Auteur: Mark

Doendenker, Taalvrijer

Gewoon geen secretaris

Dat je al nietsvermoedende vader, in alle onschuld een kopje koffie voor jezelf inschenkt en dan deze vraag krijgt van je dochter die net aan tafel aanschuift om te lunchen: Papa, hoe laat breng je me nou weg vanmiddag? Ik draai me rustig om, maar mijn blik is blijkbaar eentje van totale verbazing. Er daagt wel een donkerbruin vermoeden, ver in de krochten van mijn onderbewustzijn, maar ik kan het niet meteen duiden. Het belangrijkste dat naar boven komt is de afspraak bij de KNO-arts, maar dat is niet vandaag, maar morgen. Dus ik zeg, je bedoelt zeker morgenmiddag?

“Eh, nee, ik bedoel vandaag.”, is de pinnige reactie. “Zoals ik duidelijk in de gezamenlijke agenda heb gezet, moet ik vanmiddag werken en jij zou me brengen, weet je nog?”, maakt ze me verder fijntjes duidelijk. In alle redelijkheid die ik kan opbrengen zeg ik (met preekstem): “Je zet me in als chauffeur, en dat is prima en aan die belofte hou ik me natuurlijk, maar ik ben niet je secretaris. Dus als je wil dat ik mij ervan bewust ben dat ik om zo en zo laat klaar sta voor je, moet je dat precies met me afspreken, en niet in de agenda plempen en denken dat je op die manier je vader kunt besturen. Jouw afspraken zijn jouw verantwoordelijkheid”. Waarop dochterlief zo woest als ze kan haar lunch naar binnen werkt en al even woest daarna haar bord, bestek en mok in de vaatwasser smijt en de trap op naar boven stampt.

Ikzelf drink rustig mijn koffie op, en lees een boek uit. Maar ondertussen gebeurt er in mijn hoofd wel wat er altijd gebeurt bij dit soort interacties met mijn dochter: ik krijg last van een schuldgevoel. Hoewel ik volkomen achter mijn opvatting kan staan. Maar ik bekijk het dan toch langzaam vanuit het perspectief van de ander. Mijn dochter vertrouwt erop dat ik me aan een afspraak hou. Natuurlijk doe ik dat ook, maar wat er mis is gegaan is dat zij uitgaat van een impliciete afspraak. Ze zet ruim van tevoren in de agenda dat ze van 16:00 tot 22:00 moet werken, en gaat ervan uit dat ik dat A: in mijn hoofd prent, en B: denk: “O, dan moet ik dus om 15:30 hier vertrekken met haar, en om 21:30 hier weg rijden om haar weer op te halen”.

Maar helaas, zo werkt Papa’s hoofd gewoon niet. Ik doe alles voor de schat, maar ze moet gewoon even duidelijk aangeven wat ze precies van me verwacht, en wanneer en hoe laat ze dat van me verwacht, en me daar ook nog aan herinneren. Je kan denken dat het raar is, maar Papa is gewoon geen secretaris.

Stormwezen

Hoe hij het wezen ooit verleerde weet hij niet meer. Hij wist alleen dat hij bijna niet meer was. Hij was nog slechts een schimmig wezen in een geleefd bestaan. Echt zelf zijn deed hij niet meer. Het was meer dat hij wérd geweest. En als hij per ongeluk wél zelf was voelde dat zo vreemd dat hij dacht dat hij niet zichzelf was. Het zijn overkwam hem dus vooral. Hij was gewend om geweest te worden. Hij was als een blad dat door een steeds sterker wordende wind werd opgejaagd. En de wind werd sterker en sterker. Groeide uit tot een razende storm. Maar hoe hard het ook raasde, het kon zich niet van het blad ontdoen. En in dat ziedend heldere moment besefte hij zijn vergissing. Hij was én de storm, én het blad dat daarin gevangen zat.

Oordelen of accepteren

Niet oordelen is moeilijk, weet ik. Ik betrap me er nog vaak op. Misschien is het voor een mens gewoon ook wel onmogelijk om nooit te oordelen. Dit is hoe ik oordelen heb leren zien: je vormt een mening over hoe iemand is op basis van wat je op dat moment waarneemt. Iemand doet nu ongeduldig, dus je oordeelt dat die persoon altijd ongeduldig is. Iemand ziet er nu onverzorgd uit, dus je oordeelt dat die persoon zich altijd slecht verzorgt. Dus je verwart dan doen met zijn, of heden met altijd.

