Algemeen

Smachten

Onderweg naar kantoor rij ik achter een busje van een of andere koffiebonenhandelaar. Op de achterklep prijkt een foto van een geopende baal ongetwijfeld heerlijk geurende koffiebonen. Die geur spat eigenlijk van de foto af. Die o zo verleidelijke geur van vers gebrande koffiebonen.

Alleen al bij de herinnering aan die geur loopt het water me in de mond. De stimulerende foto achterop het busje riep die herinnering met brute kracht bij me op. Bovendien ben ik een coffee junk. Dus ik smacht plotsklaps naar een heerlijk kopje verse koffie. Een dampende, dubbele espresso.

Smachten is branden van verlangen. Smachten is een smeekbede van je genotscentrum. Smachten is hunkeren. Smachten is balanceren op het bitterzoete randje van wanhoop. De klank van “smachten” komt ook precies overeen met het gevoel ervan.

En natuurlijk loopt het verkeer op dat moment vast. Minuten lang kruip ik met een slakkengangetje achter de koffiebonen aan. Mijn roodomrande ogen puilen uit hun kassen. Mijn tong hangt uit mijn mond. Het moeten wachten doet het smachten kantelen naar wanhoop. Nu smacht ik niet langer naar koffie, maar doe ik er een moord voor.

Advertenties

Moed voor de lieve vrede

Vrede? Oké, vrede. De moeders van de twee jongens zijn nu tevreden. Ze hadden ons aan het oor mee terug naar buiten getrokken en tegenover elkaar gezet. De twee jongens (één van hen was ik) staan tegenover elkaar en kijken naar hun voeten. Ze hadden gevochten. Twee boezemvrienden die mot hadden. En dan maakte je dat dus goed door vrede te vragen. Ik herinner me dat nog goed. Vrede is niet meer vechten. Vrede is zand erover.

Die herinnering aan hoe ik vroeger ruzies met mijn boezemvriend eindigde kwam vanmiddag ineens bovendrijven. Kon het altijd maar zo eenvoudig zijn. Konden  oorlogen maar op die manier worden beëindigd. Kon ik op die manier maar mijn relatie redden.

Vrede, zuiverheid, liefde, kracht en geluk. Als ik het goed onthouden heb zijn dat de vijf basis-elementen van je ziel. En als ik het niet goed onthouden heb, vind ik het sowieso eigenlijk wel een mooi stelsel van woorden. Iemand die me helpt om mijn evenwicht te bewaren wees me op dit stelsel. Ze vroeg me over welk woord ik een vraag zou kunnen hebben. Ik kwam uit op vrede want daar voel ik me het van binnen het meest rumoerig.

In het vijftal staat vrede voor harmonie, respect en rust. En als je er dieper over nadenkt komen ook woorden als open, natuur, luisteren en evenwicht naar boven drijven. Na een tijdje filosoferen kwam ik erachter dat ik intuïtief best veel goeie dingen over vrede kon noemen. Maar zo gaat dat bij veel dingen bij mij. Ik kan alles heel mooi beredeneren, maar echt begrip komt veel later. Als het bezinkt bij me.

Toen we Vrede samen hadden uitgediept moest ik een vraag bedenken over Vrede. Die innerlijke vrede. Mijn innerlijke rust en evenwicht. Een vraag die me bezig houdt is hoe ik in evenwicht kan blijven wanneer ik de wind van voren krijg. Wanneer ik me aangevallen voel. Wanneer mijn hoofd een slangenkuil dreigt te worden. Met die vraag in mijn hoofd mocht ik een kaart trekken. Bewust nam ik niet de middelste, maar eentje een stuk rechts daarvan.

Brave

Moed. Raak. Om in evenwicht te blijven moet ik de moed niet verliezen. Die moed heb ik nodig om bij mezelf te blijven. Moed om mezelf accepteren, en de ander. Moed om de ander aan te kijken en kalm te blijven, zacht te zijn. Moed voor de lieve vrede.

De Wereldverbeteraar

Hij ziet het allemaal met argusogen aan. De wereldverbeteraar. Hij doet zijn best, maar op de achtergrond. Hij is een onzichtbare held. Op geitenwollen fairtrade sokken. Met kleine daden zorgt hij dat de wereld zich weer een beetje beter voelt. Al was het maar voor zijn eigen gemoedsrust. De wereldverbeteraar ligt namelijk voor ons allemaal wakker. Van alle problemen. Van alle ellende. En hij weet best dat hij de hele wereld niet in zijn eentje kan verbeteren. En hij weet ook best dat hij niet in zijn eentje verantwoordelijk is voor onze puinhopen. Maar hij ligt er wakker van. Hij kan er niets aan doen. De wereld is hem te lief. Hij is weerloos voor haar schoonheid. Haar leed kan hij niet verkroppen. Dus doet hij wat hij kan. Het is misschien niet veel, maar hij voelt zich er goed bij. De wereldverbeteraar offert zich met liefde op voor de bomen, de bijen, de neushoorns, de zeeschildpadden, de koraalriffen, de oerwouden en het hele klimaat. En natuurlijk voor de de cacaoboeren, bananentelers en katoenkwekers die allemaal niet krijgen wat ze verdienen. Het zet geen zoden aan de dijk, maar hij moet het doen. Ook al weet hij soms niet zeker of het echt goed is wat hij doet. Helpt het om minder rundvlees te eten? Helpt het om in principe alleen regionaal geteelde fruit en groenten van het seizoen te eten? Helpt het om bij voorkeur fair trade producten te consumeren? Helpt het om plastic afval te scheiden? Helpt het om te geven aan al die collectanten? Hij weet het allemaal niet, maar hij doet alles maar. Onverzettelijk. Hij doet verwoede pogingen. Vanuit een verbeten overtuiging. Die betere wereld begint bij hem, daar is hij heilig van overtuigd.

