fratsen

Rare fratsen

Breek en heel

Laatst brak mijn koffiekan. Aan de buitenkant zag je er niks van, maar te zien aan de plas koffie waarin het koffiezetapparaat stond was er iets mis gegaan tijdens het pruttelen. Ik tilde de koffiekan uit het apparaat. Het rammelde, en dat hoorde hij niet te doen. Zijn inwendige kan was gebroken. Zomaar. En ik had het koffiezetapparaat nog maar een paar weken, dus ik ging ervan uit dat het een garantiegevalletje zou zijn. Maar helaas pindakaas. In de voorwaarden staat glashelder dat het breken van glazen onderdelen niet onder de garantie valt. Pech gehad. Dat bleek later zelfs dubbele pech, want mijn kan bleek ik nergens los te kunnen bestellen. Dus mijn gloednieuwe koffiezetter verhuisde van aanrecht naar berging.

Wat een strop. Ik schoot er pardoes van in mijn zwart-wit-stand. Dan maar geen koffiezetapparaat. Ik dronk tóch teveel koffie. Bovendien heb ik de senseo nog. En als ik zin heb in lékkere koffie, heb ik ook de cafetiere nog. Met vers gemalen koffie zet je daarmee ongeëvenaard lekkere koffie. Dus ik snorde ook mijn oude koffiemolen op. Die stamde nog uit mijn koffiesnob-periode, en stond in een doos in de schuur stof te verzamelen. Ik maakte de koffiemolen schoon en lijmde zelfs het (ja, hét) deksel van het bakje waarin de gemalen koffie wordt opgevangen. Verse bonen erin, malen op standje grof. En even later genoot ik met gesloten ogen van een heerlijke dampende bak. Mijn cafetiere en koffiemolen wisten niet wat hen overkwam. Zoveel liefde ineens.

Toch knaagde het verhaal van die gebroken kan nog aan me. Wat belachelijk dat het niet onder garantie valt. En waarom kan ik nergens een vervangende kan bestellen? Daarom wijdde ik er maar eens een beleefde email over aan, gericht aan de afdeling service en support van de fabrikant (Melitta). Die verwees me vriendelijk naar zo’n onderdelenshop. Ze stuurden een link naar het artikel dat ik daar kon bestellen. De kan bleek te horen bij het voorgaande model. Hij zag er vrijwel hetzelfde uit, dus die ging waarschijnlijk wel passen. Kosten: 29,95, en daar kwamen nog 6 euro bij voor de verzending. “Ammehoela!”, dacht ik kwaad. Wat zijn dat voor fratsen?! Ik voelde me genaaid. Maar ik had nu wel een artikelnummer, dus ik zocht daar eens op. En warempel, ik vond dezelfde kan bij een een andere onderdelentoko voor 19,95. En als ik hem zelf ophaalde, geen verzendkosten. En laat er nou een filiaaltje niet ver bij me vandaan te zijn. Kortom: bestelling geplaatst, kannetje opgehaald, kannetje past prima in het nieuwere model koffiezetapparaat, joepie.

De cafetiere en koffiemolen kwamen ietwat beteuterd op me over. Geef ze eens ongelijk. Maar ik besloot de koffiemolen binnen handbereik te houden. Ik moest de bonen toch ook nog opmaken. Dus ik maalde maar eens een portie koffie voor het koffiezetapparaat. Natuurlijk honderd keer lekkerder dan de voorverpakte gemalen koffie. Dus de koffiemolen is weer in ere hersteld. Die staat weer trots te glimmen in de keuken. De kwaliteit van mijn koffie is er enorm op vooruit gegaan.

Dit verhaal is eigenlijk wel een beetje symbolisch. Soms moet er eerst iets breken voor het weer écht kan helen. De kwaliteit van de koffie is symbool voor de kwaliteit van het welzijn. Soms moet een mens breken om weer écht heel te kunnen worden. Breken is los komen van gewoontes, dingen, opvattingen, patronen. Dat gaat meestal niet vrijwillig. Er moet een kleine ramp geschieden die ervoor zorgt dat je breekt en er van binnen iets knapt. Een depressie of zo. En daarna blijk je wonderwel en boven al je verwachtingen te helen en wordt je een betere versie van jezelf. Dus ik ben blij dat die koffiekan brak en inwendig knapte. Maar desalniettemin hoop ik dat de vervangende kan minder knap knappen kan als die oude kan kon knappen.

