ergernissen

Einde discussie

Zo kap ik regelmatig een gesprek af met een van mijn kinderen. Op zo’n moment erger ik me grondig aan mijn eigen onvermogen om volwassen te doen, maar kan het niet uitzetten. In zo’n “gesprek” luistert niemand, inclusief ikzelf. Dus is het ook geen gesprek. Het begint meestal met een ergernis over iets dat de ander alweer doet. Niet zelden start ik de aanklacht. Dan vraag ik of diegene er als-je-blieft mee wil ophouden. Natuurlijk heb ik altijd “sterke” argumenten. Meestal iets in de trant van: “anders gaat het kapot”. Dat gaat er natuurlijk nooit in, want het is nog steeds niet kapot ondanks al het zogenaamde schadelijke gedrag. Het leidt tot een klassieke welles-nietes-conversatie. Mijn wellesen omlijst ik met steeds meer bewijslast, maar de nietesen blijven me onverminderd om de oren vliegen. En dan ben ik het zat en blaf autoritair: “EINDE DISCUSSIE!”. Daarmee is het bepaald niet basta, want ik krijg een welverdiend: “BOEIEN!”. Het ging inderdaad weer nergens over.

Wrevelwoorden

Wroeten is een woord dat qua klank geweldig goed past bij de betekenis ervan. Bij wroeten stel ik me een woest gegraaf met je beide handen voor. Of lekker met je spitse neus, luid snuivend, als je geen handen hebt. Wie wroet is naarstig op zoek naar iets. Wroeten heeft iets groezeligs. Woorden die met “wr” beginnen gaan wel vaker over ongenoeglijke zaken, bedacht ik me. Wrak, wrat, wroeging, wrikken, wrok, wreken. Allemaal wrevelwoorden. Wroeten is eigenlijk vooral een wrevelwoord als iemand anders met z’n neus in jouw zaken zit te wroeten.

Toen ik laatst de kinderen weer terug naar hun moeder transporteerde (enigszins wrevelig, zoals wel vaker bij die autoritjes), gooide ik dit idee eens in de groep. Ik vond uiteraard weerklank. Dus ik voelde me aangemoedigd om een stapje verder te gaan. Bij woorden die met “vr” beginnen is het eigenlijk ook zo, oreerde ik. Zoals vrek, vrees, vreten, vriezen en, en, en…eh, wat eigenlijk nog meer? Waarop mijn zoon me droogjes aanvult: vrouwen? Toegegeven, daar moest ik smakelijk om lachen, maar het kwam hem natuurlijk wel op een kleine, corrigerende berisping te staan.

Samenleving

Platgeslagen wordt alles eenvoudiger. Als ik iets wil begrijpen, dan sla ik het goed plat. Platgeslagen is een samenleving precies wat het woord zegt. Leven dat je samen doet. Leven is iets waar we allemaal recht op hebben. In onze samenleving is dat recht voor iedereen even groot. Ik vind dat heel wezenlijk. Daarom begrijp ik niet waarom anderen op dit moment tóch hun eigen recht op leven boven dat van anderen denken te mogen stellen.

Op nogal argeloze wijze wordt maar even besloten dat ze “niet meer meedoen” met die “belachelijke maatregelen” van die malle overheid van ons. Nogal argeloos wordt door die mensen voorbij gegaan aan het recht op leven van andere mensen. Het is ze letterlijk een rotzorg of die mensen in de intensive care belanden. En het is ze een rotzorg dat daarmee ons zorgstelsel, dat er voor ons allemaal is, enorm onder druk komt te staan. Dat is hoe ik dit zie. Ik vind het echt onbegrijpelijk, hoe plat ik dit ook sla. En wordt er nou echt zoveel van ons gevraagd?

Ja, ik vind de sociale isolatie ook niet fijn. Ook ik mis het oude normaal. Ook ik verlang naar innige omhelzingen met mijn lieve medemensen. Maar in vergelijking met de lijdensweg van hen die vreselijk ziek worden na besmetting met het Coronavirus, en letterlijk voor hun leven moeten vechten, vind ik het een zeer draaglijke last. Als ik op die manier meevecht voor het leven van anderen, is het me dat meer dan waard. Niet meedoen is eigenlijk niet eens een optie. Dan zou je moeten emigreren denk ik. Naar een samenleving waarin samen leven niet zo hoog in het vaandel staat. Ik zeg het nog maar een keer: samenleving. Met de nadruk op samenleving.

