Energie

De levensgenieter

Hij ademt diep in. Probeert het allemaal in zich op te nemen. Er gaat niets boven die verkwikkende geur van een regenbui. Geen halfbakken buitje, maar zo’n lekkere plensbui. Die heerlijke frisse wind die eraan vooraf gaat is natuurlijk ook niet te versmaden. Hij kan hier enorm van genieten.

Zijn leven is hem lief. Liever dan ooit tevoren. Eerder nam hij het leven misschien wel een beetje teveel voor lief eigenlijk. Alsof het leven iets vanzelfsprekends is. Maar het leven kan niet worden teruggespoeld. Het leven heeft geen “uitzending gemist”-knop. Gemist leven is een gemiste herinnering. Hij leeft nu dus aandachtiger. Plukt de dagen. Wentelt zich er in om. Vanaf nu is hij een verwoede levensgenieter.

De banden van zijn fiets zoemen. Zijn benen hebben hun cadans gevonden. Als vanzelf glijdt hij door het landschap. Is er één mee. De hoge maishalmen rechts van hem naast het pad ruisen in de wind. De bomen links van het pad breken de vroege zonnestralen. Een waaier van dwarrelend goudstof steelt de show. En precies op het juiste moment weerklinkt de schrille roep van een buizerd. Daar vliegt hij precies door het zonlicht. Schitterend geregisseerd.

De levensgenieter hield zijn adem in. Nam het allemaal in zich op. Het duurde maar een hartslag of vier. Vier aandachtige hartslagen. Dan ademt hij weer uit. Vier keer klopte zijn hart het leven voelbaar door zijn bloed. Kippevel schiet nu vanuit zijn nek langs zijn ruggengraat naar beneden en dan weer terug. De levensgenieter kan de gelukszalige grijns natuurlijk niet onderdrukken. Waarom zou hij ook?

Advertenties

Ost Friesland te fiets

In acht etappes van gemiddeld 57,4 kilometer toerde ik (volgens eerder hier beschreven plan) negen dagen met mijn fiets door Ost Friesland. 517 kilometers in totaal. Mag ik zonder meer trots op zijn, vind ik. Eergisteren deed ik de laatste etappe weer naar huis. Van Wietmarschen naar Hoogeveen. Gebruind, licht uitgedroogd, moe en enorm voldaan kwam ik weer in Markplaats aan.

Op vrijdag 16 augustus vertrok ik. Mijn fiets bepakt met zo’n 30 kilo bagage. Ik had me voor mijn doen uitgebreid voorbereid. In de maanden die eraan vooraf gingen heb ik tips verzameld. Wat doe je wel, wat doe je niet? Wat moet je meenemen? Gelukkig zijn er velen voor mij gegaan op veel grotere avonturen per fiets. Er zijn diverse paklijsten te downloaden op het internet. Daar heb ik gretig gebruik van gemaakt. Ik vond de voorbereiding op zichzelf als heel leuk.

Op mijn vertrekdag zou het mooi weer zijn, en dat was ook zo. Maar daarna zou het gaan regenen. Ik liet me er niet door tegenhouden. Daar is regenkleding voor uitgevonden. Qua schoeisel koos ik ervoor om op Teva sandalen te gaan fietsen. Die kunnen nat worden en de voeten blijven lekker koel. Bovendien hoefde ik nu dus ook geen sokken in te pakken. Nu heb ik van die orthopedische zolen in mijn schoenen tegen de scheefstand van mijn voeten, maar ik dacht: ach, ik ga voornamelijk fietsen. Dus ik beklom mijn pedalen vol goeie moed, op sandalen.

De eerste etappe bracht me net voorbij Meppen. Ik fietste dwars door het aardoliewingebied. Overal bevestigden jaknikkers dat ik de goeie kant uit ging. Met hulp van een speciale navigatie-app voor fietsers op mijn telefoon kwam ik waar ik wezen wilde. Gedwee volgde ik de instructies die ik in mijn speciaal daarvoor aangeschafte bluetooth oortje kreeg ingesproken.

Vlakbij mijn eindpunt voor die dag meende de app dat ik kon fietsen op een boeren paadje over een dijkje. Het was op zich befietsbaar, dus ik keek wel hoe ver ik kwam. Grappig genoeg stuitte ik op een interessante hindernis. Een hek met zo’n wandelaars-trappetje erover heen. Daarachter lag de rest van mijn route. Nog 150 meter tot aan de camping. Kortom: tassen van de fiets, alles over het hek tillen, de boel weer aande fiets hangen, en verder.

