ergernissen

Afspraak

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Een waarheid als een koe wat mij betreft. Het vertrouwen in een ander bouw je langzaam op doordat je ziet dat deze je vertrouwen verdient. Door aandacht voor dingen die voor jou belangrijk zijn. Doordat aan jouw verwachtingen wordt voldaan. Doordat afspraken met jou worden nagekomen. Doordat er met jou wordt overlegd als afspraken niet kunnen worden nagekomen. En doordat de ander met een oplossing komt voor het niet kunnen nakomen van een afspraak.

Afspraak, afspraak, afspraak. Een woord dat in mijn hoofd een negatieve lading heeft gekregen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind afspraken heel belangrijk. Alleen als je ervoor kiest om volledig geïsoleerd te leven zonder enig contact met anderen kun je misschien zonder afspraken. Mensen die met elkaar samenwerken, maken afspraken met elkaar. Die maak je bewust en expliciet. Als je een afspraak maakt met een ander, dan zeg je de ander iets toe. Daar is helemaal niets mis mee natuurlijk, en het is ook heel begrijpelijk dat het niet nakomen van een afspraak tot teleurstelling leidt. Temeer als er geen acceptabele verklaring voor komt. Bij stelselmatige herhaling slaat de teleurstelling om in frustratie en ergernis, en voor je het weet geeft vertrouwen het paard de sporen.

Tot zover is dit voor mij allemaal volkomen logisch. Bij mijn weten ben ik dan ook een integere persoon die zijn afspraken zo goed mogelijk na probeert te komen. En mocht de situatie zich voordoen dat dat van mijn kant niet gaat lukken, dan probeer ik met een oplossing te komen. Ik heb daarbij wel de sterke neiging om me tot het laatst toe vast te bijten in de afspraak. Op een te laat moment vlieg ik dan wel eens wat uit de bocht. Wat beslist beter kan is dat ik eerder aan de bel trek als het mis dreigt te gaan. Ik denk zelf dat dit komt doordat ik de ander (en vooral mijn “significante ander”) niet (alweer) teleur wil stellen. Dan worstel ik liever nog even verder en ga ik de confrontatie nog even uit de weg. Daarmee drijf ik de dingen wel eens op de spits. Dit is voor beide partijen niet goed. Ik beschadig het vertrouwen van de ander in mij, en daarbij ook het vertrouwen in mezelf.

Dit wetende heb ik toch met verbijstering het paard van vertrouwen bij me vandaan zien galopperen. Het wrange daarbij is dat ik vind dat ik altijd heel erg mijn best heb gedaan. De laatste tijd doe ik extra mijn best door me letterlijk en exact aan gemaakte afspraken te houden. Afspraken waar ik een bewuste toezegging voor heb gedaan. Ik controleer tegenwoordig ook voor de zekerheid of de ander iets als afspraak ziet terwijl dat voor mij nog “in het midden hangt”. Dat heb ik niet altijd door maar ik probeer het patroon dat daartoe leidt in de gaten te houden. Het gebeurt vaak dat ik de beleving heb van een nog niet vastomlijnd idee terwijl de ander dat idee al ziet als een afspraak.

Het patroon is als volgt: Ik word gevraagd naar mijn mening over een idee, en ik zeg dat ik het een goed idee vind. De ander vraagt nog even door of ik eventueel tijd zou hebben om met dat idee mee te helpen, en ik geef aan dat ik daar wel tijd voor heb. Dan heb ik in mijn beleving nog niets toegezegd. Om er een afspraak van te maken heb ik nog de expliciete stap nodig waarbij we echt afspreken welk aandeel ik heb in de totstandkoming van het idee, en dat we echt de tijdslijnen met elkaar afspreken hierover. Dat is toch normaal, of ben ik nou gek? Ik merk namelijk dat langzamerhand mijn vertrouwen in dit principe begint af te brokkelen.

Advertenties

Closetrolophanging

Er zijn twee soorten mensen: zij die de closetrol op de verkeerde manier in de houder hangen, en rest van de mensheid die begrijpt hoe het wel moet.toiletrolophanging.pngDe ophanging van een toiletrol is een functionele aangelegenheid. Een WC-rol moet zo hangen dat je er eenvoudig en rits velletjes af kan trekken. Dat gaat dus makkelijker als er tussen de muur en het uiteinde van de rol, ruimte is voor je vingers. En als je het uiteinde niet ziet, dan maak je intuïtief een naar beneden swipende beweging met je hand over de rol, zodat het uiteinde tevoorschijn komt.

