Filosofie

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.

Advertenties

Cirkel

Er zit een denkbeeldige cirkel om je heen. Die van mij is kapot. Dat heeft mijn therapeut uitgelegd. Ze tekende een poppetje op het bord. Dat moest mij voorstellen. Er omheen tekende ze een cirkel. Dat is de grens om je heen waardoor je anderen wel of niet toelaat. Bij “normale personen” werken verstand en emotie goed met elkaar samen om te bepalen wie of wat je toelaat.

Je verstand en je emotie hebben een ouder-kind-relatie. Je verstand is de ouder, je emotie het kind. Het kind moet luisteren naar de ouder. Maar de ouder moet het kind verzorgen en beschermen. Als die relatie is verstoord, dan werkt je cirkel niet meer goed. Je bent dan niet meer goed in staat om je grenzen te verdedigen. Om dit te illustreren veegde ze met haar vinger delen van mijn cirkel weg op het bord. Daardoor kunnen bepaalde mensen en de dingen die ze zeggen ongehinderd bij je binnen komen. Je voelt je dan onveilig en aangevallen. Ze tekende allemaal pijlen die van alle kanten door mijn cirkel heen kwamen en direct bij het arme poppetje uitkwamen.

Door trauma’s als gevolg van heftige gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld, scheiding van ouders (check!), het verliezen van een dierbare persoon (check!) en stelselmatige miskenning en vernedering (check!), kan de relatie tussen je verstand en je emotie behoorlijk scheef zakken. In mijn geval heeft mijn verstand een vesting gebouwd en mijn emotie daarin opgesloten. Verdrongen, afgewezen. Mijn verstand bepaalt nu helemaal in z’n uppie wie er in mijn hoofd wordt toegelaten: in principe niemand. In principe is alles een aanval op mij.

Mijn relatie is in een grote crisis terecht gekomen en ik kon mijn koffers pakken. Kort daarna kwam ik in een diepe depressie. De hele bodem viel onder me vandaan. Schreeuwend en brullend brak mijn emotie vrij uit de vesting, en ging de strijd aan met mijn verstand. In al zijn furie haalde mijn emotie fel uit. Natuurlijk sloeg mijn verstand bikkelhard terug. Ga terug in je hok, en blijf daar!

De emotie heeft zich weer terug getrokken, maar ik voel het in me branden. Ik voel weer. Mijn emotie is de underdog die tegen alle waarschijnlijkheid in beseft dat het lot van mijn hele wereld van hem afhankelijk is. Hij moet het opnemen tegen het oppermachtige verstand. Dat verstand is verbitterd en verworden tot een kille, sinistere entiteit. Mijn emotie moet het daartegen opnemen en de balans weer herstellen. Misschien moest ik nu ook maar een fantasy-saga à la Lord of the Rings gaan schrijven.

Zacht

Hou het zacht. Dat is een advies dat ik onlangs van iemand kreeg. Meer een voorschrift dan een advies eigenlijk. Hij zag namelijk verharding bij me. Dat kwam door hardheid die ik voelde van iemand anders. Nou ja, eigenlijk is ze niet “iemand anders”. Alhoewel, ze is niet meer de persoon die ik dacht te kennen.

Maar ik ken mezelf ook niet meer terug, dus ik vind dat ik niet mag oordelen over haar “andersheid”. Misschien was zij al die tijd wel gewoon hetzelfde, maar zie ik haar nu anders. In ieder geval voel ik van haar kant hardheid. En ik merk dat ik me aan het bewapenen ben. Klaar om uit te halen.

Goed, ik moet het dus zacht houden. Zacht zijn naar iemand is ontvangen zonder te oordelen. Zacht zijn is luisteren en voelen. Zacht zijn is verdragen. Zacht zijn is niet alles voelen als een aanval. Zacht zijn is ontwapenen, jezelf kwetsbaar maken. Zacht zijn vraagt moed. Voor mij voelt zachtheid dus als het tegenovergestelde van wie ik ben geworden. Empathie tegenover agressie.

Ik zou die voorgeschreven zachtheid eigenlijk eerst naar binnen moeten richten. Mezelf verdragen zoals ik ben. Zachtheid is misschien wel de nieuwe betekenis die ik zoek in mijn leven, mijn spirituele pad. Ik zeg “misschien” omdat ik onzekerheid voel, en ongeloof. Kan ik mijn leven echt verrijken met zachtheid? Mijn barricades voelen zo vertrouwd. Die heb ik in de loop der jaren opgeworpen om mezelf te beschermen.

Ik mocht niet dom zijn. Ik mocht niet onhandig zijn. Ik mocht niet zwak zijn. Maar ik mocht ook niet te slim zijn. En niet te handig. En niet te sterk. Dat is mijn stelsel van barricades. Ze hebben me gedefinieerd en ik ben er mee versmolten. In alle zachtheid die ik naar mezelf kan opbrengen vind ik dat ik mezelf eigenlijk niet mag identificeren met mijn barricades. Ze zijn namelijk niet echt.

