Algemeen

Met een schuin oog

“Als ik met een schuin oog naar de klok kijk, zie ik dat we niet heel veel tijd meer hebben”, zei iemand laatst in een vergadering. Hij zei er nog wat dingen achteraan, maar ik was blijven steken bij “met een schuin oog kijken”. Mijn hoofd ging erop aan. Hoezo schuin kijken met één oog? Dat andere oog gaat toch vanzelf mee schuin staan? Of is het de bedoeling dat ik die andere dichtknijp terwijl ik met die andere schuin kijk? De kwestie liet me niet meer los. Natuurlijk moet ik het niet zo letterlijk nemen, maar ik kan het niet helpen. Mijn hersenen struikelen er gewoon over. Het zit scheef en iedereen weet dat. Waarschijnlijk moet ik hier maar weer gewoon een oogje toeknijpen en het met mijn andere oog schuin door de vingers zien.

Reikhalzen

Bij reikhalzen denk ik aan verlangen naar iets dat nog buiten je bereik hangt. Je ziet het, maar je kunt er nog net niet bij. Ik vind het woord “reikhalzen” ontzettend goed passen bij de periode die we momenteel met z’n allen doormaken. Eigenlijk lijken we allemaal vooral reikhalzend uit te zien naar ons oude, vertrouwde normaal. Dat oude normaal dat we zo voor lief namen, hangt nu verlokkelijk boven ons te bungelen.

We moeten ons trouwens ook maar afvragen of er wel sprake kan zijn van één universeel normaal. Ik geloof dat niet. Dat “nieuwe normaal” is ook gewoon maar een eenvoudig te onthouden labeltje dat is geplakt op een set richtlijnen die we nu zouden moeten volgen. Als je het omdraait doe je dus niet normaal als je die richtlijnen niet volgt. En om dat kracht bij te zetten worden we door herhaaldelijke blootstelling aan besmettingscijfers met de neus op de feitelijke gevolgen van abnormaal gedrag gedrukt.

Het “oude normaal” is daarmee verworden tot een labeltje dat is geplakt op een losbandig leven waarin we maar wat als beesten dicht op elkaar leefden en er op los knuffelden terwijl we vrijwel nooit onze handen wasten en daar, als je je netjes gedroeg, constant in hoestten en niesden. Man, wat zie reikhalzend uit naar dat heerlijke oude zwijnenleven.

Pre-vijftigplusser

Morgen flik ik het weer eens. Ik maak alweer een decennium vol. Het is ongekend! Een nieuwe mijlpaal die bij die andere vier kan gaan staan prijken. In de galerij van twijfelachtige certificaten van levenservaring.

Morgen word ik een nieuwe dertiger, zo wordt mij door menigeen goedmoedig verzekerd. Alsof dertiger zijn mijn vermeende leed zou verlichten. Zeggen dat zwaar het nieuwe licht is, is het nieuwe miskennen van gewichtigheid. Denk daarover niet te licht.

Morgen word ik oud-veertiger. Een veteraan, een legende. Mijn veertiger jaren waren bovengemiddeld woelig, dus wie bij mijn zesde mijlpaal durft te beweren dat ik een nieuwe veertiger zal zijn kan maar beter snel dekking zoeken. Maar dat zeg ik nu, terwijl ik nog een felle veertiger ben. Heel even nog. Mijn laatste uren als veertiger tikken weg.

Morgen betreed ik dan ook eindelijk de grijzige wereld der vijftigers. Maar eerst kom ik in een soort niemandsland, want pas als vijftigplusser wordt de vijftiger voor vol aangezien. Als 50-jarige ben je dus feitelijk nog veertigplusser.

Morgen word ik eigenlijk pre-vijftigplusser. Ik heb dan een heel jaar de tijd om mijn vijftigpluswaardigheid te onwikkelen. Vermoedelijk is de tijd die nodig is om je te kunnen vereenzelvigen met het getal 50 precies een jaar. Ik doe dat morgen gewoon meteen als ik wakker word en gebruik dan lekker het hele jaar om te flierefluiten!