Meerzaam

Het is leeg in mij. Ik mis iedereen die ik nooit eerder miste. Eenzaamheid past niet bij me. Het staat me eenvoudig niet. Diep van binnen houdt niemand toch echt van eenzaamheid? Mensen houden van mensen. Ja, soms heeft een mens ruimte nodig. Soms heeft een mens even meer dan genoeg aan zichzelf als enig gezelschap.

Het alleen zijn kan je eigenlijk des te meer waarderen na teveel leven om je heen. Veel leven maakt honger naar stilte, maar het omgekeerde geldt ook. Zeker als dat leven op afstand blijven moet. Het leven lonkt en plaagt. Leven zonder mensen is een (te) stil leven.

Wat een bizarre situatie dat we sociale afstand moeten bewaren, omwille van onze nationale gezondheid. Maar mentaal takelt ons land af. Misschien stonden we er met z’n allen verstandelijk sowieso al niet bijster goed voor trouwens. Makke lammeren zijn we. We lijken wel betoverd. Bang voor vervloeking.

Nou, ik mag vervloekt worden als ik nog lang op sociale afstand moet leven van mijn lieve medemens. Ik kan niet wachten tot ik me weer zo meerzaam voel dat ik weer kan verlangen naar een momentje alleen.

Klokslagen

Blijkbaar moeten dingen op gezette tijden gebeuren. Zoals schaften en dineren. De standaard schafttijd is klokslag 12 uur. En “heel” Nederland gaat klokslag 18 uur aan tafel voor het warme eten. Rotsvaste normen. Ook schijnt 11 uur de standaard koffietijd en 16 uur de standaard theetijd te zijn, maar allicht verschillen die normen per regio. Ik ken iemand die het leven op klokslagen tot een kunstvorm heeft verheven. Kriegel werd ik daarvan en ik druistte er dikwijls lekker tegen in door voor koffietijd al aan de koffie te gaan. Cynische fratsen eigenlijk.

Maar verder heb ik niet zoveel moeite met die vaste klokslagen. Als mijn kinderen bij me zijn hou ik me zelfs exact aan al die standaard tijden. Regelmaat is goed voor kinderen, maar vooral ook voor papa. Het is enorm gezellig om de kinderen om me heen te hebben, maar het levert ook meer chaos op. En door vast te houden aan vaste momenten voor dingen, kan ik mijn hoofd boven de chaos houden. Die chaos zit natuurlijk vooral tussen mijn oren. Die vaste tijden zorgen voor rust tussen die zelfde oren.

Dus ik klamp me vast aan klokslagen als het druk om me heen wordt. Als ik alleen ben zak ik in mijn vrijgezellenritme en laat ik het een stukje losser (met name later eten en slapen), maar kan je eigenlijk nog steeds vrij goed de klok op mij gelijk zetten.

Voor mijn thuiswerkdagen heb ik mezelf al sinds dag 1 van de coronacrisis een ijzeren routine aangemeten. Dit doe ik dan weer juist om het gebrek aan drukte om me heen op te vullen. Mijn wekkerradio gaat af om 6:15, en als ik het journaal van 7 uur heb gehoord, kom ik uit mijn nest. Om de dag sta ik rond 7:15 precies 5 minuten onder de douche. Tegen 7:30 begin ik mijn vaste schaaltje muesli met yoghurt en banaan leeg te lepelen. En als ik de begeleidende kop thee op heb trek ik de jas aan en maak een ommetje van wisselende afstand in de buurt. Maar ik ben altijd voor 8:30 weer thuis. Dan zet ik een pot koffie en terwijl de koffie doorloopt ga ik op mijn thuiswerkplek zitten en zet de laptop aan. Vanaf dat moment neemt de agenda mijn leven over. Tussen alle videovergaderingen door giet ik de koffiepot steeds een beetje leger. Om 12 uur schaften, zoals altijd, maar wel korter dan normaal.

Die indeling van mijn werkdag is tegenwoordig, zeg maar, mijn nieuwe normaal. Een nieuw normaal met vertrouwde, oude, rotsvaste klokslagen.

Anderhalf

Het woord van dit jaar wordt anderhalvemetermaatschappij óf anderhalvemetereconomie. Hoewel ik principieel tegen gokspelen ben, zou ik mijn geld zetten op de tweede. Als woord vind ik “anderhalf” trouwens heel mooi. Het is een robuust woord dat al eeuwen in onze taal (en andere germaanse talen) wordt gebruikt. Het duidt op de tweede tel en daarvan alleen de eerste helft, snap je? Dus we tellen eenvoudig de meters tussen elkaar, maar bij de tweede houden we halverwege op. Op die manier krijgen we corona onder onze maatschappelijke duim. Easy.

