aandacht

Belabberde vreemdganger

Toen ongeveer een week geleden het koppelingspedaal van de auto bleef hangen besloot ik om vreemd te gaan. Nou ja, niet in eerste instantie. Ik ben namelijk erg trouw. Maar hoewel ik niet onmiddellijk werd afgewezen, bleek die trouw niet wederkerig. Er werd duidelijk geen prioriteit aan mij toegekend. Aanvankelijk was ik, zoals altijd, begripvol. Natuurlijk was er geen haast bij. Als een mak lammetje liet ik me naar achteren in de agenda verhuizen.

Na een nacht draaien in mijn bed besloot ik mijn heil bij een ander te zoeken. Ik kon dezelfde middag al langs komen. We maakten samen een ritje in de auto. De wagen liet het niet afweten en deed erg zijn best, ondanks het slappe koppelpedaal. Na een kwartiertje rijden stelde de monteur een geruststellende diagnose, en ik mocht mijn trouwe bolide achterlaten. Hij zou zijn uiterste best doen en ik kreeg een leenauto mee.

Natuurlijk heb ik mijn vaste garage even op de hoogte gebracht van mijn vreemdgaan bij een ander. Zoals ik al kon verwachten was de reactie emotieloos. Het maakte hem weinig uit. Er kwam zelfs geen reactie toen ik dan maar zei dat hij het moest zien als een avontuurtje, een tussendoortje. En dat dat niet betekende dat alle voorheen ontvangen service niets voor me betekende. Hij gaf geen kik.

Vandaag kon ik mijn auto weer ophalen bij die ander. Ik kreeg een dampende kop koffie en een uitgebreid verslag van het verrichtte werk. De auto was duidelijk gepoetst en stond te glimmen in de werkplaats. Mijn hart maakte zowaar een sprongetje. Zoveel liefde! Maar daar hing wel een leuk prijskaartje aan. Dat dan weer wel. “Nou meneer, met deze auto zou ik in vol vertrouwen naar Zuid-Frankrijk rijden, maar hij heeft wel een grote onderhoudsbeurt nodig”, werd me verteld, gevolgd door een lijst die me nog net niet naar adem liet happen. “Hij is het waard hoor”, verzekerde de garagehouder me. Dat is voor latere zorg, besloot ik. En ook dat ik met hangende pootjes terug ga. Ik ben een belabberde vreemdganger.

Tsjakka

“Tussen nee en ja zitten natuurlijk heel veel tinten grijs”, zei ik gisteren op een bijeenkomst in de Spelderholt. De bijeenkomst voelde een beetje als een reünie. Allemaal collega’s die elkaar sinds maart vorig jaar voornamelijk online ontmoetten. Het voelde vreemd en toch ook heel normaal om ze weer zo dicht om me heen te hebben. Er werd als vanouds gepraat en gegrapt. Zeer prettig gezelschap om in te verkeren. De groep bestond uit zo’n dertig personen van 3 verschillende teams. Ik ken ze allemaal bij naam, dus ik heb regelmatig met ze van doen. Hun naam zou anders niet blijven hangen.

Er werden natuurlijk plannen besproken. En budgetten, formaties en strategieën. The usual stuff maar oké. En ik kon natuurlijk niet nalaten om hier en daar even de aandacht op me te vestigen. Vind ik gewoon lekker, en dat weten mijn collega’s beslist ook. Ik denk niet dat ik het te bont maak. Mijn leidinggevende stond voor de groep om ons mee te nemen in de strategie. Er kan veel, we willen veel, maar niet alles moet. Dingen die kunnen, maar niet nodig zijn krijgen lagere prioriteit. We moeten meer “nee” zeggen dus. En toen begon ik dus over die grijstinten tussen nee en ja.

