Algemeen

Pendelvader

Vader zijn is de helft van mijn identiteit. Minstens de helft. Zonder mijn kinderen voel ik me maar half mezelf. Hun ouders zijn al enkele jaren uit elkaar nu. De kinderen zijn regelmatig bij me. Er is nu genoeg ruimte in mijn huis voor ons alle vijf. En ze voelen zich ook thuis bij me. Dat merk ik aan hoe vrij ze zich voelen. En als ze er zijn voel ik me ook meer thuis in mijn huis. Ik voel me dan zelfs meer thuis in mijn eigen lichaam. Ik ben dan volop vader.

Hun moeder en ik zijn dus al een tijd niet meer samen. De afstand werd onoverbrugbaar. Ik was mezelf totaal kwijt geraakt. Wanhopig klampte ik me nog vast aan illusies, maar het luchtkasteel verging onherroepelijk in een alles verwoestende orkaan. En in in het oog van die orkaan vond ik mijn verloren gewaande zelf terug.

Nu, zo’n drie jaar verder, is mijn achterstallige zelfkennis enorm bijgespijkerd. In mijn hoofd is het helder. Mijn leven vult zich weer. De holte die ik nog voel is de ruimte die achter is gebleven na de scheiding. Gedurende je leven breng je steeds nieuwe lagen aan om je kern. Daar is een grote hap uit waardoor de binnenste kern weer bereikbaar werd. De hap is de holte. Maar gelukkig groeien er weer nieuwe, betere lagen overheen.

Als mijn kinderen bij me zijn voel ik me dus vollediger. Het liefste had ik ze altijd bij me in huis, maar ik weet dat dat niet kan. Ik weet ook niet of ik het wel wil. Ik geniet ook van de rust als ze er niet zijn. Ik zie uit naar hun komst, maar ook naar hun vertrek. Dus ik ben een pendelvader: zoals de kinderen pendelen tussen mij en hun moeder, zo pendel ik tussen emoties. En ook dat went.

Breek en heel

Laatst brak mijn koffiekan. Aan de buitenkant zag je er niks van, maar te zien aan de plas koffie waarin het koffiezetapparaat stond was er iets mis gegaan tijdens het pruttelen. Ik tilde de koffiekan uit het apparaat. Het rammelde, en dat hoorde hij niet te doen. Zijn inwendige kan was gebroken. Zomaar. En ik had het koffiezetapparaat nog maar een paar weken, dus ik ging ervan uit dat het een garantiegevalletje zou zijn. Maar helaas pindakaas. In de voorwaarden staat glashelder dat het breken van glazen onderdelen niet onder de garantie valt. Pech gehad. Dat bleek later zelfs dubbele pech, want mijn kan bleek ik nergens los te kunnen bestellen. Dus mijn gloednieuwe koffiezetter verhuisde van aanrecht naar berging.

Wat een strop. Ik schoot er pardoes van in mijn zwart-wit-stand. Dan maar geen koffiezetapparaat. Ik dronk tóch teveel koffie. Bovendien heb ik de senseo nog. En als ik zin heb in lékkere koffie, heb ik ook de cafetiere nog. Met vers gemalen koffie zet je daarmee ongeëvenaard lekkere koffie. Dus ik snorde ook mijn oude koffiemolen op. Die stamde nog uit mijn koffiesnob-periode, en stond in een doos in de schuur stof te verzamelen. Ik maakte de koffiemolen schoon en lijmde zelfs het (ja, hét) deksel van het bakje waarin de gemalen koffie wordt opgevangen. Verse bonen erin, malen op standje grof. En even later genoot ik met gesloten ogen van een heerlijke dampende bak. Mijn cafetiere en koffiemolen wisten niet wat hen overkwam. Zoveel liefde ineens.

Toch knaagde het verhaal van die gebroken kan nog aan me. Wat belachelijk dat het niet onder garantie valt. En waarom kan ik nergens een vervangende kan bestellen? Daarom wijdde ik er maar eens een beleefde email over aan, gericht aan de afdeling service en support van de fabrikant (Melitta). Die verwees me vriendelijk naar zo’n onderdelenshop. Ze stuurden een link naar het artikel dat ik daar kon bestellen. De kan bleek te horen bij het voorgaande model. Hij zag er vrijwel hetzelfde uit, dus die ging waarschijnlijk wel passen. Kosten: 29,95, en daar kwamen nog 6 euro bij voor de verzending. “Ammehoela!”, dacht ik kwaad. Wat zijn dat voor fratsen?! Ik voelde me genaaid. Maar ik had nu wel een artikelnummer, dus ik zocht daar eens op. En warempel, ik vond dezelfde kan bij een een andere onderdelentoko voor 19,95. En als ik hem zelf ophaalde, geen verzendkosten. En laat er nou een filiaaltje niet ver bij me vandaan te zijn. Kortom: bestelling geplaatst, kannetje opgehaald, kannetje past prima in het nieuwere model koffiezetapparaat, joepie.