Het zou best wel eens kunnen zijn dat alle mensen die de rol verkeer om ophangen, ook allemaal een macbook gebruiken. Die mensen zijn namelijk gewend om een omhoog swipende beweging te moeten maken over hun touch pad om verder naar beneden in de inhoud van het programmavenster te scrollen.

En kijk, dat jij thuis je wc-rol verkeerd ophangt vind ik allemaal nog tot daar aan toe, maar in mijn huis hangt ‘ie zoals het hoort. Dus dan laat je die ook zo hangen als je mijn WC gebruikt. Duidelijk? Mooi!

Tooling

In mijn omgeving hoor ik de laatste tijd erg vaak dat er “tooling” nodig is om het werk van iemand te vereenvoudigen. Dan heb ik het over een ICT-omgeving. Daarin wordt sowieso al veel onnodig gedweept met de Engelse taal, maar dat heb ik maar lijdzaam geaccepteerd als een fact of life. Desalniettemin wekken nieuwe Engelse taalfratsen regelmatig mijn weerzin. Zo ook “tooling”. Instant jeuk.

In de ICT kenden we natuurlijk al “tools”. Ontwikkeltools,  testtools, disktools. Daar kan ik best mee leven, want toegegeven, “tool” is een stuk korter dan “gereedschap”. Hier wordt in ieder geval nog de betekenis goed gebruikt. Bij “tooling” dus niet. Dus jeuk. Als je de betekenis van “tooling” op zoekt, krijg je ruwweg de volgende twee betekenissen:

the process of providing a factory with machinery in preparation for production

any decorative work done with a tool

Ik trek daaruit de conclusie dat tooling dus eigenlijk een werkwoord is. What are you doing? Oh, I’m tooling this leather book cover.

Nu weer terug naar de Nederlandse ICT-sector. Wat ik daar zie is dat “tooling” wordt gebruikt als een soort meervoud van “tool”. Laatst hoorde ik bijvoorbeeld dat er behoefte was aan nieuwe tooling voor systeemmonitoring (de spellingcontrole vindt dat een correct Nederlands woord). En ik ving een gesprek op over de selectie van IAM-tooling.

681e4065a3cb40c036dcc7f021687ca2

In beide gevallen bleek er behoefte aan een verzameling tools, een multitool. Je zou natuurlijk ook “toolbox” of “toolkit” kunnen zeggen. Of wat dacht je van “voorziening”? Maar ja, wie ben ik? Ik zal ook wel weer aan “tooling” wennen. Af en toe een beetje krabben tegen de jeuk, maar ik overleef het wel.

Niet oordelen

De laatste tijd probeer ik niet meer te oordelen. Of in ieder geval minder snel. Oordelen is eigenlijk mijn eerste reflex. Ik ben wantrouwig, en voel me snel aangevallen. Dat heeft te maken met mijn gebroken cirkel. Die cirkel is de achilleshiel van mijn ziel. Daar wil ik niet geknepen worden. Vooral met emotionele boodschappen van anderen heb ik moeite. Ik kan slecht luisteren naar iemand die op verwijtende toon tegen me praat. Kritiek is moeilijk, want ik vat het snel persoonlijk op. Zelfs als het helemaal geen kritiek is, maar alleen maar zo klinkt. Ik ben erg gevoelig voor de nuancering en woordkeuze. Ik neem dingen vaak ook veel te letterlijk. Het is om gek van te worden.

Het gekke is dat ik beter met kritiek van een wild vreemde om kan gaan, dan met kritiek van iemand die ik goed ken. Maar hoe meer ik van iemand hou hoe moeilijker ik kritiek van die persoon kan verwerken. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het is zo. Vanwege mijn gebroken cirkel komen die mensen namelijk direct bij me binnen. Ze hebben direct toegang tot mijn kwetsbare ziel, dus ik voel me daar dan ook snel op (bij mannen zit de ziel trouwens voor een groot deel in hun geslachtsdeel…) getrapt.

Hoe moet je dan wel omgaan met (vermeend) kritiek? Nou, gewoon, niet oordelen. Het werkt in ieder geval heel goed om te voorkomen dat ik dicht sla. Ik hoor of lees de dingen die een potentieel gevaar voor mijn ziel vormen wel, maar ik probeer alleen te observeren. Hee, een prikkelend woord. Hee, een prikkelende opmerking. Niet oordelen. Geen aannames doen over wat de andere persoon ermee bedoelt. Gewoon doorgaan met luisteren. Of de e-mail gewoon doorlezen, desnoods nog twee keer nalezen. Ik kies er nu voor om niet in te gaan op de prikkelende opmerkingen. Ik kan er namelijk niets mee. Waar ik wel wat mee kan, dat pak ik op en reageer ik op.

