Filosofie

Mijn glas

Ik zie een glas, en die is halfvol. Met kleine dingen, maar ik eer ze. Het is een nieuw glas. Mijn glas. Helemaal weer zelf geblazen. Het oude sneuvelde in de koude oorlog.  Er zit nog steeds een scherf in mijn hart, als herinnering. Ook mijn ziel is op diverse plaatsen doorzeefd met de scherven van het oude glas.

Dus ik heb een gescheurd hart en een ziel vol gaten. Blijkbaar kun je dat overleven. Hoewel ik daar serieus aan heb getwijfeld. Mijn hele bodem klapte onder me vandaan. Eventjes hing ik als in een cartoon in de lucht tot de zwaartekracht me resoluut de diepte in trok.

Mijn duizelingwekkende tuimeling de diepte in leek eindeloos te duren. Maar ik sloeg geen cartooneske, Mark-vormige krater bij mijn uiteindelijke landing. Het tuimelen ging namelijk geleidelijk over in dwarrelen. Als een eikenblaadje dwarrelde ik vredig naar beneden. Ik landde versuft en enigszins verbaasd op mijn beide voeten.

Daar stond ik dan. Ik keek naar mijn blote voeten en werd me ervan bewust dat ik helemaal naakt was. Kleren maken de man ook helemaal niet. Ontberingen maken de man eerder, maar ik besloot mij zelf te maken. Om te beginnen met een nieuw glas. Om al mijn hervonden geluk in te kunnen doen.

 

Advertenties

Rancune

Woede moet je niet wegstoppen. Want dan verspeelt je je kans om je woede te uiten als het nog vers is. Opgekropte woede bederft. Het wordt bitter en gaat je van binnenuit  verteren. Je wordt er langzaam door vergiftigd. Alles wordt aangetast. Je rationele denkvermogen. Je relativeringsvermogen. En zeker ook je vermogen om anderen te vertrouwen. Iedereen die het niet met je eens is, is automatisch tegen je. Je ziet kritiek als een aanval op jezelf, zeker van iemand waar je kwaad op bent. Die persoon is de bron van jouw kwaad. De schuld ligt daar, niet bij jou. Zijn onvermogen om dat in te zien is voeding voor de woede die in je woekert. Die steeds machtelozer wordende woede wortelt zich dieper en dieper, en groeit uit tot wrok. Rancune.

Een rancuneus mens voelt zich slachtoffer, voelt zich machteloos. Alle verantwoordelijkheid voor zijn ellende ligt bij de ander. De rancuneuze mens trekt zijn eigen ketenen zelf wat strakker aan, en blijft ten enenmale blind voor zijn zelfgekozen slavernij. Eigenlijk kan alleen het eigen inzicht de onmacht doorbreken. Inzicht in de oorzaak van je onmacht. Inzicht in het proces dat het in stand houdt. Inzicht in je eigen natuur. Inzicht in je vermogen tot verandering. Geef een rancuneuze persoon de ruimte om tot dat inzicht te komen. Heb geduld. Heb vertrouwen. Heb lief.

anne-martha-nussbaum_zl-1024x1024

Grenzen

Mijn grenzen lijden aan achterstallig onderhoud. Zwaar achterstallig. Een grens is niet een lijntje dat je eenvoudig voor jezelf trekt en daarna van de hele wereld mag verwachten dat er te allen tijde rekening mee wordt gehouden. Dat is nogal naïef. Toch is dat de manier waarop ik met mijn grenzen om ben gegaan.

Een grens is een lijn tussen mij en jou. Ik ben hier en jij staat daar, aan de andere kant van de grens. De grens bakent een stukje van jezelf af. Een gebied van eigenwaarde. Een stukje identiteit.

