Hoe te…

Hoe te vermannen

Omdat ik betekenis belangrijk vind stoei ik vaak met woorden. Dat is mijn dominante linker hersenhelft. Kan ik niks aan doen. Het begint met spelen, maar als ik niet oppas wordt het een gevecht. Bij vermannen denk ik dan dus aan een transformatie van een toestand waarin je gevoel van man zijn te wensen overlaat waardoor je de situatie niet helemaal de baas bent, naar een toestand waarin je gevoel van man zijn dusdanig is toegenomen dat je de situatie weer de baas bent.

Maar wat doe je eigenlijk als je je vermant? Wat gebeurt er precies? Stroomt er, omdat jij dat wil, ineens meer testosteron door je aderen? Is het moeilijker om je te vermannen als je te weinig testosteron in je bloed hebt? Misschien heeft testosteron er wel helemaal niks mee te maken. Mijn onderbuik zegt van niet. Die speelt volgens mij een grote rol bij het vermannen. Onzeker gevoel zit bij mij altijd in de onderbuik.

De laatste keer dat ik me moest vermannen van mezelf was enkele dagen geleden. Ik was mijn telefoon vergeten. Meteen een hol gevoel in de onderbuik. Alsof de wereld zou kunnen vergaan als ik niet bereikbaar ben. Maar ik wist me dus te vermannen. Hoe precies, weet ik niet meer. Het gebeurt half onderbewust. Je ergert je aan je zwakte op dat moment en vindt dat je niet zo zielig moet doen. Zo van: “Ach, kop op! Je kan best een dag zonder je smart phone. Een dagje zonder afleiding zou je goed doen!”

Vermannen is misschien wel vooral het binnen de juiste proporties houden van een (acuut) probleem. Niet moeilijk doen. Niet je hoofd laten hangen, maar accepteren dat iets is zoals het is en er het beste van maken. Het voor handen zijnde probleem onder ogen zien. Kracht. Optimisme. Maar ook kalmte en berusting. Dat is hoe vermannen voor mij voelt.

Om je te kunnen vermannen hoef je trouwens geen man te zijn. Vrouwen kunnen zich ook uitstekend vermannen. Mijn linker hersenhelft komt nu met de vraag of je je ook kunt vervrouwen… Food for thought…

Advertenties

Hoe te stoppen met Facebook

Ergens halverwege december vorig jaar besloot ik dat ik cold turkey ging stoppen met Facebook. Wel na mijn verjaardag natuurlijk. Ik was er teveel aan verslaafd geraakt, vond ik. Vele minuten per dag werden door mij aan Facebook verspild, al hield ik die minuten natuurlijk niet bij. Minuten gevuld met flauwekul. Gekke kunsten, rare fratsen, opmerkelijke onzin, noem maar op. Die minuten had ik beter kunnen besteden aan het lezen van echt nieuws.

Ik vond leuk bij de vleet. Ik kreeg er niet genoeg van. Eerst kon je alleen maar leuk vinden, maar later kon je ook lachen, huilen, tieren en zwijmelen als reactie op een bericht. Daar trok ik mijn streep. Ik vind het leuk, of ik vind niets. Punt. Ik geloof niet dat mijn totale aantal vind-ik-leuks als percentage van het totale aantal berichten dat ooit op facebook is geplaatst, boven de miljoenste procent komt. Ik heb praktisch niets leuk gevonden eigenlijk. Het is compleet verwaarloosbaar.

Maar mijn vind-ik-leuks zijn toch uitingen van mijn identiteit? – zou je kunnen denken. Ik ben wat ik leuk vind, en dat wil ik met de hele wereld delen. En hopelijk krijg je dan veel bijval van anderen. Die bijval is heerlijk. En dus verslavend. Eigenlijk wil je dus graag dat anderen leuk vinden dat jij leuk vindt wat je leuk vindt. Te triest voor woorden dus. Met name die realisatie maakte dat ik met facebook wilde stoppen.

Helemaal facebook-vrij ben ik trouwens nog (lang) niet. Mijn account bestaat nog steeds. Je kunt je account verwijderen, maar dat voelt nog teveel als een amputatie. Een zuiver teken van afhankelijkheid. Facebook biedt je ook de mogelijkheid om je account tijdelijk in de koelkast te zetten. Maar dat heb ik ook nog niet gedaan. Ik weet niet wat me tegen houdt. Misschien het signaal dat ik op die manier mijn vingers virtueel in mijn oren steek. Nu negeer ik iedereen alleen maar. Dat voelt minder erg.

