alledaagse dingen

Versnapering

Onlangs diende ik bij mijn werkgever een declaratie in voor “versnaperingen”. Tot mijn eigen verbazing typte ik dit antieke woord argeloos in bij de omschrijving. Ik bedacht me glimlachend dat ik me niet kon herinneren wanneer ik dit woord het laatst uitsprak. Het komt doorgaans ook niet voor op mijn boodschappenlijstjes. Ik vraag mijn kinderen niet of ze een versnaperingetje willen. Het synoniem “lekkernij” zit overigens ook niet in mijn dagelijkse woordenselectie. Hoewel ik wel eerder zou zeggen dat ik een tafel vol lekkernijen zie dan een tafel vol versnaperingen. Maar lekkernijen voelen dan weer minder declarabel. Lekkernijen doen de wenkbrauwen van de declaratiecontroleur alleen maar rijzen. Ze roepen lastige vragen op. Ik zou de betroffen lekkernijen nader moeten specificeren. Ik had waarschijnlijk vooraf schriftelijk toestemming moeten vragen voor de betroffen lekkernijen. Versnaperingen zijn zakelijker. Voor versnaperingen zijn er ongetwijfeld duidelijke declaratiekaders bepaald. Dat voelde ik intuïtief aan. Altijd weer mooi als mijn onderbuik mijn verstand weer eens weet te verbazen. Diezelfde buik herinnert mij nu aan de versnaperingen die zich in mijn lekkernijenlade bevinden.

Advertenties

Echtscheidingsmarkt

Het lijkt wel of er steeds meer reclame is voor echtscheidingsbemiddeling. In tijdschriften, op TV, in de krant, levensgroot op borden langs de snelweg. Nogal confronterend vond ik ze. Ik betrapte me er in de laatste jaren steeds vaker op dat ik me ongemakkelijk voelde bij die reclames. Ik ergerde me er steeds meer aan hoe schaamteloos al die mediators hun diensten aan de man (ongeëmancipeerde woordkeuze, weet ik) aan het brengen waren. Het scheelt er nog maar aan of je krijgt als vaste klant korting op volgende scheidingen. Ik dacht dat ik me stoorde aan de schaamteloosheid. Inwendig verweet ik ze dat ze uit waren op het breken van relaties. Van mijn relatie. Ze zouden met hun schaamteloze geleur met hun diensten de ontevreden wederhelften maar op idiote ideeën brengen. Maar ik weet nu beter. Ze vormden voor mij een voorbode van iets onvermijdelijk. Mijn huwelijk ging recht op de klippen af. Nogal onverbiddelijk ook. Was ik echt machteloos? In ieder geval raakte ik steeds meer in mezelf verstrikt. Nu ik weer uit de knoop ben zie ik mijn waarheid. Mijn ergernis, nee schaamte voor die reclames voor echtscheidingsbemiddeling kwamen voort uit mijn schaamte voor mijn eigen relatieproblemen. Die schaamte ben ik nu wel aardig overheen. Scheiden is blijkbaar doodnormaal. Alledaagse praktijk. Laat die scheidingsbemiddelaars er maar fijn garen bij spinnen. Hun aanbod bestaat bij de gratie van de vraag, en niet andersom.

In het nu

We zouden meer “in het nu” moeten zijn, hoor je vaak. Dus niet in het verleden, en niet in de toekomst, maar er precies tussenin. Alleen zit er tussen de verleden tijd en toekomst helemaal geen ruimte. Eigenlijk is er letterlijk geen tijd voor het nu.

Misschien moet “het nu” meer gezien worden als een live stream. Het leven speelt zich nu af. Misschien is “in het nu” leven wel simpelweg het aandachtig ervaren van tijd. Door je aandacht wordt het een herinnering. Doet me denken aan mindfullness.

Voor het aandachtig ervaren van het nu zou ik misschien meer tijd moeten maken. Het nu overkomt me eigenlijk meestal. Het verrast me. Bijvoorbeeld als ik tijdens een boswandeling opeens getrakteerd word op een straal zonlicht dat door het dichte bladerdak wist te breken. Op zo’n moment lijkt de tijd te vertragen en soms zelfs bijna tot stilstand te komen. Puur geluk. Het nu zit er volgens mij vol mee.


