Maand: december 2019

Mijn 2020

Het jaar waarin…
ik een extra geluksdag heb
ik nóg vaker in de roos schiet
ik huppel in mijn wijdse weide
ik nóg vrijer fluiten zal
ik de horizon weer tegemoet fiets
ik weer een tintje dieper vergrijs
ik precies een halve eeuw vol maak
ik me de koning nóg te rijker ga voelen
ik steviger sta dan ooit
ik mijn schatten nóg liever heb
ik met nóg vollere teugen geniet
ik nóg meer verstil en luister
ik weer meer verschil voel
ik zelfs jou niet veroordeel
ik nóg krachtiger vooruit beweeg
ik mijn horizon verder verbreed
ik niets verwacht en alles accepteer
ik mag barsten van onbescheidenheid



Gewoon overnieuw

Sinds ik geen curling vader meer wil zijn die zijn kinderen nogal dwangmatig wilde behoeden voor fouten die hij zelf wel aan de lopende band maakte, ga ik met mijn kinderen in gesprek. Zo kreeg ik een gesprek met mijn jongste zoon over zijn netflixgebruik na klachten van de andere kinderen over mijn trage internetverbinding. Nu is mijn internetband ruim 3 keer zo breed als bij hun moeder, maar mijn wifirouter kan de enorme bandbreedtehonger van mijn vier kinderen maar amper aan. En Netflix hakt de bandbreedte met gemak in tweeën zodat de rest te maken krijgt met langere downloadtijden en schokkende video. Volgens dochterlief zat haar kleine broertje naar één of andere stomme film op netflix te kijken. Jumanji ofzo. Dus ik verlangde van mijn zoontje dat hij mij voortaan even zou vragen of het goed was als hij even een filmpje op netflix ging kijken. Leek mij helemaal niet onredelijk. Ook moest hij de film die hij aan het kijken was, de volgende dag maar even uit gaan kijken, want de dagelijkse schermtijd was al ruimschoots overschreden. Mijn aanname was dat hij inderdaad Jumanji keek, maar dat had ik niet gecheckt.

De volgende dag vroeg de kleine man dus of hij nog even zijn film mocht uitkijken. Daarmee voldeed hij helemaal aan mijn verwachting. Een tijdje later wilde ik weten hoe lang zijn film nog duurde, dus ik tikte hem op zijn schoudertje. Op zijn schermpje zag ik een animatiefilm, en dat is Jumanji bij mijnweten niet. Dus ik vroeg hem verbaasd waarom hij me niet had gevraagd of hij een nieuwe film mocht gaan beginnen. Maar hij beweerde dat hij dat wel degelijk had gevraagd. “Nou ja, gezegd”, maakte hij ervan. Mijn achterdocht sloeg daar meteen van aan dus ik concludeerde dat hij tegen me zat te liegen. En toen hadden we natuurlijk dikke mot. De kleine man schreeuwde me woedend in mijn gezicht dat ik zelf zat te liegen. Daar hadden we de poppen aan het dansen. In een poging de machtsbalans te herstellen zei ik hem dat hij moest stoppen met zijn geschreeuw of anders kon hij wel even buiten gaan afkoelen. Dat maakte geen indruk natuurlijk. Even later stond hij dus buiten de deur te tieren. De deurbel bleek een veel te handige manier om mij vervolgens te ergeren, dus die schakelde ik uit. Maar toen beukte hij maar gewoon op mijn voordeur. Heilloze zaak natuurlijk. Kak. Ga dan maar even in de slaapkamer afkoelen. Daar kroop hij verbolgen onder de dekens.

Een half uurtje later kwam ik bij hem zitten en aaide hem over zijn bol. “Gaat het weer, vent?”, vroeg ik hem. Zijn hoofd knikte langzaam onder mijn aai. En hij wou ook wel een knuffel. En nu we weer rustig met elkaar konden praten vroeg ik hem of hij me gewoon nog eens rustig zijn kant van het verhaal wilde vertellen. Daarna mocht ik mijn versie ook vertellen. Onze verhalen verschilden eigenlijk maar op één klein puntje, namelijk de naam van de film die hij aan het kijken was. We zaten helemaal niet mijlen ver uit elkaar. Maar we hadden wel een beetje een patstelling over dat liegen, zei ik. Ik gaf toe dat ik niet had gecontroleerd of hij daadwerkelijk Jumanji aan het kijken was. En toen vroeg ik hem wat hij dacht dat we nu moesten doen. “Nou, gewoon overnieuw beginnen, want dat doe je bij een remise”, zei hij. Ventje plat geknuffeld. Wijze les voor pa.

Argwaan

Op een schaal van naïef tot paranoïde zit ik volgens mij links van het midden. Misschien zelfs te veel naar links. Maar ik schiet radicaal naar rechts als iemand mij iets wil verkopen. Maximale argwaan. Ik vertrouw geen enkele verkoper. Als mij in de winkel wordt gevraagd of men mij ergens mee kan helpen zeg ik ook steevast: als ik hulp nodig heb, vraag ik het wel. Laat me alsjeblieft gewoon rustig snuffelen. Voor marketeers voel ik regelrechte haat. Geld-uit-de-zak-kloppers zijn het. Leur ergens anders met je prullaria. Vlieg op met je gelikte praatjes want ik geloof je bij voorbaat niet. Deze mensen worden gedreven door bonussen. Ze werken vanuit hun eigen belang, niet die van de consument. Ze verkopen om het verkopen. Een goed product verkoopt zichzelf, zegt mijn innerlijke boomer. Reclame voor een product is prima, zolang het maar niet opdringerig wordt. Ik heb ook een grondige hekel aan schreeuwreklame. Ik hoor daarin alleen maar de boodschap: koop dure spullen die je niet nodig hebt! Van gerichte reclame schiet ik ook meteen in de argwaanstand. Vandaar dat ik alle digitale reklame zoveel mogelijk blokkeer. En tóch zou mijn koopgedrag dan nóg beïnvloed zijn. Ik overweeg kluizenaarschap.