Goeie Ex

Mijn dag begint betekenisvol. Ik word (min of meer) wakker met het inzicht dat ik ook een goede ex moet zijn. Eigenlijk was ik al wakker, maar het was nog maar 8:27 uur, terwijl ik me had voorgenomen om uit te slapen. Mijn gordijnen zijn niet lichtdicht, dus de slaapkamer was ook al veel te licht. Daarom besloot ik om eindelijk eens naar een podcast te luisteren die onlangs op TV in M werd besproken: Roel’s Sofasessies.

Roel van Velzen blijkt min of meer tegelijk met mij te zijn gescheiden vorig jaar. Ik had voorheen niets gemeenschappelijks met Roel. Ik wist dat hij bestond en dat hij aardig kan zingen. Maar nu blijken we allebei door een vergelijkbare hel te zijn gegaan. Net als ikzelf merkte Roel dat het helpt om over je scheiding te praten met anderen die vergelijkbare ervaringen hebben. Roel doet dat in zijn kennissenkring van BN-ers. Ik scrolde vanochtend door de gesprekken die hij al heeft opgenomen en pikte het gesprek met Claudia de Breij eruit: “Als je scheiding maar goed zit“.

Mijn scepsis over de podcast verdween al na enkele minuten. Het gesprek met Claudia kwam niet geregisseerd op me over. Het was echt een open gesprek. Ik ga hier niet het hele gesprek beschrijven. Luister vooral zelf. Wel moet ik even het inzicht kwijt dat het gesprek me gaf. Claudia vertelde dat haar ex in staat is gebleken om zich te verzoenen met de scheiding en later zelfs bij het tweede huwelijk van Claudia was. Gekscherend was de gezamenlijke conclusie van Roel en Claudia dus dat je een goeie ex moet kiezen. Dat betekent dus dat je een nieuwe liefde alvast beoordeelt op de potentie op het zijn van een goeie ex. Dat kan natuurlijk helemaal niet en ga je in je verliefdheid totaal aan voorbij.

Mijn inzicht kwam tijdens mijn luie zondagochtendontbijt. Gekookt eitje, beschuiten met jam, vers ontdooide boterham met hagelslag, grote kop dampende rooibosthee. En de radio aan tegen de stilte. Het gesprek van Roel en Claudia draaide nog door in mijn hoofd. Er was een nare vraag in mijn hoofd blijven hangen: Hoe goed is mijn ex? Die vraag voelde naar omdat ik me af begon te vragen of mijn ex diezelfde vraag ook zou stellen over mij. En toen viel mijn kwartje: om te kunnen beoordelen of ik mijn ex goed vind moet ik eerst kijken naar mezelf.

Een goede ex worden kost sowieso tijd. Dat ben je niet op dag 1 na de scheiding. En met scheiding bedoel ik niet de dag waarop de rechter je scheiding afhamert. Ik bedoel de dag waarop je samen met je ex het besluit neemt om te scheiden. De manier waarop die besluitvorming verloopt is ook heel bepalend voor hoe snel en hoe goed je in je nieuwe rol als ex-partner komt. Ik heb het allemaal ervaren als een orkaan die op mijn kustlijn beukte. Dus ik startte als een wrokkige, bokkige ex vol zelfmedelijden.

Intussen ben ik verder. Intussen kan ik mildheid opbrengen naar mijn ex. Bovendien begin ik langzaam los van haar te komen. Ik ben haar niets meer verschuldigd. Het lukt me steeds beter om haar te zien als de moeder van mijn kinderen. Als iemand met wie ik een goede verstandhouding zou moeten hebben, omwille van ons gedeelde ouderschap. Ik had me na de scheiding vooral gericht op het zijn van een goede vader, maar ik moet dus ook een goede ex zijn. Een mooi inzicht voor de zondagmorgen.

