Filosofie

Stormwezen

Hoe hij het wezen ooit verleerde weet hij niet meer. Hij wist alleen dat hij bijna niet meer was. Hij was nog slechts een schimmig wezen in een geleefd bestaan. Echt zelf zijn deed hij niet meer. Het was meer dat hij wérd geweest. En als hij per ongeluk wél zelf was voelde dat zo vreemd dat hij dacht dat hij niet zichzelf was. Het zijn overkwam hem dus vooral. Hij was gewend om geweest te worden. Hij was als een blad dat door een steeds sterker wordende wind werd opgejaagd. En de wind werd sterker en sterker. Groeide uit tot een razende storm. Maar hoe hard het ook raasde, het kon zich niet van het blad ontdoen. En in dat ziedend heldere moment besefte hij zijn vergissing. Hij was én de storm, én het blad dat daarin gevangen zat.

Oordelen of accepteren

Niet oordelen is moeilijk, weet ik. Ik betrap me er nog vaak op. Misschien is het voor een mens gewoon ook wel onmogelijk om nooit te oordelen. Dit is hoe ik oordelen heb leren zien: je vormt een mening over hoe iemand is op basis van wat je op dat moment waarneemt. Iemand doet nu ongeduldig, dus je oordeelt dat die persoon altijd ongeduldig is. Iemand ziet er nu onverzorgd uit, dus je oordeelt dat die persoon zich altijd slecht verzorgt. Dus je verwart dan doen met zijn, of heden met altijd.

Misschien als je het gedrag bij de persoon heel vaak waarneemt en nauwgezet bijhoudt in logboekjes, zou je die persoon kunnen labelen met dat gedrag. Maar ook dan verwar je doen en zijn. Misschien kunnen we aan Google, Facebook en andere sociale platformen vragen of we hun logboekjes over ons doen en laten mogen inzien. Maar goed, het is veel werk om voor iedereen die je in je leven ontmoet bij te houden of het gedrag consistent genoeg is voor een definitief etiket.

Toch onthouden we onwillekeurig hoe mensen zich gedragen. Vertrouwen is volgens mij afhankelijk van dat geheugen. Het duurt even om iemands vertrouwen echt te winnen. Vertrouwen komt te voet. Je ziet consistent “betrouwbaar” (ook dat is een waardeoordeel waar oplichters dankbaar gebruik van maken) gedrag dat je gerust stelt. Dus deze persoon krijgt het etiket “betrouwbaar”. Dat doe je eigenlijk min of meer onbewust. Op een dag neem je bij die persoon “onbetrouwbaar” gedrag waar. Afhankelijk van je vertrouwen, krijgt de persoon nog enkele herkansingen. Maar na enkele foute gedragingen geeft het vertrouwen zijn paard de sporen en plak jij heel bewust het etiket “onbetrouwbaar” op die persoon. En kom maar weer eens van dat etiket af.

Vandaag betrapte ik mezelf op iets bijzonders in dit opzicht. Het lukt me merkwaardig goed om nagenoeg oordeelvrij te zijn over iemand waar ik al een tijdje heel nieuwsgierig naar ben. Ik zeg “nagenoeg” omdat ik merk dat ik het wel doe, maar dat ik die oordelen dan meteen ter zijde leggen kan met de gedachte: “dat ze dit nu laat blijken, betekent niet dat ze ook echt altijd zo is”. Blijkbaar kan ik wat ik nu waarneem gewoon allemaal accepteren, omdat ik me daar voor open heb gesteld. Dit staat natuurlijk wel haaks op hoe vertrouwen werkt, maar misschien betekent het dan ook dat ik haar dus onvoorwaardelijk en grenzeloos vertrouwen wil. Tja, wat zegt dit gedrag over mij? Oordeel maar.

Rotszorgen

De laatste tijd heb ik rotszorgen. Ik weet niet precies hoe ik nu rots moet zijn. Moet ik wel een rots zijn? Of is dat beter een zorg voor wat later? En de branding die ik op het oog heb, ligt nog op grote afstand. Eigenlijk weet ik niet eens waar die branding precies is. Allemaal onzekerheden. En dan sta je als rots ook niet echt vast.

Wie het gevoel heeft zich te moeten opwerpen als rots, gelooft dat er een branding is, of zal komen. Die opwerping moet niet alleen goed zijn gericht, maar ook goed getimed. Het is de kunst om precies als het nodig is die sterke, onverzettelijke rots in die woelige branding te zijn. Niet eerder. Tot die tijd zal de rots rusteloos moeten wachten.

De rugzak

We hebben er allemaal eentje. Een rugzak. Dé rugzak. Je draagt hem voor de rest van jouw rit. In de rugzak zitten dingen die je met je meedraagt. Voor altijd. Dingen die in de loop van je leven bij je zijn gaan horen. Herinneringen, confrontaties, tegenslagen, overwinningen. Allemaal dingen die jou definiëren. Onuitwisbare dingen. Dingen die jou hebben gevormd. Accepteer het maar.