Hoogbevaagd

Tegen beter weten in probeer ik mezelf regelmatig in een hokje te passen. Of misschien moet ik zeggen dat ik probeer om mezelf door een andere bril te zien. Maar mijn ogen wijken natuurlijk af van het standaard oog. Heb ik weer. Dus door iedere standaardbril waardoor ik mezelf bekijk zie ik geen scherp afgetekend plaatje. Eigenlijk is het beeld maar gedeeltelijk scherp. Door de ene bril zie ik 10% van mezelf scherp, door de andere misschien wel eens 60%. Maar voor de rest zie ik vaagheden. Schimmen, die mijn verwoed speurende blik lijken te willen ontwijken.

Misschien is dat ook logisch. De glazen van je bril worden immers speciaal voor jou geslepen. Op mijn neus zit een bril met een uniek recept. Ik heb in beide ogen een cilinder, en mijn rechteroog staat iets naar buiten. En gezien mijn leeftijd heb ik nu ook een leesgedeelte in de glazen geslepen zitten. Met een leesbrilletje van de Hema kom ik er dus niet. Zo gaat het denk ik ook met die psychologische brillen van hierboven.  Mijn psyche laat zich blijkbaar niet helemaal lezen met een standaard brilletje. Ik pas in mijn eigen, specifieke hokje. Zoals de meesten van ons eigenlijk.

Ik ben nog steeds op zoek naar mezelf, hoewel ik al heel veel heb gevonden en daar langzaamaan best tevreden mee kan zijn. Mensen in mijn omgeving proberen me te helpen en dat is fijn. Dan spreken ze hun vermoedens over mijn psyche naar me uit. Ze reiken me dan een bril aan. Hier, probeer deze eens. Zo kwam het dat ik mezelf probeerde te zien door een hoogbegaafdheidsbril. Er leek wel een hoop meer scherpte te komen in mijn zelfbeeld, maar een groot deel bleef toch weer hardnekkig onscherp. Die bril is het dus ook niet helemaal. Ik moet denk ik een bril hebben zoals mijn echte bril. Een bril die speciaal is geslepen voor mij. Een beetje van dit, een beetje van dat. Een combinatie van vage afwijkingen. Ik ben van alles wat, maar niet precies. Ik ben gewoon hoogbevaagd. Niks bijzonders, en tegelijk ook weer wel.

Boogspanning

Vastberaden stapte ik de speciaalzaak voor handboogsport binnen. Voor de tweede keer. Ik betrad een wereld die tot voor kort voor mij niet bestond. Een spannende, interessante wereld. Een wereld waarin woorden worden gebruikt zoals pondage en treklengte. De verkoper was nog druk bezig met de enige andere klant in de winkel, dus ik vergaapte me aan de spullen in de schappen.

De andere klant werd vakkundig en geduldig geholpen. De verkoper nam alle tijd om het ding (een duur uitziend, matzwart middenstuk van een recurve boog) dat de andere man had besteld, perfect af te stellen. De andere klant testte de boog op een kort schietbaantje in de winkel. Na enkele minutieuze verstellingen aan kleine schroefjes hier en daar aan de boog, begon het resultaat meer in de buurt te komen van de verwachtingen van de klant. Ik hoorde hoe de man een enorm bedrag armer werd en ik merkte dat de knoop ik mijn maag zich strakker aantrok.

Mijn maag zit altijd een beetje in de knoop als ik (veel) geld ga uitgeven aan iets waarover ik twijfel of het wel verstandig is. Eigenlijk wel een lekkere soort spanning. De spanning van de anticipatie. De spanning van het uitstellen van een impuls. Vandaag wist ik dat ik aan het impuls ging toegeven. Ik had nu lang genoeg geweifeld en geprakkiseerd. Just do it!

Omdat ik hier al eerder was geweest, wist ik precies wat ik wilde. “Die”, zei ik, en ik wees naar een complete recurve set die in de winkel stond uitgestald. En ook ik werd door de verkoper uiterst professioneel geholpen. Mijn boog werd met bijna liefdevolle bewegingen gemonteerd en afgesteld. Allerlei kleine piefjes en palletjes werden op en aan de boog bevestigd. Tenslotte spande de verkoper de pees op de boogbladen en vroeg me of ik toevallig al wist wat mijn treklengte was. Dat ik dat niet wist gaf niks, want dat kon hij natuurlijk wel even meten.