Bij de camping was nog wel platz für ein kleines Zelt. Het zou alleen rumoerig zijn vanwege een jeugdkamp op het terrein verderop. Maakte mij niks uit. Ik zou slapen als een roos.

De dag daarop begon droog, en eindigde kleddernat. Qua reisdoel had ik een plan A en een plan B. Plan A betrof een rustige camping die ik ergens op het internet had opgesnord. Maar die bleek niet meer te bestaan. Mijn telefoon had er trouwens de brui aan gegeven. Batterij was nagenoeg leeg en opladen aan de accupack die ik mee had ging niet vanwege vocht in de usb-ingang (de telefoon had nog net genoeg power om me die melding te tonen voor het zichzelf definitief uitschakelde). Dus ik moest zelf gaan navigeren, met een fietskaart. Plan B was een reguliere camping bij Essen (Quakenbruck), een kilometer of 6 verder fietsen. En voor die avond compleet geboekt door een kanovereniging. Ik besloot om noodplan C erbij te pakken: dan maar een hotel. In het hotel kon ik met de föhn het vochtprobleem van de telefoon gelukkig verhelpen. Het was een oud hotelletje maar het voldeed. 40 euro voor een nacht, Frühstuck includiert.

Tijdens dat ontbijt, dat overigens erg goed was, zag ik hoe de regen de straten geselde. Ik besloot om geen haast te maken. Misschien zou het opklaren. En dat deed het ook nog. Ik heb het grootste deel van de etappe van die dag droog weer gehad. Ik had trouwens ook besloten om de navigatie-app niet meer te gebruiken. Het fietsen met een papieren kaart is veel leuker. Ik volgde de op de kaart aangegeven fietsroutes door de groene fietsjes op de speciale bordjes te volgen. Soms waren die niet goed leesbaar…

Zo volgde ik die dag deels de Hase-Ems-tour en deels de Boxenstopp-tour (een route vol bezienswaardigheden). En als je dat doet kom je dus echt op mooie paden terecht in plaats van een digitaal aan elkaar geregen route die je niet per se over mooie paden leidt. En je vindt op die routes op precies de goeie plekken een pauze-halte.

De dagen die hierop volgden werden mooier en mooier. Ik wist niet dat Ost Friesland zo mooi was. Op de derde dag begon alleen mijn achillespees te ontsteken. Om dat te voorkomen heb ik dus van die orthopedische zolen. Dus ook nodig op lange fietstochten. Ik kocht bij de lokale apotheker maar extra pijnstillers en een tube voltaren. Ik was toen in Diepholz, een aardig stuk Ost Friesland in. Bij de camping om een ice pack gevraagd en een dagje rust ingelast. Het was niet anders. Gelukkig knapte het weer wel lekker op. Op dag 5 was de pijn aan de achillespees gedempt tot een vaag gezeur. Tijdens het fietsen had ik er de eerste 50 kilometer geen last van. Daarna kon ik nog wel 10 kilometer door fietsen voor het echt niet meer ging. Geen reden om te stoppen dus.

Om een lang verhaal wat in te korten heb ik mijn reis lekker voortgezet. Van Diepholz reed ik over de Megalithkultur-route (langs Hunnebedden en dergelijke) naar Wildeshausen.

Van Wildeshausen fietste ik via Cloppenburg (mooie stad!) naar Werlte. En van Werlte, via Sögel (waar het prachtige Schloss Clemenswerth ligt), langs de Werpeloher Stenenkring naar een camping met heerlijke douches in Lathen.

Van Lathen zakte ik af naar Geeste en sloeg daar rechtsaf naar Wietmarschen. Daar zocht ik de vooraf uitgezocht camping “Zum Blauen Bock” uit. In mijn beste Duits vroeg ik of er nog een plekje vrij was voor een kleine tent. De beheerder keek me meewarig aan en zei: je kan gewoon Nederlands praten hoor. Hij had nog wel een plekkie. Voor een schaamteloos hoge prijs trouwens, maar dat terzijde. De laatste etappe was dus weer naar huis. Ik vertrok al om half 9 in de ochtend om te profiteren van de koelte in de ochtend. Omdat ik ook vandaag nog vakantie had koos ik een mooie route uit. Ik besloot de Vecht te volgen tot aan de grens. Daarna via Gramsbergen en Slagharen naar Hoogeveen.

