Auteur: Mark Nankman

Holistische doendenker & verwoed blogger

Familieband

Het moment van mijn geboorte staat netjes op mijn geboorteakte. Maar ik ontstond al eerder. Een week of 40 eerder, maar preciezer weet ik het niet. Op dat magische moment versmolt een deel van mijn vader zich met een deel van mijn moeder. Zoals dat al miljoenen jaren gaat.

Bij mijn geboorte veranderden twee geliefden in twee ouders. Mijn ouders gingen de opvoeding van mij en mijn zusjes aan met alle liefde die ouders voelen voor een kind. Dat weet ik zeker. Ik heb het zelf gevoeld. Ik weet nu ook dat ze zich daar onzeker in moeten hebben gevoeld, want dat heb ik zelf ook gevoeld bij mijn eigen kinderen. Eigenlijk nog steeds. Ik stel me altijd gerust met de gedachte dat de perfecte ouder niet bestaat. Ouders zijn ook maar gewoon mensen die fouten maken.

Eén van mijn eigen fouten in de manier waarop ik mijn kinderen opvoedde is dat ik ze teveel probeerde te behoeden voor fouten. Ik ben een curling parent. Dus ik kan heel moeilijk loslaten. En in alle waan van de dag en de gejaagdheid die ik daarbij voelde, had ik ook geen tijd voor potentiële fouten van de kinderen. Dus ik deed alles zoveel mogelijk zelf. Wel zo makkelijk, maar helemaal niet goed. Nu weet ik dat.

Gelukkig heb ik een hechte band met mijn kinderen. Ik heb het gevoel dat het nog hechter is geworden sinds ik ben vertrokken. Dat komt niet door mijn vertrek, maar doordat ik heb los gelaten. Ik laat ze veel vrijer dan ik voorheen deed. Ze krijgen het vóórdeel van de twijfel in plaats van het nadeel. Ik merk dat dat veel goeds doet.

De band die ik met mijn eigen ouders heb is trouwens ook aanzienlijk versterkt. Of misschien is die weer op de sterkte die het ooit had. Vooral met mijn Pa, zo noem ik hem nu liefkozend, is mijn band enorm verbeterd. We hebben het verleden achter ons gelaten en willen allebei het beste maken van onze relatie. Een relatie op basis van wederzijds respect. Een relatie waarin begrip is voor elkaars fouten zonder dat het voelt als falen in de ogen van de ander.

Ik hou van mijn ouders. Een heel warm en sterk gevoel. Ze zijn er voor me. Altijd. Ik laat niemand never nooit meer toe om me van dat gevoel te beroven. Ik heb de bewaking van die grens dus sterk aangescherpt. Minachting voor mijn ouders laat ik voortaan niet meer over mijn kant gaan. Uit hun liefde ben ik ontstaan en door hun liefde ben ik groot gebracht. De kracht van de band tussen mij en mijn ouders (en mijn lieve zusjes) geeft mij zelf kracht. Kracht waaruit ik heb geput om mezelf weer terug te vinden.

 

 

 

Advertenties

Grenzen

Mijn grenzen lijden aan achterstallig onderhoud. Zwaar achterstallig. Een grens is niet een lijntje dat je eenvoudig voor jezelf trekt en daarna van de hele wereld mag verwachten dat er ten alle tijde rekening mee wordt gehouden. Dat is nogal naïef. Toch is dat de manier waarop ik met mijn grenzen om ben gegaan.

Een grens is een lijn tussen mij en jou. Ik ben hier en jij staat daar, aan de andere kant van de grens. De grens bakent een stukje van jezelf af. Een gebied van eigenwaarde. Een stukje identiteit.

Je zou je van je eigen grenzen dus goed bewust moeten zijn. Ze omlijnen immers een stuk van jezelf. Iets dat je niet wilt verliezen. Je moet je grenzen dus bewaken. Soms zwaar, soms licht. Dat hangt af van de grens en dat wat erachter ligt. En het hangt van het vertrouwen dat je anderen geeft, of andersom: het gebrek aan vertrouwen in anderen.

Nu ben ik dus aan het nadenken over mijn grenzen. Waar liggen mijn grenzen precies? En hoe zou ik ze moeten bewaken? Hoe maak ik anderen duidelijk waar mijn grenzen liggen? Als ik mezelf vanuit een helikopter bekijk, zie ik een eiland in de Waddenzee dat op drift is naar het Oosten. Het wordt bovendien steeds kleiner. Mijn grenzen zijn al jaren onderhevig aan erosie.