Je zou je van je eigen grenzen dus goed bewust moeten zijn. Ze omlijnen immers een stuk van jezelf. Iets dat je niet wilt verliezen. Je moet je grenzen dus bewaken. Soms zwaar, soms licht. Dat hangt af van de grens en dat wat erachter ligt. En het hangt van het vertrouwen dat je anderen geeft, of andersom: het gebrek aan vertrouwen in anderen.

Nu ben ik dus aan het nadenken over mijn grenzen. Waar liggen mijn grenzen precies? En hoe zou ik ze moeten bewaken? Hoe maak ik anderen duidelijk waar mijn grenzen liggen? Als ik mezelf vanuit een helikopter bekijk, zie ik een eiland in de Waddenzee dat op drift is naar het Oosten. Het wordt bovendien steeds kleiner. Mijn grenzen zijn al jaren onderhevig aan erosie.

Mentale erosie. De “elementen” hadden jarenlang vrij spel. Ik liet het zelf toe, met als gevolg een mentale watersnoodramp. Er moeten dijken en stormvloedkeringen komen. Een mentaal Deltaplan. Maar dan moet ik eerst verder uitzoeken wie ik precies ben. En wat ik wel en niet wil. Daar omheen trek ik mijn grenzen. Duidelijke, niet mis te verstane grenzen. Tot hier en niet verder.

Blozende buitenbenen

20180316_223712.jpg

Vanmiddag kocht ik een zak vol buitenbeentjes. Op mijn fruitschaal lag nog één fatsoenlijke appel. Die is nu omringd door minderwaardigere gevalletjes, B-keusjes. Maar nu valt die ene dikkerd wel mooi uit de toon. Zo zie je maar hoe het tij kan keren in het leven.

Mijn lieve dochter vindt zichzelf ook een buitenbeentje, vertelde ze me laatst. Voor mij zal ze natuurlijk nooit een buitenbeentje kunnen zijn, maar ik begrijp wel hoe ze het zelf bedoelt. Ze is geen meeloper. Heeft een eigen mening. Laat zich niks wijs maken. Ze is een vurige meid die voor zich zelf op komt, en voor iedereen die haar lief is. Maar daarmee zet ze zich wel apart van de rest. En dat weet ze van zichzelf.

Gelukkig heeft ze nu twee vriendinnen van wie ze gewoon zich zelf mag zijn. Drie blozende buitenbenen die elkaar in hun waarde laten. Ze is er hartstikke gelukkig mee. Ze kan de vriendschap goed gebruiken want ze maakt een heftige tijd mee. Haar vader is namelijk uit de fruitschaal gevallen. Hij was het buitenbeentje van het gezin geworden. Hij viel uit de schaal, stuiterde een paar keer en rolde de verdomhoek in. Daar bleef hij een tijdlang gekneusd liggen. Een zielig en bitter geval.

Maar de kneus is uit zijn hoekje gekomen en is een eigen schaal begonnen. Daar ligt hij prettig op te blozen. Het komt wel weer goed met hem. Geregeld komen zijn vier oogappeltjes bij hem op de schaal om met hem mee te blozen. Geluk is een kwestie van kunnen blozen op je eigen manier. Blozen op de manier van een ander maakt je namelijk niet gelukkig. Ik kan het weten.

 

 

In het nauw

Als je je in het nauw gedreven voelt heb je het gevoel alsof je geen kant meer op kan. Het is een soort mentale dwangbuis. Je bent in je manier van denken ernstig beperkt. Voor je eigen bestwil, zo zeggen ze. Je weet ook dat het nodig is, want je was diep gezonken. Je weet ook dat je ze moet vertrouwen, want je bent zelf niet echt toerekeningsvatbaar. Je kijkt steeds schichtig om je heen, als een bang vogeltje.

Een vleugellam, zwak vogeltje in het nauw. Een hoopje ellende. Je ziet dingen die je verwarren en beangstigen. Het kan allemaal niet waar zijn. Versuft vraag je je af hoe je in deze situatie verzeild bent geraakt. Hoezo niet toerekeningsvatbaar? Hoezo zwak? Je gelooft het eigenlijk niet, en je probeert je er tegen te verzetten. Tegen beter weten, want je bent mentaal verlamd. Murw.

