Month: juli 2020

Gebeur ik te vergeten

Vlak voor ik in slaap val, kronkelt er vaak een gekke gedachte door mijn hoofd. In mijn geval zijn dat eigenlijk altijd taalkronkels. Daar hou ik namelijk van. Slaperig maak ik vol vertrouwen in het vermogen van mijn op dat moment ook al half slapende geheugen, een mentale notitie om de verwondering te onthouden. Zodat ik er de volgende dag iets over kan schrijven. Maar de volgende ochtend kijkt mijn geheugen me enigszins geërgerd aan. Het had alleen maar onthouden dat het iets moest onthouden. Een of andere geniale ingeving of zo. Echt handig om iets te willen onthouden vlak voor je in slaap valt. Ooit gehoord van een notitieboekje?

Maar een paar dagen later schiet mijn “geniale ingeving” mijn geheugen ineens te binnen. Net voor ik de deur uit wil gaan. “Pak een pen en een stuk papier”, commandeert mijn geheugen. Zonder daarop te wachten dicteert het mijn ingeving aan me terug. De genialiteit valt tegen, maar de verwondering was er wel weer. Hou je vast, hier komt het: Mensen kunnen niet geschieden, voltrekken of gebeuren. Wonderen voltrekken zich. Mensen niet. Iemands wil kan geschieden, maar de eigenaar van die wil dus niet. Rampen, ongelukken, en overstromingen gebeuren. En vast ook heel veel leuke dingen, maar nooit mensen.

In het Engels kunnen mensen wel gebeuren, maar alleen in combinatie met een tweede werkwoord. I happen to like this music. Vaak is het een manier om sarcasme te uiten: I happen to live in this house too. Die happenings zijn allemaal “toevallig” als we dat naar het Nederlands vertalen. Toevallig hou ik van deze muziek. Toevallig woon ik hier ook. Of ook lekker sarcastisch: Ik schijn hier blijkbaar niet te wonen. Maar goed, wij gebeuren in goed Nederlands niet. Ook niet als het om houden van muziek gaat. Ook moest ik denken aan een populair dialoogje in Amerikaanse films: Iemand ziet een enorme chaos en vraagt “What has happened here?”, met als antwoord bijvoorbeeld: “You did”. In Amerika kunnen mensen gebeuren. Prima. Maar in het Nederlands is het onzin.

Een tijdje geleden hoorde ik op de radio de nieuwslezer zeggen dat er een kettingbotsing was gebeurd. Dat voelde dan ook weer niet goed. Kettingbotsingen ontstaan of zijn, maar gebeuren niet. Hoe rampzalig kettingbotsingen ook zijn, ze geschieden niet en voltrekken zich ook niet. Dat hebben kettingbotsingen dan mooi gemeen met mensen. Toch nog iets opgehelderd. Ik gebeur daarvan te houden, van helderheid. Wat een geluk dat mijn geheugen zich de gedachtenkronkel gebeurde te herinneren die ik gebeurde te zijn vergeten.

Breek en heel

Laatst brak mijn koffiekan. Aan de buitenkant zag je er niks van, maar te zien aan de plas koffie waarin het koffiezetapparaat stond was er iets mis gegaan tijdens het pruttelen. Ik tilde de koffiekan uit het apparaat. Het rammelde, en dat hoorde hij niet te doen. Zijn inwendige kan was gebroken. Zomaar. En ik had het koffiezetapparaat nog maar een paar weken, dus ik ging ervan uit dat het een garantiegevalletje zou zijn. Maar helaas pindakaas. In de voorwaarden staat glashelder dat het breken van glazen onderdelen niet onder de garantie valt. Pech gehad. Dat bleek later zelfs dubbele pech, want mijn kan bleek ik nergens los te kunnen bestellen. Dus mijn gloednieuwe koffiezetter verhuisde van aanrecht naar berging.