Mentale erosie. De “elementen” hadden jarenlang vrij spel. Ik liet het zelf toe, met als gevolg een mentale watersnoodramp. Er moeten dijken en stormvloedkeringen komen. Een mentaal Deltaplan. Maar dan moet ik eerst verder uitzoeken wie ik precies ben. En wat ik wel en niet wil. Daar omheen trek ik mijn grenzen. Duidelijke, niet mis te verstane grenzen. Tot hier en niet verder.

 

 

 

Punt

En dan staat er ineens een punt achter. Het geval kwam er nogal plompverloren terecht, maar staat er desalniettemin. Achter een lange relatie die prachtig begon, maar hopeloos vast liep. Dat kon ik lange tijd niet geloven, laat staan accepteren. Nu zie ik het anders. De punt was onvermijdelijk.

De vlam was al jaren uit de relatie. Het is langzaam verstikt. De vlam werd niet meer gevoed en dus verwaarloosd. Ik verwijt mezelf dat ik dit negeerde en deed alsof er niets aan de hand was. Of ik echt iets had kunnen doen betwijfel ik.

Ze zeggen wel eens dat je vaak onbewust een partner kiest die de rol van een van je ouders kan overnemen. Omdat je nog iets uit te zoeken hebt met de invloed van die ouder. Mijn vader had een hele sterke invloed op me. Hij had een verstikkende manier van opvoeden. Alles moest gaan zoals hij dat wilde, punt uit. Ik had veel ontzag voor hem en heb nog steeds een sterke hang naar zijn bevestiging. Die kreeg ik zelden. Hij wees me vooral op mijn tekortkomingen. Hoe hard ik ook mijn best deed.

Misschien kwam ik daarom uit bij een partner met een sterke persoonlijkheid die ontzag bij me inboezemde. Misschien was ik te weerloos. Misschien werd ik daarom al even afhankelijk van haar bevestiging. Misschien had ik twintig jaar nodig om daar vanaf te komen. Misschien had ik een zware mentale crisis nodig om mezelf weer terug te vinden. Misschien moet ik die punt niet zien als een eindpunt maar juist als een keerpunt.

Blozende buitenbenen

20180316_223712.jpg

Vanmiddag kocht ik een zak vol buitenbeentjes. Op mijn fruitschaal lag nog één fatsoenlijke appel. Die is nu omringd door minderwaardigere gevalletjes, B-keusjes. Maar nu valt die ene dikkerd wel mooi uit de toon. Zo zie je maar hoe het tij kan keren in het leven.

Mijn lieve dochter vindt zichzelf ook een buitenbeentje, vertelde ze me laatst. Voor mij zal ze natuurlijk nooit een buitenbeentje kunnen zijn, maar ik begrijp wel hoe ze het zelf bedoelt. Ze is geen meeloper. Heeft een eigen mening. Laat zich niks wijs maken. Ze is een vurige meid die voor zich zelf op komt, en voor iedereen die haar lief is. Maar daarmee zet ze zich wel apart van de rest. En dat weet ze van zichzelf.

Gelukkig heeft ze nu twee vriendinnen van wie ze gewoon zich zelf mag zijn. Drie blozende buitenbenen die elkaar in hun waarde laten. Ze is er hartstikke gelukkig mee. Ze kan de vriendschap goed gebruiken want ze maakt een heftige tijd mee. Haar vader is namelijk uit de fruitschaal gevallen. Hij was het buitenbeentje van het gezin geworden. Hij viel uit de schaal, stuiterde een paar keer en rolde de verdomhoek in. Daar bleef hij een tijdlang gekneusd liggen. Een zielig en bitter geval.

Maar de kneus is uit zijn hoekje gekomen en is een eigen schaal begonnen. Daar ligt hij prettig op te blozen. Het komt wel weer goed met hem. Geregeld komen zijn vier oogappeltjes bij hem op de schaal om met hem mee te blozen. Geluk is een kwestie van kunnen blozen op je eigen manier. Blozen op de manier van een ander maakt je namelijk niet gelukkig. Ik kan het weten.