Depressie

Laatst legde ik aan iemand uit dat ik in een zware depressie was terecht gekomen. Terwijl ik dat zei kwam het woord “depressie” me ineens vreemd voor. Alsof er iets niet klopt. Alsof het helemaal niet past bij de toestand waarin iemand verkeert die diep in de put zit. Depressie betekent volgens mij letterlijk “drukverlaging”. Verlichting dus eigenlijk, en ontspanning. Maar als ik in de put zit voel ik het omgekeerde. In de put voel ik me zwaarmoedig en gespannen, en het is donker in de put.

In de meteorologie is een depressie een gebied met lage luchtdruk dat ontstaat in het grensgebied tussen twee verschillende luchtsoorten. Er kan dan een atmosferische stofzuiger ontstaan die de lucht opzuigt. Daar waar de lucht dan wordt weggezogen ontstaat een lagedrukgebied. De luchtdruk is daar verlaagd. In de kern van zo’n depressie is het heel rustig. Het waait bijna niet en de zon breekt zelfs door. Ja ja, verlichting! Maar het is vaak een voorbode voor slechter weer. De beruchte stilte voor de storm. Als zo’n depressie over het land trekt heb je ten Noorden en Zuiden van het depressiegebied sterke verschillen in weer en wind. Als een depressie lang op één plek blijft, dan blijven die sterke weersverschillen ook langer aan.

Ik begin parallellen te zien met het weer. Mijn depressie is ontstaan op het grensvlak van twee waarheden. Een hoog waarheidsgebied botste met een laag waarheidsgebied. Er ontstond een psychologische stofzuiger die mijn opgeblazen ego opzoog. Als ik door het land trek ontstaan er ten Noorden en Zuiden van mij sterke verschillen in humeuren en gemoedstoestanden. Als ik lang op één plek blijf hangen houden die sterke verschillen in gemoedstoestanden ook langer aan. Daarom is het maar goed dat ik ben weggedreven. Momenteel ervaar ik inderdaad rust en verlichting. Logisch, want ik ben zelf de kern van mijn depressie. Gisteren dreven de twee waarheidsgebieden weer te dicht naar elkaar toe en voelde ik de bui komen. Toen we weer uiteen dreven voelde ik de spanning verminderen. Het heeft nog wel wat gemiezerd bij me.

 

Uit fase

 

Iedereen heeft een eigen belevingswereld, een eigen werkelijkheid. Dat mag! Het is zelfs niet gezond als je niet je eigen wereld hebt. Je moet goed zorgen voor je wereld. Jouw perspectief. Want jouw wereld draait om jou. Jouw wereld maakt jou. Met jouw wereld geef je een stukje momentum aan de grote buitenwereld die je deelt met alle andere mensen. Soms moet je wel eens tegen de wereld in draaien om verandering teweeg te brengen.

Mijn wereld is laatst nogal abrupt tot stilstand gekomen. Maar de grote buitenwereld om me heen draait gewoon keihard door natuurlijk. Dat ik met alle macht aan de noodrem trok had daar geen waarneembaar effect op. Ook de wereldjes van de mensen die dichtbij me staan draaien gewoon door. Ze zien mij wel, maar in het voorbij gaan. Bewogen en onscherp.

Door te verstillen (letterlijk) en diep naar binnen te kijken zie ik mezelf scherper dan ooit. Pijnlijk scherp. Wat ik zie is de naakte waarheid over mezelf. Zonder te oordelen. Het is wat het is. Het mag ook zijn wat het is. Het is alsof ik nu eindelijk de juiste combinatie van sluitertijd en diafragma heb gevonden om mezelf met de juiste scherptediepte te fotograferen. Ik zie nu alle nerven, grilligheden, vlekken en beschadigingen. Ik. Een blad aan een boom. Nog lang niet tijd om los te laten.

20171127_220751.jpg

De mensen om me heen zien mij nog onscherp. Alsof ze me door en beslagen ruit zien. Stel je voor dat jou lukt om een foto van mij te schieten, terwijl jij draait in je eigen snelle wereld. Je ziet een blad. Eentje van vele bladeren aan de boom. Omdat ik een blad ben weet je dat ik nerven heb, en grilligheden, vlekken en vast ook wel onvolkomenheden (want wie is er perfect?). Maar zie je het ook echt? Toen ik zelf nog heel hard rond tolde in mijn wereld zag ík het ook niet.

20171127_220928.jpg

Ik kom weer in beweging, maar langzaam. Nog tijdelijk in de war… Ik loop nog uit de pas met de rest van de wereld. Uit fase met mensen die me lief zijn. En ik zet ook niet meteen alle registers weer open. Sommige registers wil ik helemaal niet meer gebruiken, of voorlopig niet, of gewoon minder. En steeds als ik heel voorzichtig zo’n register open schuif, zie jij mij een beetje scherper. Alsof ik strepen trek over jouw beslagen ruitje.

