er ontzettend veel levensplezier uit, en dat kan ik nog heel lang doen. Het is een uitgestrekte weide. Het reikt tot aan de horizon.

Ooit waren de goede vriend en ik collega’s. We konden het van meet af aan goed vinden met elkaar. We hebben hetzelfde gevoel voor humor. Zoiets schept meteen een band. Nu hebben we het type vriendschap waarin je elkaar soms jaren niet ziet, maar elkaar niet vergeet.

En omdat we elkaar niet uit het oog waren verloren, dwaalden we samen door het bos. Ons gesprek dwaalde ook alle kanten op. Het ging dan weer over toen, dan weer over nu. Toen waren we naïef en gelukkig. Nu waren we veel wijzer. Toen waren we collega’s. Nu zijn we lotgenoten.

Lotgenoten. Twee mannen met een gebroken hart. Om verschillende redenen, maar dat maakt niet uit. We zijn allebei uit een diepe put geklommen. We konden elkaar steunen. We konden ontboezemen. Het is fijn om ellende te delen met iemand voor wie dat heel erg herkenbaar en invoelbaar is.

We spraken over nieuwe inzichten in onszelf. Mijn bloemenweide die nog vol door mij onbesnuffelde bloemen staat, is zo’n inzicht. Mijn dwaalgenoot snapte precies wat ik bedoelde en zag zichzelf al vrolijk door zo’n weide huppelen. Hij zit momenteel zonder werk, maar vast niet voor lang. Hij ging mijn mooie zin onthouden, zei hij. Jij vindt weer een bloemenweide waar je vol passie doorheen kan huppelen, beloofde ik hem. Ik beloofde mijn ogen en oren voor hem open te houden.

We hadden het over geluk en liefde. Over warmte en genegenheid. Over hoe het ons daarin nu ontbrak. We waren heel open over hoe onbezonnen we in onze op de klippen gelopen liefdes waren gedoken. Misschien hadden we meer moeten scharrelen. We hadden er beter aan gedaan om eerst ook wat andere bloemen te besnuffelen. Maar we waren te onzeker. Te verlegen en te afwachtend. De bloemen werden vanaf een afstandje door ons bewonderd. Heimelijke liefdes die nooit opbloeiden.

Maar we spraken ook over hoop. Over toekomstige liefde. De weide staat vol bloemen. Kijk maar eens om je heen. Ik ga weer genegenheid en geborgenheid voelen, voorspelde hij. Hij raakte mijn gevoeligste snaar en ik werd er stil van. “Je hoeft je er alleen maar voor open te stellen”, zei hij. Eigenlijk geloof ik niet dat ik dat ooit weer kan. Bloemen zijn allemaal giftig. Dus ik laat het snuffelen en hou het voorlopig maar bij huppelen.

Lang niet gek!

Afgelopen donderdag ging ik naar de voorstelling “Vind je het gek!” door Nynka Delcour en Rob Stoop. De voorstelling is gebaseerd op de waargebeurde levensverhalen van zes mensen met een psychische kwetsbaarheid. Het werd uitgevoerd in een buurtcentrum bij mij in de buurt. Toen ik de aankondiging in de lokale krant las, wist ik meteen dat ik daar naartoe moest. Dus ik fietste er donderdag naartoe. Een beetje verscholen keek ik naar de mensen die de zaal in liepen en vroeg me af of zij zich ook door het krantenartikel zo sterk aangesproken voelden. Ik vroeg me af wat hún verhalen waren.

In de voorstelling worden de verhalen van de zes mensen met gezonde humor en mooie, ontroerende liedjes gebracht. Het greep me ontzettend aan. Het pakte me meteen bij het begin, vervoerde me en liet me pas aan het einde weer los. Na afloop had ik enorme brok in mijn keel. Het was allemaal heel echt en heel puur. En het trof me recht in mijn hart en mijn ziel.

Ik kon me op diverse momenten ook zo sterk herkennen in de verhalen en de liedjes. Ik zag iets van mezelf  in de vrouw die door haar vader emotioneel verwaarloosd was. Ik herkende het gevoel van uitzichtloosheid en machteloosheid waarover werd gezongen in het lied “dood loopt de weg waarop ik wandel”. En het brok in mijn keel kwam vooral van het verhaal over de vrouw met de “emotionele bagage”, en hoe dat haar leven beheerst. Allemaal herkenning. Ik ben dus niet de enige met dit soort kwetsbaarheden. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de kans dat je iemand tegen het lijf loopt die worstelt met een psychisch probleem meer dan 40% is. Psychische kwetsbaarheid is eigenlijk best normaal.

Na afloop gingen de mensen in de zaal met elkaar in gesprek over de voorstelling. Ik sprak met een aantal aardige, kwetsbare mensen die om me heen zaten. We deelden wat stukjes uit ónze verhalen met elkaar. Heftige, persoonlijke verhalen. Ik voelde me met hen verbonden. Ik sta niet alleen, en zij ook niet. We mogen er zijn, en we zijn lang niet gek! En ik merkte dat dát was wat ik hoopte te vinden bij deze voorstelling.

Als je de kans hebt zou ik beslist naar deze voorstelling gaan. Hieronder kun je de trailer bekijken.