Om een uur of vier in de middag kwam ik thuis aan. Bijna 80 kilometer afgelegd. Veel meer dan ik had gedacht. Ik heb ruim 3 en een halve liter water gedronken onderweg, maar dat was niet genoeg. Ik had alle symptomen van uitdroging (droge huid, stemverlies, slap, misselijk en heel donkere urine). Gelukkig knapte ik snel weer op na een dagje rust en veel water drinken. Een lesje rijker dus: nog meer water drinken, of toch maar niet 80 kilometer afleggen bij dit soort temperaturen.

Ik heb het gevoel dat ik drie weken onderweg ben geweest. Ondanks de (kleine) tegenslagen heb ik er enorm van genoten. Ik heb nog weer meer missende stukjes van mezelf terug gevonden. Deze tocht deed ik op mijn manier. Ik hoefde alleen aan mezelf verantwoording af te leggen. Als ik verkeerd reed omdat ik een bordje had gemist, lastte ik gewoon een pauze in, keek eens rustig op de kaart en vond mijn pad weer terug. Ik voelde me niet opgelaten over mijn “falen”. Niet opgejaagd om het ontstane probleem op te lossen. Maar ik voelde me gewoon helemaal mezelf. En zo werd het dus ook een heilzaam avontuur. Wat mij betreft was het besluit tot dit avontuur, het beste besluit dat ik dit jaar nam.

Sta los

Boos zijn is niet moeilijk. Boosheid uiten is veel moeilijker, vind ik. Ik stop het meestal maar weg. Niet goed. Weet ik. Ik kan bijvoorbeeld erg boos worden van onredelijkheid. Daar ben ik beslist niet de enige in. En ik kan ziedend worden als iemand mijn grenzen niet respecteert. Dan moet je ze wel duidelijk aangeven, die grenzen. Vandaag zei iemand tegen me dat je best boos mag zijn als iemand over je grenzen gaat. Maar je hoeft dan niet per se enorm fel van je af te bijten, ga maar simpelweg staan voor de overschreden grens. Wees maar duidelijk dat de ander de grens dient te respecteren.

Een tijd geleden kreeg ik ook het advies om “het zacht te houden”. Maar te zacht is dus niet goed. Dan laat je toe dat iemand over je grenzen gaat. Stelselmatig. Moet ik dan toch meer verharden? Vroeg ik. “Nee”, luidde het antwoord, “Sta stevig, maar los genoeg om ook mee te kunnen bewegen”. Het deed me denken aan de yogalessen die ik jaren geleden volgde. Ik ben de naam ervan vergeten, maar er is een yoga term voor een houding die ontspanning en stabiliteit combineert. Losheid en kracht. Als je los staat kan iemand je minder makkelijk omver duwen. De aikido-meester van mijn zoontje zegt het ook steeds: Sta los. Dan sta je steviger.

Stug doorhollen

Ongeveer anderhalf jaar geleden pakte ik het hardlopen op. Weer op, want jaren geleden deed ik ook al eens een verwoede poging tot hardlopen. Dat zal ergens in het jaar 2003 geweest zijn. Wij woonden toen nog in Baltimore. In een appartement bovenaan een heuvel. Ik rende dan eerst over de stoep langs de weg naar beneden. En daarna weer terug omhoog. Na een tijdje begonnen mijn knieën te klagen. Zware slijtage aan het kraakbeen. Van de huisarts mocht ik niet meer hardlopen en ik moest magnesium slikken. Daar zou het kraakbeen weer van kunnen aangroeien.

Met de knietjes kwam het best wel weer goed. Een jaar of wat terug verdraaide ik er eentje en beschadigde mijn meniscus. Er kwam een MRI-scan aan te pas om het minuscule scheurtje daadwerkelijk vast te stellen. Ik had er desalniettemin last van. Met fysiotherapie en krachttraining kwam ook dat weer goed. Geen klachten meer qua knieën. Toen had ik ook al het idee opgevat om weer te gaan hardlopen, maar de fysiotherapeut vond dat niet verstandig. Ik besloot het advies nog maar even niet in de wind te slaan. Braaf liet ik me daarom maar wekelijks afmatten in een HIT-klasje (high intensity training) bij de sportschool. Sindsdien maken de woorden burpie, steplunge en squat deel uit van mijn toch al aanzienlijk vocabulaire.

