Cynisme

Oordelen of accepteren

Niet oordelen is moeilijk, weet ik. Ik betrap me er nog vaak op. Misschien is het voor een mens gewoon ook wel onmogelijk om nooit te oordelen. Dit is hoe ik oordelen heb leren zien: je vormt een mening over hoe iemand is op basis van wat je op dat moment waarneemt. Iemand doet nu ongeduldig, dus je oordeelt dat die persoon altijd ongeduldig is. Iemand ziet er nu onverzorgd uit, dus je oordeelt dat die persoon zich altijd slecht verzorgt. Dus je verwart dan doen met zijn, of heden met altijd.

Misschien als je het gedrag bij de persoon heel vaak waarneemt en nauwgezet bijhoudt in logboekjes, zou je die persoon kunnen labelen met dat gedrag. Maar ook dan verwar je doen en zijn. Misschien kunnen we aan Google, Facebook en andere sociale platformen vragen of we hun logboekjes over ons doen en laten mogen inzien. Maar goed, het is veel werk om voor iedereen die je in je leven ontmoet bij te houden of het gedrag consistent genoeg is voor een definitief etiket.

Toch onthouden we onwillekeurig hoe mensen zich gedragen. Vertrouwen is volgens mij afhankelijk van dat geheugen. Het duurt even om iemands vertrouwen echt te winnen. Vertrouwen komt te voet. Je ziet consistent “betrouwbaar” (ook dat is een waardeoordeel waar oplichters dankbaar gebruik van maken) gedrag dat je gerust stelt. Dus deze persoon krijgt het etiket “betrouwbaar”. Dat doe je eigenlijk min of meer onbewust. Op een dag neem je bij die persoon “onbetrouwbaar” gedrag waar. Afhankelijk van je vertrouwen, krijgt de persoon nog enkele herkansingen. Maar na enkele foute gedragingen geeft het vertrouwen zijn paard de sporen en plak jij heel bewust het etiket “onbetrouwbaar” op die persoon. En kom maar weer eens van dat etiket af.

Vandaag betrapte ik mezelf op iets bijzonders in dit opzicht. Het lukt me merkwaardig goed om nagenoeg oordeelvrij te zijn over iemand waar ik al een tijdje heel nieuwsgierig naar ben. Ik zeg “nagenoeg” omdat ik merk dat ik het wel doe, maar dat ik die oordelen dan meteen ter zijde leggen kan met de gedachte: “dat ze dit nu laat blijken, betekent niet dat ze ook echt altijd zo is”. Blijkbaar kan ik wat ik nu waarneem gewoon allemaal accepteren, omdat ik me daar voor open heb gesteld. Dit staat natuurlijk wel haaks op hoe vertrouwen werkt, maar misschien betekent het dan ook dat ik haar dus onvoorwaardelijk en grenzeloos vertrouwen wil. Tja, wat zegt dit gedrag over mij? Oordeel maar.

Man wat ijdel

Qua gezichtsbeharing was ik altijd al rijkelijk bedeeld, en dat is nog steeds zo. Mijn baard zou welig tieren als ik het toe zou laten. Vroeger egaal zwart, nu met her en der zilvergrijze accenten. Ik mag er van mezelf niet over klagen. Tot een week geleden schoor ik die weelde er echter iedere week rigoureus af. Uit een oude, roestige gewoonte. Op de scheerdag zelf is dat lekker fris, maar op dag 2 laat de huid zich steevast gelden. Gekriebel, geprikkel en geschrijn, alle zachte smeermiddeltjes ten spijt. En eigenlijk vind ik dat ik verrekte goed sta in een stoppelbaard.

Dus het roer is om. De stoppels hebben gewonnen. Eerlijkheid gebiedt hier te zeggen dat de ijdelheid heeft gewonnen, maar dat geef ik hier niet openlijk toe natuurlijk. Omdat ik me hier op onbekend terrein begaf, ben ik eens gaan googlen hoe je een stoppelbaard onderhouden moet. Het leidde ertoe dat ik een baardtrimmer liet bezorgen, en dat ik een dag later een flesje baardolie bij de kassa van de plaatselijke drogist afrekende.

