fratsen

Rare fratsen

Closetrolophanging

Er zijn twee soorten mensen: zij die de closetrol op de verkeerde manier in de houder hangen, en rest van de mensheid die begrijpt hoe het wel moet.toiletrolophanging.pngDe ophanging van een toiletrol is een functionele aangelegenheid. Een WC-rol moet zo hangen dat je er eenvoudig en rits velletjes af kan trekken. Dat gaat dus makkelijker als er tussen de muur en het uiteinde van de rol, ruimte is voor je vingers. En als je het uiteinde niet ziet, dan maak je intuïtief een naar beneden swipende beweging met je hand over de rol, zodat het uiteinde tevoorschijn komt.

Het zou best wel eens kunnen zijn dat alle mensen die de rol verkeer om ophangen, ook allemaal een macbook gebruiken. Die mensen zijn namelijk gewend om een omhoog swipende beweging te moeten maken over hun touch pad om verder naar beneden in de inhoud van het programmavenster te scrollen.

En kijk, dat jij thuis je wc-rol verkeerd ophangt vind ik allemaal nog tot daar aan toe, maar in mijn huis hangt ‘ie zoals het hoort. Dus dan laat je die ook zo hangen als je mijn WC gebruikt. Duidelijk? Mooi!

Advertenties

Tooling

In mijn omgeving hoor ik de laatste tijd erg vaak dat er “tooling” nodig is om het werk van iemand te vereenvoudigen. Dan heb ik het over een ICT-omgeving. Daarin wordt sowieso al veel onnodig gedweept met de Engelse taal, maar dat heb ik maar lijdzaam geaccepteerd als een fact of life. Desalniettemin wekken nieuwe Engelse taalfratsen regelmatig mijn weerzin. Zo ook “tooling”. Instant jeuk.

In de ICT kenden we natuurlijk al “tools”. Ontwikkeltools,  testtools, disktools. Daar kan ik best mee leven, want toegegeven, “tool” is een stuk korter dan “gereedschap”. Hier wordt in ieder geval nog de betekenis goed gebruikt. Bij “tooling” dus niet. Dus jeuk. Als je de betekenis van “tooling” op zoekt, krijg je ruwweg de volgende twee betekenissen:

the process of providing a factory with machinery in preparation for production

any decorative work done with a tool

Ik trek daaruit de conclusie dat tooling dus eigenlijk een werkwoord is. What are you doing? Oh, I’m tooling this leather book cover.

Nu weer terug naar de Nederlandse ICT-sector. Wat ik daar zie is dat “tooling” wordt gebruikt als een soort meervoud van “tool”. Laatst hoorde ik bijvoorbeeld dat er behoefte was aan nieuwe tooling voor systeemmonitoring (de spellingcontrole vindt dat een correct Nederlands woord). En ik ving een gesprek op over de selectie van IAM-tooling.

681e4065a3cb40c036dcc7f021687ca2

In beide gevallen bleek er behoefte aan een verzameling tools, een multitool. Je zou natuurlijk ook “toolbox” of “toolkit” kunnen zeggen. Of wat dacht je van “voorziening”? Maar ja, wie ben ik? Ik zal ook wel weer aan “tooling” wennen. Af en toe een beetje krabben tegen de jeuk, maar ik overleef het wel.

Doe normaal man

Niet autistisch, niet hoog- of meerbegaafd, en ook niet hoogsensitief. Ik ben zowat het hele spectrum langs gegaan. Het werd een obsessie. Een kwelling. Niet normaal. Dus ik stop er maar eens mee. Het leidt ook niet echt ergens toe, ja, alleen tot het vermijden van het accepteren van wat ik wel ben: een normale man.

Dus nu zal ik me op mezelf moeten richten als een normale man. Deze ochtend heb ik het maar eens even geoefend toen ik voor de spiegel stond. Ik moest even turen voor ik de normale man zag. Of is het ook normaal dat een man zichzelf met één opgetrokken wenkbrauw aanschouwt? De man in mijn spiegel hield ook nog zijn buik in. Ook normaal?

