cynisch

Echtscheidingsmarkt

Het lijkt wel of er steeds meer reclame is voor echtscheidingsbemiddeling. In tijdschriften, op TV, in de krant, levensgroot op borden langs de snelweg. Nogal confronterend vond ik ze. Ik betrapte me er in de laatste jaren steeds vaker op dat ik me ongemakkelijk voelde bij die reclames. Ik ergerde me er steeds meer aan hoe schaamteloos al die mediators hun diensten aan de man (ongeëmancipeerde woordkeuze, weet ik) aan het brengen waren. Het scheelt er nog maar aan of je krijgt als vaste klant korting op volgende scheidingen. Ik dacht dat ik me stoorde aan de schaamteloosheid. Inwendig verweet ik ze dat ze uit waren op het breken van relaties. Van mijn relatie. Ze zouden met hun schaamteloze geleur met hun diensten de ontevreden wederhelften maar op idiote ideeën brengen. Maar ik weet nu beter. Ze vormden voor mij een voorbode van iets onvermijdelijk. Mijn huwelijk ging recht op de klippen af. Nogal onverbiddelijk ook. Was ik echt machteloos? In ieder geval raakte ik steeds meer in mezelf verstrikt. Nu ik weer uit de knoop ben zie ik mijn waarheid. Mijn ergernis, nee schaamte voor die reclames voor echtscheidingsbemiddeling kwamen voort uit mijn schaamte voor mijn eigen relatieproblemen. Die schaamte ben ik nu wel aardig overheen. Scheiden is blijkbaar doodnormaal. Alledaagse praktijk. Laat die scheidingsbemiddelaars er maar fijn garen bij spinnen. Hun aanbod bestaat bij de gratie van de vraag, en niet andersom.

Advertenties

De ware romanticus

Hij is eigenlijk bepaald geen ridder op een wit paard. Dat zou hij zelf in principe nooit over zichzelf beweren. Wie zou zoiets überhaupt over zichzelf zeggen? Dat vroeg hij zich vaak af. Welke man zou zichzelf nou openlijk een romanticus noemen? Hij in ieder geval niet. Ook al barstte hij van de romantiek. Wat eigenlijk misschien ook wel zo is. Het is er bij hem alleen nog nooit uitgekomen.

Een ware romanticus uit het vast allemaal bij de ware liefde. Voor de ware zou hij beslist mierzoete serenades schrijven en zelfs onder haar balkon zingen. Met bijbehorende rode roos tussen zijn tanden. Voor de ware zou hij allicht draken doden. Met zijn blote handen. Voor de ware zou hij de grond waarop ze liep willen kussen. In principe dan. Niet letterlijk natuurlijk. Een man is in principe alleen figuurlijk romantisch, zo veronderstelt hij. Hij is een wanhopige cynicus. Een ware romanticus als het ware.    

Mijn woorden

Alles wat ik hier verwoord, en ook de manier waarop, doe ik vanuit een gevoel. Ik verwoord wat ik voel bij iets dat me overkomt, raakt, verbaast of verwondert. Dat doe ik vooral voor mezelf. Ik pel mijn gevoel bij iets dan af tot op de naakte essentie. Dat probeer ik dan te vatten in passende, zuivere woorden. Precies de juiste woorden op de juiste plek. Woorden met de juiste klank, kleur, lading en vorm. En om mijn woorden tot hun recht te laten komen, moeten punten en komma’s op precies de juiste plek staan. Het steekt vreselijk nauw. Soms is het een ware lijdensweg. Het gaat me erom dat ik het allemaal in mijn woorden vat. Woorden die mijn gevoel precies goed verwoorden. Zodat ik dat gevoel kan begrijpen en accepteren. Dat is dan ook weer helder.

Hoe te vermannen

Omdat ik betekenis belangrijk vind stoei ik vaak met woorden. Dat is mijn dominante linker hersenhelft. Kan ik niks aan doen. Het begint met spelen, maar als ik niet oppas wordt het een gevecht. Bij vermannen denk ik dan dus aan een transformatie van een toestand waarin je gevoel van man zijn te wensen overlaat waardoor je de situatie niet helemaal de baas bent, naar een toestand waarin je gevoel van man zijn dusdanig is toegenomen dat je de situatie weer de baas bent.

Maar wat doe je eigenlijk als je je vermant? Wat gebeurt er precies? Stroomt er, omdat jij dat wil, ineens meer testosteron door je aderen? Is het moeilijker om je te vermannen als je te weinig testosteron in je bloed hebt? Misschien heeft testosteron er wel helemaal niks mee te maken. Mijn onderbuik zegt van niet. Die speelt volgens mij een grote rol bij het vermannen. Onzeker gevoel zit bij mij altijd in de onderbuik.