Bokkige ram

Het begon allemaal zo lang geleden dat ik niet meer precies weet wanneer het begon. Ik hield van alle vrouwen, maar op gegeven moment kreeg ik de bok aan ze en ben ik ze over één kam gaan scheren. Ik was een lange tijd getrouwd met eentje, en die werd, zeg maar, een beetje mijn referentiekader, mijn modelvrouw. En jazeker, ik heb haar zelf ook op dat voetstuk gezet. Nu heb ik er dus veel moeite mee om te geloven dat vrouwen anders kunnen zijn dan mijn modelvrouw.

Vrouwen, ik dicht ze allemaal duistere krachten toe. Ze zullen me waarschijnlijk allemaal willen veranderen in een mak lam. Met veel wol en weinig geschreeuw. Nu begeef ik me hiermee natuurlijk op vreselijk glad ijs. Het makke lam blijkt ineens een ordinaire seksist te zijn. Met het uiten van dit soort meningen roep ik dat natuurlijk over me af. Dat oordeel is natuurlijk mijn deel als ik me afzet tegen de vrouwennatuur. Dit zwart-wit oordelen dicht ik ook toe aan het vrouwelijke. In mijn referentiekader is de vrouw namelijk een absolutist.

Hopelijk kan mijn bokkigheid me worden vergeven. Natuurlijk begrijp ik ook wel dat vrouwen niet allemaal hetzelfde zijn. Mijn vrouwbeeld is geblakerd en grimmig. Het is rancune. En vergis je niet, die rancune is ook naar binnen gericht. Mijn zelfbeeld is verbleekt en bitter. Het lam heeft zich los geworsteld. Het lam is een ooischuw ram, maar een ram desalniettemin. En een ram moet af en toe gewoon even de bok kunnen uithangen. Ik hou nog steeds van alle vrouwen. Mijn hart is veel te groot.

Breek en heel

Laatst brak mijn koffiekan. Aan de buitenkant zag je er niks van, maar te zien aan de plas koffie waarin het koffiezetapparaat stond was er iets mis gegaan tijdens het pruttelen. Ik tilde de koffiekan uit het apparaat. Het rammelde, en dat hoorde hij niet te doen. Zijn inwendige kan was gebroken. Zomaar. En ik had het koffiezetapparaat nog maar een paar weken, dus ik ging ervan uit dat het een garantiegevalletje zou zijn. Maar helaas pindakaas. In de voorwaarden staat glashelder dat het breken van glazen onderdelen niet onder de garantie valt. Pech gehad. Dat bleek later zelfs dubbele pech, want mijn kan bleek ik nergens los te kunnen bestellen. Dus mijn gloednieuwe koffiezetter verhuisde van aanrecht naar berging.

Wat een strop. Ik schoot er pardoes van in mijn zwart-wit-stand. Dan maar geen koffiezetapparaat. Ik dronk tóch teveel koffie. Bovendien heb ik de senseo nog. En als ik zin heb in lékkere koffie, heb ik ook de cafetiere nog. Met vers gemalen koffie zet je daarmee ongeëvenaard lekkere koffie. Dus ik snorde ook mijn oude koffiemolen op. Die stamde nog uit mijn koffiesnob-periode, en stond in een doos in de schuur stof te verzamelen. Ik maakte de koffiemolen schoon en lijmde zelfs het (ja, hét) deksel van het bakje waarin de gemalen koffie wordt opgevangen. Verse bonen erin, malen op standje grof. En even later genoot ik met gesloten ogen van een heerlijke dampende bak. Mijn cafetiere en koffiemolen wisten niet wat hen overkwam. Zoveel liefde ineens.

