ergernissen

De Orde

Ik ben, zeg maar, van de orde der rechtlijnigen. Hartstikke blauw volgens De Caluwe. Niks mis mee. Ik kan het ook niet veranderen. Niet dat ik niet tegen rommeligheid kan, of chaos, daar niet van. Met dat rechtlijnige bedoel ik dat ik hou van voorspelbaarheid en structuur. Als iedere week min of meer hetzelfde is, ben ik gelukkig. Doe mij maar een fijne, vertrouwde sleur. Geen onverwachte fratsen. Daarom zie ik altijd op tegen vakanties. Die gaan namelijk lijnrecht in tegen mijn fijne sleurtje. Ze staan altijd ineens als de poes voor de deur stoïcijns te wachten tot ik haar binnen laat. Ik negeer haar zo lang als ik kan natuurlijk.

Gisteren keek ik met een half oog (probeer dat trouwens maar eens letterlijk…) naar weliswaar één van mijn favoriete TV-programma “Het Instituut“. In deze aflevering vroeg Joep van Deudekom zich af wat de beste manier is om oortjes te ontwarren. Joep zei op gegeven moment dat uit de test diverse methoden van ontwarren naar voren waren gekomen. En volgens hem had je natuurlijk ook de types die voorkomen dat hun oortje überhaupt in de knoop raakt, en dat hij van mening is dat je zulke types in het dagelijks leven maar beter kunt vermijden.

20171124_094959.jpg

Nou Joep, ik ben zo’n type en voel me aangesproken. Ik rol mijn oortjes altijd heel precies op zoals in bovenstaande foto. Dat is namelijk erg handig. Het voorkomt dat ik minuten lang van mijn leven verspil aan het steeds uit de knoop halen van oortjes. En het voorkomt draadbreukjes. Ik doe jaren met een setje oortjes. Dat is dus ook nog duurzaam. Of je mij in het dagelijks leven zou daarom moeten vermijden, vind ik een interessante mening. Het zegt vooral iets over jou zelf, Joep. Misschien hou jij niet van rechtlijnige types. Misschien moet je daar eens een test voor verzinnen. Zoiets als: hebben rechtlijnige mensen minder goede sociale vaardigheden. Verzin het maar Joep. Bij dezen meld ik me dan aan als proefpersoon. Lijkt me sowieso best leuk.

Maar misschien heeft Joep ook wel weer een punt. Mijn rechtlijnigheid heeft er wel voor gezorgd dat ik thuis even niet welkom ben. Ik ben veel te dwingend in mijn handhaving van De Orde. Handdoeken moeten precies zo opgevouwen zijn en liefst op volgorde van versletenheid op een stapel in de kast liggen. De oudste bovenop. De vaatwasser moet je precies zo en zo inrichten zodat er zoveel mogelijk in past en dat alles goed schoon en droog wordt. Glazen, borden en kopjes moeten precies zo en zo in de kast staan. Schoenen, tassen en stripboeken mogen niet rondslingeren. Eigenlijk mag niks rondslingeren. Ik ben van de efficiëntie en effectiviteit. Risicomijdend en doelgericht. Dus, ja Joep, kom mij maar niet tegen. Want ik ruim je op!

Advertenties

Muggen uit de porseleinkast

Bloeddorstig zoemend zweeft zij
Aan kop en schoteltjes voorbij
Vederlicht, zes pootjes ragfijn
Onschadelijk voor ’t porselein
Geen probleem, hooguit irritant
Tot ze plots verandert in een olifant
Alweer ligt in luttele momenten
Het hele servies in gruzelementen
Maar vanaf nu ben je op je hoede
Bij de eerste tekenen van woede
Jaag jij voortaan alvast
Alle muggen uit de porseleinkast

Complex

Hoewel ik mezelf graag zou zien als simpel, geloof ik dat ik eigenlijk het tegenovergestelde ben. Misschien is mijn ziel wel simpel, maar heb ik daar een heel complex van obsessies om heen gebouwd. Ik ben bijvoorbeeld sterk geobsedeerd door controle. Control freak. Andere obsessies van me zijn geldingsdrang, pietluttigheid en megalomanie.