Maar anderhalf jaar terug ben ik dus tóch, tegen beter weten in, gaan hardlopen. Op advies van een GGZ-verpleegkundige die er in mijn depressieve periode op toe zag dat ik mijn pilletjes nam. Dat is goed voor je geluksgevoel, had ze gezegd. Runner’s High, noemen ze het. Dus ik kocht een paar goeie gympies en ik begon weer met hardlopen. Het werkte geweldig. Mijn volle verwarde hoofd was na een uurtje sjokken lekker opgeruimd en ik voelde me erg tevreden over mezelf. Hardlopen bleek uitermate gezond voor mijn geest te zijn.

Maar helaas is hardlopen slecht voor de gezondheid van mijn spieren en pezen. Om de haverklap scheurt of verrekt er wel iets in mijn benen. Dan weer een achillespees, dan weer een kuitspier, dan weer een hamstring, en zo voort. Iedere keer moet ik dan weer een pauze inlassen van een week of 6 en kan ik weer opnieuw beginnen met een basisloopschema. De afgelopen 8 weken ging het heel goed. De compressiekousen bleken wonderbaarlijk goed te werken. Ik begon al voorzichtig te fantaseren over 10 kilometer aan één stuk hardlopen. Ik was fanatiek bezig om mijn tempo onder de 6 en een halve minuut per kilometer te krijgen. Van sjokken naar rennen. Ik werd weer te fanatiek, en je voelt hem al aankomen: whiplash in rechterkuit. Auw. Zielig. Been omhoog. Icepack eronder. Kak! Maar over een week of wat ga ik toch weer beginnen. Stug doorhollen. Mijn levensmotto.

 Motivatie

20171113_110824.jpg

Goed, ik bivakkeer nu al zo’n week of 4 in een hutje aan de hei. Ergens halverwege viel de bodem onder me vandaan. Mijn hele zelfbeeld in duizend stukjes. Ik had het einde van mijn Latijn bereikt. Ik zat in een mentale en emotionele crisis waar ik zelf niet meer uit kwam. Gelukkig is er dan een soort intensive care voor geestelijk ingestorte zielepootjes zoals ik. En pilletjes waardoor je je eerst een tijdje totaal kut voelt, maar daarna wel weer redelijk happy.

Een heel team van verplegers houdt bovendien de vinger aan mijn pols. Twee maal per week komt er iemand van hen bij me op bezoek om me bij te staan en om mijn vele vragen te beantwoorden. Vragen van het type “hoe moet dat nou met…”, “wat moet ik nou doen als ik weer…” en “wanneer kan ik weer…”.  Allemaal vragen die liggen op het hellende vlak van demotivatie. Op een van die vragen kreeg ik als antwoord het advies om te gaan hardlopen omdat dat me helpt om gemotiveerd te blijven.

Dus ik ben gaan hardlopen. Ik ben er helemaal op de fiets (ik mag tijdelijk niet autorijden vanwege de pilletjes) voor naar Hoogeveen getrapt om een hardloop-outfit aan te schaffen. In de sportzaak liet ik me goed adviseren over de hardloopschoenen die ik nodig zou hebben. Met een speciale scanner werden mijn grote, blote voeten doorgelicht op doorzakking en platheid. Ik scoorde op allebei hoog. Maar gelukkig kon ik de winkel een tijdje later toch verlaten met een paar blitse schoentjes die mij de juiste stevigheid en demping geven. De uitgaven vormen op zichzelf al een heleboel motivatie om dan ook echt te gaan hardlopen. Ik zal iedere cent aan waarde er uit persen al is het het laatste wat ik doe!

Sinds de aanschaf van de hardloop-outfit heb ik er intussen al twee keer gebruik van gemaakt. De tweede keer was deze ochtend. En het werkt! De omstandigheden waren deze ochtend dan ook wel fantastisch. Heerlijk, zonnig en fris herfstweer. Dus de motivatie spat nu letterlijk van me af. En dat is fijn, want gisteravond had ik weer zo’n depri-bui en een hoofd vol met malende, argwanende en troosteloze gedachten. Tijdens het hardlopen (op een lekkere beat van muziek uit een playlist op Spotify die “Motivation Mix” heet) was ik al die demotiverende gedachten zo kwijt. Running rocks!

Leven 2.0 (of 3.0?)