Misschien als je het gedrag bij de persoon heel vaak waarneemt en nauwgezet bijhoudt in logboekjes, zou je die persoon kunnen labelen met dat gedrag. Maar ook dan verwar je doen en zijn. Misschien kunnen we aan Google, Facebook en andere sociale platformen vragen of we hun logboekjes over ons doen en laten mogen inzien. Maar goed, het is veel werk om voor iedereen die je in je leven ontmoet bij te houden of het gedrag consistent genoeg is voor een definitief etiket.

Toch onthouden we onwillekeurig hoe mensen zich gedragen. Vertrouwen is volgens mij afhankelijk van dat geheugen. Het duurt even om iemands vertrouwen echt te winnen. Vertrouwen komt te voet. Je ziet consistent “betrouwbaar” (ook dat is een waardeoordeel waar oplichters dankbaar gebruik van maken) gedrag dat je gerust stelt. Dus deze persoon krijgt het etiket “betrouwbaar”. Dat doe je eigenlijk min of meer onbewust. Op een dag neem je bij die persoon “onbetrouwbaar” gedrag waar. Afhankelijk van je vertrouwen, krijgt de persoon nog enkele herkansingen. Maar na enkele foute gedragingen geeft het vertrouwen zijn paard de sporen en plak jij heel bewust het etiket “onbetrouwbaar” op die persoon. En kom maar weer eens van dat etiket af.

Vandaag betrapte ik mezelf op iets bijzonders in dit opzicht. Het lukt me merkwaardig goed om nagenoeg oordeelvrij te zijn over iemand waar ik al een tijdje heel nieuwsgierig naar ben. Ik zeg “nagenoeg” omdat ik merk dat ik het wel doe, maar dat ik die oordelen dan meteen ter zijde leggen kan met de gedachte: “dat ze dit nu laat blijken, betekent niet dat ze ook echt altijd zo is”. Blijkbaar kan ik wat ik nu waarneem gewoon allemaal accepteren, omdat ik me daar voor open heb gesteld. Dit staat natuurlijk wel haaks op hoe vertrouwen werkt, maar misschien betekent het dan ook dat ik haar dus onvoorwaardelijk en grenzeloos vertrouwen wil. Tja, wat zegt dit gedrag over mij? Oordeel maar.

Man wat ijdel

Qua gezichtsbeharing was ik altijd al rijkelijk bedeeld, en dat is nog steeds zo. Mijn baard zou welig tieren als ik het toe zou laten. Vroeger egaal zwart, nu met her en der zilvergrijze accenten. Ik mag er van mezelf niet over klagen. Tot een week geleden schoor ik die weelde er echter iedere week rigoureus af. Uit een oude, roestige gewoonte. Op de scheerdag zelf is dat lekker fris, maar op dag 2 laat de huid zich steevast gelden. Gekriebel, geprikkel en geschrijn, alle zachte smeermiddeltjes ten spijt. En eigenlijk vind ik dat ik verrekte goed sta in een stoppelbaard.

Dus het roer is om. De stoppels hebben gewonnen. Eerlijkheid gebiedt hier te zeggen dat de ijdelheid heeft gewonnen, maar dat geef ik hier niet openlijk toe natuurlijk. Omdat ik me hier op onbekend terrein begaf, ben ik eens gaan googlen hoe je een stoppelbaard onderhouden moet. Het leidde ertoe dat ik een baardtrimmer liet bezorgen, en dat ik een dag later een flesje baardolie bij de kassa van de plaatselijke drogist afrekende.

En zo kwam het dat ik vanochtend de stoppels die ik deze week had laten woekeren, cultiveerde met de nieuwe trimmer. Standje 4 op de kin, standje 3 op wangen en onder de kin. Met scheermesje een strakke lijn gezet langs de hals en van de bakkebaarden richting de kin. Alsof ik het al jaren zo deed. En terwijl ik dit verhaaltje tik, wrijf ik filosofisch over het strakke resultaat en geniet ik van de subtiele geur van de baardolie. Man man man wat ben je toch ijdel.