Pendelvader

Vader zijn is de helft van mijn identiteit. Minstens de helft. Zonder mijn kinderen voel ik me maar half mezelf. Hun ouders zijn al enkele jaren uit elkaar nu. De kinderen zijn regelmatig bij me. Er is nu genoeg ruimte in mijn huis voor ons alle vijf. En ze voelen zich ook thuis bij me. Dat merk ik aan hoe vrij ze zich voelen. En als ze er zijn voel ik me ook meer thuis in mijn huis. Ik voel me dan zelfs meer thuis in mijn eigen lichaam. Ik ben dan volop vader.

Hun moeder en ik zijn dus al een tijd niet meer samen. De afstand werd onoverbrugbaar. Ik was mezelf totaal kwijt geraakt. Wanhopig klampte ik me nog vast aan illusies, maar het luchtkasteel verging onherroepelijk in een alles verwoestende orkaan. En in in het oog van die orkaan vond ik mijn verloren gewaande zelf terug.

Nu, zo’n drie jaar verder, is mijn achterstallige zelfkennis enorm bijgespijkerd. In mijn hoofd is het helder. Mijn leven vult zich weer. De holte die ik nog voel is de ruimte die achter is gebleven na de scheiding. Gedurende je leven breng je steeds nieuwe lagen aan om je kern. Daar is een grote hap uit waardoor de binnenste kern weer bereikbaar werd. De hap is de holte. Maar gelukkig groeien er weer nieuwe, betere lagen overheen.

Als mijn kinderen bij me zijn voel ik me dus vollediger. Het liefste had ik ze altijd bij me in huis, maar ik weet dat dat niet kan. Ik weet ook niet of ik het wel wil. Ik geniet ook van de rust als ze er niet zijn. Ik zie uit naar hun komst, maar ook naar hun vertrek. Dus ik ben een pendelvader: zoals de kinderen pendelen tussen mij en hun moeder, zo pendel ik tussen emoties. En ook dat went.

Breek en heel

Laatst brak mijn koffiekan. Aan de buitenkant zag je er niks van, maar te zien aan de plas koffie waarin het koffiezetapparaat stond was er iets mis gegaan tijdens het pruttelen. Ik tilde de koffiekan uit het apparaat. Het rammelde, en dat hoorde hij niet te doen. Zijn inwendige kan was gebroken. Zomaar. En ik had het koffiezetapparaat nog maar een paar weken, dus ik ging ervan uit dat het een garantiegevalletje zou zijn. Maar helaas pindakaas. In de voorwaarden staat glashelder dat het breken van glazen onderdelen niet onder de garantie valt. Pech gehad. Dat bleek later zelfs dubbele pech, want mijn kan bleek ik nergens los te kunnen bestellen. Dus mijn gloednieuwe koffiezetter verhuisde van aanrecht naar berging.

Wat een strop. Ik schoot er pardoes van in mijn zwart-wit-stand. Dan maar geen koffiezetapparaat. Ik dronk tóch teveel koffie. Bovendien heb ik de senseo nog. En als ik zin heb in lékkere koffie, heb ik ook de cafetiere nog. Met vers gemalen koffie zet je daarmee ongeëvenaard lekkere koffie. Dus ik snorde ook mijn oude koffiemolen op. Die stamde nog uit mijn koffiesnob-periode, en stond in een doos in de schuur stof te verzamelen. Ik maakte de koffiemolen schoon en lijmde zelfs het (ja, hét) deksel van het bakje waarin de gemalen koffie wordt opgevangen. Verse bonen erin, malen op standje grof. En even later genoot ik met gesloten ogen van een heerlijke dampende bak. Mijn cafetiere en koffiemolen wisten niet wat hen overkwam. Zoveel liefde ineens.