Schoolpleinmijmeringen

Mijn ouderlijk huis stond praktisch naast het schoolplein. Als de schoolbel ging, rende ik vaak de deur pas uit. Het was fijn om zo dicht bij school te wonen. En handig ook. Mijn moeder werkte niet, dus ook geen gedoe met na- en buitenschoolse opvang en zo. Ik vraag me af of dat in die tijd (1975-1982) überhaupt bestond. Misschien had je toen al wel crèches, maar daar had ik geen weet van.

Vanochtend bracht ik mijn superslimme zoontje met de auto naar school. Zijn schoolplein ligt op zo’n 25 kilometer van zijn ouderlijk huis. Niet naast de deur dus. Voor mij was dat eigenlijk altijd een belangrijk criterium, maar passend onderwijs is niet altijd helemaal passend. In het geval van mijn slimme ventje, bleek de school om de hoek dit passende onderwijs totaal niet te kunnen bieden. Hij is gewoon te bijzonder.

Op zijn huidige school heeft hij zijn draai gelukkig wel gevonden. Ik breng hem regelmatig. Bij de kiss & ride strook stromen de meeste kinderen vanzelf naar het schoolplein. De chauffeurs mogen meteen doorrijden naar hun werk. Ik doe dat niet. Dat kan nog niet. Ieder afscheid van mij (en ook zijn moeder, weet ik) is heel moeilijk voor mijn bijzondere ventje. Dat heeft allemaal te maken met de scheiding van zijn moeder en mij.

Dus ik loop altijd mee naar het schoolplein. Dan wachten we samen tot de bel gaat. Ik moet van hem wachten tot hij met zijn klasje naar binnen is gedruppeld. Als hij zijn jas en tas aan de kapstok heeft gehangen komt hij nog een allerlaatste dikke knuffel en kus halen voor ik weg mag. Soms ziet hij me dan pas weer over 3 dagen. Heel flink zegt hij dan “Tot gauw Papa”. En als ik nog even bij het raam van zijn klas heb gezwaaid, zijn we pas weer los van elkaar.

Voor mij is het ook iedere keer weer heel moeilijk, merk ik. Ik blijf vaak als enige ouder op het schoolplein achter. Voor die allerlaatste knuffel en kus. Dan sta ik diep te mijmeren over hoe eenvoudig en zorgeloos mijn eigen jeugd eigenlijk was. Ik had alleen maar last van een chronisch gebrek aan vader. Die zat vast in zichzelf. Net als ik zelf, een tijdje geleden. Die cirkel is hopelijk voorgoed doorbroken. En hopelijk ben ik zelf genoeg vader voor mijn vier schatten.

Markplaats

Mijn optrek is bescheiden. Maar het is mijn thuis. Steeds meer mijn thuis. Hier ben ik opnieuw begonnen. Hier verzamel ik allerlei spullen. Dingen die ik zoal nodig heb. Een bank. Een stoel of wat. Een tafel. Een kast. Een boek of wat. Van alles. Veel kreeg ik van lieve mensen. Veel kocht ik voor een habbekrats direct van de vorige eigenaren. Lang leve marktplaats.

De laatste tijd noem ik mijn optrekje maar liefkozend markplaats. Omdat ik er allemaal spullen heb die via marktplaats hun intrek bij me namen. Spullen met verhalen. Met een verleden. Geleefd en gelouterd. Zoals ikzelf. Ik zou mezelf misschien ook op marktplaats moeten zetten. Gratis af te halen: man met een heel verhaal. Maar daar ben ik voorlopig nog láng niet aan toe.

Lekker cliché

Soms kan ik enorm verlangen naar banale alledaagsheid. Geen fratsen, maar lekkere alledaagse dingen. Lekkere clichés. Het kan me niet schelen dat hun betekenis versleten is. Want dat zijn clichés, zinnetjes die zoveel zijn uitgesproken dat hun betekenis in verval is geraakt. Een cliché is een warm broodje dat te vaak over de toonbank is gegaan. Een cliché is niet hip. Een cliché is niet origineel. Nou. En. Soms is een cliché juist precies wat ik nodig heb. Een cliché is als je oude, vertrouwde lievelingstrui. Als je versleten sloffen. Het cliché is er altijd. In clichés kun je je heerlijk omwentelen in tijden van weemoed. Een cliché geeft altijd troost. Altijd.