Ik zie die anderhalvemetermaatschappij nog niet helemaal voor me eigenlijk, maar wil mijn best er voor doen. Ik probeerde me mijn dagelijkse werk op kantoor in het nieuwe normaal voor te stellen, en er verschijnen meteen diverse beren op mijn weg (ha ha, ik hoef niet eens op berenjacht).

In de koffiehoek duikt een kleine beer op: de koffiemachines staan te dicht op elkaar, maar dat kan natuurlijk worden opgelost.

En op gegeven moment moeten we allemaal een keer naar de wc. Weer een beer. In de toiletruimte wordt de anderhalve meter natuurlijk problematisch. De urinoirs zitten bijvoorbeeld al te dicht op elkaar.

En bij de liften staat een beer met één opgestoken vinger. Het aantal mensen dat nu tegelijk in een lift mag. Het wordt druk in het trappenhuis dan, dus daar staat nog een beer met gefronste wenkbrauwen naar de trapleuningen te kijken. De trapleuningen moeten tijdelijk maar worden verwijderd dan. Of toch maar pompjes met desinfectiemiddel bij de deuren van het trappenhuis.

In de kantine duiken meerdere beren op. Ze gniffelen genoeglijk. Ik denk dat ze voorpret hebben over de stoelendans die wij zullen moeten doen. Het aantal stoelen is natuurlijk beperkt tot de hoeveelheid mensen die maximaal in de kantine passen met inbegrip van die dekselse anderhalve meter. Maar de pret begint al bij de rij voor de gedesinfecteerde dienbladen. De hoeveelheid dienbladen is natuurlijk gelijk aan het aantal resterende stoelen. Er staat zich ook een beer te verkneukelen bij de kassa’s. Contactloos betalen deden we al lang, maar wij tikken zelf onze soep, kroket en saladebuffetje af op het aanraakschermpje. De vingerafdrukken van de vorige collega zie je nog duidelijk zitten (vooral bij “kroket”), dus vandaar de beer hier.

Nu heb ik natuurlijk al een paar weken kunnen oefenen met anderhalvemeterwinkelen. Dat gaat gepaard met komische, paniekerige manoeuvres en gekke schijnbewegingen. Ik liep laatst in de buurtsuper de koekjesgang uit en wilde rechtsaf, maar daar kwam net een mevrouw vandaan. Als opgeschrikt wild maakten we beiden een sprongetje en keken panisch om ons heen op zoek naar uitwijkruimte. De mevrouw van rechts dook pardoes door de rubberen flappen van het magazijn . Linksaf was voor mij vrij, dus ik schoot snel naar links. Vier meter verderop dook weer iemand op, maar ik kon gelukkig meteen doordraaien de conservengang in. Daar liep gelukkig niemand. Gelukkig had ik bij nader inzien toch een extra pot appelmoes nodig. Je ziet het, ik word hier al aardig bedreven in.

Verdwazing

Verbazing leidt er bij mij dikwijls toe dat ik het hier uit. Ik verbaas me dagelijks, en dat is natuurlijk goed. Maar er is blijkbaar een grens aan je capaciteit voor het verwerken en te boven komen van verbazing.

Op gegeven moment kan je de overvloed aan verbazingwekkende prikkels niet meer aan en gaat je kop over in een stand van verdwazing. Je wordt er volledig door uit het lood geslagen. Totale versuffing. De weg is kwijt. De wereld stort in. In een soort mentale implosie wordt je in één klap frontaal met de kern van je wezen geconfronteerd.

Ik herken deze momenten intussen als situaties waarin je ziel met volle gewicht aan de noodrem hangt. Crisis. Alles moet dan even helemaal stoppen. Alles.

Het is dan tijd, nee bittere noodzaak, om even heel rustig en precies al je gedachten te sorteren. Welke zijn te groot en welke te klein. Welke zijn onzin en welke zijn waar. Je brengt het allemaal weer in normale proporties. Tot de orde in je kop zich herstelt. Tot de mist in je hoofd weer optrekt. Tot je weer je scherpte terug hebt. Tot je weer voldoende bent ontdwaasd om je verbazende werkelijkheid weer aan te kunnen.

Pas dan kom je weer in beweging en hervat je jouw koers. Niet die van een ander, maar die van jou zelf.