In de ietwat ongemakkelijke stilte die toen viel legde ik uit wat ik bedoelde. Iets met nuancering en praten in termen van mogelijkheden. Bla bla bla. Iedereen snapte natuurlijk ook heus wel dat het in de praktijk niet zo zwart-wit zal zijn. Die boodschap over moeten, willen en kunnen is vooral een “tsjakka” voor ons zelf. Een stuk ruggengraat. We geven de ander een duidelijk inzicht in de voors en tegens van de uitgesproken wens. En dan kan die ander zelf op zijn vingers natellen hoe groot de kans is dat het snel in vervulling zal gaan. Tsjakka!

Vertraging?

Het woord vertraging heeft deze week een nieuwe betekenis gekregen. Het is ineens een synoniem geworden van “achterstand”. Onze overheid trekt 8.5 miljard euro uit om het wegwerken van de corona-achterstand in het onderwijs te financieren. Een schooldirecteur die daarover werd geïnterviewd wilde liever niet spreken van een achterstand, maar liever van een vertraging. Dit verbaast mij zeer. Een vertraging is niet hetzelfde als een achterstand, maar veroorzaakt die. Als Max Verstappen om wat voor reden ook vertraagt loopt hij een achterstand op. Dan moet er simpelweg dus harder worden gereden.

Onderwijs mag je natuurlijk niet vergelijken met de Formule 1. Als gevolg van corona is het onderwijs vertraagd. Het ging allemaal moeizamer. Snap ik. Daardoor hebben leerlingen achterstanden opgelopen. Die achterstand verschilt per school, per wijk, per leerling. Er is niet één universele achterstand die met één landelijke maatregel kan worden ingehaald. De achterstand “vertraging” noemen is de aandacht afleiden van de achterstand. Het leidt tot de verleidelijke gedachte dat we dan maar even gas moeten geven de komende tijd. Het is de aandacht afleiden van het feit dat er heel veel individuele achterstallige aandacht per leerling is ontstaan. Daar moet dus die 8.5 miljard aan worden uitgegeven. Haal het in hemelsnaam niet in je hoofd om het uit te geven aan dure cursussen voor leerkrachten waarin ze leren hoe ze extra gas moeten geven.

Luisterstand

Mijn beroep bestaat voor het grootste deel uit luisteren. Voor een luisteraar praat ik dan wel weer vrij veel, maar dat weet ik gelukkig van mezelf. Ik probeer de nadruk te leggen op luisteren. Als ik me daar bewust toe zet, dan lukt dat. Vooraf zeg ik dan vaak: “ik ga vooral in de luisterstand”. Dus dan luister ik vooral, stel hier en daar een vraag als ik iets niet begrijp of als ik meer wil weten over iets dat anderen vertelden. Eén ding kan ik absoluut niet: vertellen en luisteren tegelijk. Eigenlijk luister ik des te beter als ik daarnaast helemaal niets anders doe. Dus ik maak ook bijna nooit aantekeningen, want dat gaat namelijk ten koste van mijn luistervermogen.

Voor mij zijn er trouwens twee vormen van luisteren: passief luisteren en actief luisteren. Als ik in de luisterstand ga, luister ik vooral actief. Passief luisteren is horen wat er om je heen wordt gezegd, buiten je actieve aandacht, maar daar wel op de één of andere manier verband mee houdt. Passief waarnemen is misschien een betere term. Misschien is het een mannending, maar ik kan dus ook slecht passief waarnemen terwijl ik actief luister. Het lukt me wel om actief vertellen te combineren met passief waarnemen. Het hangt ervan af hoeveel mensen ik om me heen heb en welke mensen zich daarvan in mijn directe blikveld bevinden, maar ik krijg veel belangrijke dingen mee terwijl ik praat. Mensen die staan te fluisteren. Mensen die glazig kijken. Mensen die “multitasken” en hun aandacht voornamelijk bij hun telefoon of laptop schijnen te hebben. Aan dat laatste maak ik me ook vaak genoeg schuldig, dus ik oordeel niet. Ik weet alleen wel dat ik zelf heel slecht kan luisteren en lezen tegelijk.