In het nauw gedreven. Je spartelt om los te komen. Maar je bent moe, en je vindt maar geen rust. Rust die je ontzettend hard nodig hebt. Rust om te denken. Rust om te bezinnen. Rust om te begrijpen. Je smacht naar die rust. Van binnen schreeuw je: laat me, laat me zijn wie ik ben! En tegelijkertijd weet je niet meer wie je bent. Anderen vertellen je wie ze denken dat jij bent, maar ze stuiten daar op een harde muur. Die kan onmogelijk bezwijken, want daarachter zit je laatste waarheid.

Als je het gevoel hebt dat je geen kant meer op kan, dan geloof je dat je maar twee opties hebt: opgeven of verzetten. Daar tussenin zit niks. In het nauw is het zwart of wit. De wanhoop van je situatie maakt dat je dat zo ziet. Mensen die je vertrouwde zeggen tegenstrijdige dingen, maar je weet het niet honderd procent zeker. Je ziet het allemaal niet scherp genoeg.

En dan rest je eigenlijk nog maar één ding: je kiest voor jezelf. Je pakt de controle over je eigen leven terug. Ten koste van iedereen die je lief hebt, maar je kan niet anders. Je zet een stevige stap naar voren. Uit het nauw.

Naar omstandigheden

Als iemand me nu vraagt hoe het met me gaat dan zeg ik: “naar omstandigheden goed”. Ik haal er mijn schouders maar een beetje bij op en probeer opgewekt te kijken. De vrager bedoelt het immers goed. En het gaat ook best goed met me. Omdat ik relativeer. De omstandigheden zijn inderdaad naar, maar ik maak er het beste van. Mijn glas is halfvol. Dat zeg ik de laatste tijd ook te pas en te onpas. Vooral om mezelf ervan te overtuigen, denk ik.

Omstandigheden. Een naar woord eigenlijk. En wat zijn het überhaupt voor dingen? Ze zijn in ieder geval vaag. Ja, schimmig, en staan maar een beetje om me heen. En als ik mijn blik er te lang op vestig, lossen ze op. Alsof een omstandigheid niet scherp gezien wil worden. Nogal wiedes eigenlijk, want dan is het niet langer vaag. Dus ik spied mijn omstandigheden grondig af, zodat ze in niets oplossen.

Omstandigheden hebben volgens mij altijd een beetje een ingetogen karakter. Ja, ze kunnen gunstig of zelfs ideaal zijn, maar bijvoorbeeld nooit feestelijk, gek, idioot, woest of hysterisch. Omstandigheden zijn doorgaans vrij mak, bij het laffe af eigenlijk. Hun gezamenlijke gemoedstoestand schiet nooit in het extreme. In het ergste geval zijn ze belabberd. En ze komen ook nooit alleen. Daarvoor zijn ze dus te laf. Een omstandigheid op zichzelf stelt niks voor. Pas als ze met meer zijn hebben ze impact. Daar zit dan ook hun zwakke plek. Verhulling en duisternis zijn ideale omstandigheden voor nare omstandigheden. Dus ik ga ze te lijf met een scherpe blik en een helder licht.

Hoe het nu met me gaat? Op zich goed. Ik weer me kranig tegen de nare omstandigheden, want ik zie ze voor wat ze zijn. Geloof ik.

Ontdekking

Ontdekking. Dat is dus eigenlijk letterlijk het tegenovergestelde van “dekking”. Ik denk aan schade die ineens niet meer vergoed wordt door je verzekering.  Ik denk aan het weer opruimen van borden, glazen en bestek op de tafels waar alweer niemand aan kwam zitten. Ik denk aan de abortus van een om wat voor reden dan ook ongewenst lam, veulen, kalf of kind.

