Auteur: Mark Nankman

Holistische doendenker & verwoed blogger

Kak, telefoon vergeten

Daar kwam ik dus pas achter toen ik op het schoolplein stond. Het klamme zweet breekt me dan op zich ook weer niet uit, maar ik word er wel onrustig van, merkte ik. Op dat moment wilde ik de sprongen van mijn zoontje filmen. Vandaag zijn namelijk de Koningsspelen, dus gaan ze allemaal sporten. En de warming-up was op het schoolplein. Nu moet ik maar vertrouwen op mijn geheugen en hopen dat ik er een blijvende herinnering van maak. Ik dwing mezelf om mijn aandacht te verleggen naar alle pret op het schoolplein. Die telefoon is volkomen onbelangrijk.

Mijn telefoon ligt natuurlijk nog thuis op de keukentafel. Ik zie hem zo liggen. Even overweeg ik om terug naar huis te rijden (20 minuten) om hem op te halen, maar ik verman me. Ik dwing mezelf (wederom) om gewoon door te rijden naar mijn werk en te genieten van een ongestoorde werkdag. Dat moet gewoon kunnen. Ik ben mijn laptop niet vergeten, dus ik ben straks weer gewoon online. Niks aan de hand.

Maar toch heb ik een hol gevoel in mijn buik. Ik merk dat ik prikkelbaarder ben dan anders. Ongeduldiger ook, want ik wil nu wel zo snel mogelijk op mijn werk zijn zodat ik snel mijn kinderen kan laten weten dat ze me niet telefonisch en via whatsapp kunnen bereiken. Deze week zijn ze bij mij, dus is mijn bereikbaarheid extra belangrijk. Vandaar dus de onrust en het holle gevoel. Maar gelukkig merk ik het. Dus ik dwing mezelf (wat ben ik ook een dwingelandje) om te ontspannen. De zon schijnt. Het leven is goed. Rustig maar. Hakuna Matata.

En zie, ik ben al weer online en reageer mijn technologiefrustratie even lekker hier af. Zo, dat lucht op. Eigenlijk helemaal zo erg nog niet om gedeeltelijk offline te zijn. Het holle gevoel is al weg. Paniek om niks. Misschien moet ik mijn telefoon vaker vergeten. Het ding speelt een veel te belangrijke rol in mijn leven. Het is mijn hotline naar mijn belangrijke mensen, en andersom. Het verlies ervan voelt als een amputatie. In deze tijd volkomen begrijpelijk, maar ook heel zorgwekkend. Bij het langdurig wegvallen van alle mobiele connectiviteit breekt in ons land de pleuris uit. Moeten we met z’n allen mobiel afkicken? Misschien eerst maar eens beginnen met een jaarlijkse, nationale offline dag.

Advertenties

In het nu

We zouden meer “in het nu” moeten zijn, hoor je vaak. Dus niet in het verleden, en niet in de toekomst, maar er precies tussenin. Alleen zit er tussen de verleden tijd en toekomst helemaal geen ruimte. Eigenlijk is er letterlijk geen tijd voor het nu.

Misschien moet “het nu” meer gezien worden als een live stream. Het leven speelt zich nu af. Misschien is “in het nu” leven wel simpelweg het aandachtig ervaren van tijd. Door je aandacht wordt het een herinnering. Doet me denken aan mindfullness.

Voor het aandachtig ervaren van het nu zou ik misschien meer tijd moeten maken. Het nu overkomt me eigenlijk meestal. Het verrast me. Bijvoorbeeld als ik tijdens een boswandeling opeens getrakteerd word op een straal zonlicht dat door het dichte bladerdak wist te breken. Op zo’n moment lijkt de tijd te vertragen en soms zelfs bijna tot stilstand te komen. Puur geluk. Het nu zit er volgens mij vol mee.


De hobbyfilosoof

Als vanzelf ontspruiten aan zijn warrige brein kernachtige, quasi wijze uitspraken. Nogal lukraak ook. Laatst zei hij bijvoorbeeld heel overtuigend: “het klimaat is in de mensen, en niet andersom”. En toen was hij stil. Voorafgaand aan die uitspraak oreerde hij er lekker op los over “de situatie” in de wereld. We zouden allemaal verslaafd zijn aan meer, meer, meer. Iets waarover hij natuurlijk ook de wijsheid niet in pacht heeft, zoals hij voor de zekerheid maar even zei. Het is voor een mens ook teveel omvattend om allemaal te begrijpen.