Het aantal dingen neemt tijdens je leven gestaag toe, maar of de rugzak zwaarder wordt hang af van het gewicht dat je zelf aan de dingen geeft. Als de rugzak te zwaar voelt, dan moet de rugzak maar weer eens open. De dingen die te zwaar zijn zitten geheid onderin, dus hij moet even helemaal leeg. Al jouw dingen liggen dan even open en bloot. Kijk er maar eens goed naar. Daardoor krimpen ze soms vanzelf al. In je hoofd had je ze misschien weer eens uitvergroot.

Je rugzak uitstorten is jezelf met jezelf confronteren. Wees maar eerlijk over jezelf en de dingen in je rugzak. Ze zijn wat ze zijn. Niet meer en niet minder. Stop ze dan behoedzaam één voor één weer terug in de rugzak en hijs die weer op je rug. En dan weer met frisse moed en lichtere tred je pad vervolgen.

Touwtjes

Het voelt goed om keuzes te maken. Iedere keuze bepaalt een stukje van de toekomst. Als het precies zo uitpakt als je dacht, dan is dat mooi, want dan was de keuze goed. En als het allemaal een beetje anders uitpakt, dan is het ook mooi, want dan weeg je een volgende keuze weer een beetje beter af.

Je leert eigenlijk altijd van je keuzes. Vooral als je zelf en bewust kiest. Bewust van de gevolgen van de keuze. Het maken van de keuze kan spannend zijn als de gevolgen ver in je leven strekken en/of niet omkeerbaar zijn. Ik vind die spanning stiekem best wel lekker. Op momenten voordat ik een spannende beslissing neemt, voel ik dat ik leef. Dus rek ik die momenten zo lang als ik durf.

Je kunt je verstand gebruiken om te kiezen, maar ook je onderbuik. Soms kan mijn verstand de keuze niet maken, terwijl mijn onderbuik het wel weet. Dan luister ik vaak naar die onderbuik. Je kan trouwens ook altijd besluiten om niet te kiezen, maar dan verandert er ook niks. En op zichzelf is dat natuurlijk ook altijd een keuze.

Het voelt voor mij goed om mijn eigen keuzes te maken. Dat heb ik een veel te lange periode te weinig gedaan. Ik had op gegeven moment nog maar heel weinig eigen touwtjes in handen. Misschien kwam dat omdat ik geloofde dat je altijd alle keuzes met je verstand moet maken. En dat is dus onzin, weet ik nu. Kiezen met gevoel kan me meestal veel gelukkiger maken dan kiezen met mijn verstand.

Als je écht zelf kiest, dan draag je daar ook veel makkelijker de verantwoordelijkheid voor. Een eigen keuze is een eigen touwtje. Soms werkt dat trouwens ook andersom. Als de keuze voor jou is gemaakt door iemand anders, en er is niets meer aan te doen, dan kun je meestal niet veel meer doen dan je lot accepteren. Maar dat hoeft niet te betekenen dat je het lijdzaam moet ondergaan. Door dan verantwoordelijkheid te nemen, wordt het toch jouw touwtje. Die bewuste binding met de touwtjes is denk ik ook waar het uiteindelijk om gaat.

Er zijn altijd touwtjes in je leven. Teveel is niet goed, maar te weinig ook niet. Wat teveel/te weinig is, bepaal je vooral zelf. Touwtjes moet je vast pakken of juist niet, maar ook los laten of juist niet. In wezen zijn dat de vier oerkeuzen in het leven van een mens.

Onvolkomenheden

Gek hoe een volkomen normaal woord ineens heel vreemd klinkt. Dat overkomt me dikwijls, en deze ochtend om onverklaarbare reden ineens ook bij “onvolkomenheden”. Ik werd er min of meer mee wakker. Mijn brein bevond zich nog in een halve sluimerstand. In mijn hoofd liepen op dat moment de betekenissen van onvolkomen en onvoltooid door elkaar. Nee, het was eerder een ontmoeting. Als twee honden snuffelden de woorden aan elkaars achterste. In een vage, filosofische droom waar ik op dat moment uit ontwaakte zei iemand in een interview op televisie dat een Stradivarius en een Perzisch tapijt met elkaar gemeen hebben dat ze elk uniek én imperfect zijn. “Logisch”, dacht ik half wakker, “onvolkomenheden maken dingen en mensen authentiek”. En iets dat onvolkomen is, is nog niet helemaal voltooid. Daardoor klonk “onvolkomenheden” in mijn hoofd plotseling als een synoniem voor onvoltooid tegenwoordige tijd. Je zou toch maar zo wakker worden. Gebeurt me dus wel eens. Een authentiek weeffoutje.