En zo kwam het dat ik vanochtend de stoppels die ik deze week had laten woekeren, cultiveerde met de nieuwe trimmer. Standje 4 op de kin, standje 3 op wangen en onder de kin. Met scheermesje een strakke lijn gezet langs de hals en van de bakkebaarden richting de kin. Alsof ik het al jaren zo deed. En terwijl ik dit verhaaltje tik, wrijf ik filosofisch over het strakke resultaat en geniet ik van de subtiele geur van de baardolie. Man man man wat ben je toch ijdel.

Flirtschrik

Bij verkopers is achterdocht mijn eerste reflex. Een verkoper meen ik al op een kilometer afstand te kunnen herkennen. Als ik er door eentje word benaderd sta ik meteen op scherp. Wat wil je van me?

Iets soortgelijks gebeurt er als een adembenemend mooie vrouw (modelkwaliteit zeg maar) met mij flirt. Dan is de eerste vraag die in mijn hoofd op popt: “Waarom met mij?”. Dat is nog een hardnekkig restje jeugdverlegenheid en is ook een soort achterdocht. Ik kijk nog net niet achter me om te zien of er niet toevallig een veel knappere kerel dan ik achter mij staat.

Ik sluit onmiddellijk uit dat de adembenemende schoonheid met me flirt omdat flirten leuk is en er geen bedoeling achter zit, of omdat ze mij gewoon inderdaad een knappe kerel vindt. Gevleid voel ik me natuurlijk wel, maar ik ben ook meteen op mijn hoede. De flirtschrik.

Waarom met mij? Die vraag houdt me bezig vanaf de eerste hartslag voor dat orgaan op hol slaat. De vraag die ik eigenlijk zou móeten stellen is: Waarom niet? Van schrik naar schik. Het scheelt maar één lettertje maar maakt een wereld van verschil. Vanaf de eerste hartslag ontspannen en lekker van genieten. Ouwe bofkont die je bent.

Extra suf

Extra jam

Laatst tijdens het ontbijt gebeurde het weer. Ik struikelde pardoes over een noest stukje marketing nonsense. Eigenlijk let ik bij het doen van de boodschappen niet zo op de onzinnigheid van de wervende boodschappen op verpakkingen. Het valt me meestal pas op op een moment dat ik rust in mijn kop heb. Bijvoorbeeld tijdens een kalm ontbijt op een uitgeslapen zondagochtend.

Ineens viel me dus op dat er eigenlijk klinkklare onzin stond op het dekseltje van de jam: “vers gerijpt fruit”. Het riep allerlei vragen op. Wat voegt “gerijpt” hier toe? Moet het fruit niet altijd rijp zijn voor je ’t verwerkt tot jam? En de toevoeging “vers” heeft betrekking op “gerijpt fruit”, dus rijst bij mij de vraag of er ook onvers gerijpt fruit bestaat. Onvers, maar toch gerijpt. Onzin, dus “vers gerijpt fruit” ook.

Bovenop het deksel staat verder ook nog dat er extra jam in zit. Er staat niet bij hoeveel er normaal gesproken in zou hebben gezeten. De gemiddeld suffe consument gaat geen uitgebreide vergelijking maken met potten jam van andere merken. Die consument stoort zich niet aan de leugen die het woordje “extra” eigenlijk is. Als klap op de vuurpijl is de jam bovendien “vol van smaak”. Die toevoeging dient om de extra suffe consument over de streep te trekken: “Hoezo “extra”? Hoeveel zit er in die andere…O wacht eens even, er staat ‘vol van smaak’, in de kar ermee!” En zo belandde het op mijn keukentafel.

Covidsluizen

Als je naar de kroeg, het theater, een restaurant, een museum, de keukenhof, een festival of Duitsland wil, moet je covidnegativiteit zijn aangetoond. Zonder bewijs van covidnegativiteit kom je er niet in. Het moet allemaal worden mogelijk gemaakt door snelle testmethoden. Hoe sneller en makkelijker deze “covidsluizen” werken, hoe beter, zou je denken. Als ik de pessimistische nieuwsberichten over de vaccinatie in derde wereld landen moet geloven kan het nog wel eens jaren kan duren voor we de hele covid-familie definitief wereldwijd hebben uitgeroeid. Deze berichten schetsen een toekomst waarin we regelmatig geteisterd zullen gaan worden door nieuwe en steeds besmettelijkere mutanten van covid.