Je aandacht kan trouwens twee richtingen hebben: naar binnen en naar buiten. En beide kunnen zowel actief als passief zijn. Ik ben de laatste jaren weer meer bewust van mijn innerlijke geluid, mijn onderbuik, knagende gedachten, ergernisjes die groeien, maar ook verwonderingen die geuit willen worden. Mijn innerlijke stem laat zich beter gelden, of ik ben er beter op afgestemd, maar het zal een combinatie zijn. Mijn onderbuik heeft heel vaak gelijk. Die knagende gedachten duiden heel vaak op iets belangrijks. En die verwonderingen worden herinneringen. Dus het is belangrijk om daar ook aandacht voor te hebben.

Het is trouwens ook belangrijk om actief naar jezelf te luisteren. Dus je aandacht helemaal naar binnen te richten. Dat gebeurt vaak als ik een stuk ga lopen. Het lopen over een vaste route brengt me in zo’n reflectieve stand waarin ik actief contact krijg met mijn innerlijke stem. Die innerlijke stem heeft vaak veel te vertellen. Soms praat ik wel eens hardop terug. Bijvoorbeeld als ik vind dat ik mezelf weer loop te veroordelen, of teveel op de zaken vooruit aan het lopen ben. “Rustig nou Mark”, zeg ik dan. Waarop mijn innerlijke stem zich onmiddellijk afvraagt of ik gek geworden ben. “Loop je weer lekker in jezelf te praten, Mark?”, zeg ik zacht terwijl ik heimelijk om me heen kijk.

Het mooiste dat je kan overkomen tijdens het naar binnen keren van je aandacht, is het waarnemen van stilte. En dan bedoel ik niet dat mijn innerlijke stem stoïcijns en ijzig zwijgt (wat best gebeurt), maar dat mijn innerlijke stem stil is. Ik neem dan louter vredigheid waar. Puur geluk, zulke momenten. En er is dan ook geen innerlijk stemmetje dat zegt dat ik even een foto moet maken, want ik ga dan geheel op in het nu. Gelukkig nestelt zich de herinnering vanzelf en koppelt die aan bijvoorbeeld de overheersende geur van het moment. Wat verklaart waarom Mark er zo intens tevreden uitziet als hij vers gemalen koffiebonen ruikt.

Man wat ijdel

Qua gezichtsbeharing was ik altijd al rijkelijk bedeeld, en dat is nog steeds zo. Mijn baard zou welig tieren als ik het toe zou laten. Vroeger egaal zwart, nu met her en der zilvergrijze accenten. Ik mag er van mezelf niet over klagen. Tot een week geleden schoor ik die weelde er echter iedere week rigoureus af. Uit een oude, roestige gewoonte. Op de scheerdag zelf is dat lekker fris, maar op dag 2 laat de huid zich steevast gelden. Gekriebel, geprikkel en geschrijn, alle zachte smeermiddeltjes ten spijt. En eigenlijk vind ik dat ik verrekte goed sta in een stoppelbaard.

Dus het roer is om. De stoppels hebben gewonnen. Eerlijkheid gebiedt hier te zeggen dat de ijdelheid heeft gewonnen, maar dat geef ik hier niet openlijk toe natuurlijk. Omdat ik me hier op onbekend terrein begaf, ben ik eens gaan googlen hoe je een stoppelbaard onderhouden moet. Het leidde ertoe dat ik een baardtrimmer liet bezorgen, en dat ik een dag later een flesje baardolie bij de kassa van de plaatselijke drogist afrekende.

En zo kwam het dat ik vanochtend de stoppels die ik deze week had laten woekeren, cultiveerde met de nieuwe trimmer. Standje 4 op de kin, standje 3 op wangen en onder de kin. Met scheermesje een strakke lijn gezet langs de hals en van de bakkebaarden richting de kin. Alsof ik het al jaren zo deed. En terwijl ik dit verhaaltje tik, wrijf ik filosofisch over het strakke resultaat en geniet ik van de subtiele geur van de baardolie. Man man man wat ben je toch ijdel.

Zonnestraal

Ze breekt door het grijze wolkendek.
Zonnestraal.

Oogverblindende schittering.
Zonnestraal.

Mistflarden verdwijnen als sneeuw.
Zonnestraal.