 

 

In het nauw

Als je je in het nauw gedreven voelt heb je het gevoel alsof je geen kant meer op kan. Het is een soort mentale dwangbuis. Je bent in je manier van denken ernstig beperkt. Voor je eigen bestwil, zo zeggen ze. Je weet ook dat het nodig is, want je was diep gezonken. Je weet ook dat je ze moet vertrouwen, want je bent zelf niet echt toerekeningsvatbaar. Je kijkt steeds schichtig om je heen, als een bang vogeltje.

Een vleugellam, zwak vogeltje in het nauw. Een hoopje ellende. Je ziet dingen die je verwarren en beangstigen. Het kan allemaal niet waar zijn. Versuft vraag je je af hoe je in deze situatie verzeild bent geraakt. Hoezo niet toerekeningsvatbaar? Hoezo zwak? Je gelooft het eigenlijk niet, en je probeert je er tegen te verzetten. Tegen beter weten, want je bent mentaal verlamd. Murw.

In het nauw gedreven. Je spartelt om los te komen. Maar je bent moe, en je vindt maar geen rust. Rust die je ontzettend hard nodig hebt. Rust om te denken. Rust om te bezinnen. Rust om te begrijpen. Je smacht naar die rust. Van binnen schreeuw je: laat me, laat me zijn wie ik ben! En tegelijkertijd weet je niet meer wie je bent. Anderen vertellen je wie ze denken dat jij bent, maar ze stuiten daar op een harde muur. Die kan onmogelijk bezwijken, want daarachter zit je laatste waarheid.

Als je het gevoel hebt dat je geen kant meer op kan, dan geloof je dat je maar twee opties hebt: opgeven of verzetten. Daar tussenin zit niks. In het nauw is het zwart of wit. De wanhoop van je situatie maakt dat je dat zo ziet. Mensen die je vertrouwde zeggen tegenstrijdige dingen, maar je weet het niet honderd procent zeker. Je ziet het allemaal niet scherp genoeg.

En dan rest je eigenlijk nog maar één ding: je kiest voor jezelf. Je pakt de controle over je eigen leven terug. Ten koste van iedereen die je lief hebt, maar je kan niet anders. Je zet een stevige stap naar voren. Uit het nauw. Het kost je je relatie, maar die was toch al ten dode opgeschreven, toch?

Naar omstandigheden

Als iemand me nu vraagt hoe het met me gaat dan zeg ik: “naar omstandigheden goed”. Ik haal er mijn schouders maar een beetje bij op en probeer opgewekt te kijken. De vrager bedoelt het immers goed. En het gaat ook best goed met me. Omdat ik relativeer. De omstandigheden zijn inderdaad naar, maar ik maak er het beste van. Mijn glas is halfvol. Dat zeg ik de laatste tijd ook te pas en te onpas. Vooral om mezelf ervan te overtuigen, denk ik.

Omstandigheden. Een naar woord eigenlijk. En wat zijn het überhaupt voor dingen? Ze zijn in ieder geval vaag. Ja, schimmig, en staan maar een beetje om me heen. En als ik mijn blik er te lang op vestig, lossen ze op. Alsof een omstandigheid niet scherp gezien wil worden. Nogal wiedes eigenlijk, want dan is het niet langer vaag. Dus ik spied mijn omstandigheden grondig af, zodat ze in niets oplossen.

Omstandigheden hebben volgens mij altijd een beetje een ingetogen karakter. Ja, ze kunnen gunstig of zelfs ideaal zijn, maar bijvoorbeeld nooit feestelijk, gek, idioot, woest of hysterisch. Omstandigheden zijn doorgaans vrij mak, bij het laffe af eigenlijk. Hun gezamenlijke gemoedstoestand schiet nooit in het extreme. In het ergste geval zijn ze belabberd. En ze komen ook nooit alleen. Daarvoor zijn ze dus te laf. Een omstandigheid op zichzelf stelt niks voor. Pas als ze met meer zijn hebben ze impact. Daar zit dan ook hun zwakke plek. Verhulling en duisternis zijn ideale omstandigheden voor nare omstandigheden. Dus ik ga ze te lijf met een scherpe blik en een helder licht.

Hoe het nu met me gaat? Op zich goed. Ik weer me kranig tegen de nare omstandigheden, want ik zie ze voor wat ze zijn. Geloof ik.

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.