Maand: april 2019

Hoe te vermannen

Omdat ik betekenis belangrijk vind stoei ik vaak met woorden. Dat is mijn dominante linker hersenhelft. Kan ik niks aan doen. Het begint met spelen, maar als ik niet oppas wordt het een gevecht. Bij vermannen denk ik dan dus aan een transformatie van een toestand waarin je gevoel van man zijn te wensen overlaat waardoor je de situatie niet helemaal de baas bent, naar een toestand waarin je gevoel van man zijn dusdanig is toegenomen dat je de situatie weer de baas bent.

Maar wat doe je eigenlijk als je je vermant? Wat gebeurt er precies? Stroomt er, omdat jij dat wil, ineens meer testosteron door je aderen? Is het moeilijker om je te vermannen als je te weinig testosteron in je bloed hebt? Misschien heeft testosteron er wel helemaal niks mee te maken. Mijn onderbuik zegt van niet. Die speelt volgens mij een grote rol bij het vermannen. Onzeker gevoel zit bij mij altijd in de onderbuik.

De laatste keer dat ik me moest vermannen van mezelf was enkele dagen geleden. Ik was mijn telefoon vergeten. Meteen een hol gevoel in de onderbuik. Alsof de wereld zou kunnen vergaan als ik niet bereikbaar ben. Maar ik wist me dus te vermannen. Hoe precies, weet ik niet meer. Het gebeurt half onderbewust. Je ergert je aan je zwakte op dat moment en vindt dat je niet zo zielig moet doen. Zo van: “Ach, kop op! Je kan best een dag zonder je smart phone. Een dagje zonder afleiding zou je goed doen!”

Vermannen is misschien wel vooral het binnen de juiste proporties houden van een (acuut) probleem. Niet moeilijk doen. Niet je hoofd laten hangen, maar accepteren dat iets is zoals het is en er het beste van maken. Het voor handen zijnde probleem onder ogen zien. Kracht. Optimisme. Maar ook kalmte en berusting. Dat is hoe vermannen voor mij voelt.

Om je te kunnen vermannen hoef je trouwens geen man te zijn. Vrouwen kunnen zich ook uitstekend vermannen. Mijn linker hersenhelft komt nu met de vraag of je je ook kunt vervrouwen… Food for thought…

Kak, telefoon vergeten

Daar kwam ik dus pas achter toen ik op het schoolplein stond. Het klamme zweet breekt me dan op zich ook weer niet uit, maar ik word er wel onrustig van, merkte ik. Op dat moment wilde ik de sprongen van mijn zoontje filmen. Vandaag zijn namelijk de Koningsspelen, dus gaan ze allemaal sporten. En de warming-up was op het schoolplein. Nu moet ik maar vertrouwen op mijn geheugen en hopen dat ik er een blijvende herinnering van maak. Ik dwing mezelf om mijn aandacht te verleggen naar alle pret op het schoolplein. Die telefoon is volkomen onbelangrijk.

Mijn telefoon ligt natuurlijk nog thuis op de keukentafel. Ik zie hem zo liggen. Even overweeg ik om terug naar huis te rijden (20 minuten) om hem op te halen, maar ik verman me. Ik dwing mezelf (wederom) om gewoon door te rijden naar mijn werk en te genieten van een ongestoorde werkdag. Dat moet gewoon kunnen. Ik ben mijn laptop niet vergeten, dus ik ben straks weer gewoon online. Niks aan de hand.

Maar toch heb ik een hol gevoel in mijn buik. Ik merk dat ik prikkelbaarder ben dan anders. Ongeduldiger ook, want ik wil nu wel zo snel mogelijk op mijn werk zijn zodat ik snel mijn kinderen kan laten weten dat ze me niet telefonisch en via whatsapp kunnen bereiken. Deze week zijn ze bij mij, dus is mijn bereikbaarheid extra belangrijk. Vandaar dus de onrust en het holle gevoel. Maar gelukkig merk ik het. Dus ik dwing mezelf (wat ben ik ook een dwingelandje) om te ontspannen. De zon schijnt. Het leven is goed. Rustig maar. Hakuna Matata.

En zie, ik ben al weer online en reageer mijn technologiefrustratie even lekker hier af. Zo, dat lucht op. Eigenlijk helemaal zo erg nog niet om gedeeltelijk offline te zijn. Het holle gevoel is al weg. Paniek om niks. Misschien moet ik mijn telefoon vaker vergeten. Het ding speelt een veel te belangrijke rol in mijn leven. Het is mijn hotline naar mijn belangrijke mensen, en andersom. Het verlies ervan voelt als een amputatie. In deze tijd volkomen begrijpelijk, maar ook heel zorgwekkend. Bij het langdurig wegvallen van alle mobiele connectiviteit breekt in ons land de pleuris uit. Moeten we met z’n allen mobiel afkicken? Misschien eerst maar eens beginnen met een jaarlijkse, nationale offline dag.

In het nu

We zouden meer “in het nu” moeten zijn, hoor je vaak. Dus niet in het verleden, en niet in de toekomst, maar er precies tussenin. Alleen zit er tussen de verleden tijd en toekomst helemaal geen ruimte. Eigenlijk is er letterlijk geen tijd voor het nu.

Misschien moet “het nu” meer gezien worden als een live stream. Het leven speelt zich nu af. Misschien is “in het nu” leven wel simpelweg het aandachtig ervaren van tijd. Door je aandacht wordt het een herinnering. Doet me denken aan mindfullness.

Voor het aandachtig ervaren van het nu zou ik misschien meer tijd moeten maken. Het nu overkomt me eigenlijk meestal. Het verrast me. Bijvoorbeeld als ik tijdens een boswandeling opeens getrakteerd word op een straal zonlicht dat door het dichte bladerdak wist te breken. Op zo’n moment lijkt de tijd te vertragen en soms zelfs bijna tot stilstand te komen. Puur geluk. Het nu zit er volgens mij vol mee.