Misschien moet ik ook wel niet te negatief oordelen over mijn palet aan obsessies. Een complexe wijn vinden we heel mooi juist omdat het een rijk palet aan smaken en geuren heeft. Nu ben ik bepaald geen wijnkenner, ik drink het zelden en ik heb er niets mee. Ik drink sowieso zelden. Heel af en toe schenk ik wel eens een heel klein glaasje Jenever in voor mezelf. Altijd Hooghoudt. Niet omdat ik een kenner ben, maar simpelweg omdat ik een trotse Groninger ben.

Een biertje lust ik op zijn tijd ook graag. Daar ben ik nauwelijks kieskeurig. Als het vers van de tap komt, haal ik mijn neus zelfs niet op voor Heineken. Het gezelschap vind ik belangrijker dan de kwaliteit van de pils. Een fijn gezelschap accepteert mij zoals ik ben. Een fijn gezelschap bestaat uit een niet al te groot complex van gevarieerde, niet al te simpele types. Ik hou van mensen met droge humor. Van mensen met een rijke fantasie. Van authentieke mensen, geen dikdoeners. Ongezoutenheid kan ik ook erg waarderen in mensen. Zeg maar waar het op staat. Zolang er maar niet op mijn simpele zieltje wordt getrapt. Zie je wel, helemaal niet kieskeurig dus.

De laatste tijd probeer ik de control freak in mij, naar de achtergrond te dringen. Vooral thuis. Het werkt verstikkend op de kinderen. Ze mogen namelijk geen fouten maken van mijn innerlijke control freak. Het lukt me erg slecht om die helemaal uit te zetten, maar het moet toch. Vandaag gingen ze samen pannenkoeken bakken. Aanvankelijk wou ik dat zelf doen. Beelden van halfgare, zwartgeblakerde pannenkoeken en een plafond waar het beslag vanaf drupt, speelden door mijn hoofd. Met heel veel moeite lukte het me om me er niet mee te bemoeien. Op gegeven moment ben ik maar naar boven gegaan omdat ik toch niet kon laten om ongevraagd advies te geven. Ik heb mijn bemoeizucht maar onderdrukt met de strijkbout. De pannenkoeken waren niet helemaal gaar, maar hun conclusie was dat ze volgende keer het vuur onder de pan wat lager moesten zetten. Helemaal zelf geleerd, zonder dat daarvoor een gecompliceerde autoriteit op het gebied van pannenkoeken bakken nodig was in de keuken.

Je zou denken dat het gecompliceerde mensen meer moeite zou moeten kosten om gelukkig te zijn. Zit complexiteit geluk in de weg? In complexiteit zit ‘m geluk toch niet? Geluk zit in kleine, eenvoudige dingen, zeggen ze toch? Een warme zonnestraal in het vroege voorjaar kan mij wel een intens gevoel van geluk geven. Misschien moet ik daarom inderdaad versimpelen. Maar misschien is die hang naar simplisme ook wel weer een obsessie. Nog een complex om mijn palet mee te verrijken.

Was ik maar minder slim

Eigenlijk is bijna iedere mens begaafd, want het spectrum loopt van zwak (gek genoeg niet “laag”) tot hoog begaafd. De norm voor begaafdheid ligt ook netjes in het midden natuurlijk. De gemiddelde mens is normaal gesproken dus gemiddeld begaafd met een IQ van ergens rond de 100.

Als je een IQ hebt van 130 of hoger, dan val je in de categorie “hoogbegaafd”. Je bevindt je dan in een selecte groep van de bevolking. Ongeveer 2% van de bevolking heeft een IQ van 130 of meer. Een klein deel van die groep heeft een IQ van 145 of hoger. Dan ben je zeer hoog begaafd of in heel extreme gevallen exceptioneel begaafd (een IQ van 160+). Een nogal twijfelachtige eer, want als je als kind in die categorie valt, zijn er maar weinig scholen die jou passend onderwijs kunnen bieden.

Dit gebrek aan passend onderwijs ondervinden wij nu met onze zoon. De vent is nog maar net 8 jaar, en zit nu in groep zes. Qua leeftijd hoort hij thuis in groep 4, maar omdat hij nogal snel van begrip is, is hij erg snel klaar met de standaard lesstof die de basisschool waar hij nu zit hem toedient, en vliegt hij letterlijk door de groepen. Zijn honger naar nieuwe kennis en mentale uitdaging is schijnbaar onverzadigbaar. Als hij zo door gaat zit hij met 10 jaar in de brugklas. Zelf vindt hij dit heel stoer, maar het is verre van wenselijk.