Wat ze aanraakt, verandert in goud.
Zonnestraal.

De espresso smaakte nog nooit zo vol.
Zonnestraal.

Dansende vliegjes zijn ineens ook mooi.
Zonnestraal.

Ik doe mijn ogen dicht en geniet van haar.
Zonnestraal.

Flirtschrik

Bij verkopers is achterdocht mijn eerste reflex. Een verkoper meen ik al op een kilometer afstand te kunnen herkennen. Als ik er door eentje word benaderd sta ik meteen op scherp. Wat wil je van me?

Iets soortgelijks gebeurt er als een adembenemend mooie vrouw (modelkwaliteit zeg maar) met mij flirt. Dan is de eerste vraag die in mijn hoofd op popt: “Waarom met mij?”. Dat is nog een hardnekkig restje jeugdverlegenheid en is ook een soort achterdocht. Ik kijk nog net niet achter me om te zien of er niet toevallig een veel knappere kerel dan ik achter mij staat.

Ik sluit onmiddellijk uit dat de adembenemende schoonheid met me flirt omdat flirten leuk is en er geen bedoeling achter zit, of omdat ze mij gewoon inderdaad een knappe kerel vindt. Gevleid voel ik me natuurlijk wel, maar ik ben ook meteen op mijn hoede. De flirtschrik.

Waarom met mij? Die vraag houdt me bezig vanaf de eerste hartslag voor dat orgaan op hol slaat. De vraag die ik eigenlijk zou móeten stellen is: Waarom niet? Van schrik naar schik. Het scheelt maar één lettertje maar maakt een wereld van verschil. Vanaf de eerste hartslag ontspannen en lekker van genieten. Ouwe bofkont die je bent.

Flitsdaten

Een aantal maanden terug, nog net voor de coronagekte uitbrak, begaf ik me op een avond in een klein café, ergens in het Noorden van het land. Ik was onvoorbereid. Dat had ik bewust gedaan zodat ik alleen nog maar mezelf kon zijn. De tijd van indruk maken ligt heel ver achter me, maar misschien had ik daar destijds, achteraf gezien, meer werk van moeten maken.

Ik was niet de eerste die binnen kwam. Er zaten her en der al enkele gasten. Bij de ingang zat een jonge dame achter een laptop. Bij haar meldde ik me aan. Ze legde me de opzet van de avond uit en gaf me mijn tafelnummer en matchkaart. Ik bestelde een koffie en ging alvast aan mijn nog lege tafeltje zitten. Langzaamaan druppelde het voller, en op gegeven moment zaten aan ieder van de genummerde tafeltjes één heer en één dame. Dat was het moment waarop de organisatiedame van haar stoel achter de laptop op stond en ons welkom heette bij deze flitsdate-avond.

Hoe was ik hier nou toch verzeild geraakt? Die gedachte ging op dat moment door me heen. Bij louter toeval viel deze avond exact op de dag dat de scheiding van mij en mijn ex, formeel door de rechter was afgehamerd. We waren al bijna 3 jaar uit elkaar. Dat vormde dus één van de aanleidingen. Maar mijn verzeiling bij deze flitsdate-avond is grotendeels de “schuld” van een vriend die een tafeltje verderop zat. Hij had me overgehaald.

De opzet van de avond was eenvoudig. Je krijgt 6 minuten om met elkaar te praten. Als de bel gaat, schuiven de heren door naar de volgende tafel. Halverwege was er tijd voor een versnapering en een drankje.

En zo sprak ik op één avond met een dozijn vrouwen. Sommigen waren leuk, sommigen niet. Ik schreef de namen van de dames keurig op mijn mijn matchkaart, en maakte heel sporadisch een aantekening. Ik kan niet luisteren en schrijven tegelijk, dus vandaar. De gesprekken verliepen eigenlijk best gezellig. De 6 minuten waren soms veel te kort en soms ook lang genoeg. Opvallend genoeg werden eerst heel concrete vragen aan me gesteld: ben je gescheiden, heb je kinderen, wat voor werk doe je? Vragen over wat ik in mijn vrije tijd doe, werden vaak pas in tweede instantie gesteld. Ik deed dat zelf precies andersom. Bij een goed gevoel zette ik op mijn matchkaart een kruisje bij “match”. In totaal vier keer.