En natuurlijk denk ik ook aan de blootlegging van iets dat verborgen lag. Dat kan van alles zijn. Een nieuw diersoort. Een nieuw talent. Een “nieuwe” planeet of een “nieuw” zwart gat (die zijn natuurlijk nooit nieuw). En een lijk kan ook heel goed verborgen liggen natuurlijk. Hopelijk was het geen zelfmoord, want dat is ontdekt door de overlijdensrisicoverzekering.

Cirkel

Er zit een denkbeeldige cirkel om je heen. Die van mij is kapot. Dat heeft mijn therapeut uitgelegd. Ze tekende een poppetje op het bord. Dat moest mij voorstellen. Er omheen tekende ze een cirkel. Dat is de grens om je heen waardoor je anderen wel of niet toelaat. Bij “normale personen” werken verstand en emotie goed met elkaar samen om te bepalen wie of wat je toelaat.

Je verstand en je emotie hebben een ouder-kind-relatie. Je verstand is de ouder, je emotie het kind. Het kind moet luisteren naar de ouder. Maar de ouder moet het kind verzorgen en beschermen. Als die relatie is verstoord, dan werkt je cirkel niet meer goed. Je bent dan niet meer goed in staat om je grenzen te verdedigen. Om dit te illustreren veegde ze met haar vinger delen van mijn cirkel weg op het bord. Daardoor kunnen bepaalde mensen en de dingen die ze zeggen ongehinderd bij je binnen komen. Je voelt je dan onveilig en aangevallen. Ze tekende allemaal pijlen die van alle kanten door mijn cirkel heen kwamen en direct bij het arme poppetje uitkwamen.

Door trauma’s als gevolg van heftige gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld, scheiding van ouders (check!), het verliezen van een dierbare persoon (check!) en stelselmatige miskenning en vernedering (check!), kan de relatie tussen je verstand en je emotie behoorlijk scheef zakken. In mijn geval heeft mijn verstand een vesting gebouwd en mijn emotie daarin opgesloten. Verdrongen, afgewezen. Mijn verstand bepaalt nu helemaal in z’n uppie wie er in mijn hoofd wordt toegelaten: in principe niemand. In principe is alles een aanval op mij.

Mijn relatie is in een grote crisis terecht gekomen en ik kon mijn koffers pakken. Kort daarna kwam ik in een diepe depressie. De hele bodem viel onder me vandaan. Schreeuwend en brullend brak mijn emotie vrij uit de vesting, en ging de strijd aan met mijn verstand. In al zijn furie haalde mijn emotie fel uit. Natuurlijk sloeg mijn verstand bikkelhard terug. Ga terug in je hok, en blijf daar!

De emotie heeft zich weer terug getrokken, maar ik voel het in me branden. Ik voel weer. Mijn emotie is de underdog die tegen alle waarschijnlijkheid in beseft dat het lot van mijn hele wereld van hem afhankelijk is. Hij moet het opnemen tegen het oppermachtige verstand. Dat verstand is verbitterd en verworden tot een kille, sinistere entiteit. Mijn emotie moet het daartegen opnemen en de balans weer herstellen. Misschien moest ik nu ook maar een fantasy-saga à la Lord of the Rings gaan schrijven.

Zacht

Hou het zacht. Dat is een advies dat ik onlangs van iemand kreeg. Meer een voorschrift dan een advies eigenlijk. Hij zag namelijk verharding bij me. Dat kwam door hardheid die ik voelde van iemand anders. Nou ja, eigenlijk is ze niet “iemand anders”. Alhoewel, ze is niet meer de persoon die ik dacht te kennen.

Maar ik ken mezelf ook niet meer terug, dus ik vind dat ik niet mag oordelen over haar “andersheid”. Misschien was zij al die tijd wel gewoon hetzelfde, maar zie ik haar nu anders. In ieder geval voel ik van haar kant hardheid. En ik merk dat ik me aan het bewapenen ben. Klaar om uit te halen.