Dat cold turkey stoppen betekende eigenlijk alleen maar dat ik de facebook app van mijn telefoon heb gegooid. Dat bevalt heel goed. Zo krijg ik geen push-meldingen van facebook meer op mijn telefoon. Dat is eigenlijk toch virtueel de vingers in de oren steken. Sindsdien vind ik niks meer expliciet, digitaal leuk. Laatst keek ik stiekem even via de browser. Er stonden honderden berichtjes op me te wachten. Vele gemiste nieuwe uitnodigingen voor een spelletje, vele gemiste nieuwe foto’s, vele gemiste reacties op een reactie van een vriend/vriendin op een berichtje van daar weer een vriend of vriendin van. Ik heb ze maar gelaten voor wat ze waren.

Dus tja, hoe te stoppen met facebook? Willen is 1, kunnen is 2. Als je echt wilt stoppen, dan is het zo gebeurd. Gewoon je account opheffen. Dat dat voelt als een virtuele zelfmoord is precies wat Mark Zuckerberg heeft willen bereiken bij je. Of je doet het net als ik: je wordt een virtuele zombie.

minecraft-zombie

Hoe te poepen

Natuurlijk weet je al lang hoe je moet poepen. Het primaire poepproces is bij iedereen bekend vanaf de geboorte, zullen we maar zeggen. Maar waar menigeen (mijzelf incluis) volgens mij mee worstelt is de poep-etiquette. Wat is nou geaccepteerd gedrag qua poepen in openbare toiletten of toiletten die je deelt met anderen zoals op kantoor, op school, et cetera?

Wat mij betreft is het poepen op een openbaar toilet, bijvoorbeeld bij een tankstation langs de snelweg nog het minste probleem, want daar kom ik alleen vreemden tegen. Dan is het kunnen hebben van schijt aan wat men van je denkt, heel gemakkelijk. Dus dan poep ik vrijwel net zo ontspannen als thuis.

Op kantoor is het anders. Daar kent iedereen elkaar, en maakt het me veel meer uit wat men van mij denkt. Vanuit het perspectief van de toiletgebruiker zie ik twee kanten aan de poep-etiquette:
1. Vanuit de poependen: Wat is netjes poepgedrag?
2. Vanuit degenen die het poepgedrag van anderen waarnemen: Wat is netjes observatiegedrag?

Te beginnen bij het gedrag van de poepende:

Als er anderen in de toiletruimte aanwezig zijn (op slot zittende deuren duiden wellicht op mede-poepers waardoor je gelijk ook waarnemende wordt), dien je er rekening mee te houden dat anderen aanstoot nemen aan jouw geknetter en gesteun. Probeer dus zo geluidloos mogelijk te poepen. Wacht desnoods tot je zeker weet dat je de toiletruimte voor jezelf hebt, voor je gaat persen. Je kunt ook handig gebruik maken van de mogelijkheden om je perswerk te doen op de momenten dat een andere toiletgebruiker doorspoelt of, heel ideaal in mijn optiek, de handendroger aan zet. Als je onverhoopt toch pruttel- en knettergeluiden voortbrengt (wat door de toiletpot en de akoestiek van de toiletruimte erg wordt versterkt), dan dien je je te schamen en moet je je eigenlijk openlijk excuseren via een e-mail naar de hele kantoorvleugel:

“Beste collega, mijn oprechte excuses voor de onbetamelijke geluiden door mij voortgebracht tijdens het poepen. Ik vermoed dat het de bruine bonen waren. Sorry voor de overlast”. Zoiets.

En dan het gedrag van de waarnemende:

Neem aanstoot aan ongegeneerd geknetter en gesteun van een poepende mede-toiletgebruiker. Mocht je deze persoon na dit gedrag uit het toilethokje zien komen, schenk deze dan een afkeurende blik (met gerimpelde neus). Als je weet wie deze onbetamelijke poepert is, spreek er dan achter de rug van diegene om, schande over. Temeer als het een hooggeplaatste collega is. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om een bruine lijst te plaatsen op het intranet, waarop alle ongegeneerde poepers met naam en foto komen te staan. Dat zal ze leren om zich zo onbetamelijk te gedragen!