De laatste keer dat ik me moest vermannen van mezelf was enkele dagen geleden. Ik was mijn telefoon vergeten. Meteen een hol gevoel in de onderbuik. Alsof de wereld zou kunnen vergaan als ik niet bereikbaar ben. Maar ik wist me dus te vermannen. Hoe precies, weet ik niet meer. Het gebeurt half onderbewust. Je ergert je aan je zwakte op dat moment en vindt dat je niet zo zielig moet doen. Zo van: “Ach, kop op! Je kan best een dag zonder je smart phone. Een dagje zonder afleiding zou je goed doen!”

Vermannen is misschien wel vooral het binnen de juiste proporties houden van een (acuut) probleem. Niet moeilijk doen. Niet je hoofd laten hangen, maar accepteren dat iets is zoals het is en er het beste van maken. Het voor handen zijnde probleem onder ogen zien. Kracht. Optimisme. Maar ook kalmte en berusting. Dat is hoe vermannen voor mij voelt.

Om je te kunnen vermannen hoef je trouwens geen man te zijn. Vrouwen kunnen zich ook uitstekend vermannen. Mijn linker hersenhelft komt nu met de vraag of je je ook kunt vervrouwen… Food for thought…

De hobbyfilosoof

Als vanzelf ontspruiten aan zijn warrige brein kernachtige, quasi wijze uitspraken. Nogal lukraak ook. Laatst zei hij bijvoorbeeld heel overtuigend: “het klimaat is in de mensen, en niet andersom”. En toen was hij stil. Voorafgaand aan die uitspraak oreerde hij er lekker op los over “de situatie” in de wereld. We zouden allemaal verslaafd zijn aan meer, meer, meer. Iets waarover hij natuurlijk ook de wijsheid niet in pacht heeft, zoals hij voor de zekerheid maar even zei. Het is voor een mens ook teveel omvattend om allemaal te begrijpen.

Maar het klimaat is volgens hem dus in de mensen in plaats van het omgekeerde. Toen hem werd gevraagd of hij met klimaat soms “welzijn en vrede” bedoelde, en dat als we allemaal zorgen voor ons innerlijke klimaat, we het klimaat om ons heen beter zullen verdragen, haalde hij slechts zijn schouders op en zei: “Dat zou kunnen, maar ik ben ook maar een onbeduidende hobbyfilosoof”. Hij is één en al bescheidenheid natuurlijk. Zwelgend in zijn innerlijke welzijn en vrede.

Markplaats

Mijn optrek is bescheiden. Maar het is mijn thuis. Steeds meer mijn thuis. Hier ben ik opnieuw begonnen. Hier verzamel ik allerlei spullen. Dingen die ik zoal nodig heb. Een bank. Een stoel of wat. Een tafel. Een kast. Een boek of wat. Van alles. Veel kreeg ik van lieve mensen. Veel kocht ik voor een habbekrats direct van de vorige eigenaren. Lang leve marktplaats.

De laatste tijd noem ik mijn optrekje maar liefkozend markplaats. Omdat ik er allemaal spullen heb die via marktplaats hun intrek bij me namen. Spullen met verhalen. Met een verleden. Geleefd en gelouterd. Zoals ikzelf. Ik zou mezelf misschien ook op marktplaats moeten zetten. Gratis af te halen: man met een heel verhaal. Maar daar ben ik voorlopig nog láng niet aan toe.

Uitvergroot

Tot mijn verwondering zei iemand onlangs tegen me dat ik problemen niet groter moet maken dan ze zijn. Eigenlijk dacht ik dat ik dat dus juist helemaal niet deed. Eerder het omgekeerde. Maar klaarblijkelijk schijn ik alles juist sterk uit te vergroten. Ik zou mezelf zelfs veel te zwaar straffen voor gemaakte fouten. Omdat ik ze zo groot maak.

Een jaar geleden tekende iemand anders mij als een poppetje op een white board. Erom heen werd een cirkel getrokken waaruit vervolgens rondom stukjes werden weggepoetst. Openingen in mijn omheining waardoor indringende, prikkelende woorden ongehinderd mijn ziel kunnen raken. Het probleem zat niet in de omheining, maar in de balans tussen ratio en gevoel. Aan die balans en dus ook mijn innerlijke vrede heb ik heel bewust gewerkt.

Die gebroken cirkel ging over mijn verminderde vermogen om te relativeren. Voor mijn verstand er erg in had, voelde ik me op mijn pik getrapt. Dat is gelukkig sterk verminderd. Maar ik leg mijn fouten dus nog steeds onder de loep. Fouten die ik in het verleden heb gemaakt. Fouten die eigenlijk helemaal niet zo extreem zijn. De schaamte die ik er voor voel zou niet terecht zijn. Ik zou het allemaal veel te veel uitvergroten. De persoon die me hierop wees keek me rustig aan en verzekerde me dat ik inderdaad normaal ben. Nu is het afgelopen. Ik ben uitvergroot.