Ik begin daarbij dan te vrezen voor een toekomst waarin covidsluizen een permanent onderdeel gaan worden van het leven. Bij de ingang lopen we één voor één door de sluis. Een persoon achter een plexiglazen scherm vraagt je om zo hard mogelijk in een steriel trechtertje te hoesten. Bliep… licht op groen, komt u verder. Bliep… licht op rood, besmettingsgevaar! De besmettelijke en diens gehele sociale netwerk wordt in de daarop volgende seconden volledig doorgelicht. Diegenen waarmee nog kort geleden contact is geweest worden à la minute van hun plek gehaald, waar ze zich ook maar mogen bevinden en wat ze ook maar aan het doen waren. Ze moeten per ommegaande hun covidnegativiteit laten vaststellen bij een plaatselijke covidsluis voor ze weer verder mogen met hun leven.

De covidpositieven die uit deze procedure naar boven komen worden volautomatisch ziek gemeld en discreet maar dringend naar huis gestuurd. Daar zal een speciale vervoersdienst voor in het leven zijn geroepen: de covid-taxi. Je eigen auto zal namelijk niet starten. Ter immobilisatie van het virus hebben alle auto’s tegen die tijd immers beslist een covid-slot. De tegen die tijd in alle huizen standaard aanwezige, slimme koelkast is natuurlijk al geïnformeerd en heeft meteen alle nodige bestellingen voor de betroffen covidpositieven gedaan zodat zij en hun huisgenoten de voorziene incubatietijd niet meer naar buiten hoeven. Deze voorraden staan al op hun stoepje te wachten. Wel zo veilig, wel zo efficiënt. Van harte beterschap!

Met een schuin oog

“Als ik met een schuin oog naar de klok kijk, zie ik dat we niet heel veel tijd meer hebben”, zei iemand laatst in een vergadering. Hij zei er nog wat dingen achteraan, maar ik was blijven steken bij “met een schuin oog kijken”. Mijn hoofd ging erop aan. Hoezo schuin kijken met één oog? Dat andere oog gaat toch vanzelf mee schuin staan? Of is het de bedoeling dat ik die andere dichtknijp terwijl ik met die andere schuin kijk? De kwestie liet me niet meer los. Natuurlijk moet ik het niet zo letterlijk nemen, maar ik kan het niet helpen. Mijn hersenen struikelen er gewoon over. Het zit scheef en iedereen weet dat. Waarschijnlijk moet ik hier maar weer gewoon een oogje toeknijpen en het met mijn andere oog schuin door de vingers zien.

Reikhalzen

Bij reikhalzen denk ik aan verlangen naar iets dat nog buiten je bereik hangt. Je ziet het, maar je kunt er nog net niet bij. Ik vind het woord “reikhalzen” ontzettend goed passen bij de periode die we momenteel met z’n allen doormaken. Eigenlijk lijken we allemaal vooral reikhalzend uit te zien naar ons oude, vertrouwde normaal. Dat oude normaal dat we zo voor lief namen, hangt nu verlokkelijk boven ons te bungelen.

We moeten ons trouwens ook maar afvragen of er wel sprake kan zijn van één universeel normaal. Ik geloof dat niet. Dat “nieuwe normaal” is ook gewoon maar een eenvoudig te onthouden labeltje dat is geplakt op een set richtlijnen die we nu zouden moeten volgen. Als je het omdraait doe je dus niet normaal als je die richtlijnen niet volgt. En om dat kracht bij te zetten worden we door herhaaldelijke blootstelling aan besmettingscijfers met de neus op de feitelijke gevolgen van abnormaal gedrag gedrukt.