Maar het klimaat is volgens hem dus in de mensen in plaats van het omgekeerde. Toen hem werd gevraagd of hij met klimaat soms “welzijn en vrede” bedoelde, en dat als we allemaal zorgen voor ons innerlijke klimaat, we het klimaat om ons heen beter zullen verdragen, haalde hij slechts zijn schouders op en zei: “Dat zou kunnen, maar ik ben ook maar een onbeduidende hobbyfilosoof”. Hij is één en al bescheidenheid natuurlijk. Zwelgend in zijn innerlijke welzijn en vrede.

Genieten

Veel blauwe lucht en warme zonnestralen. De lente kriebelt. En dus móet ik naar buiten. De natuur in. Lopend over geijkte paden groet ik iedereen vriendelijk. Ik ben natuurlijk niet de enige met wandeldrang. Maar ik kan de meute ontwijken via kleine paadjes die niet platgelopen worden. Ik loop in een bos vol duinen die in de ijstijd zijn gevormd. Dan zie ik rechts van me ineens een sprookjesachtig dalletje vol zacht, groen mos dat baadt in het zonlicht. Magisch natuurlijk. Die verleiding kan ik niet weerstaan. Ik verlaat mijn paadje en begeef me richting het lonkende mosbed. Ik stap voorzichtig over dorre takken. Als ik om een groepje jonge sparren heen ben gelopen sta ik plots oog in oog met een grote haas. Die zat daar zorgeloos te zonnen. Gelijk heeft ‘ie. Loom springt hij toch maar weg. Hij springt voor me uit in de richting van mijn dalletje. Ik volg dezelfde route. Over een boomstronk. Tussen een berk en een jeneverbessenstruik. En dan ben ik er. De haas is nergens meer te bekennen. Ik voel aan het zachte mos. Het is inderdaad heerlijk zacht. En bovendien droog. Dus ik plof breed grijnzend neer. Heerlijk op mijn rug met mijn handen onder mijn hoofd. Overal om me heen zingen vogels. Een hemelse plek. Ik staar omhoog naar de diepblauwe lucht. Hoog boven me trekt een vliegtuig een streep. Vol ingeblikte mensen. Ik benijd ze niet. Voor mijn part vliegen ze naar het einde van de wereld. Mij niet gezien. Dan zou ik hier vandaan moeten, wat onmogelijk is. Ik blijf hier denk ik voor altijd liggen.

Schoolpleinmijmeringen

Mijn ouderlijk huis stond praktisch naast het schoolplein. Als de schoolbel ging, rende ik vaak de deur pas uit. Het was fijn om zo dicht bij school te wonen. En handig ook. Mijn moeder werkte niet, dus ook geen gedoe met na- en buitenschoolse opvang en zo. Ik vraag me af of dat in die tijd (1975-1982) überhaupt bestond. Misschien had je toen al wel crèches, maar daar had ik geen weet van.

Vanochtend bracht ik mijn superslimme zoontje met de auto naar school. Zijn schoolplein ligt op zo’n 25 kilometer van zijn ouderlijk huis. Niet naast de deur dus. Voor mij was dat eigenlijk altijd een belangrijk criterium, maar passend onderwijs is niet altijd helemaal passend. In het geval van mijn slimme ventje, bleek de school om de hoek dit passende onderwijs totaal niet te kunnen bieden. Hij is gewoon te bijzonder.

Op zijn huidige school heeft hij zijn draai gelukkig wel gevonden. Ik breng hem regelmatig. Bij de kiss & ride strook stromen de meeste kinderen vanzelf naar het schoolplein. De chauffeurs mogen meteen doorrijden naar hun werk. Ik doe dat niet. Dat kan nog niet. Ieder afscheid van mij (en ook zijn moeder, weet ik) is heel moeilijk voor mijn bijzondere ventje. Dat heeft allemaal te maken met de scheiding van zijn moeder en mij.