Toch knaagde het verhaal van die gebroken kan nog aan me. Wat belachelijk dat het niet onder garantie valt. En waarom kan ik nergens een vervangende kan bestellen? Daarom wijdde ik er maar eens een beleefde email over aan, gericht aan de afdeling service en support van de fabrikant (Melitta). Die verwees me vriendelijk naar zo’n onderdelenshop. Ze stuurden een link naar het artikel dat ik daar kon bestellen. De kan bleek te horen bij het voorgaande model. Hij zag er vrijwel hetzelfde uit, dus die ging waarschijnlijk wel passen. Kosten: 29,95, en daar kwamen nog 6 euro bij voor de verzending. “Ammehoela!”, dacht ik kwaad. Wat zijn dat voor fratsen?! Ik voelde me genaaid. Maar ik had nu wel een artikelnummer, dus ik zocht daar eens op. En warempel, ik vond dezelfde kan bij een een andere onderdelentoko voor 19,95. En als ik hem zelf ophaalde, geen verzendkosten. En laat er nou een filiaaltje niet ver bij me vandaan te zijn. Kortom: bestelling geplaatst, kannetje opgehaald, kannetje past prima in het nieuwere model koffiezetapparaat, joepie.

De cafetiere en koffiemolen kwamen ietwat beteuterd op me over. Geef ze eens ongelijk. Maar ik besloot de koffiemolen binnen handbereik te houden. Ik moest de bonen toch ook nog opmaken. Dus ik maalde maar eens een portie koffie voor het koffiezetapparaat. Natuurlijk honderd keer lekkerder dan de voorverpakte gemalen koffie. Dus de koffiemolen is weer in ere hersteld. Die staat weer trots te glimmen in de keuken. De kwaliteit van mijn koffie is er enorm op vooruit gegaan.

Dit verhaal is eigenlijk wel een beetje symbolisch. Soms moet er eerst iets breken voor het weer écht kan helen. De kwaliteit van de koffie is symbool voor de kwaliteit van het welzijn. Soms moet een mens breken om weer écht heel te kunnen worden. Breken is los komen van gewoontes, dingen, opvattingen, patronen. Dat gaat meestal niet vrijwillig. Er moet een kleine ramp geschieden die ervoor zorgt dat je breekt en er van binnen iets knapt. Een depressie of zo. En daarna blijk je wonderwel en boven al je verwachtingen te helen en wordt je een betere versie van jezelf. Dus ik ben blij dat die koffiekan brak en inwendig knapte. Maar desalniettemin hoop ik dat de vervangende kan minder knap knappen kan als die oude kan kon knappen.

Misschienmoeheid

Buiten, in de natuur, speelt onze crisis totaal geen rol. Of misschien toch. De natuur kan veel ongestoorder z’n gang gaan nu de mensen binnen blijven. De natuur is bij mij om de hoek, dus ik breng het dan af en toe maar een bezoekje. Die natuur heeft geen weet van onze coronacrisis, en dat zou ik zelf ook best willen.

Eigenlijk wil ik over covid-19 alleen weten wat er toe doet. Ik wil alle misschiens en waarschijnlijkheden dus liever niet horen. Dat we misschien toch niet imuun kunnen worden, of waarschijnlijk toch wel als je symptomen niet te licht waren, heb ik niets aan. Dat het virus zich zo snel kan muteren dat we misschien wel nooit imuun kunnen worden, wil ik al helemaal niet horen. Ik leid aan misschienmoeheid. Doe maar mij maar zekerheden. Dat wil natuurlijk iedereen.

Nou wil ik natuurlijk ook niet per se horen dat op (bijvoorbeeld) 18 september 2031 rond theetijd covid-31 (het tot killervirus doorgemuteerde covid-19) zal uitbreken en dat deze waarschijnlijk een sterfte-ratio van 20% zal hebben. Laat doemscenario’s ook maar weg uit het nieuws. Doe mij dan maar vooral opbeurende zekerheden dan. Zo van: Het is aangetoond dat onbaatzuchtigheid je imuunsysteem tot 80% effectiever maakt in de bestrijding van net gelijk welk virus. Lang leve de naïviteit natuurlijk, maar ik ben nou eenmaal een onverbeterlijke optimist.

Huishouden

Sinds gisteravond ben ik me ineens gaan afvragen wat een huishouden precies is. Want, uitgezonderd van de leden van één huishouden, mogen we tot 1 juni van dit jaar niet meer samenscholen. Er staat een vette boete op het niet op afstand blijven van elkaar. Maar dat geldt dus niet voor leden van een huishouden.

Maar wat is een huidhouden dan precies? Dus ik raadpleegde het grote wijze internet maar eens en vond (onder andere) deze vier definities:

Definitie 1 (bron): Een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Vaak is een huidhouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksbinding.

Definitie 2 (bron): Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften

Definitie 3 (bron): Een aantal personen dat in gezinsverband leeft en als zodanig als een eenheid wordt beschouwd.