Op de huidige school wordt hij niet goed begeleid. Het lastige met zeer hoogbegaafde kinderen is dat alle kennis en inzicht ze letterlijk komt aanwaaien. Ze weten meestal niet goed hoe het is om ergens moeite voor te doen. Moeite om zich iets eigen te maken. Het lijkt tegenstrijdig, maar deze kinderen kunnen daardoor een angst om te falen ontwikkelen. Daardoor gaan ze echte uitdagingen uit de weg. Of ze gaan “ondercompenseren” om lekker in hun comfortzone te kunnen blijven. Zonde van al dat talent!

We zien dat de leerkracht van onze zoon onvoldoende in staat is om hem te begeleiden, ondanks, maar misschien ook wel juist dankzij haar ruime ervaring. We zien dat ze de behoefte van onze zoon onvoldoende begrijpt. Ze probeert hem in een “keurslijf” te passen waarin hij zich niet kan vinden. Hij verzet zich en raakt meer en meer gefrustreerd. Het ventje heeft echter nog wel de emotionele intelligentie van een kind van 8, en weet zich daardoor geen raad met zijn emoties. Dit uit zich dan in dwarsliggen en steeds vaker woede. Ons ventje dreigt gierend vast te lopen op deze school. De situatie is eigenlijk niet meer houdbaar.

Het verdrietige aan dit alles is dat onze kleine vent met veel te zware gedachten voor een achtjarige rond loopt. Hij vindt het heel erg dat hij steeds zo boos wordt. Het liefst zou hij “minder slim” zijn, zoals hij zelf zegt, want dan is school tenminste wel leuk. Hij voelt dus heel goed aan dat hij afwijkt, terwijl hij er gewoon bij wil horen. Er is een speciale afspraak met hem dat hij uit de klas mag gaan als hij merkt dat hij boos wordt of gefrustreerd raakt. Maar dat doet hij niet omdat dat voor hem bevestigt dat hij afwijkt. Zelf zegt hij dat zijn hoofd hem vast houdt op zijn stoel. Hij voelt zich vaak doodongelukkig en wil vaak niet eens meer naar school. Dit doet pijn, veel pijn. Het is verschrikkelijk om je kind op die leeftijd al met zijn ziel onder zijn arm te zien lopen.

Dit alles is eigenlijk niet iets dat ik de school en zijn leerkracht kwalijk kan nemen. Een basisschool krijg hooguit eens in de 10 jaar te maken met een zeer hoogbegaafde leerling. Je kunt van de doorsnee basisschool in alle redelijkheid niet verwachten dat ze daar passend onderwijs aan kunnen bieden. Gelukkig zijn er ook scholen die zich in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen hebben gespecialiseerd. Het zal je niet verbazen dat er van dergelijke scholen niet zoveel zijn in Nederland. En die scholen die er in onze omgeving zijn, hebben een wachtlijst.

Mijn vrouw – de beste moeder die onze kinderen zich maar kunnen wensen – en ik zetten alles op alles om ervoor te zorgen dat ons ventje de begeleiding gaat krijgen die hij zo hard nodig heeft. Het staat als een paal boven water dat hij van deze school af moet. Gelukkig is het al bijna zomervakantie. We slepen ons voort op ons tandvlees. Aan de horizon gloort wel een sprankje zonlicht. Er is hoop op de vorming van een nieuwe “kwadraatgroep” op een speciale school niet al te ver uit onze buurt. Dat zou toch zo verschrikkelijk fijn zijn. De brenger van dat goede nieuws kan rekenen op een geweldige knuffel. Bij voorbaat excuses voor het nat huilen van uw schouder.

Monsters

Ze lijkt dan wel schattig en onschuldig, maar dat is maar een facade. Hij kijkt daar natuurlijk dwars doorheen. Hij ziet haar voor wat ze werkelijk is: een monster. Dat is zijn gave. Hij ziet altijd het ware gezicht van monsters die doen alsof ze mensen zijn.

Vol afgrijzen moet hij toezien hoe het monster iedereen voor de gek houdt en telkens weg komt met zijn monsterachtige streken. Het is nooit de schuld van het monster. Altijd dat van een ander. Vaak ook dat van hem. Ze projecteren hun eigen slechtheid altijd op anderen. Natuurlijk gelooft niemand hem. Monsters hebben geen schattig en onschuldig voorkomen, dus hij heeft de schijn altijd tegen.