De laatste tijd mijmer ik vaak. Over de zin van mijn leven. Over mijn rol als echtgenoot. En mijn rol als vader. In mijn rol als echtgenoot ben ik jammerlijk gestrand. Ik raakte op drift in de storm, om maar eens een cliché te gebruiken. En ik drijf nog iedere dag verder bij haar vandaan. Het verlies doet pijn. De wond is lelijk en diep. Vraag me af of de tijd die ooit zal kunnen helen. In dat cliché wentel ik me dagelijks om. Als ik andere stellen die wél een gezonde relatie hebben zie, dan word ik weemoedig en raak ik overmand door het gemis van warmte, troost en geborgenheid. En dan verlang ik dus vurig naar die banale alledaagsheid. Naar mijn oude vertrouwde, versleten, warme, oude trui. Lekker cliché.

Afspraak

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Een waarheid als een koe wat mij betreft. Het vertrouwen in een ander bouw je langzaam op doordat je ziet dat deze je vertrouwen verdient. Door aandacht voor dingen die voor jou belangrijk zijn. Doordat aan jouw verwachtingen wordt voldaan. Doordat afspraken met jou worden nagekomen. Doordat er met jou wordt overlegd als afspraken niet kunnen worden nagekomen. En doordat de ander met een oplossing komt voor het niet kunnen nakomen van een afspraak.

Afspraak, afspraak, afspraak. Een woord dat in mijn hoofd een negatieve lading heeft gekregen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind afspraken heel belangrijk. Alleen als je ervoor kiest om volledig geïsoleerd te leven zonder enig contact met anderen kun je misschien zonder afspraken. Mensen die met elkaar samenwerken, maken afspraken met elkaar. Die maak je bewust en expliciet. Als je een afspraak maakt met een ander, dan zeg je de ander iets toe. Daar is helemaal niets mis mee natuurlijk, en het is ook heel begrijpelijk dat het niet nakomen van een afspraak tot teleurstelling leidt. Temeer als er geen acceptabele verklaring voor komt. Bij stelselmatige herhaling slaat de teleurstelling om in frustratie en ergernis, en voor je het weet geeft vertrouwen het paard de sporen.

Tot zover is dit voor mij allemaal volkomen logisch. Bij mijn weten ben ik dan ook een integere persoon die zijn afspraken zo goed mogelijk na probeert te komen. En mocht de situatie zich voordoen dat dat van mijn kant niet gaat lukken, dan probeer ik met een oplossing te komen. Ik heb daarbij wel de sterke neiging om me tot het laatst toe vast te bijten in de afspraak. Op een te laat moment vlieg ik dan wel eens wat uit de bocht. Wat beslist beter kan is dat ik eerder aan de bel trek als het mis dreigt te gaan. Ik denk zelf dat dit komt doordat ik de ander (en vooral mijn “significante ander”) niet (alweer) teleur wil stellen. Dan worstel ik liever nog even verder en ga ik de confrontatie nog even uit de weg. Daarmee drijf ik de dingen wel eens op de spits. Dit is voor beide partijen niet goed. Ik beschadig het vertrouwen van de ander in mij, en daarbij ook het vertrouwen in mezelf.

Dit wetende heb ik toch met verbijstering het paard van vertrouwen bij me vandaan zien galopperen. Het wrange daarbij is dat ik vind dat ik altijd heel erg mijn best heb gedaan. De laatste tijd doe ik extra mijn best door me letterlijk en exact aan gemaakte afspraken te houden. Afspraken waar ik een bewuste toezegging voor heb gedaan. Ik controleer tegenwoordig ook voor de zekerheid of de ander iets als afspraak ziet terwijl dat voor mij nog “in het midden hangt”. Dat heb ik niet altijd door maar ik probeer het patroon dat daartoe leidt in de gaten te houden. Het gebeurt vaak dat ik de beleving heb van een nog niet vastomlijnd idee terwijl de ander dat idee al ziet als een afspraak.

Het patroon is als volgt: Ik word gevraagd naar mijn mening over een idee, en ik zeg dat ik het een goed idee vind. De ander vraagt nog even door of ik eventueel tijd zou hebben om met dat idee mee te helpen, en ik geef aan dat ik daar wel tijd voor heb. Dan heb ik in mijn beleving nog niets toegezegd. Om er een afspraak van te maken heb ik nog de expliciete stap nodig waarbij we echt afspreken welk aandeel ik heb in de totstandkoming van het idee, en dat we echt de tijdslijnen met elkaar afspreken hierover. Dat is toch normaal, of ben ik nou gek? Ik merk namelijk dat langzamerhand mijn vertrouwen in dit principe begint af te brokkelen.