Ook normale mannen raken snel geïrriteerd, verliezen hun geduld of kunnen zich maar op één ding tegelijk concentreren, om maar eens wat te noemen. En al die tijd zocht ik de oorzaak buiten mezelf. Al die tijd zocht ik naar een verklaring buiten mezelf. Maar die is er niet en heb ik ook niet nodig.

De man in mijn spiegel probeerde mijn blik te ontwijken, dus ik sprak hem vermanend toe: “Hee jij, kijk me aan!” De man in de spiegel keek me van onder zijn charismatische, grijze wenkbrauwen verscholen aan. En hij frummelde nerveus met zijn vingers. Maar ik had zijn aandacht, dus ik zei: “Ik ben klaar met die obsessies van je over autisme en zo. Doe normaal man!”. Het hielp ook nog.

Curling parent

In een een tijdschrift over hoogbegaafdheid kwam ik het tegen: curling parents. Toen ik het las, herkende ik mezelf er meteen in. Eigenlijk al voordat ik las wat de schrijver van het artikel er precies mee bedoelde. Ik wist meteen dat deze metafoor heel treffend de manier van opvoeden die ik mezelf heb aangemeten, verbeeld. Nu verzamel ik natuurlijk metaforen, dus deze voeg ik toe aan mijn assortiment zodat ik hiermee later heel wijs uit de hoek kan komen.

Dus ik herken mezelf in de curling parent. Ik zag het ook meteen helder voor me. Je rent met je kind mee en laat het heel voorzichtig los zodat het kind met gepaste snelheid, voorzichtig beweegt in de richting die je voor het kind hebt bedacht. Een veilige richting. Daarna glij je voor je kind uit om met je bezempje alle hobbels en oneffenheden van de baan te poetsen. Het kind zelf hoeft alleen maar stil te zitten en te glijden. Aanvankelijk kraait het van plezier, maar al snel wil het dit allemaal zelf doen. In een richting die minder saai is, en natuurlijk veel harder. En weg met dat betuttelende bezempje!

Persoonlijk vind ik loslaten ontzettend moeilijk. Ik probeer te voorkomen dat ze fouten maken. Door ze steeds te vertellen hoe ze iets moeten doen. Zoals ik denk dat goed is. En ik kijk steeds met ze mee of ze wel precies doen wat ik ze heb geleerd. En bij de geringste afwijking (eigenwijsheid) kom ik meteen met het bezempje in actie. Het is een verstikkende manier van opvoeden. En het gaat uit van wantrouwen. Eigenlijk zeg ik met dit gedrag dat ik geen vertrouwen in het kind heb dat het kan leren door te kijken hoe anderen de dingen doen, dat het zelf verbeteringen en oplossingen kan bedenken, en dat het kan leren van fouten.

Mijn bezempje ligt al in de kliko. Momenteel heb ik bovendien ook even geen toegang meer tot de curling-baan. Vanaf een afstandje zie ik ze helemaal zelf glijden. Zorgeloos en onbesuisd. Zonder mij hebben ze duidelijk veel meer lol. En het gaat fantastisch. Ze halen de gekste grollen uit. En er gaat niets mis! Er gebeuren geen ongelukken. Allemaal zonder mijn bemoeienis. Ik kan zelfs een hoop van ze leren. Wat zijn ze vindingrijk, moedig, grappig en verstandig! En ik herken iemand in hun onbesuisdheid. Mezelf, toen ik 34 jaar jonger was. Vroeger deed ik veel gekker. Of nee, misschien moet ik dat “normaler” noemen.