De cafetiere en koffiemolen kwamen ietwat beteuterd op me over. Geef ze eens ongelijk. Maar ik besloot de koffiemolen binnen handbereik te houden. Ik moest de bonen toch ook nog opmaken. Dus ik maalde maar eens een portie koffie voor het koffiezetapparaat. Natuurlijk honderd keer lekkerder dan de voorverpakte gemalen koffie. Dus de koffiemolen is weer in ere hersteld. Die staat weer trots te glimmen in de keuken. De kwaliteit van mijn koffie is er enorm op vooruit gegaan.

Dit verhaal is eigenlijk wel een beetje symbolisch. Soms moet er eerst iets breken voor het weer écht kan helen. De kwaliteit van de koffie is symbool voor de kwaliteit van het welzijn. Soms moet een mens breken om weer écht heel te kunnen worden. Breken is los komen van gewoontes, dingen, opvattingen, patronen. Dat gaat meestal niet vrijwillig. Er moet een kleine ramp geschieden die ervoor zorgt dat je breekt en er van binnen iets knapt. Een depressie of zo. En daarna blijk je wonderwel en boven al je verwachtingen te helen en wordt je een betere versie van jezelf. Dus ik ben blij dat die koffiekan brak en inwendig knapte. Maar desalniettemin hoop ik dat de vervangende kan minder knap knappen kan als die oude kan kon knappen.

Huishouden

Sinds gisteravond ben ik me ineens gaan afvragen wat een huishouden precies is. Want, uitgezonderd van de leden van één huishouden, mogen we tot 1 juni van dit jaar niet meer samenscholen. Er staat een vette boete op het niet op afstand blijven van elkaar. Maar dat geldt dus niet voor leden van een huishouden.

Maar wat is een huidhouden dan precies? Dus ik raadpleegde het grote wijze internet maar eens en vond (onder andere) deze vier definities:

Definitie 1 (bron): Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huidhouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding.

Definitie 2 (bron): Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften

Definitie 3 (bron): Een aantal personen dat in gezinsverband leeft en als zodanig als een eenheid wordt beschouwd.

Definitie 4 (bron): aanduiding voor in vast verband samenlevende partners, eventueel met (hun) kinderen.

Hieruit kan ik de verontrustende conclusie trekken dat mijn kinderen en ik geen huishouden meer zijn. We wonen namenlijk niet op één en hetzelfde adres, en hun ouders zijn geen partners meer die in vast verband samen leven. Beste overheid, geef mij meer duidelijkheid, want anders ga ik binnenkort failliet aan boetes wegens het illegaal knuffelen van mijn kinderen.

Argwaan

Op een schaal van naïef tot paranoïde zit ik volgens mij links van het midden. Misschien zelfs te veel naar links. Maar ik schiet radicaal naar rechts als iemand mij iets wil verkopen. Maximale argwaan. Ik vertrouw geen enkele verkoper. Als mij in de winkel wordt gevraagd of men mij ergens mee kan helpen zeg ik ook steevast: als ik hulp nodig heb, vraag ik het wel. Laat me alsjeblieft gewoon rustig snuffelen. Voor marketeers voel ik regelrechte haat. Geld-uit-de-zak-kloppers zijn het. Leur ergens anders met je prullaria. Vlieg op met je gelikte praatjes want ik geloof je bij voorbaat niet. Deze mensen worden gedreven door bonussen. Ze werken vanuit hun eigen belang, niet die van de consument. Ze verkopen om het verkopen. Een goed product verkoopt zichzelf, zegt mijn innerlijke boomer. Reclame voor een product is prima, zolang het maar niet opdringerig wordt. Ik heb ook een grondige hekel aan schreeuwreklame. Ik hoor daarin alleen maar de boodschap: koop dure spullen die je niet nodig hebt! Van gerichte reclame schiet ik ook meteen in de argwaanstand. Vandaar dat ik alle digitale reklame zoveel mogelijk blokkeer. En tóch zou mijn koopgedrag dan nóg beïnvloed zijn. Ik overweeg kluizenaarschap.