Dus ik loop altijd mee naar het schoolplein. Dan wachten we samen tot de bel gaat. Ik moet van hem wachten tot hij met zijn klasje naar binnen is gedruppeld. Als hij zijn jas en tas aan de kapstok heeft gehangen komt hij nog een allerlaatste dikke knuffel en kus halen voor ik weg mag. Soms ziet hij me dan pas weer over 3 dagen. Heel flink zegt hij dan “Tot gauw Papa”. En als ik nog even bij het raam van zijn klas heb gezwaaid, zijn we pas weer los van elkaar.

Voor mij is het ook iedere keer weer heel moeilijk, merk ik. Ik blijf vaak als enige ouder op het schoolplein achter. Voor die allerlaatste knuffel en kus. Dan sta ik diep te mijmeren over hoe eenvoudig en zorgeloos mijn eigen jeugd eigenlijk was. Ik had alleen maar last van een chronisch gebrek aan vader. Die zat vast in zichzelf. Net als ik zelf, een tijdje geleden. Die cirkel is hopelijk voorgoed doorbroken. En hopelijk ben ik zelf genoeg vader voor mijn vier schatten.

Markplaats

Mijn optrek is bescheiden. Maar het is mijn thuis. Steeds meer mijn thuis. Hier ben ik opnieuw begonnen. Hier verzamel ik allerlei spullen. Dingen die ik zoal nodig heb. Een bank. Een stoel of wat. Een tafel. Een kast. Een boek of wat. Van alles. Veel kreeg ik van lieve mensen. Veel kocht ik voor een habbekrats direct van de vorige eigenaren. Lang leve marktplaats.

De laatste tijd noem ik mijn optrekje maar liefkozend markplaats. Omdat ik er allemaal spullen heb die via marktplaats hun intrek bij me namen. Spullen met verhalen. Met een verleden. Geleefd en gelouterd. Zoals ikzelf. Ik zou mezelf misschien ook op marktplaats moeten zetten. Gratis af te halen: man met een heel verhaal. Maar daar ben ik voorlopig nog láng niet aan toe.

Kleurschieten

Ruim een jaar geleden sloot ik me aan bij handboogsportclub Triskelion in Meppel. Sindsdien heb ik iedere dinsdagavond mijn broodnodige portie mijtijd. Al snel werd ik heel fanatiek. Het duurde dan ook niet lang voor ik mijn eigen handboog kocht.

De dinsdag-avond is het lichtpunt van mijn week. Ik verheug me er enorm op. Het is de combinatie van het beoefenen van de sport met de klik die ik met de leden voel. Het is gewoon heel erg leuk en gezellig. De club worstelt wel een beetje met de invulling van de trainingsavond. We hebben aardig wat jeugdleden en enkele senioren (waaronder ikzelf). Die senioren doen heel erg hun best om de club te besturen en de trainingsavond te vullen en te leiden.

Gisteravond verraste ik mijn clubgenoten met een zelfbedacht spel: kleurschieten. Het is een mix van andere spellen en oefeningen. In wezen komt mijn spel erop neer dat je als schutter zelf bepaalt hoe moeilijk je het voor jezelf maakt. Op het doel hangen drie vellen gekleurd papier. Een Rood A4-vel, een blauw A5-vel en een geel A6-vel. Voor je begint roep je luid en duidelijk welke kleur je kiest. Kies je rood, dan mag je 3 pijlen schieten. Bij blauw 2 en bij geel 1. Een gele hit levert 50 punten op, een blauwe 20 en een rode 10. En ik deelde de schutters in drie teams in. Zo kan iedereen zichzelf uitdagen en de totale teamscore samen zo hoog mogelijk maken.

De opzet van het spel is dus heel eenvoudig en gericht op uitdaging én teamgeest. Omdat ik het spel leidde, heb ik zelf niet mee geschoten, maar desondanks enorm genoten van het overduidelijke plezier van de anderen. Wat mij betreft een zeer geslaagde invulling van de training. Ik ben er erg trots op. Voor herhaling vatbaar!

Verankerd in liefde

Er staan mensen om me heen die over me waken. Ze zijn er als ik ze nodig heb. Ik voel me geliefd en gesteund. Allemaal mensen die erg belangrijk voor me zijn. Mensen waar ik voor door het vuur zal gaan. Familie en vrienden, maar dat loopt in elkaar door. Vrienden kunnen gaan voelen als familie.

