Gedoe

Lekker makkelijk doen

Hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik begin te geloven dat makkelijk doen moeilijker is dan moeilijk doen. Om makkelijk te kunnen doen moet je principes overboord doen. Dat is heel moeilijk. Om moeilijk te doen hoef je alleen maar je hakken in het zand te zetten. Beetje weerstand bieden. Dat is makkelijker dan meebewegen. Want dan moet je vertrouwen. En dat is heel moeilijk. Eigenlijk doe je voor jezelf dus juist makkelijk als je moeilijk doet voor een ander. Dat is inderdaad wel heel kort door de bocht geredeneerd. Bovendien is het nogal zwart/wit. Maar nuanceren is nu eenvoudigweg even teveel moeite. Laat mij ook eens een keer lekker makkelijk doen.

Ecostress

Neem ik een echte of een kunstkerstboom? Stap ik ook over op palmolievrije margarine? Ruil ik mijn ouwe, trouwe diesel in? Misschien zou ik een elektrische bakfiets moeten nemen en daar de boodschappen mee doen. En misschien moest ik in het vervolg maar met het OV op en neer naar kantoor gaan. Ik denk namelijk niet dat de kantoorvijfdaagse weer terug komt. Maar ja, zonder auto kan ik momenteel ook niet. Ik ben de chauffeur van mijn kinderen. Ik woon ook best in een uithoek. Misschien moet ik dan maar verhuizen. Dichterbij de kinderen? Of juist dichterbij kantoor? Die kinderen vliegen ook zowat uit, dus die verhuizing kan wachten. Mijn uithoekje bevalt ook zo goed. Mijn gedachten hebben hier de ruimte. Maar denken gaat ook over in gepeins. Over bijvoorbeeld een kippenhokje met een handjevol hennetjes. Altijd verse scharreleieren. Moet daar ook een haantje bij? Hoe zit dat eigenlijk? Moet ik dat ook weer uitzoeken. Wat een gedoe, maar wie ecovriendelijk wil leven moet wat. Ik heb al wel een wormenhotel waarin mijn eigen compostwormen mijn GFT opvreten. Maar overleven ze de winter wel? Moet ik het hotel misschien beter isoleren? Kan ik daar subsidie voor krijgen? De tegels in mijn tuin slaan al wel groen uit. Dus ik doe daar iets goed zonder dat ik weet hoe. Ze zijn alleen wel spekglad. Vanmiddag maakte ik al een mooie glijer. Dus ik moet er iets aan doen. Vroeger zou ik de hogedrukreiniger nemen, maar daar maak je geen ecovrienden mee vrees ik. Zo’n ding heb ik ook niet meer. Die staat nog bij mijn ex. Hoe lang duurt die black-friday-gekte nog? Ik zou er eentje met hoge korting kunnen kopen. Het is nu of nooit. Hoge koopdruk. Ach, wat moet ik met zo’n lawaaierig apparaat. Het is consuminderen of uitglijden dus. Die tegels kunnen er misschien ook wel uit. De tuin mag sowieso een stuk rommeliger. Dat is beter voor de biodiversiteit. Ik wil ook egeltjes uitnodigen dus ik laat de bladeren heerlijk liggen. Maar helaas, mijn tuin is een schuttingvesting. Dat geldt voor de hele rij tuinen in mijn straat. Er moet eigenlijk een egelsnelweg komen. Gaten in die schuttingen dus. Maar dan moeten mijn potentiële kippen daar niet door kunnen ontsnappen. Weer iets om te overpeinzen. Ja, dat is wat het is: ik overpeins. Die verrekte ecostress ook.

Torta Negra

Mijn weekend staat in het teken van de Bara Brith. Een stoer, donker “brood” naar eeuwenoud Welsh recept. In de negentiende eeuw namen kolonisten uit Wales het mee naar Argentinië. Daar kennen ze de Bara Brith nog onder de naam Torta Negra. Zwarte koek. Een treffende naam. In Nederland is het bekend als Brits Theebrood. Die naam dekt bij lange de lading niet, maar ik sluit me er maar bij aan.