Zwaartekracht

Onze planeet oefent een neerwaartse kracht op ons uit. Niemand ontsnapt eraan. De zwaartekracht laat nooit af. Het is een fact of life. Van zwaartekracht een probleem maken heeft geen enkele zin. We zullen het gewoon moeten trotseren. Gewoon een kwestie van in evenwicht blijven.

Wrok is als zwaartekracht. Het probeert een neerwaartse kracht op een ander uit te oefenen. Wrok kan heel lang aanhouden. Het wordt voor die ander een fact of life. Er een probleem van maken heeft geen enkele zin. We zullen het gewoon moeten trotseren. Het is gewoon een kwestie van overeind blijven.

Eerst vader

Sinds ik gescheiden ben en mijn kinderen, wanneer ze bij mij zijn, zelf moet opvoeden, denk ik veel meer na over hoe ik vader wil zijn. Moet zijn. Op dit moment weet ik eigenlijk vooral hoe ik mijn rol als vader niet wil invullen. Ik mag een heleboel dingen niet zijn van mezelf als het aankomt op vaderschap. En ik hanteer meestal de ik-zie-wel-methode. In mijn eigendunk kent mijn vindingrijkheid namelijk geen grenzen. Ik vind altijd een oplossing. Dat is mooi papa, maar wij willen duidelijkheid en structuur. Wij willen een plan!

Die ik-zie-wel-mentaliteit komt misschien wel voort uit mijn hang naar vrijblijvendheid. Ik hou eigenlijk niet van vastomlijnde plannen. Die voelen verstikkend. Afspraken ook. Maar vaderschap is niet vrijblijvend. Vaderschap houdt een grote verantwoordelijkheid in. Dat besef is levensgroot. Het belang van mijn kinderen zou natuurlijk moeten prevaleren over mijn eigen belang. Ik ben eerst vader. Niet altijd makkelijk, maar wel glashelder.

Eerst vader. Dat is de fundering waarop ik een solide stuk vaderschap wil zetten. Dat is allemaal leuk en aardig, maar dan moet er wel een stip op de horizon komen. Dan krijgt het vaderschap pas richting. Dat mooie advies kreeg ik onlangs van iemand die daar verstand van heeft. Wat vind ik dan belangrijk om te bereiken met mijn vaderschap? Niet voor mij, maar voor mijn kinderen. Ik vind dat best lastig. Verder dan “nou, gewoon, alles wat nodig is” kom ik niet. Minimaal dat mogen de kinderen toch van me verwachten?

Eerst vader. Die kun je ook anders opvatten. Vader eerst. Die kant lijkt me toch ook best belangrijk. Ik mag mezelf niet verliezen. Niet weer. Dus ik moet balanceren tussen “nu ik” en “eerst vader”. Soms vader eerst zodat hij zo veel mogelijk eerst vader kan zijn.

Stug doorhollen

Ongeveer anderhalf jaar geleden pakte ik het hardlopen op. Weer op, want jaren geleden deed ik ook al eens een verwoede poging tot hardlopen. Dat zal ergens in het jaar 2003 geweest zijn. Wij woonden toen nog in Baltimore. In een appartement bovenaan een heuvel. Ik rende dan eerst over de stoep langs de weg naar beneden. En daarna weer terug omhoog. Na een tijdje begonnen mijn knieën te klagen. Zware slijtage aan het kraakbeen. Van de huisarts mocht ik niet meer hardlopen en ik moest magnesium slikken. Daar zou het kraakbeen weer van kunnen aangroeien.

Met de knietjes kwam het best wel weer goed. Een jaar of wat terug verdraaide ik er eentje en beschadigde mijn meniscus. Er kwam een MRI-scan aan te pas om het minuscule scheurtje daadwerkelijk vast te stellen. Ik had er desalniettemin last van. Met fysiotherapie en krachttraining kwam ook dat weer goed. Geen klachten meer qua knieën. Toen had ik ook al het idee opgevat om weer te gaan hardlopen, maar de fysiotherapeut vond dat niet verstandig. Ik besloot het advies nog maar even niet in de wind te slaan. Braaf liet ik me daarom maar wekelijks afmatten in een HIT-klasje (high intensity training) bij de sportschool. Sindsdien maken de woorden burpie, steplunge en squat deel uit van mijn toch al aanzienlijk vocabulaire.