Hij veracht monsters. Hij haat het hoe ze hem minachtend aankijken met hun zelfingenomen blikken: ha ha, ik weet dat je mij doorziet, maar je kan me lekker niks maken. Lekker puh! Het is onverdraaglijk.

Hoe kan het dat hij als enige hun monsterlijkheid kan zien? Correctie: als enige mens. Onderling zien de monsters elkaar’s ware tronies wel, maar ze lijken elkaar maar moeilijk te verdragen. Alsof monsterlijke karakters van nature botsen. Dat is natuurlijk ook niet zo raar als je zo egocentrisch bent als monsters klaarblijkelijk zijn. Ze bejegenen elkaar al even minachtend als ze doen bij hem. Alsof hij ook een monster is. Tssss.

Hoe te stoppen met Facebook

Ergens halverwege december vorig jaar besloot ik dat ik cold turkey ging stoppen met Facebook. Wel na mijn verjaardag natuurlijk. Ik was er teveel aan verslaafd geraakt, vond ik. Vele minuten per dag werden door mij aan Facebook verspild, al hield ik die minuten natuurlijk niet bij. Minuten gevuld met flauwekul. Gekke kunsten, rare fratsen, opmerkelijke onzin, noem maar op. Die minuten had ik beter kunnen besteden aan het lezen van echt nieuws.

Ik vond leuk bij de vleet. Ik kreeg er niet genoeg van. Eerst kon je alleen maar leuk vinden, maar later kon je ook lachen, huilen, tieren en zwijmelen als reactie op een bericht. Daar trok ik mijn streep. Ik vind het leuk, of ik vind niets. Punt. Ik geloof niet dat mijn totale aantal vind-ik-leuks als percentage van het totale aantal berichten dat ooit op facebook is geplaatst, boven de miljoenste procent komt. Ik heb praktisch niets leuk gevonden eigenlijk. Het is compleet verwaarloosbaar.

Maar mijn vind-ik-leuks zijn toch uitingen van mijn identiteit? – zou je kunnen denken. Ik ben wat ik leuk vind, en dat wil ik met de hele wereld delen. En hopelijk krijg je dan veel bijval van anderen. Die bijval is heerlijk. En dus verslavend. Eigenlijk wil je dus graag dat anderen leuk vinden dat jij leuk vindt wat je leuk vindt. Te triest voor woorden dus. Met name die realisatie maakte dat ik met facebook wilde stoppen.

Helemaal facebook-vrij ben ik trouwens nog (lang) niet. Mijn account bestaat nog steeds. Je kunt je account verwijderen, maar dat voelt nog teveel als een amputatie. Een zuiver teken van afhankelijkheid. Facebook biedt je ook de mogelijkheid om je account tijdelijk in de koelkast te zetten. Maar dat heb ik ook nog niet gedaan. Ik weet niet wat me tegen houdt. Misschien het signaal dat ik op die manier mijn vingers virtueel in mijn oren steek. Nu negeer ik iedereen alleen maar. Dat voelt minder erg.

Dat cold turkey stoppen betekende eigenlijk alleen maar dat ik de facebook app van mijn telefoon heb gegooid. Dat bevalt heel goed. Zo krijg ik geen push-meldingen van facebook meer op mijn telefoon. Dat is eigenlijk toch virtueel de vingers in de oren steken. Sindsdien vind ik niks meer expliciet, digitaal leuk. Laatst keek ik stiekem even via de browser. Er stonden honderden berichtjes op me te wachten. Vele gemiste nieuwe uitnodigingen voor een spelletje, vele gemiste nieuwe foto’s, vele gemiste reacties op een reactie van een vriend/vriendin op een berichtje van daar weer een vriend of vriendin van. Ik heb ze maar gelaten voor wat ze waren.

Dus tja, hoe te stoppen met facebook? Willen is 1, kunnen is 2. Als je echt wilt stoppen, dan is het zo gebeurd. Gewoon je account opheffen. Dat dat voelt als een virtuele zelfmoord is precies wat Mark Zuckerberg heeft willen bereiken bij je. Of je doet het net als ik: je wordt een virtuele zombie.

minecraft-zombie