Onzin natuurlijk. Iedereen moet wel eens poepen. Ook je gerespecteerde collega’s. Een toiletruimte is daar voor bedoeld. Heb gewoon lekker schijt aan wat anderen vinden. Pers je drollen er gewoon net zo uit als thuis en voel je opgelucht in plaats van opgelaten.

Hoe te verdragen

Eerlijkheid gebiedt mij, dus ik zal er niet omheen draaien. Verdraagzaamheid vind ik lastig. Misschien is het een fase, maar dan wel een lange. Al zo lang als ik kinderen heb ongeveer, en mijn oudste is 11.

Ik verbeeld me dat ze mij expres ergeren. Ze keten en gieren door het huis. Ze giebelen en grollen, ze joelen en wervelen om me heen. Ze maken met horendol met hun irritante getetter, getoeter en getater. Het is allemaal heus niet persoonlijk bedoeld, daar ben ik me terdege van bewust. Maar die wetenschap houdt me nauwelijks in toom.

Dus ik vraag het maar gewoon: hoe word je verdraagzamer? Is er een boekje “Verdraagzaamheid for dummies”, of een cursus “Verdraagzaam in 10 stappen”? Ik erger me genoeg aan mijn eigen ergenis om echt te willen veranderen. Willen is kunnen, naar het schijnt. Nou, bij mij blijkbaar niet. Ik ontvlam veel te licht. Mijn geest is overvurig.

Ergens in mijn vuurzee bevindt zich een stille oceaan. Daaruit put ik mijn rust en mijn rede. Uit de diepte ervan put ik inzicht en eerbied. Maar in mijn momenten van onverdraagzaamheid overheerst mijn ego. Daar ben ik me van bewust.

Vaak herken ik dat mijn ego de overhand neemt, en weet het dan te kalmeren. Dat is dan een heel bewuste actie die veel wilskracht kost. Dan geef ik me heel bewust over aan de situatie waaraan ik me erger en ontdek dan eigenlijk altijd dat mijn ergernis was gebaseerd op niets. En dan blijkt zelfs dat ik mijn ergenis heel makkelijk kan omzetten in plezier door mee te doen met het spel van mijn kinderen. Dan joel ik en wervel ik, dan giebel en grol ik, dan tetter, toeter en tater ik lekker mee en voel me heerlijk.

Zo moet dat dus misschien wel: niet zeuren maar kleuren. Zoiets. Maar het is iets waar ik me bewust toe moet zetten. Ik ben dus nog maar bewust (een beetje) bekwaam hierin. Dit moet dus een onbewuste bekwaamheid worden waardoor ik vonken van loze ergernis kan doven, zonder te sissen. Het zal wel een kwestie van volharden zijn waardoor het inslijt. Ik vrees dat ik het eindelijk kan als de kinderen uitvliegen. Misschien moet ik maar een jaartje schoolmeester worden ofzo, om het proces te versnellen. Zou het helpen denk je?

Hoe te neuzelen

Je neus volgen, met je neus kijken, tussen neus en lippen, iets aan je neus hangen, een neus voor iets hebben, je neus ophalen, doen alsof je neus bloedt, iemand bij de neus nemen, iets aan je neus voorbij laten gaan, de neuzen in dezelfde richting krijgen en met je neus in de boter vallen. Er zijn er nog veel meer. Geen lichaamsdeel dat zoveel wordt gebruikt in onze taal als de neus.

Je kunt dan ook moeilijk om de neus heen. Hij zit nogal prominent op onze aangezichten en is een erg veelzijdig orgaan. Het kan snuiven, snuffelen en snotteren. Je kunt het in boeken en andermans zaken steken. Je kunt er mee neuzen in archieven, bibliotheken en curieuze winkeltjes. Het is onze fijnste keurinstrument. En je kunt heerlijk neusie-neusie doen met een ander, ik stel zelfs voor dat we die vreselijke 3-wangzoen hierdoor gaan vervangen.