Toch knaagde het verhaal van die gebroken kan nog aan me. Wat belachelijk dat het niet onder garantie valt. En waarom kan ik nergens een vervangende kan bestellen? Daarom wijdde ik er maar eens een beleefde email over aan, gericht aan de afdeling service en support van de fabrikant (Melitta). Die verwees me vriendelijk naar zo’n onderdelenshop. Ze stuurden een link naar het artikel dat ik daar kon bestellen. De kan bleek te horen bij het voorgaande model. Hij zag er vrijwel hetzelfde uit, dus die ging waarschijnlijk wel passen. Kosten: 29,95, en daar kwamen nog 6 euro bij voor de verzending. “Ammehoela!”, dacht ik kwaad. Wat zijn dat voor fratsen?! Ik voelde me genaaid. Maar ik had nu wel een artikelnummer, dus ik zocht daar eens op. En warempel, ik vond dezelfde kan bij een een andere onderdelentoko voor 19,95. En als ik hem zelf ophaalde, geen verzendkosten. En laat er nou een filiaaltje niet ver bij me vandaan te zijn. Kortom: bestelling geplaatst, kannetje opgehaald, kannetje past prima in het nieuwere model koffiezetapparaat, joepie.

De cafetiere en koffiemolen kwamen ietwat beteuterd op me over. Geef ze eens ongelijk. Maar ik besloot de koffiemolen binnen handbereik te houden. Ik moest de bonen toch ook nog opmaken. Dus ik maalde maar eens een portie koffie voor het koffiezetapparaat. Natuurlijk honderd keer lekkerder dan de voorverpakte gemalen koffie. Dus de koffiemolen is weer in ere hersteld. Die staat weer trots te glimmen in de keuken. De kwaliteit van mijn koffie is er enorm op vooruit gegaan.

Dit verhaal is eigenlijk wel een beetje symbolisch. Soms moet er eerst iets breken voor het weer écht kan helen. De kwaliteit van de koffie is symbool voor de kwaliteit van het welzijn. Soms moet een mens breken om weer écht heel te kunnen worden. Breken is los komen van gewoontes, dingen, opvattingen, patronen. Dat gaat meestal niet vrijwillig. Er moet een kleine ramp geschieden die ervoor zorgt dat je breekt en er van binnen iets knapt. Een depressie of zo. En daarna blijk je wonderwel en boven al je verwachtingen te helen en wordt je een betere versie van jezelf. Dus ik ben blij dat die koffiekan brak en inwendig knapte. Maar desalniettemin hoop ik dat de vervangende kan minder knap knappen kan als die oude kan kon knappen.

Huishouden

Sinds gisteravond ben ik me ineens gaan afvragen wat een huishouden precies is. Want, uitgezonderd van de leden van één huishouden, mogen we tot 1 juni van dit jaar niet meer samenscholen. Er staat een vette boete op het niet op afstand blijven van elkaar. Maar dat geldt dus niet voor leden van een huishouden.

Maar wat is een huidhouden dan precies? Dus ik raadpleegde het grote wijze internet maar eens en vond (onder andere) deze vier definities:

Definitie 1 (bron): Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huidhouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding.

Definitie 2 (bron): Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften

Definitie 3 (bron): Een aantal personen dat in gezinsverband leeft en als zodanig als een eenheid wordt beschouwd.

Definitie 4 (bron): aanduiding voor in vast verband samenlevende partners, eventueel met (hun) kinderen.

Hieruit kan ik de verontrustende conclusie trekken dat mijn kinderen en ik geen huishouden meer zijn. We wonen namenlijk niet op één en hetzelfde adres, en hun ouders zijn geen partners meer die in vast verband samen leven. Beste overheid, geef mij meer duidelijkheid, want anders ga ik binnenkort failliet aan boetes wegens het illegaal knuffelen van mijn kinderen.

