Gedicht

Mijn type

Spreekt bij voorkeur Vlaams, en Spaans na zonsondergang
Fonkelt met ogen, verscholen achter speelse lokken
Beweegt me als de wind het wuivende gras
Verwarmt me als de stralen van de lentezon
Voelt me aan, heeft aan zes woorden genoeg
Ontnuchtert me feilloos met haar eigen wijsheden
Loopt op mooie, blote voeten door het bedauwde gras
Schittert verblindend door ontelbare, mooie facetten
Is echt iemand in het bijzonder, namelijk zichzelf

Naast je

Iemand die je beweegt,
je zonder voorwaarden
lief heeft.
Iemand die je vast houdt,
je zonder aarzeling
troost geeft.
Iemand die je draagt,
je onbevangen
steun geeft.
Iemand die je laat zijn,
je vol vertrouwen
ruimte geeft.
Iemand die je begrijpt,
je zonder woorden
diep raakt.
Iemand die naast je staat,
je vol tederheid
kracht geeft.
Iemand niet tegenover je,
niet boven je,
maar naast je.

Muggen uit de porseleinkast

Bloeddorstig zoemend zweeft zij
Aan kop en schoteltjes voorbij
Vederlicht, zes pootjes ragfijn
Onschadelijk voor ’t porselein
Geen probleem, hooguit irritant
Tot ze plots verandert in een olifant
Alweer ligt in luttele momenten
Het hele servies in gruzelementen
Maar vanaf nu ben je op je hoede
Bij de eerste tekenen van woede
Jaag jij voortaan alvast
Alle muggen uit de porseleinkast

Lief Temperamentje

Felle, blauw ogen
vol vuur en verontwaardiging
kijken vanonder de mooiste wimpers
woedend naar me op
Mijn lief temperamentje
is weer eens boos op me

Haar zachte gezichtje
staat op ontploffen
Van aangedaan onrecht
pruilt haar kleine mondje
Mijn lief temperamentje
kan me weer niet uitstaan

Ze gromt gevaarlijk
Slaat haar kleine armpjes
dreigend over elkaar
Nog even en ze spat uiteen
Mijn lief temperamentje
schopt me bij kans naar de maan

Ze perst kokende tranen
uit haar ziedende oogjes
als blikken konden doden
vertelde ik het nu niet na
Mijn lief temperamentje
komt stampend op me af

Haar fantastische ego
tegenover die van mij
Weerloos als ik ben
spreid ik vertederd mijn armen
Mijn lief temperamentje
stort zich er snikkend in

In alle bescheidenheid

Om de mensheid niet te verpletteren met mijn indruk,
doe ik maar gewoon en precies gek genoeg.

Om de mensheid niet te verbluffen met mijn alwetendheid,
meet ik me een vertwijfelde blik aan, hou me van de domme.

Om de mensheid niet te verblinden met mijn schoonheid,
kleed ik mij heel gewoontjes, eigenlijk bij het saaie af.

Om de mensheid niet te overdonderen met mijn charmes,
doe ik me bot voor, dus voel je maar niet beledigd.

Om de mensheid niet te bederven met mijn ruimdenkendheid,
stel ik me moedwillig bekrompen op, voor jullie bestwil.

Om de mensheid niet te verbijsteren met mijn kunst,
hou ik me maar in en schrijf ik flauwe versjes zoals deze.