Je mag gerust je hele weekend uittrekken voor het bakken van een Brits Theebrood. De vulling bestaat uit een mengsel van diverse gedroogde vruchten (witte en zwarte rozijnen, krenten en gekonfijte citrusschillen), zo’n 4 ons, dat je een nacht moet laten trekken in zeer sterke, zwarte thee. Voor de smaak koos ik voor Earl Grey. Die citrusschillen had ik natuurlijk zelf gekonfijt. Ben je ook zo een uurtje mee zoet. Mijn keuken ruikt nog dagen naar sinaasappel en citroen.

Op deze mooie, zonnige zondagochtend hervatte ik mijn bakwerk. De rozijnen en krenten waren geweldig geweld. Er kwam een zoete, rijke geur vanaf. Kranig weerstond ik de verleiding om er een paar happen van te nemen. Ik stortte me op het maken van het beslag. Ik heb niet zo’n monster van een mixer waar menige cementmolen jaloers op zou kunnen worden. Maar ik red me altijd prima met een grote houten pollepel. Het Brits Theebroodbeslag is zwaar en taai. Het is een noest werkje. Ik gebruik er mijn dikste lepel voor. Een goeie twintig minuten zwoegen later is het beslag klaar. Ik worstel het beslag in het ingevette bakblik. Dan kan het de oven in.

Na een dik uur is mijn zwarte koek klaar. De satéprikker komt er namelijk droog uit. Het is belachelijk goed gerezen. Het volume is meer dan verdubbeld. Hoewel het natuurlijk onzin is, lijkt het gewicht ook met een paar ons te zijn toegenomen. Heavy stuff dat Bara Brith. Ik zet het bakblik op het aanrecht zodat het rustig kan afkoelen. Als laatste finesse sprinkel ik er een restje van de thee waarin de gedroogde vruchten in hebben liggen wellen, overheen. Het resultaat mag er zijn.

Verwacht niet dat ik hier een gewoonte van maak op dit blog, maar hier ook nog maar even “mijn” recept:

Ingrediënten:

  • 140 gram witte rozijnen
  • 140 gram zwarte rozijnen
  • 120 gram krenten
  • 60 gram gekonfijte citrusschillen (citroen+sinaasappel)
  • 320 ml sterke thee (Earl Grey geeft mooie smaak)
  • 450 gram bloem
  • 200 gram bruine suiker
  • 1 zakje bakpoeder
  • 3 theelepels koekkruiden
  • halve theelepel zout
  • 60 gram zachte boter
  • 1 groot ei, los geklopt

Instructies:

  1. Doe alle gedroogde en gekonfijte vruchtjes (ook lekker zelf doen) in een bak en doe de sterke thee erbij. Laat dit een hele nacht intrekken.
  2. Schep 3 à 4 eetlepels van het vocht uit het vruchtenmengsel en bewaar dit voor stap 8.
  3. Meng alle droge ingrediënten (bloem, bruine suiker, bakpoeder, bakpoeder, koekkruiden) in een kom.
  4. Voeg de boter, het ei en het vruchtenmengsel inclusief het vocht toe en meng dit tot een taai beslag. Eventueel meer boter toevoegen als het beslag te droog is.
  5. Verwarm de oven voor op 160 graden.
  6. Schep het beslag in een groot bakblik (30 cm) dat vooraf is ingevet. Gebruik de achterkant van een lepel om het beslag glad te strijken.
  7. Bak ongeveer 75 minuten tot een satéprikker er droog uit komt.
  8. Verdeel het in stap 2 bewaarde vocht over het nog warme brood. Laat een paar minuten koelen in het blik. Daarna uit het blik halen en helemaal laten afkoelen op een rooster.

Lekker met een ruime laag boter en een kop dampende thee. Geniet maar.

Knuffelnood

Anderhalve meter. Geen stap dichterbij. Er geldt een algeheel knuffelverbod. Gelukkig geldt dat niet voor mijn kinderen. Maar wel voor ieder ander die me lief is. Mijn ouders, mijn zusjes, vrienden. Niet dat ik met Jan en alleman te pas en te onpas knuffel, maar nu het niet meer mag is het gemis toch best schrijnend. De knuffelnood is voelbaar. Je zou nu toch verliefd worden zeg. Nieuwe liefde maakt praktisch geen schijn van kans in het “nieuwe normaal”. Maar de ware romanticus geeft de hoop natuurlijk niet op.