Het flitsdaten voelde voor mij laagdrempelig, en je zit meteen oog in oog met de dames. En in 6 minuten kun je best een goed beeld vormen van elkaar. Aan het eind van de avond moesten de matchkaarten worden ingeleverd. De vriend en ik dronken elders nog even een biertje en wisselden de ervaringen uit. We hadden allebei een erg leuke avond gehad en voelden ons erg goed over ons zelf. Het was voor ons allebei een eerste stap in een nieuw begin. Heel mooi om dit samen te kunnen delen.

Nadien heb ik een aantal gezellige dates gehad, maar het daten werd natuurlijk nogal bemoeilijkt door de coronacrisis. Sowieso had ik geen flauw benul meer hoe je überhaupt moet daten. Internet biedt dan wel soelaas. Daar vind je veel tips, waarvan de balangrijkste misschien wel  zijn dat je gewoon jezelf moet zijn, en interesse moet tonen in de ander. Als dat laatste niet vanzelf gaat, is het waarschijnlijk geen goeie match.

Wanneer ben je eigenlijk weer klaar voor nieuwe liefde? Dat is een vraag die ik van mezelf niet teveel mag stellen. Ik wil het ook niet te groot maken. Ik zet ministapjes, en wil niets overhaasten. Langzaam stel ik mezelf open. Het contact met andere vrouwen is vooral leuk. Vrouwen die al een half leven achter zich hebben, waarin ze zijn gevormd en krassen hebben opgelopen, net als ik. Dat levert mooie, open en persoonlijke gesprekken op. De wederzijdse nieuwsgierigheid en begrip voelt erg positief en ik merk dat ik er weer door opbloei. Niks mis mee. Toch goed dat ik me tot het flitsdaten heb laten over halen. Misschien wel het beste besluit van dit jaar.

De Zen van het scheren

Vanochtend keek een man met een woeste en verwilderde kop mij vanuit de badkamerspiegel aan. Hij had een stoppelbaard van minstens 8 dagen en een wild woekerende bos met grijze haren. Eerst maar eens wat aan die baard doen, dacht ik. Dus ik vulde de wasbak met loeiheet water. Met een dampende washand temde ik de stoppels zodat ze minder weerstand zouden bieden aan het scheermes. Met de kwast draaide ik een portie stevig schuim en bracht dat aan op de baard.

Onlangs zag ik op televisie een keer dat ik dat al die jaren op de verkeerde manier deed. Sindsdien doe ik het zoals die tv-barbier het voordeed. Je moet het schuim met ronddraaiende bewegingen in je baard masseren. En als je het gebied rond je mond inschuimt moet je je lippen even naar binnen zuigen. Een prettige toevoeging aan het scheerritueel.

Het is dus eigenlijk vooral een kwestie van (nog) meer aandacht. Het scheren is daarna echt prettiger. Ik heb een vaste route over mijn gezicht, en de stoppels laten zich gewillig door het scheermes meenemen. Op dit moment zweer ik het bij zo’n 5-bladig geval van het merk met die zwaarden. Ondanks de belofte van de reklame moet ik wel vaker over hetzelfde stukje om een glad resultaat te behalen.

Als met zoveel dingen heb ik eigenlijk nooit zin om me te scheren (vandaar een baard van 8 dagen), maar als ik eenmaal bezig ben dan vind ik het een heerlijk werkje. Aandacht voor mezelf. Zolang ik maar de tijd heb om dat rustig te kunnen doen. Als ik me haastig scheer is het resultaat daar ook naar: overal gemiste stoppels en een geteisterde, vlekkige huid. Maar als ik de tijd neem en met aandacht scheer dan krijg ik een strakke, baby-zachte smoel. Aandacht is de essentie. Het ritueel van je uiterlijke verzorging is eigenlijk innerlijke verzorging. De Zen van het scheren.