Maar anderhalf jaar terug ben ik dus tóch, tegen beter weten in, gaan hardlopen. Op advies van een GGZ-verpleegkundige die er in mijn depressieve periode op toe zag dat ik mijn pilletjes nam. Dat is goed voor je geluksgevoel, had ze gezegd. Runner’s High, noemen ze het. Dus ik kocht een paar goeie gympies en ik begon weer met hardlopen. Het werkte geweldig. Mijn volle verwarde hoofd was na een uurtje sjokken lekker opgeruimd en ik voelde me erg tevreden over mezelf. Hardlopen bleek uitermate gezond voor mijn geest te zijn.

Maar helaas is hardlopen slecht voor de gezondheid van mijn spieren en pezen. Om de haverklap scheurt of verrekt er wel iets in mijn benen. Dan weer een achillespees, dan weer een kuitspier, dan weer een hamstring, en zo voort. Iedere keer moet ik dan weer een pauze inlassen van een week of 6 en kan ik weer opnieuw beginnen met een basisloopschema. De afgelopen 8 weken ging het heel goed. De compressiekousen bleken wonderbaarlijk goed te werken. Ik begon al voorzichtig te fantaseren over 10 kilometer aan één stuk hardlopen. Ik was fanatiek bezig om mijn tempo onder de 6 en een halve minuut per kilometer te krijgen. Van sjokken naar rennen. Ik werd weer te fanatiek, en je voelt hem al aankomen: whiplash in rechterkuit. Auw. Zielig. Been omhoog. Icepack eronder. Kak! Maar over een week of wat ga ik toch weer beginnen. Stug doorhollen. Mijn levensmotto.

Kwelhoop

Hoop doet leven, zo luidt het gezegde. Maar ik weet dat niet meer zo zeker. Ik koester te vaak valse hoop. Hoop die me kwelt. Die hoop doet sterven. De ironie is dat mijn valse hoop begint in mijn hart. Diep in mijn hart. Wie me daar raakt maakt me óf zielsgelukkig, óf doodongelukkig. Iemand te verliezen van wie je zielsveel houdt is des te erger als je gekweld wordt door valse hoop. Die laait toch iedere keer maar weer op. Die hoop gijzelt me en verscheurt me. En ik doe het mezelf aan zolang ik je niet los laat. Dat besef is gek genoeg glashelder. Waarom kom ik niet van je los? Waarom is dat zo verschrikkelijk moeilijk? Ik zou soms willen dat ik je kon zeggen dat ik je mis, maar we kunnen elkaar al heel lang niet meer bereiken. Ik heb me voor je afgesloten omdat ik geen andere manier weet om mezelf te beschermen. In mijn hart draag ik jou mee zoals ik denk dat ik je ken. Ik geloof niet dat ik me in je vergissen kan. Het plaatje dat ik in mijn hart draag is me oneindig lief. Misschien heb ik jou wel opgesloten in mij. Misschien is jouw vrijheid wel mijn vrijheid. Verwarrende gedachten die maar rondspoken in mijn kop. Kwelgeesten.

Last minute vlucht

Op de dag voor oudjaarsdag boekte ik, last minute, een overnachting in een hotelletje ergens in Duitsland. Haus am See, heette het hotel. Op oudjaarsdag, rond een uur of 2 ’s middags, vertrok ik. Ik hoefde niet ver, en dat wou ik ook niet. Na een uurtje kwam ik al aan bij het hotel. Het lag inderdaad direct “am See”.

Ik weet eigenlijk niet zo goed wat me ertoe bewoog om dit te doen. Dat klopt niet helemaal. Een deel van mijn beweegredenen weet ik prima. Ik wou er gewoon even tussen uit. Ik liep al sinds november met het idee om rond de jaarwisseling niet thuis te zijn. Maar dat was eigenlijk ook meteen het voornaamste: niet thuis hoeven te zijn.

En ik wilde alleen zijn. Niemand om me heen. Geen vrolijk en gezellig uiteinde met familie en/of vrienden. Ze wisten al een tijdje dat ik al “plannen had” met oud en nieuw. Dat had ik al laten doorschemeren. Op het allerlaatste moment heb ik nog even getwijfeld, maar thuis blijven was geen optie.