Algoritmen

Stukjes code die helemaal vanzelf keuzes maken voor mij. Zoals de super hete pizza die voor me wordt gebakken omdat het algoritme registreerde dat mijn blik wel 0.374 seconden op die smakelijke groene jalapeño op de foto boven de balie bleef hangen. Zoals de route van A naar B omdat ik maar zou verdwalen en bovendien niet in files wil staan, maar eigenlijk worden we met z’n allen als kuddedieren zo over de wegen geleid dat de files korter zijn en sneller oplossen. Of het nieuws dat mij zou moeten interesseren op basis van een persoonlijk profiel dat is bepaald door volautomatische verzameling van data over mijn gedragingen.

Algoritmen combineren mijn data met de data van anderen. Algoritmen delen ons op in categorieën. Digitale schaapskuddes. Algoritmen voorspellen met die data wat we nodig hebben, en matchen onze behoeften aan de ideale keuze uit het enorme aanbod. Het aanbod is zo groot dat we niet eens meer zelf kúnnen kiezen. Veel te veel gedoe. Boeken, muziek, gadgets, verzekeringen, reizen, restaurants, woonruimte, medische zorg, en ook liefde. Niets is blijkbaar taboe. Algoritmen die (tegen betaling) de beste keuzes voor een nieuwe partner voor je berekenen. Ik vind het nogal wat. Als gediplomeerd infoloog weet ik hoe je algoritmen maakt en hoe ze werken. Maar toch vind ik het nogal wat. Die beroepskeuze maakte ik destijds trouwens helemaal zelf. Nooit spijt van gehad. Straks wordt je ideale studiekeuze natuurlijk al voor je berekend door een algoritme. Dat is al geen taboe meer.

Het duurt vast ook niet lang of algoritmen weten precies wanneer je dood gaat. Sterker nog, dit weten ze beslist al, op de dag nauwkeurig, maar ze hebben zich nog niet uit de taboesfeer gewurmd. Op een dag in de nabije toekomst krijgen zij die al digitaal ten dode zijn opgeschreven schaamteloze advertenties voor praktische en passende uitvaarten die precies bij ons passen (duurzaam de pijp uit knetteren kan dan ook). Je keuze voor het verzorgingstehuis is dan natuurlijk dan ook al door een algoritme gemaakt. Het vriendelijke algoritme dat het beste met je voor heeft. In al zijn goedheid heeft het ook alvast de ideale uitvaart voor je uitgezocht. Je hoeft het allemaal alleen nog maar in je winkelwagentje te slepen.

Verwacht niets

Nee heb je, ja kun je krijgen. Een wijsheid van mijn moeder. Als ik iets wilde maar niet durfde te vragen, dan was dat haar advies. Het is een waarheid als een koe natuurlijk. Zelf zeg ik nu heel vaak tegen mijn kinderen dat brutalen de halve wereld hebben. Soms mag je, nee, móet je brutaal zijn, zeg ik tegen ze. Het betekent ongeveer hetzelfde als mijn moeder’s wijsheid, maar ik voeg er assertiviteit aan toe. Als je iets wil, moet je er brutaalweg om vragen. Wat een gedoe. Toch pas ik dat altijd behoorlijk vrijpostig toe als ik een rib uit mijn lijf ga trekken voor een auto, of een keuken, et cetera: kan er wat van de prijs af? Het is verbazingwekkend hoe zelden ik daarop een nee als antwoord krijg.

De kern van mijn moeder’s oude wijsheid zit ‘m in de verwachting van de afwijzing. Een mens gedijt slecht op afwijzing. Voor mij geldt dat sowieso. De vraag niet stellen voorkomt op zich wel afwijzing, maar de begeerde bevestiging wordt niet ontvangen. Kortom: ga die vraag vol goeie moed en brutaliteit stellen, met de verwachting van de nee? Nee. Ik denk dat je geen ja én geen nee moet verwachten, maar helemaal niets. Verwacht je namelijk een “ja”, dan is er het risico van teleurstelling. Maar als je altijd uitgaat van de “nee”, dan loop je het risico van gelatenheid: het maakt toch niks uit wat ik doe. Ik denk dat dat laatste erger is dan af en toe een afwijzing verwerken.