Argwaan

Op een schaal van naïef tot paranoïde zit ik volgens mij links van het midden. Misschien zelfs te veel naar links. Maar ik schiet radicaal naar rechts als iemand mij iets wil verkopen. Maximale argwaan. Ik vertrouw geen enkele verkoper. Als mij in de winkel wordt gevraagd of men mij ergens mee kan helpen zeg ik ook steevast: als ik hulp nodig heb, vraag ik het wel. Laat me alsjeblieft gewoon rustig snuffelen. Voor marketeers voel ik regelrechte haat. Geld-uit-de-zak-kloppers zijn het. Leur ergens anders met je prullaria. Vlieg op met je gelikte praatjes want ik geloof je bij voorbaat niet. Deze mensen worden gedreven door bonussen. Ze werken vanuit hun eigen belang, niet die van de consument. Ze verkopen om het verkopen. Een goed product verkoopt zichzelf, zegt mijn innerlijke boomer. Reclame voor een product is prima, zolang het maar niet opdringerig wordt. Ik heb ook een grondige hekel aan schreeuwreklame. Ik hoor daarin alleen maar de boodschap: koop dure spullen die je niet nodig hebt! Van gerichte reclame schiet ik ook meteen in de argwaanstand. Vandaar dat ik alle digitale reklame zoveel mogelijk blokkeer. En tóch zou mijn koopgedrag dan nóg beïnvloed zijn. Ik overweeg kluizenaarschap.

Zwaartekracht

Onze planeet oefent een neerwaartse kracht op ons uit. Niemand ontsnapt eraan. De zwaartekracht laat nooit af. Het is een fact of life. Van zwaartekracht een probleem maken heeft geen enkele zin. We zullen het gewoon moeten trotseren. Gewoon een kwestie van in evenwicht blijven.

Wrok is als zwaartekracht. Het probeert een neerwaartse kracht op een ander uit te oefenen. Wrok kan heel lang aanhouden. Het wordt voor die ander een fact of life. Er een probleem van maken heeft geen enkele zin. We zullen het gewoon moeten trotseren. Het is gewoon een kwestie van overeind blijven.

Eerst vader

Sinds ik gescheiden ben en mijn kinderen, wanneer ze bij mij zijn, zelf moet opvoeden, denk ik veel meer na over hoe ik vader wil zijn. Moet zijn. Op dit moment weet ik eigenlijk vooral hoe ik mijn rol als vader niet wil invullen. Ik mag een heleboel dingen niet zijn van mezelf als het aankomt op vaderschap. En ik hanteer meestal de ik-zie-wel-methode. In mijn eigendunk kent mijn vindingrijkheid namelijk geen grenzen. Ik vind altijd een oplossing. Dat is mooi papa, maar wij willen duidelijkheid en structuur. Wij willen een plan!

Die ik-zie-wel-mentaliteit komt misschien wel voort uit mijn hang naar vrijblijvendheid. Ik hou eigenlijk niet van vastomlijnde plannen. Die voelen verstikkend. Afspraken ook. Maar vaderschap is niet vrijblijvend. Vaderschap houdt een grote verantwoordelijkheid in. Dat besef is levensgroot. Het belang van mijn kinderen zou natuurlijk moeten prevaleren over mijn eigen belang. Ik ben eerst vader. Niet altijd makkelijk, maar wel glashelder.

Eerst vader. Dat is de fundering waarop ik een solide stuk vaderschap wil zetten. Dat is allemaal leuk en aardig, maar dan moet er wel een stip op de horizon komen. Dan krijgt het vaderschap pas richting. Dat mooie advies kreeg ik onlangs van iemand die daar verstand van heeft. Wat vind ik dan belangrijk om te bereiken met mijn vaderschap? Niet voor mij, maar voor mijn kinderen. Ik vind dat best lastig. Verder dan “nou, gewoon, alles wat nodig is” kom ik niet. Minimaal dat mogen de kinderen toch van me verwachten?

Eerst vader. Die kun je ook anders opvatten. Vader eerst. Die kant lijkt me toch ook best belangrijk. Ik mag mezelf niet verliezen. Niet weer. Dus ik moet balanceren tussen “nu ik” en “eerst vader”. Soms vader eerst zodat hij zo veel mogelijk eerst vader kan zijn.