We hebben het nu al een jaartje of 8 over “Het Nieuwe Werken“. Het nieuwe is er intussen al wel zo’n beetje af. Voor mij wel tenminste. En eigenlijk ben ik het ook niet zo eens met dat Werken. Niet dat ik iets tegen heb op werken hoor, in tegendeel. Ik ben dol op werken. Zo hou ik bijvoorbeeld van alle werken van Kandinsky. Ik kan daar echt uren naar kijken…

Maar even alle gekheid op een stokje, ik hou natuurlijk ook van werken. Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid een erg leuke baan te hebben. Een baan waar ik veel energie aan kwijt ben, maar ook veel energie uit haal. Maar ik heb ook een erg leuk en druk gezin. Een gezin waar ik veel energie aan kwijt ben, maar ook veel energie uit haal. Eigenlijk ben ik steeds bezig om die energie te balanceren.

Voor mijn werk moet ik voor en met verschillende personen diverse dingen bespreken, regelen en doen. Ik ben een spin in het web, en ik heb het er heerlijk druk mee. Die personen hebben net als ik ook een privé-leven, met of (nog) zonder gezin. We doen vaak een beroep op elkaars flexibiliteit en hebben ook vaak buiten kantooruren contact via e-mail en sociale media om belangrijke werkzaken, tussen de privé-zaken door, gedaan te krijgen. Die werkzaken worden immers vaak gedaan met collega’s die heel flexibele werktijden hebben.

Voor mijn gezin moet ik voor en met verschillende personen diverse dingen bespreken, regelen en doen. Mijn vrouw en ik runnen eigenlijk een soort servicebedrijf voor kinderen. Daar hebben we het heerlijk druk mee. De taken en verantwoordelijkheden zijn gelijk verdeeld, want we werken allebei. Zo ben ik bijvoorbeeld de CLO en mijn vrouw de CFO.   We doen vaak een beroep op elkaars flexibiliteit en hebben ook vaak tijdens kantooruren contact via e-mail en sociale media om belangrijke privézaken, tussen de werkzaken door, gedaan te krijgen. Die privézaken hebben immers vaak te maken met inflexibele instanties die alleen tijdens kantooruren, of nóg lastiger, tijdens schooltijden open zijn.

Werk en privé zijn noodzakelijkerwijs met elkaar verstrengeld geraakt. Die flexibiliteit en vrijheid in je eigen dagindeling en manier van werken en samenwerken met anderen, noemen we Het Nieuwe Werken. Ik vind alleen de nadruk op werken niet terecht. De werkzaken vormen namelijk maar één kant van de medaille. De andere kant wordt gevormd door privézaken. Samen vormen ze ons drukke leven. Het Nieuwe Leven. Leven 2.0.

Zonder het nieuwe leven zouden mijn vrouw en ik ons gezin niet kunnen runnen. Wij leven al jaren nieuw. Ja, het nieuwe is er al af. Wij zijn Leven 2.0 guru’s. Eigenlijk zitten we al in een stadium na het nieuwe leven. We maken steeds intelligenter gebruik van digitale technologie om ons drukke leven te verduurzamen en te vergemakkelijken. Slimme telefoons, slimme horloges, slimme meters, slimme thermostaten, slimme brandmelders, en jawel, slimme bikini’s houden onze sociale contacten, onze tijd, onze leefomgeving, onze portemonnee en onze veiligheid automatisch voor ons in de gaten zodat we meer tijd hebben om te genieten van het leven. Eigenlijk zijn we al stilaan begonnen aan Leven 3.0, het slimme leven.

Solar junky

zonverslaving

Bij ons in de tuin staat een een kerstomatenplant. Daaraan groeien tomaatjes zo zoet als aardbeien, want nergens schijnt het zonnetje zo goed als boven onze tuin. Er gaat niets boven fruit uit eigen tuin, toch? Ik heb er wel een soort obsessie mee gekregen, met de zon. Het is het soort obsessie dat mij regelmatig naar sites als buienradar.nl en weergegevens.nl doet surfen. Ik móet namelijk weten hoeveel zon ik op ons dak mag verwachten. Ook kijk ik vergenoegd of verbitterd terug in de tijd op grafiekjes die me laten zien hoeveel zon ons dak heeft bereikt. Ik ben een solar junky.

Met de grafiekjes van hierboven ben ik gematigd vergenoegd. Met name 5 september is er eentje voor boven de schoorsteenmantel (die ik niet heb) of op een T-shirt. Ik ben er gek genoeg voor. De oranje grafiek toont het percentage zon dat is gemeten in het weerstation in Hoogeveen. Daar woon ik niet ver vandaan. De blauwe grafiek toont hoeveel watt vermogen de tien zonnepanelen die op ons dak liggen produceren. Je ziet het: veel zon is veel vermogen.