Dat klinkt allemaal eenvoudig, maar dat is het niet. De scherpe, prikkelende woorden en opmerkingen van de ander komen voort uit de gemoedstoestand van de ander. Die emoties mogen er in principe zijn en zou ik serieus moeten nemen. De ander is geïrriteerd, boos, of misschien wel gewoon ongeduldig, of is moe of voelt zich niet lekker. Misschien zou ik die gemoedstoestanden uit de context moeten kunnen afleiden, of zou ik het met mijn telepathische vermogens direct moeten aflezen uit het hoofd van de ander, maar daar ben ik niet altijd even goed in. Wat ik wél kan is ophouden met het plakken van labeltjes aan de prikkelende opmerkingen. Want als ik er een labeltje aan heb gehangen, kan ik al niet meer luisteren, want een gelabelde opmerking staat te branden in mijn hoofd, en móet ik op reageren. Dus ik moet niet denken: wat een stomme, rottige, flauwe, vreemde, kinderachtige of vinnige opmerking, maar alleen observeren en doorgaan met luisteren (of lezen). Niet oordelen maar ontvangen.

Mooie theorie Mark, maar het is wel je achilleshiel. Dat klopt. Maar het lukt me toch, en daar ben ik best trots op. Weliswaar in mijn huidige kalme gemoedstoestand, maar toch. Niet oordelen is een mantra geworden. Ik denk het heel bewust bij het lezen van mailtjes en whatsapps van bepaalde personen. Ik doe zelfs een heuse micro-meditatie (5 tellen) voor ik het mailtje open. Even een paar keer diep ademhalen en denken: niet oordelen, niet oordelen, niet oordelen. En het werkt. Nu moet ik het nog integreren in mijn manier van omgaan met mensen, zodat het automatisch gaat. Het is een kwestie van oefenen denk ik. Dus als je me wil helpen, voorzie me dan maar van je meest ongezouten kritiek, dan zal ik beloven om niet te oordelen.

De Orde

Ik ben, zeg maar, van de orde der rechtlijnigen. Hartstikke blauw volgens De Caluwe. Niks mis mee. Ik kan het ook niet veranderen. Niet dat ik niet tegen rommeligheid kan, of chaos, daar niet van. Met dat rechtlijnige bedoel ik dat ik hou van voorspelbaarheid en structuur. Als iedere week min of meer hetzelfde is, ben ik gelukkig. Doe mij maar een fijne, vertrouwde sleur. Geen onverwachte fratsen. Daarom zie ik altijd op tegen vakanties. Die gaan namelijk lijnrecht in tegen mijn fijne sleurtje. Ze staan altijd ineens als de poes voor de deur stoïcijns te wachten tot ik haar binnen laat. Ik negeer haar zo lang als ik kan natuurlijk.

Gisteren keek ik met een half oog (probeer dat trouwens maar eens letterlijk…) naar weliswaar één van mijn favoriete TV-programma “Het Instituut“. In deze aflevering vroeg Joep van Deudekom zich af wat de beste manier is om oortjes te ontwarren. Joep zei op gegeven moment dat uit de test diverse methoden van ontwarren naar voren waren gekomen. En volgens hem had je natuurlijk ook de types die voorkomen dat hun oortje überhaupt in de knoop raakt, en dat hij van mening is dat je zulke types in het dagelijks leven maar beter kunt vermijden.

20171124_094959.jpg

Nou Joep, ik ben zo’n type en voel me aangesproken. Ik rol mijn oortjes altijd heel precies op zoals in bovenstaande foto. Dat is namelijk erg handig. Het voorkomt dat ik minuten lang van mijn leven verspil aan het steeds uit de knoop halen van oortjes. En het voorkomt draadbreukjes. Ik doe jaren met een setje oortjes. Dat is dus ook nog duurzaam. Of je mij in het dagelijks leven zou daarom moeten vermijden, vind ik een interessante mening. Het zegt vooral iets over jou zelf, Joep. Misschien hou jij niet van rechtlijnige types. Misschien moet je daar eens een test voor verzinnen. Zoiets als: hebben rechtlijnige mensen minder goede sociale vaardigheden. Verzin het maar Joep. Bij dezen meld ik me dan aan als proefpersoon. Lijkt me sowieso best leuk.