Rotszorgen

De laatste tijd heb ik rotszorgen. Ik weet niet precies hoe ik nu rots moet zijn. Moet ik wel een rots zijn? Of is dat beter een zorg voor wat later? En de branding die ik op het oog heb, ligt nog op grote afstand. Eigenlijk weet ik niet eens waar die branding precies is. Allemaal onzekerheden. En dan sta je als rots ook niet echt vast.

Wie het gevoel heeft zich te moeten opwerpen als rots, gelooft dat er een branding is, of zal komen. Die opwerping moet niet alleen goed zijn gericht, maar ook goed getimed. Het is de kunst om precies als het nodig is die sterke, onverzettelijke rots in die woelige branding te zijn. Niet eerder. Tot die tijd zal de rots rusteloos moeten wachten.

Zonnestraal

Ze breekt door het grijze wolkendek.
Zonnestraal.

Oogverblindende schittering.
Zonnestraal.

Mistflarden verdwijnen als sneeuw.
Zonnestraal.

Wat ze aanraakt, verandert in goud.
Zonnestraal.

De espresso smaakte nog nooit zo vol.
Zonnestraal.

Dansende vliegjes zijn ineens ook mooi.
Zonnestraal.

Ik doe mijn ogen dicht en geniet van haar.
Zonnestraal.

Flirtschrik

Bij verkopers is achterdocht mijn eerste reflex. Een verkoper meen ik al op een kilometer afstand te kunnen herkennen. Als ik er door eentje word benaderd sta ik meteen op scherp. Wat wil je van me?

Iets soortgelijks gebeurt er als een adembenemend mooie vrouw (modelkwaliteit zeg maar) met mij flirt. Dan is de eerste vraag die in mijn hoofd op popt: “Waarom met mij?”. Dat is nog een hardnekkig restje jeugdverlegenheid en is ook een soort achterdocht. Ik kijk nog net niet achter me om te zien of er niet toevallig een veel knappere kerel dan ik achter mij staat.

Ik sluit onmiddellijk uit dat de adembenemende schoonheid met me flirt omdat flirten leuk is en er geen bedoeling achter zit, of omdat ze mij gewoon inderdaad een knappe kerel vindt. Gevleid voel ik me natuurlijk wel, maar ik ben ook meteen op mijn hoede. De flirtschrik.

Waarom met mij? Die vraag houdt me bezig vanaf de eerste hartslag voor dat orgaan op hol slaat. De vraag die ik eigenlijk zou móeten stellen is: Waarom niet? Van schrik naar schik. Het scheelt maar één lettertje maar maakt een wereld van verschil. Vanaf de eerste hartslag ontspannen en lekker van genieten. Ouwe bofkont die je bent.

De rugzak

We hebben er allemaal eentje. Een rugzak. Dé rugzak. Je draagt hem voor de rest van jouw rit. In de rugzak zitten dingen die je met je meedraagt. Voor altijd. Dingen die in de loop van je leven bij je zijn gaan horen. Herinneringen, confrontaties, tegenslagen, overwinningen. Allemaal dingen die jou definiëren. Onuitwisbare dingen. Dingen die jou hebben gevormd. Accepteer het maar.

Het aantal dingen neemt tijdens je leven gestaag toe, maar of de rugzak zwaarder wordt hang af van het gewicht dat je zelf aan de dingen geeft. Als de rugzak te zwaar voelt, dan moet de rugzak maar weer eens open. De dingen die te zwaar zijn zitten geheid onderin, dus hij moet even helemaal leeg. Al jouw dingen liggen dan even open en bloot. Kijk er maar eens goed naar. Daardoor krimpen ze soms vanzelf al. In je hoofd had je ze misschien weer eens uitvergroot.

Je rugzak uitstorten is jezelf met jezelf confronteren. Wees maar eerlijk over jezelf en de dingen in je rugzak. Ze zijn wat ze zijn. Niet meer en niet minder. Stop ze dan behoedzaam één voor één weer terug in de rugzak en hijs die weer op je rug. En dan weer met frisse moed en lichtere tred je pad vervolgen.