Pendelvader

Vader zijn is de helft van mijn identiteit. Minstens de helft. Zonder mijn kinderen voel ik me maar half mezelf. Hun ouders zijn al enkele jaren uit elkaar nu. De kinderen zijn regelmatig bij me. Er is nu genoeg ruimte in mijn huis voor ons alle vijf. En ze voelen zich ook thuis bij me. Dat merk ik aan hoe vrij ze zich voelen. En als ze er zijn voel ik me ook meer thuis in mijn huis. Ik voel me dan zelfs meer thuis in mijn eigen lichaam. Ik ben dan volop vader.

Hun moeder en ik zijn dus al een tijd niet meer samen. De afstand werd onoverbrugbaar. Ik was mezelf totaal kwijt geraakt. Wanhopig klampte ik me nog vast aan illusies, maar het luchtkasteel verging onherroepelijk in een alles verwoestende orkaan. En in in het oog van die orkaan vond ik mijn verloren gewaande zelf terug.

Nu, zo’n drie jaar verder, is mijn achterstallige zelfkennis enorm bijgespijkerd. In mijn hoofd is het helder. Mijn leven vult zich weer. De holte die ik nog voel is de ruimte die achter is gebleven na de scheiding. Gedurende je leven breng je steeds nieuwe lagen aan om je kern. Daar is een grote hap uit waardoor de binnenste kern weer bereikbaar werd. De hap is de holte. Maar gelukkig groeien er weer nieuwe, betere lagen overheen.

Als mijn kinderen bij me zijn voel ik me dus vollediger. Het liefste had ik ze altijd bij me in huis, maar ik weet dat dat niet kan. Ik weet ook niet of ik het wel wil. Ik geniet ook van de rust als ze er niet zijn. Ik zie uit naar hun komst, maar ook naar hun vertrek. Dus ik ben een pendelvader: zoals de kinderen pendelen tussen mij en hun moeder, zo pendel ik tussen emoties. En ook dat went.

Bezield worden

Bezield worden is natuurlijk het opnieuw aanleggen van een ziel. De oude kasseien worden met een shovel opgeschept en gestort in de laadbak van een kiepwagen. Als die vol is, rijdt deze naar een een zwakke dijk en stort daar jouw kasseien. Een goeie bestemming. Even lig je open en blootgesteld aan de elementen, maar je voelt je veilig. En je hebt geluk, want het begint te regenen. De druppels vinden direct hun weg naar je diepste wezen. Intussen werkt de ander aan je herbezieling. Eerst wordt een koele, zachte laag zand als een deken over je heen gelegd. De zandlaag wordt zachtjes aangetrild. Je beeft daar niet van op je grondvesten, maar vibreert precies op de goeie frequentie. Jouw resonantiefreqentie. Frisse ideeën trillen door je heen. Levenslessen vibreren zich op hun plek. Als dat klaar is voel je hoe nieuwbakken klinkers precies op de goeie plek worden getikt. Met iedere steen ben je heler. Met iedere steen ben je completer. Weldra ben je gewoon weer de oude, maar dan een nóg betere versie.

Het is me weer eens overkomen. Ik wist niet eens dat ik er weer aan toe was. Er was niks mis met mijn ziel namelijk, dacht ik. Maar toch raakte ik bezield. Dat ging heel spontaan. Je ziel weet zelf wanneer bezieling nodig is. En weet je wat nou zo mooi is? Degene die je bezielt, wordt automatisch ook terug bezield. Dat gaat als het goed is helemaal vanzelf. Iemand die jou bezielt trilt in zekere mate met jou mee. Je ziel heeft een zekere bandbreedte van frequenties waarin het prettig trilt. Mensen met veel overlap in die bandbreedte kunnen elkaar heel makkelijk bezielen. Dat zijn zielsverwanten. Soul mates. Als een zielsverwant je bezielt, dan voelt het extra goed. Bijna té goed.

De Opticynist

Het leven is mooi. Laat ik dat alvast voorop stellen. Altijd de optimist natuurlijk. Waarschijnlijk is het kenmerkend voor de fase waarin ik mij momenteel bevind, dat sterker waarderen van het leven. Het is een soort bezwering eigenlijk. In deze tweede helft van mijn bestaan zal ik verdomme meer van het leven genieten, zowaar ik Mark heet. Niets zal mij daarvan natuurlijk ook kunnen weerhouden. Het leven zal mooi gevonden worden als is het het laatste wat ik doe! Mij krijg je er sowieso niet onder. Mijn natuur is te weerbarstig. Dus geef ik aan alles met mijn grootste overtuiging de positiefste draaien. Zo van: die permanente, wazige vlekken in mijn blikveld maken de zonsondergang voor mij natuurlijk een uniek, psychedelisch spectakel! Opticynisme. Een zegen.