Argwaan

Op een schaal van naïef tot paranoïde zit ik volgens mij links van het midden. Misschien zelfs te veel naar links. Maar ik schiet radicaal naar rechts als iemand mij iets wil verkopen. Maximale argwaan. Ik vertrouw geen enkele verkoper. Als mij in de winkel wordt gevraagd of men mij ergens mee kan helpen zeg ik ook steevast: als ik hulp nodig heb, vraag ik het wel. Laat me alsjeblieft gewoon rustig snuffelen. Voor marketeers voel ik regelrechte haat. Geld-uit-de-zak-kloppers zijn het. Leur ergens anders met je prullaria. Vlieg op met je gelikte praatjes want ik geloof je bij voorbaat niet. Deze mensen worden gedreven door bonussen. Ze werken vanuit hun eigen belang, niet die van de consument. Ze verkopen om het verkopen. Een goed product verkoopt zichzelf, zegt mijn innerlijke boomer. Reclame voor een product is prima, zolang het maar niet opdringerig wordt. Ik heb ook een grondige hekel aan schreeuwreklame. Ik hoor daarin alleen maar de boodschap: koop dure spullen die je niet nodig hebt! Van gerichte reclame schiet ik ook meteen in de argwaanstand. Vandaar dat ik alle digitale reklame zoveel mogelijk blokkeer. En tóch zou mijn koopgedrag dan nóg beïnvloed zijn. Ik overweeg kluizenaarschap.

Algoritmen

Stukjes code die helemaal vanzelf keuzes maken voor mij. Zoals de super hete pizza die voor me wordt gebakken omdat het algoritme registreerde dat mijn blik wel 0.374 seconden op die smakelijke groene jalapeño op de foto boven de balie bleef hangen. Zoals de route van A naar B omdat ik maar zou verdwalen en bovendien niet in files wil staan, maar eigenlijk worden we met z’n allen als kuddedieren zo over de wegen geleid dat de files korter zijn en sneller oplossen. Of het nieuws dat mij zou moeten interesseren op basis van een persoonlijk profiel dat is bepaald door volautomatische verzameling van data over mijn gedragingen.

Algoritmen combineren mijn data met de data van anderen. Algoritmen delen ons op in categorieën. Digitale schaapskuddes. Algoritmen voorspellen met die data wat we nodig hebben, en matchen onze behoeften aan de ideale keuze uit het enorme aanbod. Het aanbod is zo groot dat we niet eens meer zelf kúnnen kiezen. Veel te veel gedoe. Boeken, muziek, gadgets, verzekeringen, reizen, restaurants, woonruimte, medische zorg, en ook liefde. Niets is blijkbaar taboe. Algoritmen die (tegen betaling) de beste keuzes voor een nieuwe partner voor je berekenen. Ik vind het nogal wat. Als gediplomeerd infoloog weet ik hoe je algoritmen maakt en hoe ze werken. Maar toch vind ik het nogal wat. Die beroepskeuze maakte ik destijds trouwens helemaal zelf. Nooit spijt van gehad. Straks wordt je ideale studiekeuze natuurlijk al voor je berekend door een algoritme. Dat is al geen taboe meer.

Het duurt vast ook niet lang of algoritmen weten precies wanneer je dood gaat. Sterker nog, dit weten ze beslist al, op de dag nauwkeurig, maar ze hebben zich nog niet uit de taboesfeer gewurmd. Op een dag in de nabije toekomst krijgen zij die al digitaal ten dode zijn opgeschreven schaamteloze advertenties voor praktische en passende uitvaarten die precies bij ons passen (duurzaam de pijp uit knetteren kan dan ook). Je keuze voor het verzorgingstehuis is dan natuurlijk dan ook al door een algoritme gemaakt. Het vriendelijke algoritme dat het beste met je voor heeft. In al zijn goedheid heeft het ook alvast de ideale uitvaart voor je uitgezocht. Je hoeft het allemaal alleen nog maar in je winkelwagentje te slepen.

Gadsnijtnelav

Van mij krijg je op 14 februari kaart noch rozen. En daarbij maak ik voor niemand een uitzondering. Flauwekul vind ik het. Mijn achterdocht voegt daar bovendien aan toe dat de top 10 van rijkste mensen mede dankzij dit soort fratsen zo rijk zijn. Ik doe dus niet mee. Nooit gedaan ook. En nu al helemaal niet.

Voor de inverse – gadsnijtnelav – zou ik misschien te motiveren zijn als de geldstroom ook de andere kant op gaat. Dat bijvoorbeeld Jeff Bezos (op 1 in die top 10) mij een mooie bankschroef en een krat vol gloednieuwe iPhones laat bezorgen. Wat moet dat heerlijk zijn om die dingen tussen de bankschroef te klemmen en vol gaten te boren. Een echte hartenwens wat mij betreft. Mijn hart zou je met zo’n geschenk winnen. Moet je hem wel zelf lijmen.