Gadsnijtnelav

Van mij krijg je op 14 februari kaart noch rozen. En daarbij maak ik voor niemand een uitzondering. Flauwekul vind ik het. Mijn achterdocht voegt daar bovendien aan toe dat de top 10 van rijkste mensen mede dankzij dit soort fratsen zo rijk zijn. Ik doe dus niet mee. Nooit gedaan ook. En nu al helemaal niet.

Voor de inverse – gadsnijtnelav – zou ik misschien te motiveren zijn als de geldstroom ook de andere kant op gaat. Dat bijvoorbeeld Jeff Bezos (op 1 in die top 10) mij een mooie bankschroef en een krat vol gloednieuwe iPhones laat bezorgen. Wat moet dat heerlijk zijn om die dingen tussen de bankschroef te klemmen en vol gaten te boren. Een echte hartenwens wat mij betreft. Mijn hart zou je met zo’n geschenk winnen. Moet je hem wel zelf lijmen.

Aandachtsobsessie

Vroeger smachtte ik naar een weekend voor mezelf. Zonder kinderen, zonder gezeur. Well, I got what I wished for. Zesentwintig weekenden per jaar. En ja, een weekend helemaal voor jezelf is erg fijn. Geen gezeur van wie dan ook aan mijn kop. Lekker doen waar ik zin in heb. Met niemand hoef ik rekening te houden. Precies wat ik wilde. En toch…

Dit weekend is zo’n weekend. Nou ja, gedeeltelijk. Vanochtend had mijn jongste zoon Aikido-training, en ik ging daar met hem naartoe. Dat doe ik met veel plezier. De trainer inspireert me telkens weer. Hij brengt de kinderen op erg grappige manier bij hoe je door aandacht sterk wordt. Aandacht. Misschien wel het belangrijkste woord dat ik ken.

Aandacht geeft op zichzelf geen kracht, maar kanaliseert vooral de kracht die je al in je hebt. Dat is de inspirerende les van de aikidomeester. Een les die ik snap. En de kracht is niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Misschien wel vooral mentaal. Door mijn aandacht te richten op wat voor mij belangrijk is, blijf ik mentaal sterk. Ook in weekenden die helemaal van mezelf zijn. In die weekenden richt ik mijn aandacht op van alles en nog wat, om er maar voor te zorgen dat ik me niet zwak voel.

Dus ik ben geobsedeerd bezig om mijn aandacht ergens anders bij te hebben dan bij het feit dat ik me in die weekenden van mezelf verdomd alleen voel. Ik heb daarom met veel aandacht voor mezelf een stoofschotel gemaakt (met iets teveel aandacht voor de rozemarijn…). Een groot deel van mijn aandacht stak ik tegelijkertijd in het knutselen van een inklapbaar bureau. Ik ben momenteel nogal klein behuisd, dus dingen moeten ofwel stapelbaar, inschuifbaar of inklapbaar zijn. Het bureau is gelukkig nog niet af, zodat ik er zondag ook nog aandacht aan moet besteden. Na mijn vaste, zondagse rondje aandachtig door het bos rennen natuurlijk.

En zo probeer ik al die weekenden die van mijzelf zijn nogal koortsachtig te vullen met aandachtigheid. Ook dit verhaal is met veel aandacht getypt. Wat een krachtpatser moet ik intussen wel niet zijn.

Fietsenhok op zolder

Ooit vertelde iemand me dat het slim kan zijn om de ander het gevoel te geven dat hij/zij slimmer is dan jij. De persoon in kwestie zei dit tegen me nadat ik hem een te perfect plaatje had laten zien. Hij kon er helemaal niets op aanmerken, vond hij, en dat maakte dat hij zich slecht met “mijn” plaatje kon identificeren. Het was nu teveel een “ik geloof het wel”-plaatje voor hem. Zijn advies was daarom om de volgende keer bewust een “fietsenhok op zolder” in de plaat op te nemen. Hij wist best dat ik veel beter mooie, technische overzichten kon maken als hijzelf, maar hij wilde het gevoel hebben dat hij nog iets kon verbeteren. En dat gold niet alleen voor hem, zo zei hij, maar waarschijnlijk ook voor veel andere managers. Managers hoeven inderdaad niet gehinderd te zijn door enige kennis, dat weet iedereen. Het is dus een goed advies. Dat fietsenhok op zolder is misschien wel vergelijkbaar met het weeffoutje dat altijd in Perzische tapijten moet zitten. Perfectie is alleen weggelegd voor goden. Als nederige adviseur moet je dus af en toe braaf de toorn van de opperwezens boven je verdragen. Zij hebben gelijk, ook al ben jij slimmer.