Zo kwam het dat ik op oudjaarsdag, rond het einde van de middag einsam rond kuierde in en in de omgeving van het oude Hanzestadje Haselünne. Het was er erg rustig. Alle winkels waren gesloten, en de meeste restaurants ook. Tegen vijven liep ik het enige restaurantje in dat wel open was, en vroeg om een tafeltje voor één persoon. Leider waren alle tafels gereserveerd, maar ik mocht wel bij een klein tafeltje bij de ingang zitten.

Daar maakte ik dankbaar gebruik van. Ik bestelde een biertje en een pizza. Niks mis mee. De binnendruppelende gasten die hadden gereserveerd groetten mij vriendelijk en wensten me Guten Apetit. Dat kon ook niet anders, want ik zat direct bij de ingang. Al snel zat het hele restaurant vol en keek ik tijdens het eten om me heen. Allemaal mensen die het gezellig hadden met elkaar.

Toen ik de espresso op had, rekende ik af en zwierf wat door de straatjes van het stadje. Ik bedacht dat ik hier zonder mijn opwelling waarschijnlijk nooit naartoe was gegaan. Dat ik hier liep was louter toeval. Het begon een beetje te regenen, dus ik liep terug naar het hotel. In mijn kamer doodde ik de tijd met lezen en televisie kijken.

Toen het tegen twaalven liep, ging ik weer naar buiten en liep als een dief in de nacht naar een bruggetje over de Hase. Daar had ik ’s middags ook gestaan en bedacht dat ik hier mooi naar het vuurwerk kon kijken. En daar had ik gelijk in. Toen de vuurpijlen zo langzaamaan op begonnen te raken liep ik terug naar mijn hotelkamer. Halverwege moest ik plotseling lachen om mezelf. “Du bist mir einer!”, riep ik lachend. Kein Hund die me kon horen, dus…

Na een vlug ontbijtje met slappe koffie, maar verse warme Brötchen reed ik naar Sögel om daar door de tuinen van Schloss Clemenswerth te wandelen. Het kasteel zelf was natuurlijk gesloten, maar dat wist ik. Het lag er verlaten bij. In de tuinen speurde ik naar verborgen schatten (geocaches) en vond ze. Terwijl ik naar de auto terug liep klonk de bel van de kapel. Mijn auto was nu vergezeld door veel grotere Duitse vehikels waaruit bedaarde zwart geklede mensen stapten.

Mijn kleine reisje zette zich voort richting het gat “Drögen”. Ik navigeerde namelijk naar de coördinaten van een andere een schat op mijn schatkaart. Op de plek waar ik uit kwam werd ik op slag verliefd. Ik sta op een voetgangersbrug over de Hase die zich hier dramatisch door het landschap slingert. De zon wist op dat moment door het grijze wolkendek te breken en ik hoorde mezelf wederom hardop lachen. Geluksvogel die ik ben.

En dan rij ik maar weer eens rustig naar mijn kleine appartementje in Nederland terug. Als ik weer thuis ben, voel ik me voldaan. Mijn gevoel past weer tussen mijn muren. Dat was denk ik het hele eiereten. Mijn gevoel had ruimte nodig. Dus moest ik de boel even ontvluchten, zodat mijn gevoel kon luchten. En dat is prima gelukt.

Gelukkig nieuwjaar lieve lezers. Hou van jezelf en pluk het geluk. Je vind het in het nu.


Smachten

Onderweg naar kantoor rij ik achter een busje van een of andere koffiebonenhandelaar. Op de achterklep prijkt een foto van een geopende baal ongetwijfeld heerlijk geurende koffiebonen. Die geur spat eigenlijk van de foto af. Die o zo verleidelijke geur van vers gebrande koffiebonen.

Alleen al bij de herinnering aan die geur loopt het water me in de mond. De stimulerende foto achterop het busje riep die herinnering met brute kracht bij me op. Bovendien ben ik een coffee junk. Dus ik smacht plotsklaps naar een heerlijk kopje verse koffie. Een dampende, dubbele espresso.

Smachten is branden van verlangen. Smachten is een smeekbede van je genotscentrum. Smachten is hunkeren. Smachten is balanceren op het bitterzoete randje van wanhoop. De klank van “smachten” komt ook precies overeen met het gevoel ervan.

En natuurlijk loopt het verkeer op dat moment vast. Minuten lang kruip ik met een slakkengangetje achter de koffiebonen aan. Mijn roodomrande ogen puilen uit hun kassen. Mijn tong hangt uit mijn mond. Het moeten wachten doet het smachten kantelen naar wanhoop. Nu smacht ik niet langer naar koffie, maar doe ik er een moord voor.