Goed, ik moet het dus zacht houden. Zacht zijn naar iemand is ontvangen zonder te oordelen. Zacht zijn is luisteren en voelen. Zacht zijn is verdragen. Zacht zijn is niet alles voelen als een aanval. Zacht zijn is ontwapenen, jezelf kwetsbaar maken. Zacht zijn vraagt moed. Voor mij voelt zachtheid dus als het tegenovergestelde van wie ik ben geworden. Empathie tegenover agressie.

Ik zou die voorgeschreven zachtheid eigenlijk eerst naar binnen moeten richten. Mezelf verdragen zoals ik ben. Zachtheid is misschien wel de nieuwe betekenis die ik zoek in mijn leven, mijn spirituele pad. Ik zeg “misschien” omdat ik onzekerheid voel, en ongeloof. Kan ik mijn leven echt verrijken met zachtheid? Mijn barricades voelen zo vertrouwd. Die heb ik in de loop der jaren opgeworpen om mezelf te beschermen.

Ik mocht niet dom zijn. Ik mocht niet onhandig zijn. Ik mocht niet zwak zijn. Maar ik mocht ook niet te slim zijn. En niet te handig. En niet te sterk. Dat is mijn stelsel van barricades. Ze hebben me gedefinieerd en ik ben er mee versmolten. In alle zachtheid die ik naar mezelf kan opbrengen vind ik dat ik mezelf eigenlijk niet mag identificeren met mijn barricades. Ze zijn namelijk niet echt.

Depressie

Laatst legde ik aan iemand uit dat ik in een zware depressie was terecht gekomen. Terwijl ik dat zei kwam het woord “depressie” me ineens vreemd voor. Alsof er iets niet klopt. Alsof het helemaal niet past bij de toestand waarin iemand verkeert die diep in de put zit. Depressie betekent volgens mij letterlijk “drukverlaging”. Verlichting dus eigenlijk, en ontspanning. Maar als ik in de put zit voel ik het omgekeerde. In de put voel ik me zwaarmoedig en gespannen, en het is donker in de put.

In de meteorologie is een depressie een gebied met lage luchtdruk dat ontstaat in het grensgebied tussen twee verschillende luchtsoorten. Er kan dan een atmosferische stofzuiger ontstaan die de lucht opzuigt. Daar waar de lucht dan wordt weggezogen ontstaat een lagedrukgebied. De luchtdruk is daar verlaagd. In de kern van zo’n depressie is het heel rustig. Het waait bijna niet en de zon breekt zelfs door. Ja ja, verlichting! Maar het is vaak een voorbode voor slechter weer. De beruchte stilte voor de storm. Als zo’n depressie over het land trekt heb je ten Noorden en Zuiden van het depressiegebied sterke verschillen in weer en wind. Als een depressie lang op één plek blijft, dan blijven die sterke weersverschillen ook langer aan.

Ik begin parallellen te zien met het weer. Mijn depressie is ontstaan op het grensvlak van twee waarheden. Een hoog waarheidsgebied botste met een laag waarheidsgebied. Er ontstond een psychologische stofzuiger die mijn opgeblazen ego opzoog. Als ik door het land trek ontstaan er ten Noorden en Zuiden van mij sterke verschillen in humeuren en gemoedstoestanden. Als ik lang op één plek blijf hangen houden die sterke verschillen in gemoedstoestanden ook langer aan. Daarom is het maar goed dat ik ben weggedreven. Momenteel ervaar ik inderdaad rust en verlichting. Logisch, want ik ben zelf de kern van mijn depressie. Gisteren dreven de twee waarheidsgebieden weer te dicht naar elkaar toe en voelde ik de bui komen. Toen we weer uiteen dreven voelde ik de spanning verminderen. Het heeft nog wel wat gemiezerd bij me.