Leven

Niks

Het is niet dat er niks in mijn leven gebeurt. In tegendeel eigenlijk. Er gebeurt van alles. Ik voel me door het leven toegelachen en de wind staat voelbaar in mijn rug. Misschien gaat het gewoon te goed met me. Misschien schrijf ik daarom nagenoeg niks. Als ik ergens mee zit, dan zoek ik mijn troost in woorden. Uit zorgeloosheid haal ik blijkbaar geen inspiratie. Zorgen trekken me naar binnen en laten me worstelen met zware woorden. Zonder noemenswaardige zorgen is die lust om met woorden te strijden er dus niet. Mijn gedachten zijn een kalme oceaan. Ik dein op en neer op rustige golven. Er is werkelijk niks waar ik me zorgen over maak. Niks. Misschien zou ik me dáár zorgen over moeten maken.

Het Ei van Descartes

Moeten we denken om te kunnen bestaan? Of moeten we bestaan om te kunnen denken? Descartes verwoordde dat toen allemaal heel leuk en aardig met zijn “ik denk, dus ik besta”, maar drukt daarmee wel zwaar op de noodzaak van het denken. Met “bestaan” bedoelde Descartes natuurlijk meer dan primair “in leven zijn”. Hij bedoelde met “bestaan” vooral het bestaan van je identiteit, je zelfbewustzijn. Hij bedacht er ook bij dat, in het geval dat je twijfelt over je bestaan, je die twijfel moet zien als nadenken over je bestaan waardoor zijn filosofie automatisch in werking treedt. Handig!

Maar wat was er eerder? Het ei, of de kip? Dat komt namelijk naar boven als ik nadenk over die mooie cirkelredenering van Descartes. En is “denken” dan het ei, en “bestaan” de kip? Of juist andersom? Is je bewuste bestaan een ei dat je uitbroedt met je bewuste gedachten erover? Dat lijkt te kloppen. Op een gegeven moment in het leven van een mens, waarschijnlijk al als ongeboren baby, begint dat broeden.

Dus die kip – ofwel, het denken – moet er dan dus eerder zijn dan het ei van onze identiteit. Dat is echter een existentiële denkfout, want met die redenatie twijfel ik impliciet aan mijn eigen ei. En dus treedt Descartes’ filosofie automatisch in werking: Als de kip bestaat, bestaat ook gegarandeerd het ei. Kip en ei zijn één. Het ei is de kip die zich zelf voortdurend uitbroedt. En het Ei van Descartes is dan dus eigenlijk dat die kip haar hele leven op dat ei zal moeten broeden. Vandaar al dat gekakel over de zin van ons bestaan.

Zonnestraal

Ze breekt door het grijze wolkendek.
Zonnestraal.

Oogverblindende schittering.
Zonnestraal.

Mistflarden verdwijnen als sneeuw.
Zonnestraal.

Wat ze aanraakt, verandert in goud.
Zonnestraal.

De espresso smaakte nog nooit zo vol.
Zonnestraal.

Dansende vliegjes zijn ineens ook mooi.
Zonnestraal.

Ik doe mijn ogen dicht en geniet van haar.
Zonnestraal.

De rugzak

We hebben er allemaal eentje. Een rugzak. Dé rugzak. Je draagt hem voor de rest van jouw rit. In de rugzak zitten dingen die je met je meedraagt. Voor altijd. Dingen die in de loop van je leven bij je zijn gaan horen. Herinneringen, confrontaties, tegenslagen, overwinningen. Allemaal dingen die jou definiëren. Onuitwisbare dingen. Dingen die jou hebben gevormd. Accepteer het maar.

Het aantal dingen neemt tijdens je leven gestaag toe, maar of de rugzak zwaarder wordt hang af van het gewicht dat je zelf aan de dingen geeft. Als de rugzak te zwaar voelt, dan moet de rugzak maar weer eens open. De dingen die te zwaar zijn zitten geheid onderin, dus hij moet even helemaal leeg. Al jouw dingen liggen dan even open en bloot. Kijk er maar eens goed naar. Daardoor krimpen ze soms vanzelf al. In je hoofd had je ze misschien weer eens uitvergroot.

Je rugzak uitstorten is jezelf met jezelf confronteren. Wees maar eerlijk over jezelf en de dingen in je rugzak. Ze zijn wat ze zijn. Niet meer en niet minder. Stop ze dan behoedzaam één voor één weer terug in de rugzak en hijs die weer op je rug. En dan weer met frisse moed en lichtere tred je pad vervolgen.

Covidsluizen

Als je naar de kroeg, het theater, een restaurant, een museum, de keukenhof, een festival of Duitsland wil, moet je covidnegativiteit zijn aangetoond. Zonder bewijs van covidnegativiteit kom je er niet in. Het moet allemaal worden mogelijk gemaakt door snelle testmethoden. Hoe sneller en makkelijker deze “covidsluizen” werken, hoe beter, zou je denken. Als ik de pessimistische nieuwsberichten over de vaccinatie in derde wereld landen moet geloven kan het nog wel eens jaren kan duren voor we de hele covid-familie definitief wereldwijd hebben uitgeroeid. Deze berichten schetsen een toekomst waarin we regelmatig geteisterd zullen gaan worden door nieuwe en steeds besmettelijkere mutanten van covid.