Wat een strop. Ik schoot er pardoes van in mijn zwart-wit-stand. Dan maar geen koffiezetapparaat. Ik dronk tóch teveel koffie. Bovendien heb ik de senseo nog. En als ik zin heb in lékkere koffie, heb ik ook de cafetiere nog. Met vers gemalen koffie zet je daarmee ongeëvenaard lekkere koffie. Dus ik snorde ook mijn oude koffiemolen op. Die stamde nog uit mijn koffiesnob-periode, en stond in een doos in de schuur stof te verzamelen. Ik maakte de koffiemolen schoon en lijmde zelfs het (ja, hét) deksel van het bakje waarin de gemalen koffie wordt opgevangen. Verse bonen erin, malen op standje grof. En even later genoot ik met gesloten ogen van een heerlijke dampende bak. Mijn cafetiere en koffiemolen wisten niet wat hen overkwam. Zoveel liefde ineens.

Toch knaagde het verhaal van die gebroken kan nog aan me. Wat belachelijk dat het niet onder garantie valt. En waarom kan ik nergens een vervangende kan bestellen? Daarom wijdde ik er maar eens een beleefde email over aan, gericht aan de afdeling service en support van de fabrikant (Melitta). Die verwees me vriendelijk naar zo’n onderdelenshop. Ze stuurden een link naar het artikel dat ik daar kon bestellen. De kan bleek te horen bij het voorgaande model. Hij zag er vrijwel hetzelfde uit, dus die ging waarschijnlijk wel passen. Kosten: 29,95, en daar kwamen nog 6 euro bij voor de verzending. “Ammehoela!”, dacht ik kwaad. Wat zijn dat voor fratsen?! Ik voelde me genaaid. Maar ik had nu wel een artikelnummer, dus ik zocht daar eens op. En warempel, ik vond dezelfde kan bij een een andere onderdelentoko voor 19,95. En als ik hem zelf ophaalde, geen verzendkosten. En laat er nou een filiaaltje niet ver bij me vandaan te zijn. Kortom: bestelling geplaatst, kannetje opgehaald, kannetje past prima in het nieuwere model koffiezetapparaat, joepie.

De cafetiere en koffiemolen kwamen ietwat beteuterd op me over. Geef ze eens ongelijk. Maar ik besloot de koffiemolen binnen handbereik te houden. Ik moest de bonen toch ook nog opmaken. Dus ik maalde maar eens een portie koffie voor het koffiezetapparaat. Natuurlijk honderd keer lekkerder dan de voorverpakte gemalen koffie. Dus de koffiemolen is weer in ere hersteld. Die staat weer trots te glimmen in de keuken. De kwaliteit van mijn koffie is er enorm op vooruit gegaan.

Dit verhaal is eigenlijk wel een beetje symbolisch. Soms moet er eerst iets breken voor het weer écht kan helen. De kwaliteit van de koffie is symbool voor de kwaliteit van het welzijn. Soms moet een mens breken om weer écht heel te kunnen worden. Breken is los komen van gewoontes, dingen, opvattingen, patronen. Dat gaat meestal niet vrijwillig. Er moet een kleine ramp geschieden die ervoor zorgt dat je breekt en er van binnen iets knapt. Een depressie of zo. En daarna blijk je wonderwel en boven al je verwachtingen te helen en wordt je een betere versie van jezelf. Dus ik ben blij dat die koffiekan brak en inwendig knapte. Maar desalniettemin hoop ik dat de vervangende kan minder knap knappen kan als die oude kan kon knappen.

Flitsdaten

Een aantal maanden terug, nog net voor de coronagekte uitbrak, begaf ik me op een avond in een klein café, ergens in het Noorden van het land. Ik was onvoorbereid. Dat had ik bewust gedaan zodat ik alleen nog maar mezelf kon zijn. De tijd van indruk maken ligt heel ver achter me, maar misschien had ik daar destijds, achteraf gezien, meer werk van moeten maken.