Het “oude normaal” is daarmee verworden tot een labeltje dat is geplakt op een losbandig leven waarin we maar wat als beesten dicht op elkaar leefden en er op los knuffelden terwijl we vrijwel nooit onze handen wasten en daar, als je je netjes gedroeg, constant in hoestten en niesden. Man, wat zie reikhalzend uit naar dat heerlijke oude zwijnenleven.

Leven op de rit

Een succesvol leven zit schijnbaar op de rit. Een leven naast de rit is gedoemd te mislukken. Naast de rit ben je voor velen ook niet aantrekkelijk blijkbaar. Ik worstel eigenlijk vooral met “dé rit”. Dat is namelijk nogal specifiek en tegelijk ook volkomen algemeen. Het lijkt me dat je je leven niet op de verkeerde rit kunt hebben. Toch? Dan zou ik voor de zekerheid mijn leven op iedere rit die ik maak hebben. Voor ik vertrek pak ik mijn sleutels, portemonnee, telefoon en leven. Je kan op je vingers natellen dat ik een keertje mijn leven vergeet.

Het leven moet op dé rit dus. Niet zomaar een rit. De hoofdrit. De überrit. Niet de reis van je leven, maar de rit die de rode draad moet vormen van je bestaan. De rit is uiteraard een recht pad. Op die rit zit je leven. En als je leven daar niet op zit, dan is er met dat leven iets mis. En aan de rit ligt het dan in ieder geval niet, dat is zeker.

Vanzelfsprekend hebben mensen die hun leven op de rit hebben ook alleen maar keurige, droge schaapjes die zorgeloos staan te grazen in de wei. Keurigheid is denk ik wel de centrale waarde die hoort bij het op de rit hebben van je leven. Mensen met hun leven op de rit kunnen een ergerlijke, zelfingenomen tronie hebben. Maar als je dat denkt, dan is je afgunst aan het woord, loser met je leven op de verkeerde rit…

Roller Coaster? Nee.

Om mijn beleving van 2020 even samen te vatten in een paar steekwoorden:
– Scheiding (formeel)
Nieuw normaal
Anderhalvemeterdaten
– Verhuizen
– Exit Trump, toch?? Toch???
– NL op slot
Abraham komt langs
– O ja, Brexit…
– Bohemian Rhapsody niet op 1
“Roller Coaster” dekt voor mij de lading van dit jaar dus echt niet. Bijlange niet. Ja, misschien met een stuk of honderd duizelende loopings. Klaar met 2020! Ik ben gaar. Nou ja, mals. Want na dit waanzinnige jaar kan ik alles hebben. Kom maar op!

Pre-vijftigplusser

Morgen flik ik het weer eens. Ik maak alweer een decennium vol. Het is ongekend! Een nieuwe mijlpaal die bij die andere vier kan gaan staan prijken. In de galerij van twijfelachtige certificaten van levenservaring.

Morgen word ik een nieuwe dertiger, zo wordt mij door menigeen goedmoedig verzekerd. Alsof dertiger zijn mijn vermeende leed zou verlichten. Zeggen dat zwaar het nieuwe licht is, is het nieuwe miskennen van gewichtigheid. Denk daarover niet te licht.

Morgen word ik oud-veertiger. Een veteraan, een legende. Mijn veertiger jaren waren bovengemiddeld woelig, dus wie bij mijn zesde mijlpaal durft te beweren dat ik een nieuwe veertiger zal zijn kan maar beter snel dekking zoeken. Maar dat zeg ik nu, terwijl ik nog een felle veertiger ben. Heel even nog. Mijn laatste uren als veertiger tikken weg.

Morgen betreed ik dan ook eindelijk de grijzige wereld der vijftigers. Maar eerst kom ik in een soort niemandsland, want pas als vijftigplusser wordt de vijftiger voor vol aangezien. Als 50-jarige ben je dus feitelijk nog veertigplusser.

Morgen word ik eigenlijk pre-vijftigplusser. Ik heb dan een heel jaar de tijd om mijn vijftigpluswaardigheid te onwikkelen. Vermoedelijk is de tijd die nodig is om je te kunnen vereenzelvigen met het getal 50 precies een jaar. Ik doe dat morgen gewoon meteen als ik wakker word en gebruik dan lekker het hele jaar om te flierefluiten!