Closetrolophanging

Er zijn twee soorten mensen: zij die de closetrol op de verkeerde manier in de houder hangen, en rest van de mensheid die begrijpt hoe het wel moet.toiletrolophanging.pngDe ophanging van een toiletrol is een functionele aangelegenheid. Een WC-rol moet zo hangen dat je er eenvoudig en rits velletjes af kan trekken. Dat gaat dus makkelijker als er tussen de muur en het uiteinde van de rol, ruimte is voor je vingers. En als je het uiteinde niet ziet, dan maak je intuïtief een naar beneden swipende beweging met je hand over de rol, zodat het uiteinde tevoorschijn komt.

Het zou best wel eens kunnen zijn dat alle mensen die de rol verkeer om ophangen, ook allemaal een macbook gebruiken. Die mensen zijn namelijk gewend om een omhoog swipende beweging te moeten maken over hun touch pad om verder naar beneden in de inhoud van het programmavenster te scrollen.

En kijk, dat jij thuis je wc-rol verkeerd ophangt vind ik allemaal nog tot daar aan toe, maar in mijn huis hangt ‘ie zoals het hoort. Dus dan laat je die ook zo hangen als je mijn WC gebruikt. Duidelijk? Mooi!

Evenwicht

Als je niet aan het omvallen bent, dan ben je dus in evenwicht. Maar evenwichtigheid is een kwaliteit. Hoe makkelijk ben je uit je evenwicht te brengen? Kan je evenwicht een stootje hebben?  En wat dan nog als je toch omvalt? Dan veer je gewoon weer overeind. Dan heb je geleerd dat je steviger moet staan. En ook uit de diepste afgrond loopt weer een weg omhoog. Hoe diep je ook valt, het herstel van je evenwicht begint bij je wederopstanding. Daarna klim je weer naar boven. Je kan het, want je hebt bovenmenselijke veerkracht.

f67316ea83762584a188e5ecf33c4857

De kraan is geduldig

Volgens mij zei mijn vader dat vroeger thuis altijd: “de kraan is geduldig”. Het was het standaard antwoord dat je kreeg als je zeurde om nóg een glas ranja. Als je nog meer dorst hebt, drink je maar water. Vooral dat “maar water” is natuurlijk jammer. Want ik weet namelijk dat het alles behalve “maar water” is dat uit onze kranen komt in Nederland. Sinds ik bij een drinkwaterbedrijf werk begrijp ik dit.

Die geduldige kraan waar altijd maar weer schoon en heerlijk drinkwater uit komt als we het open draaien zien we in Nederland als de normaalste zaak van de wereld. Vandaar ook die uitdrukking. Wij kennen geen echte dorst, want de kraan is inderdaad altijd geduldig. Het is bij wet geregeld dat wij schoon en veilig drinkwater uit onze kraan kunnen tappen. De geduldige kraan is een burgerrecht. De drinkwaterbedrijven hebben de plechtige taak daar voor te zorgen. Ze beschermen de natuur in de waterwingebieden en de waterbronnen die zich daar (onder) bevinden. Ze pompen water op van grote diepten en zuiveren het zorgvuldig. Wij draaien (aan de kraan) en zij leveren. Dag en nacht. Weer of geen weer.

Vanochtend betrapte ik mezelf erop dat ik het zelf ook zei. Ik was in gesprek met de juf van mijn jongste zoon en we hadden het over het weer. Er was 30 graden voorspeld, en het was nu al om te stikken, vonden de juf en ik. “We moeten extra veel drinken”, zei de juf tegen mijn ventje. En voor ik er erg in had ontglipte mij toen: “de kraan is geduldig”. Meteen verontschuldigde ik me tegenover de juf voor de ouderwetsheid van mijn uitspraak. Ik weet ook niet waarom. Het is misschien ouderwets, maar ook een waarheid als een koe. De vanzelfsprekendheid van schoon drinkwater is iets om af en toe eens bij stil te staan. De kraan is inderdaad geduldig, is het niet fantastisch?.