5 september leverde een lekkere, vette 14,15 kWh op. Heerlijke groene stroom, van eigen dak kwam op die dag uit onze stopcontacten. Het tosti-ijzer maakte de tosti’s extra goudgeel, en de cola uit de koelkast was extra verfrissend. Voor de rest stroomt die lekkere stroom vooral naar buiten het energienet in zodat de buren opeens ook dachten van “goh, wat een lekker, krachtig bakkie koffie komt er vandaag uit de senseo!”, of “goh, wat heeft de grasmaaier er zin in vandaag zeg!”.

Maar de  komende dagen worden zo te zien minder zonnig.  De onderstaande voorspelling maakt me al bij voorbaat somber. Sorry buren, de koffie zal wat minder lekker zijn vrees ik.  Maar ach, in de regen kun je toch geen gras maaien en tomaten hebben ook water nodig. Bovendien worden de zonnepanelen met een lekkere bui ook weer mooi schoon, zodat ze bij de volgende zonnige dag weer lekkere frisse stroom maken kunnen.

zonverwachting

 

De techniek staat voor niets!

Er liggen sinds enkele weken een tiental glimmende zonnepanelen te pronken op mijn dak. Tezamen kunnen ze, als het zonnetje er in volle glorie op neer straalt, 2500 Watt produceren. Da’s zat prik voor bijvoorbeeld de wasdroger. Dus de droogmolen kan wel weg. Scheelt een hoop gepriegel met wasknijpertjes.

De zonnestroom komt uit in een apparaat dat ervoor zorgt dat mijn wasdroger er iets mee kan. Die verwacht namelijk 220 volt wisselspanning op een frequentie van 50 Hertz. Het apparaat moet de gelijkstroom van de zonnepanelen omtoveren in standaard stopcontactstroom, maar dan wel hele groene.

Zo’n apparaat noemen ze, heel logisch, een omvormer. Bij ons hangt die in de bijkeuken. En als het zonnetje lekker vel op ons dak schijnt, dan giert de omvormer van de pret. Je hoort dan een schrille pieptoon die doet denken aan dat geluid dat oude beeldbuistelevisies wel eens maakten, maar dan 10 keer zo luid. Iedere keer als we het horen, zeggen we: “Hoor dat zonnetje nou toch eens lekker schijnen!”. De techniek staat voor niets. 

In de meterkast staat nog een stukje techniek die voor niets staat. Een zogenaamde “slimme meter“. Die kan niet alleen het aantal verbruikte kilowattuurtjes tellen, maar ook het aantal opgewekte kilowattuurtjes. Voor de eerste soort moet ik betalen en voor de tweede krijg ik geld terug. Met een slim pijltje op de display laat het me weten in welke richting de stroom op het moment loopt. Dus als ik dat pijltje richting voordeur zie wijzen, dan stroomt mijn stroom naar buiten en kan ik even lekker slapen, want dan stroomt (nou ja, “druppelt” is een betere term) het geld dus letterlijk binnen. Die zonnepanelen betalen zich zo dus langzaam helemaal terug. Die techniek staat straks letterlijk voor niets.

Nog iets heel slims is dat mijn slimme meter zelf de meterstanden doorgeeft. Dat hoef ik dus nooooooit meer zelf te doen. De meter is feitelijk op afstand uitleesbaar door de netbeheerder. Men maakt zich wat dat betreft zorgen over privacy enzo, maar ik niet. Ik zet mijn halve privé-leven op facebook en dit blog. Bovendien puilt mijn portemonnee uit van de bonus- en klantenkaarten.

Wat wel een beetje eng is, is het feit dat de netbeheerder de slimme meter ook op afstand kan afschakelen (bij wanbetalers bijvoorbeeld). Al die slimme meters hangen aan een computersysteem bij de netbeheerders. Ik ga er maar van uit dat die heel goed beveiligd zijn, want ik zit er niet op te wachten dat een Iraneese hacker bij mij het licht kan uit doen. Ooit fantaseerde ik al eens de “Robbery Planr”, een soort app waarmee inbrekers met een klik van de muis een wijk in het donker kunnen zetten. Pure fictie natuurlijk, maar de techniek maakt het in principe mogelijk. Die staat dus weer eens voor niets!