Mijn zoon zei gisteren nog tegen me: soms moet je gewoon even gek doen, papa. Hij heeft gelijk. Gek doen is oergezond. Om te voelen dat je leeft, moet je regelmatig even gek doen. Gek doen is heel normaal. Mijn opvoedstijl, de curling-stijl, is daarentegen dus niet normaal, omdat het gezonde gekke gedrag van het kind er sterk door wordt geremd. Ik zou me door mijn kinderen overigens ook niet laten curlen als ik straks oud en seniel ben. Vlieg op met je bezempje! Mijn laatste levensjaren wil knotsgek rond kunnen huppelen zonder betutteling.

Huisgemaakt

Op de menukaarten van restaurants lees ik het vaak. Huisgemaakte mayonaise, huisgemaakte tiramisu, huisgemaakte pasta en nog veel meer. Allemaal huisgemaakt, vaak ook op ambachtelijke wijze. Een gekke taalconstructie, dat huisgemaakt. Z’n broertje zie je ook vaak: van ’t huis. Pasta van ’t huis is nóg ambachtelijker.

Er zijn meer woorden die eindigen op gemaakt. Zoals op, mee of over. Opgemaakt: het onderwerp is hierna  of geheel verdwenen of minder lelijk. Een meemaking is een beleving. Meegemaakt betekent dus hetzelfde als beleefd. Uit meegemaaktheid schenk ik altijd eerst mijn gasten een kopje koffie in, dan pas mezelf. Overgemaakt kan van toepassing zijn op geld of huiswerk. Als je aan de ontvangende kant zit, zit je goed.

Huisgemaakt is toch een rare hoor in dat rijtje. Het wekt de suggestie dat het onderwerp er na afloop als een huis uit zou moeten zien. Het synoniem “van ’t huis” suggereert echter dat het onderwerp ooit een stukje huis was. Ik moet ineens denken aan Hans en Grietje. Heerlijke peperkoek van ’t huis. Ik zie nu ook huizen voor me die zijn gemaakt van pasta, tiramisu en mayonaise.

Het is een gekmakend woord, dat huisgemaakt. In het restaurant vraag ik de ober waarom mijn huisgemaakte bonbons – die overigens bij de huisgebrouwen koffie van huisgegroeide koffiebonen werden geserveerd – er niet eens uitzien als huisjes. Ik stuit dan altijd op onbegrip. Af en toe is een ober nog wel eens zo lollig dat ‘ie zegt dat de maker in een iglo woont.

Huisgemaakt is gewoon een draak. Huisgemaakte pasta, tiramisu, mayonaise, bonbons en Joost mag weten wat nog meer, werden gewoon in eigen keuken gemaakt. In de keuken van ’t huis dus. Huis is hier dan weer synoniem aan restaurant. Gek genoeg hoor je nooit iemand zeggen dat ze laatst in een heel goed huis hebben gegeten. Wél in een hele goeie tent. Je zou daarom eigenlijk verwachten dat er tiramisu van de tent en tentgemaakte pasta op de menukaart van een eettent staat.

Huisgemaakt is natuurlijk een vernederlandsing van home made. Het is een anglicisme die de verwachting van hoe iets smaakt moet voorprogrammeren. Het wordt gebruikt als een soort keurmerk. Huisgemaakte producten zijn automatisch verser, eerlijker en lekkerder. De ziel van de kok zit er immers in. Dat is de gewenste beleving. Maar ik zie het zo vaak op menukaarten staan dat ik er een beetje sceptisch van word. Waarom moet het er expliciet bij staan dat iets huisgemaakt is? Bij tenten met 1 of meer Michelin-sterren verwacht ik dat alles op de menukaart huisgemaakt is. Mijn wijnglas is bovendien natuurlijk huisgeblazen, het bestek huisgesmeden en de kaasplank huisgezaagd.

Dit verhaal is natuurlijk weer volledig huisgemaakt. Er zitten zelfs diverse huisgemaakte taalconstructies in. Eerlijk en vers. Heeft het gesmaakt?