20171127_212143.jpg

Geestelijke gezondheid

Als er iemand niest, dan roepen we allemaal snel: “gezondheid!” om een verdere verslechtering van de fysieke gezondheid van de niezende persoon af te wenden. Eigenlijk onder het motto: baat het niet dan schaadt het niet. Zij die niezen worden gewoon standaard beterschap gewenst. Een stukje morele steun voor hen die duidelijk tekenen van verminderde gezondheid tonen. Immers, een nies is een duidelijke boodschap van je immuunsysteem. Het protesteert luid en duidelijk dat je gezondheid op het spel staat.

Een nies is natuurlijk geen echte boodschap, maar dient er gewoon toe je luchtwegen te ontdoen van prikkelende stofjes. Het is één van de krachtigste reflexen van je lichaam. Een goeie nies lucht op. Een halfbakken nies, je weet wel, zo’n netnietnies, heb je natuurlijk niks aan. Als je niest, doe het dan goed.

Nu vraag ik me af: kun je ook geestelijk niezen? Hebben we een geestelijk immuunsysteem? Kan dat immuunsysteem luid en duidelijk kenbaar maken dat je geestelijke gezondheid op het spel staat. Hebben we ook een mentale reflex om onze denkwegen te ontdoen van prikkelende gedachten?  En als we zo’n mentale nies van een ander waarnemen, zouden we dan ook automatisch “geestelijke gezondheid!” roepen? Het schaadt vast niet als we dat zouden doen. De geestelijk niezende is gebaat bij onze morele steun.

Misschien is er ook een geestelijke variant van de netnietnies. Je voelt de kriebel ontstaan in je denkwegen. Een lekkere, krachtige mentale nies zou heerlijk zijn, maar het lukt niet. Een mentale netnietnies lucht ook net niet op. Of eigenlijk helemaal niet. De prikkelende gedachten blijven prikkelen. Je bent ze niet kwijt. En niemand wenst je geestelijk gezondheid toe. Je voelt je dus én slecht, én niet gesteund. Maar gelukkig is er  inderdaad een manier om mentaal te niezen: lachen! Gooi die slappe lach er maar uit, want het lucht op! Hoe harder je schatert, hoe beter. Daarom deze oproep: Steun je schaterende medemens, en roep “geestelijke gezondheid!”.

Er is natuurlijk nog een tweede manier van mentaal niezen: huilen. Ook wel bekend onder de synoniemen grienen en janken. Ik denk dat huilen nóg effectiever is dan lachen. Lachen en huilen gaan soms naadloos in elkaar over, omdat de grens tussen beide maar heel dun is. Lachen is gezond, maar huilen ook. Ik vind lachen wel veel makkelijker dan huilen. Een lachbui ontstaat veel makkelijker dan een huilbui. De lachreflex is sterker dan de huilreflex. Steun je grienende medemens maar zachtjes, met een aai of een knuffel. Laat iemand die huilt maar even goed uithuilen, want een halfbakken huil helpt niet. Moedig huilen maar zachtjes aan. Niets is namelijk zo schadelijk als iemand die zegt dat je niet mag huilen. Ingehouden huilbuien zijn slecht voor je geestelijke gezondheid.

Monsters

Ze lijkt dan wel schattig en onschuldig, maar dat is maar een facade. Hij kijkt daar natuurlijk dwars doorheen. Hij ziet haar voor wat ze werkelijk is: een monster. Dat is zijn gave. Hij ziet altijd het ware gezicht van monsters die doen alsof ze mensen zijn.

Vol afgrijzen moet hij toezien hoe het monster iedereen voor de gek houdt en telkens weg komt met zijn monsterachtige streken. Het is nooit de schuld van het monster. Altijd dat van een ander. Vaak ook dat van hem. Ze projecteren hun eigen slechtheid altijd op anderen. Natuurlijk gelooft niemand hem. Monsters hebben geen schattig en onschuldig voorkomen, dus hij heeft de schijn altijd tegen.

Hij veracht monsters. Hij haat het hoe ze hem minachtend aankijken met hun zelfingenomen blikken: ha ha, ik weet dat je mij doorziet, maar je kan me lekker niks maken. Lekker puh! Het is onverdraaglijk.

Hoe kan het dat hij als enige hun monsterlijkheid kan zien? Correctie: als enige mens. Onderling zien de monsters elkaar’s ware tronies wel, maar ze lijken elkaar maar moeilijk te verdragen. Alsof monsterlijke karakters van nature botsen. Dat is natuurlijk ook niet zo raar als je zo egocentrisch bent als monsters klaarblijkelijk zijn. Ze bejegenen elkaar al even minachtend als ze doen bij hem. Alsof hij ook een monster is. Tssss.