Life saving

Het user interface van het leven heeft geen undo-knop. Voor zover ik weet tenminste. Zou het niet handig zijn als je even de vorige versie van je leven kan herstellen na het maken van een leeffoutje? Soms zou ik willen dat ik opnieuw kon beginnen vanaf een punt waarop ik mijn leven had opgeslagen. Een backup-functie van je leven tot dusver. Oeps, ik rij tegen een boom. Morsdood. Het Life Operating System maakt een core dump van jouw bewustzijn en je komt terecht in de “Dialog of Death” (de blue screen of life…). Ik zie dit voor me als een hal met een aantal deuren. Een blauwe hal uiteraard. Op de muur staat een boodschap: “U bent helaas overleden. Wilt u uw opgeslagen leven hervatten? Stap dan door deur A (op die deur staat de datum van je laatste life backup). Wilt u uw dood definitief maken? Stap dan door deur B”.

Jezelf tegen een boom te pletter rijden is wel een zeer dom leeffoutje natuurlijk, maar als je weet dat je terug kunt naar een opgeslagen versie van je leven, dan kun je je alle roekeloosheid veroorloven. Ik had het hierboven over “leeffoutje”. Roekeloos rijden vind ik geen “foutje” waarna je een tweede kans zou moeten krijgen. Ik dacht zelf eigenlijk meer aan foutjes die niet per se tot je overlijden leiden. Ik dacht aan foutjes in de spijthoek. Oeps, ik heb de verkeerde studie gekozen. Oops, I voted for Brexit. Oeps, ik vergat de verjaardag van mijn schoonmoeder. Oeps, mijn relatie is op de klippen gelopen. Op zulke momenten druk je dan op die handige undo-knop. Je komt terecht in de “Dialog of Regrets”. Ik zie weer een blauwgekleurde hal met deuren. Op de muur staat een eenvoudige boodschap: “Weet u zeker dat u de vorige versie van uw leven wilt herstellen? Kies dan deur A (wederom met de backup-datum erop). Wilt u leven met de fout die u zojuist heeft gemaakt? Kies dan deur B”.

Betekent dus dat je regelmatig een backup moet maken van je leven. Je moet je er dus van bewust zijn dat je iets in de komende periode zou kunnen gaan doen waar je spijt van zou kunnen krijgen. Voor je aan je aan een studie begint. Voor je gaat stemmen. Voor je met vrienden gaat stappen. Voor je gaat trouwen. Ik zou denk ik elk uur uit voorzorg automatisch een backup maken. Echt iets voor mij. Altijd een oplossing voor stommiteiten. Ach, het is maar goed dat het niet kan. Het zou de waarde van het leven enorm naar beneden trekken. Je zou er onverschillig van worden. Het leven teveel voor lief nemen. Yolo is een holle klank. Life Saving is dus slecht voor het leven. Maar toch, ik zou best een uitzonderingetje willen.

Het eikelwezen

Een eikel is, naast vrucht van de eik, een niet zo aardig bedoelde bestempeling van een mannelijke persoon. Zelf ben ik ook wel eens uitgemaakt voor eentje. Een ongelooflijke zelfs. Blijkbaar scheen ik me toen ongelooflijk lullig te gedragen. Het eikelwezen is blijkbaar ook alleen weggelegd voor mannen. Vrouwen kunnen zich wel lullig gedragen natuurlijk, maar worden nooit voor eikel uitgemaakt. Tot nog toe heeft de emancipatie hier geen verandering in gebracht. Hoeft van mij ook niet. Wat mij betreft mogen scheldwoorden wel gender-specifiek zijn. Het eikelwezen is dus een mannelijke aangelegenheid. Het eikelwezen is verbonden aan het hebben van een piemel. Het uit de voorhuid gekropen topje daarvan heeft immers een grote gelijkenis met een eikel. Vrouwen hebben geen piemel, dus ook geen eikel (ik vraag me nu ineens wel af of het zuurpruimwezen alleen een vrouwelijke aangelegenheid is). Maar wat doen we qua eikelwezen met transseksuelen? Tot vrouw getransformeerde mannen die hun eikel nog hebben, zou je technisch gesproken nog voor eikel mogen uitmaken. En tot man getransformeerde vrouwen zonder piemel technisch gesproken dus niet. Je baseert je keuze om de zich ongelooflijk lullig gedragende persoon voor eikel uit te schelden eigenlijk puur op het uiterlijk. Weet jij veel of er sprake is van een pruim of een eikel? Je kan het toch moeilijk eerst voor de zekerheid gaan controleren. Misschien eerst een knietje in het kruis geven en dan pas gaan schelden? Wat een gedoe. Toch lastiger dan ik dacht, dat eikelwezen.