Extra suf

Extra jam

Laatst tijdens het ontbijt gebeurde het weer. Ik struikelde pardoes over een noest stukje marketing nonsense. Eigenlijk let ik bij het doen van de boodschappen niet zo op de onzinnigheid van de wervende boodschappen op verpakkingen. Het valt me meestal pas op op een moment dat ik rust in mijn kop heb. Bijvoorbeeld tijdens een kalm ontbijt op een uitgeslapen zondagochtend.

Ineens viel me dus op dat er eigenlijk klinkklare onzin stond op het dekseltje van de jam: “vers gerijpt fruit”. Het riep allerlei vragen op. Wat voegt “gerijpt” hier toe? Moet het fruit niet altijd rijp zijn voor je ’t verwerkt tot jam? En de toevoeging “vers” heeft betrekking op “gerijpt fruit”, dus rijst bij mij de vraag of er ook onvers gerijpt fruit bestaat. Onvers, maar toch gerijpt. Onzin, dus “vers gerijpt fruit” ook.

Bovenop het deksel staat verder ook nog dat er extra jam in zit. Er staat niet bij hoeveel er normaal gesproken in zou hebben gezeten. De gemiddeld suffe consument gaat geen uitgebreide vergelijking maken met potten jam van andere merken. Die consument stoort zich niet aan de leugen die het woordje “extra” eigenlijk is. Als klap op de vuurpijl is de jam bovendien “vol van smaak”. Die toevoeging dient om de extra suffe consument over de streep te trekken: “Hoezo “extra”? Hoeveel zit er in die andere…O wacht eens even, er staat ‘vol van smaak’, in de kar ermee!” En zo belandde het op mijn keukentafel.

Covidsluizen

Als je naar de kroeg, het theater, een restaurant, een museum, de keukenhof, een festival of Duitsland wil, moet je covidnegativiteit zijn aangetoond. Zonder bewijs van covidnegativiteit kom je er niet in. Het moet allemaal worden mogelijk gemaakt door snelle testmethoden. Hoe sneller en makkelijker deze “covidsluizen” werken, hoe beter, zou je denken. Als ik de pessimistische nieuwsberichten over de vaccinatie in derde wereld landen moet geloven kan het nog wel eens jaren kan duren voor we de hele covid-familie definitief wereldwijd hebben uitgeroeid. Deze berichten schetsen een toekomst waarin we regelmatig geteisterd zullen gaan worden door nieuwe en steeds besmettelijkere mutanten van covid.

Ik begin daarbij dan te vrezen voor een toekomst waarin covidsluizen een permanent onderdeel gaan worden van het leven. Bij de ingang lopen we één voor één door de sluis. Een persoon achter een plexiglazen scherm vraagt je om zo hard mogelijk in een steriel trechtertje te hoesten. Bliep… licht op groen, komt u verder. Bliep… licht op rood, besmettingsgevaar! De besmettelijke en diens gehele sociale netwerk wordt in de daarop volgende seconden volledig doorgelicht. Diegenen waarmee nog kort geleden contact is geweest worden à la minute van hun plek gehaald, waar ze zich ook maar mogen bevinden en wat ze ook maar aan het doen waren. Ze moeten per ommegaande hun covidnegativiteit laten vaststellen bij een plaatselijke covidsluis voor ze weer verder mogen met hun leven.

De covidpositieven die uit deze procedure naar boven komen worden volautomatisch ziek gemeld en discreet maar dringend naar huis gestuurd. Daar zal een speciale vervoersdienst voor in het leven zijn geroepen: de covid-taxi. Je eigen auto zal namelijk niet starten. Ter immobilisatie van het virus hebben alle auto’s tegen die tijd immers beslist een covid-slot. De tegen die tijd in alle huizen standaard aanwezige, slimme koelkast is natuurlijk al geïnformeerd en heeft meteen alle nodige bestellingen voor de betroffen covidpositieven gedaan zodat zij en hun huisgenoten de voorziene incubatietijd niet meer naar buiten hoeven. Deze voorraden staan al op hun stoepje te wachten. Wel zo veilig, wel zo efficiënt. Van harte beterschap!