“Wat een zinloos gewauwel!”, zul je nu wellicht denken, en “Heeft die blogger niks beters te doen dan een beetje ouwehoeren over het reukorgaan?”. Ja, haal je neus er maar voor op. Dat is de gebruikelijke reactie. Dit fenomeen heet “neuzelen” en is helemaal niet moeilijk. Iedereen kan het en jij ook (alhoewel…). Om te neuzelen hoef je alleen maar eindeloos en nasaal te wauwelen over een ongelooflijk suf onderwerp dat niemand ene moer interesseert. In alle bescheidenheid durf ik te beweren dat ik er zelfs bijzonder goed in ben. En dat je dit nog leest zegt wel veel over jezelf hoor 😉

hoe ‘m te knijpen

“Nou, ik knijp ‘m wel hoor” is een algemeen gebezigde uitdrukking. Ik vraag me er altijd het volgende bij af: wát dan? Het is namelijk nogal onspecifiek en dat stuit me tegen de borst. Wat wordt er geknepen? 

Misschien is er een reden dat het onspecifiek is. Misschien wil ik helemaal niet weten wat er geknepen wordt. ‘m kan natuurlijk vanalles zijn. Kijk, ik snap dat er sprake is van angst. Je kunt bang zijn in allerlei gradaties: van een licht gevoel van onbehaagelijkheid tot het schijten van zeven kleuren stront in je broek (zeven ja, er bestaan waarschijnlijk niet zoveel kleuren stront).

Dus “‘m knijpen” is dus eigenlijk in het midden laten hoe bang je precies bent. Je moet dan bijvoorbeeld als martelaar op lichaamstaal en je neus afgaan om te bepalen hoe bang de uitspreker van de uitdrukking, de gemartelde, is. Deze legt ook altijd sterk de nadruk op “knijp”. Wat de suggestie wekt dat ‘m ook anders behandeld zou kunnen worden, maar dat gezien de huidige gemoedstoestand de voorkeur wordt gegeven aan knijpen. Allemaal vaagheden waar je als martelaar niet zoveel mee kan.

Maar wacht es even, ik vat ‘m (vraag me niet wat precies, ik hou dit graag vaag): angst beïnvloedt blijkbaar de zindelijkheid. Ofwel, bij verhoogde angst vermindert het knijpvermogen van je sluit- en bilspieren. Dus als iemand zegt: “ik knijp ‘m”, geeft deze aan zich bewust te zijn van aangespannen sluit- en bilspieren ter voorkoming van het bevuilen van het ondergoed. Volkomen logisch eigenlijk. Dus martelaren doen er verstandig aan de aanspanning van sluit- en bilspieren te controleren om zich een goed beeld te vormen van de mate van angst die zij teweeg brengen. Buitengewoon praktisch toch? Zeg nou zelf…

Hoe te popelen

Popelen. Dat is een werkwoord dat, als je het heel vaak achter elkaar zegt, op je lachspieren gaat werken. Popelen doe je vanuit een soort acuut gebrek aan geduld. “Ik popel om te beginnen”, zegt iemand die niet kan wachten om te beginnen. Popelen betekent dus “niet kunnen wachten”.

Het is een gek werkwoord, want eigenlijk doe je helemaal niks als je popelt. Je bent vaak wel druk als je popelt. Heel druk met niet kunnen wachten. Van binnen gloeien en jeukende handen zijn de bijwerkingen. Gek genoeg kun je niet op commando popelen, zo van: “Hee, jij daar! Ja jij daar met je zielige kop. Ga onmiddellijk popelen! Nou? Komt er nog wat van?” Dat gaat averechts werken dus.

En als je in de gelukkige omstandigheid verkeert te popelen, dan valt het ook niet onmiddelijk op. Mensen merken het niet echt. Hebben er ook geen last van voor zover ik weet. Je hoort nooit dat mensen zich eraan ergeren als een ander popelt. “Potverdorie, wat zit jij ontzettend te popelen zeg! Schei es uit! Weet je wel hoe irritant dat is? Hè?”

Popelen doe je ook niet vrijwillig. Het overkomt je. Net als bij twijfelen, treuzelen, hopen, vallen of schrikken. Je gaat immers niet zomaar voor je lol even lekker twijfelen, treuzelen, hopen, schrikken of vallen, toch? Hoewel vallen een twijfelgeval is waarbij schrikken een handige bijwerking zou kunnen zijn, maar dat terzijde.