En natuurlijk is de wereld niet zwart-wit. De mijne niet in ieder geval. Er zit een hele wereld tussen alles en niets. Soms helpt het om brutaal te zijn met hoge verwachtingen, en soms loont je sierlijke bescheidenheid. In het midden zit acceptatie van net gelijk welk antwoord. Verwacht niets, en accepteer alles. Natuurlijk is alles niet alles, en niets niet niets. Het gaat erom dat er een hele wereld tussen nee en ja zit, en dat je je open stelt voor het antwoord dat je krijgt en dan kiest wat je daarvan kunt accepteren. Wat een gedoe. Ach, voor mij is dit zo’n inzicht dat er altijd al was, maar waar je door schade en schande door het leven steeds weer aan herinnerd wordt. Afhankelijk van je koppigheid (en daarmee ben ik nogal gezegend), leer je dit ergens in je leven te accepteren.

Aandachtsobsessie

Vroeger smachtte ik naar een weekend voor mezelf. Zonder kinderen, zonder gezeur. Well, I got what I wished for. Zesentwintig weekenden per jaar. En ja, een weekend helemaal voor jezelf is erg fijn. Geen gezeur van wie dan ook aan mijn kop. Lekker doen waar ik zin in heb. Met niemand hoef ik rekening te houden. Precies wat ik wilde. En toch…

Dit weekend is zo’n weekend. Nou ja, gedeeltelijk. Vanochtend had mijn jongste zoon Aikido-training, en ik ging daar met hem naartoe. Dat doe ik met veel plezier. De trainer inspireert me telkens weer. Hij brengt de kinderen op erg grappige manier bij hoe je door aandacht sterk wordt. Aandacht. Misschien wel het belangrijkste woord dat ik ken.

Aandacht geeft op zichzelf geen kracht, maar kanaliseert vooral de kracht die je al in je hebt. Dat is de inspirerende les van de aikidomeester. Een les die ik snap. En de kracht is niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Misschien wel vooral mentaal. Door mijn aandacht te richten op wat voor mij belangrijk is, blijf ik mentaal sterk. Ook in weekenden die helemaal van mezelf zijn. In die weekenden richt ik mijn aandacht op van alles en nog wat, om er maar voor te zorgen dat ik me niet zwak voel.

Dus ik ben geobsedeerd bezig om mijn aandacht ergens anders bij te hebben dan bij het feit dat ik me in die weekenden van mezelf verdomd alleen voel. Ik heb daarom met veel aandacht voor mezelf een stoofschotel gemaakt (met iets teveel aandacht voor de rozemarijn…). Een groot deel van mijn aandacht stak ik tegelijkertijd in het knutselen van een inklapbaar bureau. Ik ben momenteel nogal klein behuisd, dus dingen moeten ofwel stapelbaar, inschuifbaar of inklapbaar zijn. Het bureau is gelukkig nog niet af, zodat ik er zondag ook nog aandacht aan moet besteden. Na mijn vaste, zondagse rondje aandachtig door het bos rennen natuurlijk.

En zo probeer ik al die weekenden die van mijzelf zijn nogal koortsachtig te vullen met aandachtigheid. Ook dit verhaal is met veel aandacht getypt. Wat een krachtpatser moet ik intussen wel niet zijn.

Het jaartje wel

Het was me het jaartje wel zeg, 2018. Een jaartje vol heftige schokken. Zo heb ik 2018 in ieder geval ervaren. Ik voel me als een boerderijtje midden op het Groninger platteland. Zichtbaar gescheurd, maar koppig staand gebleven.

Een jaartje ook dat met duizelingwekkende vaart voorbij vloog. Ik zat in een achtbaan. Mijn treintje klom tikkend over de rails, tot in de grijze wolken. Om me daarna onvermijdelijk weer de diepte in te trekken. Gierend werd ik door driedubbele loopings gejaagd. Veel overtollige ballast slingerde zo van me af, dat wel.

2019 mag van mij dan dus doodsaai zijn. Een doodnormaal jaar. Een jaar waarin ik naar hartenlust ontmoeten kan. Een langdradig jaar dat maar niet om wil. Een slak van een jaar. Een jaar met een eindeloze voorraad morgens. Zodat ik op 31-12-2019 een blog zal kunnen posten getiteld “het jaartje niet”.