In de afgelopen periode is mijn liefde voor deze mensen nog verder gegroeid. De band is nog dieper en nog hechter geworden. Die band wordt snel voor lief genomen, maar ik weet nu weer hoeveel het betekent, en hoe belangrijk het is. Ik weet nu weer dat die band iets is om te koesteren. Omdat die band een anker is. Een anker die voorkomt dat ik afdrijf van mezelf.

Het is dus belangrijk om je gesteund te voelen. Verankerd in liefde. Volgens mij is die verankering iets wat mensen mensen maakt. We hebben allemaal mensen om ons heen die over je waken en je onvoorwaardelijk steunen. Mensen die je sterken in de opvattingen die je met ze deelt. En mensen die evengoed jouw eigen mening respecteren, omdat ze van je houden.

De mensen die om mij heen staan hebben me in de afgelopen periode opgevangen, getroost en me geholpen mezelf en mijn kracht weer terug te vinden. Zonder hen was dat niet gelukt. Dankzij hen kan ik de hele wereld weer aan. Dankzij hen ben ik weer mezelf. Dankjewel lieve mensen.



Verbijstering

Misschien wordt er achter mijn rug over me gesproken. Met verbijstering. Doe ik zelf ook wel eens over anderen. Volgens mij is het heel normaal. Want de verbijstering moet er gewoon uit. Als ik mezelf erop betrap zeg ik er wel altijd bij dat ik het eigenlijk niet zou moeten doen. Maar ja, misschien moet die ander mij dan maar niet zo verbijsteren. Toch?

Bij acute verbijstering hoort een gezicht met grote ogen en open mond. De mond gaat soms een aantal keren open en dicht. Sprakeloosheid is je deel. Eigenlijk is het een prachtig woord, verbijstering. De ‘ver’ geeft een transformatie aan die je ondergaat. Ineens ben je bijster. Jezelf bijster. Kwijt. Alleen een mond vol tanden is nog overgebleven.

Een tijd geleden meende ik iemands verbijstering te voelen in een telefoongesprek. Degene die ik wilde spreken was er niet, maar er nam wel iemand op: “Hallo?”, klonk het ijzig. Een bekende stem die me ijzingwekkend beleefd liet weten dat degene die ik wilde spreken, niet thuis was. Ik vertaalde dat naar: “mij niet wenste te spreken”. Op zichzelf een verbijsterend pijnlijke conclusie. Kwam natuurlijk door mijn vergrootglas.

Uitvergroot

Tot mijn verwondering zei iemand onlangs tegen me dat ik problemen niet groter moet maken dan ze zijn. Eigenlijk dacht ik dat ik dat dus juist helemaal niet deed. Eerder het omgekeerde. Maar klaarblijkelijk schijn ik alles juist sterk uit te vergroten. Ik zou mezelf zelfs veel te zwaar straffen voor gemaakte fouten. Omdat ik ze zo groot maak.

Een jaar geleden tekende iemand anders mij als een poppetje op een white board. Erom heen werd een cirkel getrokken waaruit vervolgens rondom stukjes werden weggepoetst. Openingen in mijn omheining waardoor indringende, prikkelende woorden ongehinderd mijn ziel kunnen raken. Het probleem zat niet in de omheining, maar in de balans tussen ratio en gevoel. Aan die balans en dus ook mijn innerlijke vrede heb ik heel bewust gewerkt.

Die gebroken cirkel ging over mijn verminderde vermogen om te relativeren. Voor mijn verstand er erg in had, voelde ik me op mijn pik getrapt. Dat is gelukkig sterk verminderd. Maar ik leg mijn fouten dus nog steeds onder de loep. Fouten die ik in het verleden heb gemaakt. Fouten die eigenlijk helemaal niet zo extreem zijn. De schaamte die ik er voor voel zou niet terecht zijn. Ik zou het allemaal veel te veel uitvergroten. De persoon die me hierop wees keek me rustig aan en verzekerde me dat ik inderdaad normaal ben. Nu is het afgelopen. Ik ben uitvergroot.