 

Monsters

Ze lijkt dan wel schattig en onschuldig, maar dat is maar een facade. Hij kijkt daar natuurlijk dwars doorheen. Hij ziet haar voor wat ze werkelijk is: een monster. Dat is zijn gave. Hij ziet altijd het ware gezicht van monsters die doen alsof ze mensen zijn.

Vol afgrijzen moet hij toezien hoe het monster iedereen voor de gek houdt en telkens weg komt met zijn monsterachtige streken. Het is nooit de schuld van het monster. Altijd dat van een ander. Vaak ook dat van hem. Ze projecteren hun eigen slechtheid altijd op anderen. Natuurlijk gelooft niemand hem. Monsters hebben geen schattig en onschuldig voorkomen, dus hij heeft de schijn altijd tegen.

Hij veracht monsters. Hij haat het hoe ze hem minachtend aankijken met hun zelfingenomen blikken: ha ha, ik weet dat je mij doorziet, maar je kan me lekker niks maken. Lekker puh! Het is onverdraaglijk.

Hoe kan het dat hij als enige hun monsterlijkheid kan zien? Correctie: als enige mens. Onderling zien de monsters elkaar’s ware tronies wel, maar ze lijken elkaar maar moeilijk te verdragen. Alsof monsterlijke karakters van nature botsen. Dat is natuurlijk ook niet zo raar als je zo egocentrisch bent als monsters klaarblijkelijk zijn. Ze bejegenen elkaar al even minachtend als ze doen bij hem. Alsof hij ook een monster is. Tssss.

geüpdatete van Dale

geupdatet

15 Apps geüpdatet, meldde vandaag mijn slimme telefoon. Dit bevreemd mij al een tijdje. Volgens van Dale is updaten een Nederlands woord, en is de voltooide tijd daadwerkelijk  “geüpdatet”. Het is ook volkomen logisch als je het ontleedt: updaten is een zwak werkwoord. De stam van updaten is “update”. Hoewel de laatste letter een klinker is, gaat toch de regel van ’t kofschip op , en moet je voor de verleden tijd stam + “te” gebruiken, ofwel “updatete”  (net als bij “douchen”, “crashen”  en “racen”).  De voltooide tijd wordt dan dus “ge” + stam + “t”, dus jawel: “geüpdatet” (en er moet natuurlijk een trema op de u).

Geüpdatet is dus grammaticaal correct Nederlands, maar je moet het  wel uitspreken als “ge-up-deet”. Om ’t kofschip te kunnen toepassen moesten we al uitgaan van hoe we “update” uitspreken, dus “updeet”, in plaats van hoe we het spellen, en nu moeten we bij de uitspraak van “geüpdatet” de volgens dit ezelsbruggetje toe te voegen “t” niet laten horen.  Wat een misbaksel! Dat krijg je van hinken op twee talen!

Wat mij betreft gebruiken we dit gedrocht niet. Van mij mag “updaten” per ommegaande uit het Nederlands worden gedeletet (jakkes, nog zo’n draak). Er zijn prima alternatieven voor updaten: verversen, bijwerken en desnoods actualiseren, maar dat is ongetwijfeld ouderwets. Waarschijnlijk zal het niet lang duren of “liken” is ook een officieel Nederlands werkwoord: Ik like, ik likete, ik heb geliket. Nog zo’n toekomstige kandidaat is “raten”.

Ik moest hierdoor ook denken aan het werkwoord “stofzuigen”. Ik stofzuig, ik stofzuigde, ik heb gestofzuigd. Ook best een vreemde eend in de bijt. Ik vraag me al jaren af waarom het werkwoord “schroevendraaien” dan geen bestaansrecht heeft. Ik schroevendraai, ik schroevendraaide, ik heb geschroevendraaid.  Ik controleer het regelmatig, maar het staat nog steeds niet in de van Dale. Als van Dale komt met een app die me automatisch informeert wanneer de van Dale weer is geüpdatet, dan wordt dat door mij meteen geliket en geratet met minstens 4 sterren.