Maar misschien heeft Joep ook wel weer een punt. Mijn rechtlijnigheid heeft er wel voor gezorgd dat ik thuis even niet welkom ben. Ik ben veel te dwingend in mijn handhaving van De Orde. Handdoeken moeten precies zo opgevouwen zijn en liefst op volgorde van versletenheid op een stapel in de kast liggen. De oudste bovenop. De vaatwasser moet je precies zo en zo inrichten zodat er zoveel mogelijk in past en dat alles goed schoon en droog wordt. Glazen, borden en kopjes moeten precies zo en zo in de kast staan. Schoenen, tassen en stripboeken mogen niet rondslingeren. Eigenlijk mag niks rondslingeren. Ik ben van de efficiëntie en effectiviteit. Risicomijdend en doelgericht. Dus, ja Joep, kom mij maar niet tegen. Want ik ruim je op!

Muggen uit de porseleinkast

Bloeddorstig zoemend zweeft zij
Aan kop en schoteltjes voorbij
Vederlicht, zes pootjes ragfijn
Onschadelijk voor ’t porselein
Geen probleem, hooguit irritant
Tot ze plots verandert in een olifant
Alweer ligt in luttele momenten
Het hele servies in gruzelementen
Maar vanaf nu ben je op je hoede
Bij de eerste tekenen van woede
Jaag jij voortaan alvast
Alle muggen uit de porseleinkast

Complex

Hoewel ik mezelf graag zou zien als simpel, geloof ik dat ik eigenlijk het tegenovergestelde ben. Misschien is mijn ziel wel simpel, maar heb ik daar een heel complex van obsessies om heen gebouwd. Ik ben bijvoorbeeld sterk geobsedeerd door controle. Control freak. Andere obsessies van me zijn geldingsdrang, pietluttigheid en megalomanie.

Misschien moet ik ook wel niet te negatief oordelen over mijn palet aan obsessies. Een complexe wijn vinden we heel mooi juist omdat het een rijk palet aan smaken en geuren heeft. Nu ben ik bepaald geen wijnkenner, ik drink het zelden en ik heb er niets mee. Ik drink sowieso zelden. Heel af en toe schenk ik wel eens een heel klein glaasje Jenever in voor mezelf. Altijd Hooghoudt. Niet omdat ik een kenner ben, maar simpelweg omdat ik een trotse Groninger ben.

Een biertje lust ik op zijn tijd ook graag. Daar ben ik nauwelijks kieskeurig. Als het vers van de tap komt, haal ik mijn neus zelfs niet op voor Heineken. Het gezelschap vind ik belangrijker dan de kwaliteit van de pils. Een fijn gezelschap accepteert mij zoals ik ben. Een fijn gezelschap bestaat uit een niet al te groot complex van gevarieerde, niet al te simpele types. Ik hou van mensen met droge humor. Van mensen met een rijke fantasie. Van authentieke mensen, geen dikdoeners. Ongezoutenheid kan ik ook erg waarderen in mensen. Zeg maar waar het op staat. Zolang er maar niet op mijn simpele zieltje wordt getrapt. Zie je wel, helemaal niet kieskeurig dus.

De laatste tijd probeer ik de control freak in mij, naar de achtergrond te dringen. Vooral thuis. Het werkt verstikkend op de kinderen. Ze mogen namelijk geen fouten maken van mijn innerlijke control freak. Het lukt me erg slecht om die helemaal uit te zetten, maar het moet toch. Vandaag gingen ze samen pannenkoeken bakken. Aanvankelijk wou ik dat zelf doen. Beelden van halfgare, zwartgeblakerde pannenkoeken en een plafond waar het beslag vanaf drupt, speelden door mijn hoofd. Met heel veel moeite lukte het me om me er niet mee te bemoeien. Op gegeven moment ben ik maar naar boven gegaan omdat ik toch niet kon laten om ongevraagd advies te geven. Ik heb mijn bemoeizucht maar onderdrukt met de strijkbout. De pannenkoeken waren niet helemaal gaar, maar hun conclusie was dat ze volgende keer het vuur onder de pan wat lager moesten zetten. Helemaal zelf geleerd, zonder dat daarvoor een gecompliceerde autoriteit op het gebied van pannenkoeken bakken nodig was in de keuken.

Je zou denken dat het gecompliceerde mensen meer moeite zou moeten kosten om gelukkig te zijn. Zit complexiteit geluk in de weg? In complexiteit zit ‘m geluk toch niet? Geluk zit in kleine, eenvoudige dingen, zeggen ze toch? Een warme zonnestraal in het vroege voorjaar kan mij wel een intens gevoel van geluk geven. Misschien moet ik daarom inderdaad versimpelen. Maar misschien is die hang naar simplisme ook wel weer een obsessie. Nog een complex om mijn palet mee te verrijken.