Ik was niet de eerste die binnen kwam. Er zaten her en der al enkele gasten. Bij de ingang zat een jonge dame achter een laptop. Bij haar meldde ik me aan. Ze legde me de opzet van de avond uit en gaf me mijn tafelnummer en matchkaart. Ik bestelde een koffie en ging alvast aan mijn nog lege tafeltje zitten. Langzaamaan druppelde het voller, en op gegeven moment zaten aan ieder van de genummerde tafeltjes één heer en één dame. Dat was het moment waarop de organisatiedame van haar stoel achter de laptop op stond en ons welkom heette bij deze flitsdate-avond.

Hoe was ik hier nou toch verzeild geraakt? Die gedachte ging op dat moment door me heen. Bij louter toeval viel deze avond exact op de dag dat de scheiding van mij en mijn ex, formeel door de rechter was afgehamerd. We waren al bijna 3 jaar uit elkaar. Dat vormde dus één van de aanleidingen. Maar mijn verzeiling bij deze flitsdate-avond is grotendeels de “schuld” van een vriend die een tafeltje verderop zat. Hij had me overgehaald.

De opzet van de avond was eenvoudig. Je krijgt 6 minuten om met elkaar te praten. Als de bel gaat, schuiven de heren door naar de volgende tafel. Halverwege was er tijd voor een versnapering en een drankje.

En zo sprak ik op één avond met een dozijn vrouwen. Sommigen waren leuk, sommigen niet. Ik schreef de namen van de dames keurig op mijn mijn matchkaart, en maakte heel sporadisch een aantekening. Ik kan niet luisteren en schrijven tegelijk, dus vandaar. De gesprekken verliepen eigenlijk best gezellig. De 6 minuten waren soms veel te kort en soms ook lang genoeg. Opvallend genoeg werden eerst heel concrete vragen aan me gesteld: ben je gescheiden, heb je kinderen, wat voor werk doe je? Vragen over wat ik in mijn vrije tijd doe, werden vaak pas in tweede instantie gesteld. Ik deed dat zelf precies andersom. Bij een goed gevoel zette ik op mijn matchkaart een kruisje bij “match”. In totaal vier keer.

Het flitsdaten voelde voor mij laagdrempelig, en je zit meteen oog in oog met de dames. En in 6 minuten kun je best een goed beeld vormen van elkaar. Aan het eind van de avond moesten de matchkaarten worden ingeleverd. De vriend en ik dronken elders nog even een biertje en wisselden de ervaringen uit. We hadden allebei een erg leuke avond gehad en voelden ons erg goed over ons zelf. Het was voor ons allebei een eerste stap in een nieuw begin. Heel mooi om dit samen te kunnen delen.

Nadien heb ik een aantal gezellige dates gehad, maar het daten werd natuurlijk nogal bemoeilijkt door de coronacrisis. Sowieso had ik geen flauw benul meer hoe je überhaupt moet daten. Internet biedt dan wel soelaas. Daar vind je veel tips, waarvan de balangrijkste misschien wel  zijn dat je gewoon jezelf moet zijn, en interesse moet tonen in de ander. Als dat laatste niet vanzelf gaat, is het waarschijnlijk geen goeie match.

Wanneer ben je eigenlijk weer klaar voor nieuwe liefde? Dat is een vraag die ik van mezelf niet teveel mag stellen. Ik wil het ook niet te groot maken. Ik zet ministapjes, en wil niets overhaasten. Langzaam stel ik mezelf open. Het contact met andere vrouwen is vooral leuk. Vrouwen die al een half leven achter zich hebben, waarin ze zijn gevormd en krassen hebben opgelopen, net als ik. Dat levert mooie, open en persoonlijke gesprekken op. De wederzijdse nieuwsgierigheid en begrip voelt erg positief en ik merk dat ik er weer door opbloei. Niks mis mee. Toch goed dat ik me tot het flitsdaten heb laten over halen. Misschien wel het beste besluit van dit jaar.