Het eikelwezen

Een eikel is, naast vrucht van de eik, een niet zo aardig bedoelde bestempeling van een mannelijke persoon. Zelf ben ik ook wel eens uitgemaakt voor eentje. Een ongelooflijke zelfs. Blijkbaar scheen ik me toen ongelooflijk lullig te gedragen. Het eikelwezen is blijkbaar ook alleen weggelegd voor mannen. Vrouwen kunnen zich wel lullig gedragen natuurlijk, maar worden nooit voor eikel uitgemaakt. Tot nog toe heeft de emancipatie hier geen verandering in gebracht. Hoeft van mij ook niet. Wat mij betreft mogen scheldwoorden wel gender-specifiek zijn. Het eikelwezen is dus een mannelijke aangelegenheid. Het eikelwezen is verbonden aan het hebben van een piemel. Het uit de voorhuid gekropen topje daarvan heeft immers een grote gelijkenis met een eikel. Vrouwen hebben geen piemel, dus ook geen eikel (ik vraag me nu ineens wel af of het zuurpruimwezen alleen een vrouwelijke aangelegenheid is). Maar wat doen we qua eikelwezen met transseksuelen? Tot vrouw getransformeerde mannen die hun eikel nog hebben, zou je technisch gesproken nog voor eikel mogen uitmaken. En tot man getransformeerde vrouwen zonder piemel technisch gesproken dus niet. Je baseert je keuze om de zich ongelooflijk lullig gedragende persoon voor eikel uit te schelden eigenlijk puur op het uiterlijk. Weet jij veel of er sprake is van een pruim of een eikel? Je kan het toch moeilijk eerst voor de zekerheid gaan controleren. Misschien eerst een knietje in het kruis geven en dan pas gaan schelden? Wat een gedoe. Toch lastiger dan ik dacht, dat eikelwezen.

Mijtijd

In de drukke hectiek van het gezinsleven groeit mijn behoefte aan tijd voor mezelf: mijtijd. Als ik weer eens gek dreig te worden van alle drukte om me heen, krijg ik last van uitvalgedrag. Ik val dan zomaar ineens uit. Naar mijn kinderen bijvoorbeeld. Ik kan sowieso slecht tegen druk gekrakeel om me heen. Ik word er ontzettend kriegel van. Als ik aan mijn tax zit van wat ik kan hebben (en dat is niet bijster veel), dan dreigt er bij mij ontploffingsgevaar. Ik weet het van mezelf. Er helpt dan maar één ding: rust aan mijn kop. Mijn mijtijd heb ik nodig om weer op te laden. Mijtijd is een momentje die van mij is. Vaak is dat een stevige wandeling, maar een bankje in het zonnetje met een boek is ook heel fijn.

Ik probeer ook dagelijks meerdere keren te mediteren, want dat helpt verbazend goed. Deze vind ik zelf nog heel onwennig. Ik vind het heel gek om te zeggen dat ik even ga mediteren met de vraag erbij of ze me even een kwartiertje niet willen storen. Tot nog toe mediteer ik heimelijk. Bijvoorbeeld als iedereen op de bank voor de buis hangt. Dan lig ik in de slaapkamer op de grond met mijn oordopjes in, luisterend naar kalmerende klanken van klankschaaltjes, rustig kabbelende beekjes en dolfijnen. Ik gebruik daarvoor de app “Insight Timer“, wat mij betreft een aanrader.

En omdat ik ook behoefte had aan een vaste avond voor mezelf, heb ik vorige week een eerste proefles boogschieten gehad. Het was buiten, op een klein veldje vlak langs de spoorlijn. Een klein groepje boogschutters komt daar wekelijks trainen. Fantastisch om naar te kijken. Vooral dat moment van kalmte en concentratie – heel zen – voordat ze de pijl laten vliegen vond ik prachtig. Nooit misten ze hun doel. Zelfs als die 45 meter van hen af stond. Zelf mocht ik eerst maar eens mikken op een blazoen op 10 meter afstand. En dat ging best goed. De trainer vond mijn houding al vrij goed. Na een paar keer kreeg ik de slag al aardig te pakken. Ik ben dan ook een geboren boogschieter. Blijkbaar stonden de sterren op de dag van mijn geboorte gunstig. Dus dat boogschieten is wel wat voor me. Een prima besteding van mijtijd.