Popelen is in ieder geval wel altijd positief, volgens mij. Wie popelt barst van verlangen om te beginnen te doen waar je je zo op verheugt. We popelen om in een nieuwe baan te starten, we popelen om onze geliefden weer te zien, we popelen om op reis te gaan, noem het maar op.

Popelen is dus fijn. Ja, het is misschien wel iets waar je naar zou kunnen verlangen. Dus dat je als het ware popelt om weer es te popelen. En daar ligt de sleutel tot “vrij popelen”. Popelen wanneer je er zin in hebt dus. Het zal waarschijnlijk wel een beetje hol voelen dat vrije popelen, maar misschien baart oefening ook hier kunst. Nou, waar wacht je nog op? Hup, popelen geblazen!

Hoe te bloggen (of niet)

Er is me een nieuw soort trendje opgevallen in de blog-o-sphere (kan iemand me vertellen wie dat stomme woord heeft bedacht, dan was ik hem even zijn oren): het doorhalen. Heel interessant. Het heeft zo te zien de volgende functie: iets zeggen, maar daar maar half achter staan. Je veroorlooft je daarmee dus iets te zeggen dat je niet (echt) meent of niet letterlijk zo bedoelt, dus haal je het en plein public door.

Eigenlijk geef je in het openbaar dan toe dat de doorgehaalde tekst een onbetrouwbare uiting van je is. Het huidige regeerakkoord zou dus grotendeels doorgehaald moeten zijn. Oeps! Wat zeg ik nu toch weer, gelukkig kan ik het doorstrepen! Doorstrepen is de blogger-manier voor het quasi-beschaamd je hand voor je mond houden bij een welgemeende ontdeugende uitspraak.

Dat is althans mijn analyse. Dus ik geloof dat ik het snap. Maar ik begrijp het alleen niet. Waarom zou je iets willen overbrengen waar je niet geheel achter staat? Bloggen bestaat uit schrijven en schrappen. Dat doorhalen is, als je het mij vraagt, ofwel een verkapte vorm van valse bescheidenheid ofwel een uiting van onzekerheid. Daarom is mijn bescheiden mening en advies: Doorhalen is voor sukkels, doe het niet!Doorhalen is te gék! Het voegt écht iets toe aan je blog!

Update: Naar het schijnt, leef ik onder een rots. Dat heb je ook met al die zwerfkeien hier in Drenthe. Dat doorhalen blijkt in de blog-o-sphere (ooit in de blog-oertijd door een Amerikaan bedacht) al jaren in gebruik te zijn. Ik ben een trage trendspotter, zo blijkt. Ik stel mijn mening dan een beetje bij: doorhalen is zooooo 1995!Doorhalen is heel hip! Doe het ook!

Hoe te smalen

Smaal jij wel eens? Moet je echt eens doen joh. Er gaat namelijk niets boven een potje uitgebreid smalen. Laatst smaalde ik wel anderhalf uur achter elkaar. Het voelt ook ongelooflijk lekker om even ongenegeerd te honen. Dat lijkt heel veel op smalen, dus je kunt het daar uitstekend mee combineren. Het voelt in het begin wel een beetje ongemakkelijk dat honen en smalen, maar dan denk je gewoon bij jezelf: ik ben beter dan de hele wereld!

Visualiseren werkt ook heel goed. Vooral bij de beginnende smaler of honer. Visualiseer jezelf in een hoge, ivoren toren van waaruit je op de mensen neerkijkt. Nietige, kleine mensjes krioelen als mieren onderaan de voet van jouw toren. Ze zijn jouw blik natuurlijk niet waardig, maar je doet het desondanks. Je mondhoeken trekken ietwat naar beneden en je heft je kin zodat je langs je neus naar de wereld kijkt. Het is maar goed dat er gelukkig ook halfgoden zoals jijzelf bestaan zodat er nog enige orde in die chaos daar onderaan jouw toren kan worden gebracht.

En als ze je betichten van hoogmoed, minachting, zelfingenomenheid, of zelfs arogantie, dan weet je dat je in je smaling en honing bent geslaagd. Dan geef je die zeurpieten als blijk van dank je allerbeste hoonlach: Mwah-hah-hah-hah-hah!, jullie zijn toch zoooo zielig. Laat me niet lachen zeg.