De verkoper verzocht me om op de schietplek te gaan staan en overhandigde mij plechtig mijn prachtige handboog. Alle toeters en bellen zaten eraan. Ik kreeg een speciale pijl waarop een centimeteraanduiding stond. Ik legde de meetpijl op de de pijloplegger en trok de pees van de boog zover naar achteren als ik kon. Na een drietal metingen kwam de verkoper uit op een treklengte van net iets onder de 32 inch (ondanks de centimeteraanduiding…). Dus mijn pijlen moesten tenminste die lengte hebben.

Vervolgens mocht ik nog eens hetzelfde doen, maar nu werd er tussen mijn hand en de pees een klein meetinstrument geplaatst. De effectieve pondage bij mijn treklengte bleek 27,8 pond. Dat is het gewicht dat wordt losgelaten op het nokje van de pijl bij het loslaten van de pees. Het pondage wordt vooral bepaald door de starheid van de booglatten, legde de verkoper uit. Hier zou ik voorlopig wel genoeg aan hebben, adviseerde de verkoper. Een zwaarder pondage is voor de beginnende schutter niet nodig. Ik vond het prima.

En toen kwam het moment dat ik mijn eerste eigen pijl mocht lossen. Ik kreeg een korte uitleg over de werking van het vizier en wat het verschil is met het schieten met een “bare bow” (dus zonder vizier). De eerste pijl belandde pardoes in de muur, maar dat gaf niks, want het vizier stond ook helemaal nog niet goed. En jawel, na de verdere fijn-afstelling van het viziertje belandden mijn pijlen al keurig op het blazoen. Weliswaar niet in de roos, maar wel redelijk bij elkaar in de buurt. Ik moest het vizier later zelf, in het veld, beter gaan afstellen.

Ruim twee en een half uur nadat ik de winkel was binnengelopen liep ik met een complete handbooguitrusting naar buiten. Zo trots als een pauw. Ik had een fonkelende, Ferrari-rode handboog gekocht. En ik was er tot in mijn tenen mee in mijn nopjes. De knoop in mijn maag had plaats gemaakt voor die prettige tinteling van kippevel die in golven over je ruggengraat gaat. Geen gevoel van spijt, maar totaal het tegenovergestelde.

20180630_170350.jpg

Gisteravond heb ik mijn trotse bezit eens even uitgebreid getest op het schietveld van de club waar ik nu al weer bijna een jaar lid van ben. Het werd ook wel eens tijd voor een eigen boog. Een van de andere schutters die al jaren lid is, stond me bij met advies over mijn houding en techniek. Maar het belangrijkste advies was dat ik moest ontspannen. Laat je boog zijn werk doen. Dus ik liet al mijn boogspanning van me afglijden en halleluja…

20180629_210536.jpg

Naar omstandigheden

Als iemand me nu vraagt hoe het met me gaat dan zeg ik: “naar omstandigheden goed”. Ik haal er mijn schouders maar een beetje bij op en probeer opgewekt te kijken. De vrager bedoelt het immers goed. En het gaat ook best goed met me. Omdat ik relativeer. De omstandigheden zijn inderdaad naar, maar ik maak er het beste van. Mijn glas is halfvol. Dat zeg ik de laatste tijd ook te pas en te onpas. Vooral om mezelf ervan te overtuigen, denk ik.

Omstandigheden. Een naar woord eigenlijk. En wat zijn het überhaupt voor dingen? Ze zijn in ieder geval vaag. Ja, schimmig, en staan maar een beetje om me heen. En als ik mijn blik er te lang op vestig, lossen ze op. Alsof een omstandigheid niet scherp gezien wil worden. Nogal wiedes eigenlijk, want dan is het niet langer vaag. Dus ik spied mijn omstandigheden grondig af, zodat ze in niets oplossen.

Omstandigheden hebben volgens mij altijd een beetje een ingetogen karakter. Ja, ze kunnen gunstig of zelfs ideaal zijn, maar bijvoorbeeld nooit feestelijk, gek, idioot, woest of hysterisch. Omstandigheden zijn doorgaans vrij mak, bij het laffe af eigenlijk. Hun gezamenlijke gemoedstoestand schiet nooit in het extreme. In het ergste geval zijn ze belabberd. En ze komen ook nooit alleen. Daarvoor zijn ze dus te laf. Een omstandigheid op zichzelf stelt niks voor. Pas als ze met meer zijn hebben ze impact. Daar zit dan ook hun zwakke plek. Verhulling en duisternis zijn ideale omstandigheden voor nare omstandigheden. Dus ik ga ze te lijf met een scherpe blik en een helder licht.

Hoe het nu met me gaat? Op zich goed. Ik weer me kranig tegen de nare omstandigheden, want ik zie ze voor wat ze zijn. Geloof ik.

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.