Definitie 4 (bron): aanduiding voor in vast verband samenlevende partners, eventueel met (hun) kinderen.

Hieruit kan ik de verontrustende conclusie trekken dat mijn kinderen en ik geen huishouden meer zijn. We wonen namenlijk niet op één en hetzelfde adres, en hun ouders zijn geen partners meer die in vast verband samen leven. Beste overheid, geef mij meer duidelijkheid, want anders ga ik binnenkort failliet aan boetes wegens het illegaal knuffelen van mijn kinderen.

Puzols

Legpuzzels maak ik maar één keer. Daarna gaan ze in de kast om stof te verzamelen. Misschien dat ik een reeds door mij gelegde puzzel na vele jaren nog eens overweeg, maar dan blijft het bij de overweging. Het staat me altijd tegen om een legpuzzel meer dan één keer te maken. Legpuzzels maken is voor mij blijkbaar iets éénmaligs. Een in beton gegoten principe die mijn nogal definieert. Diezelfde hoekigheid laat me ook verbazen over het feit dat menigeen de dubbele ‘z’ in ‘puzzel’ weigert te erkennen. Het is puhzol en niet puuzol. Maar ach, wie ben ik om daarover te oordelen. Taal denken te kunnen beteugelen is dwaas. Zo dwaas als Don Quichot’s strijd tegen windmolens. Taal kronkelt en trekt zich weinig aan van principes en hoekige karakters.

Verdwazing

Verbazing leidt er bij mij dikwijls toe dat ik het hier uit. Ik verbaas me dagelijks, en dat is natuurlijk goed. Maar er is blijkbaar een grens aan je capaciteit voor het verwerken en te boven komen van verbazing.

Op gegeven moment kan je de overvloed aan verbazingwekkende prikkels niet meer aan en gaat je kop over in een stand van verdwazing. Je wordt er volledig door uit het lood geslagen. Totale versuffing. De weg is kwijt. De wereld stort in. In een soort mentale implosie wordt je in één klap frontaal met de kern van je wezen geconfronteerd.

Ik herken deze momenten intussen als situaties waarin je ziel met volle gewicht aan de noodrem hangt. Crisis. Alles moet dan even helemaal stoppen. Alles.

Het is dan tijd, nee bittere noodzaak, om even heel rustig en precies al je gedachten te sorteren. Welke zijn te groot en welke te klein. Welke zijn onzin en welke zijn waar. Je brengt het allemaal weer in normale proporties. Tot de orde in je kop zich herstelt. Tot de mist in je hoofd weer optrekt. Tot je weer je scherpte terug hebt. Tot je weer voldoende bent ontdwaasd om je verbazende werkelijkheid weer aan te kunnen.

Pas dan kom je weer in beweging en hervat je jouw koers. Niet die van een ander, maar die van jou zelf.

Argwaan

Op een schaal van naïef tot paranoïde zit ik volgens mij links van het midden. Misschien zelfs te veel naar links. Maar ik schiet radicaal naar rechts als iemand mij iets wil verkopen. Maximale argwaan. Ik vertrouw geen enkele verkoper. Als mij in de winkel wordt gevraagd of men mij ergens mee kan helpen zeg ik ook steevast: als ik hulp nodig heb, vraag ik het wel. Laat me alsjeblieft gewoon rustig snuffelen. Voor marketeers voel ik regelrechte haat. Geld-uit-de-zak-kloppers zijn het. Leur ergens anders met je prullaria. Vlieg op met je gelikte praatjes want ik geloof je bij voorbaat niet. Deze mensen worden gedreven door bonussen. Ze werken vanuit hun eigen belang, niet die van de consument. Ze verkopen om het verkopen. Een goed product verkoopt zichzelf, zegt mijn innerlijke boomer. Reclame voor een product is prima, zolang het maar niet opdringerig wordt. Ik heb ook een grondige hekel aan schreeuwreklame. Ik hoor daarin alleen maar de boodschap: koop dure spullen die je niet nodig hebt! Van gerichte reclame schiet ik ook meteen in de argwaanstand. Vandaar dat ik alle digitale reklame zoveel mogelijk blokkeer. En tóch zou mijn koopgedrag dan nóg beïnvloed zijn. Ik overweeg kluizenaarschap.