Ik begin daarbij dan te vrezen voor een toekomst waarin covidsluizen een permanent onderdeel gaan worden van het leven. Bij de ingang lopen we één voor één door de sluis. Een persoon achter een plexiglazen scherm vraagt je om zo hard mogelijk in een steriel trechtertje te hoesten. Bliep… licht op groen, komt u verder. Bliep… licht op rood, besmettingsgevaar! De besmettelijke en diens gehele sociale netwerk wordt in de daarop volgende seconden volledig doorgelicht. Diegenen waarmee nog kort geleden contact is geweest worden à la minute van hun plek gehaald, waar ze zich ook maar mogen bevinden en wat ze ook maar aan het doen waren. Ze moeten per ommegaande hun covidnegativiteit laten vaststellen bij een plaatselijke covidsluis voor ze weer verder mogen met hun leven.

De covidpositieven die uit deze procedure naar boven komen worden volautomatisch ziek gemeld en discreet maar dringend naar huis gestuurd. Daar zal een speciale vervoersdienst voor in het leven zijn geroepen: de covid-taxi. Je eigen auto zal namelijk niet starten. Ter immobilisatie van het virus hebben alle auto’s tegen die tijd immers beslist een covid-slot. De tegen die tijd in alle huizen standaard aanwezige, slimme koelkast is natuurlijk al geïnformeerd en heeft meteen alle nodige bestellingen voor de betroffen covidpositieven gedaan zodat zij en hun huisgenoten de voorziene incubatietijd niet meer naar buiten hoeven. Deze voorraden staan al op hun stoepje te wachten. Wel zo veilig, wel zo efficiënt. Van harte beterschap!

Reikhalzen

Bij reikhalzen denk ik aan verlangen naar iets dat nog buiten je bereik hangt. Je ziet het, maar je kunt er nog net niet bij. Ik vind het woord “reikhalzen” ontzettend goed passen bij de periode die we momenteel met z’n allen doormaken. Eigenlijk lijken we allemaal vooral reikhalzend uit te zien naar ons oude, vertrouwde normaal. Dat oude normaal dat we zo voor lief namen, hangt nu verlokkelijk boven ons te bungelen.

We moeten ons trouwens ook maar afvragen of er wel sprake kan zijn van één universeel normaal. Ik geloof dat niet. Dat “nieuwe normaal” is ook gewoon maar een eenvoudig te onthouden labeltje dat is geplakt op een set richtlijnen die we nu zouden moeten volgen. Als je het omdraait doe je dus niet normaal als je die richtlijnen niet volgt. En om dat kracht bij te zetten worden we door herhaaldelijke blootstelling aan besmettingscijfers met de neus op de feitelijke gevolgen van abnormaal gedrag gedrukt.

Het “oude normaal” is daarmee verworden tot een labeltje dat is geplakt op een losbandig leven waarin we maar wat als beesten dicht op elkaar leefden en er op los knuffelden terwijl we vrijwel nooit onze handen wasten en daar, als je je netjes gedroeg, constant in hoestten en niesden. Man, wat zie reikhalzend uit naar dat heerlijke oude zwijnenleven.

Touwtjes

Het voelt goed om keuzes te maken. Iedere keuze bepaalt een stukje van de toekomst. Als het precies zo uitpakt als je dacht, dan is dat mooi, want dan was de keuze goed. En als het allemaal een beetje anders uitpakt, dan is het ook mooi, want dan weeg je een volgende keuze weer een beetje beter af.

Je leert eigenlijk altijd van je keuzes. Vooral als je zelf en bewust kiest. Bewust van de gevolgen van de keuze. Het maken van de keuze kan spannend zijn als de gevolgen ver in je leven strekken en/of niet omkeerbaar zijn. Ik vind die spanning stiekem best wel lekker. Op momenten voordat ik een spannende beslissing neemt, voel ik dat ik leef. Dus rek ik die momenten zo lang als ik durf.

Je kunt je verstand gebruiken om te kiezen, maar ook je onderbuik. Soms kan mijn verstand de keuze niet maken, terwijl mijn onderbuik het wel weet. Dan luister ik vaak naar die onderbuik. Je kan trouwens ook altijd besluiten om niet te kiezen, maar dan verandert er ook niks. En op zichzelf is dat natuurlijk ook altijd een keuze.

Het voelt voor mij goed om mijn eigen keuzes te maken. Dat heb ik een veel te lange periode te weinig gedaan. Ik had op gegeven moment nog maar heel weinig eigen touwtjes in handen. Misschien kwam dat omdat ik geloofde dat je altijd alle keuzes met je verstand moet maken. En dat is dus onzin, weet ik nu. Kiezen met gevoel kan me meestal veel gelukkiger maken dan kiezen met mijn verstand.

Als je écht zelf kiest, dan draag je daar ook veel makkelijker de verantwoordelijkheid voor. Een eigen keuze is een eigen touwtje. Soms werkt dat trouwens ook andersom. Als de keuze voor jou is gemaakt door iemand anders, en er is niets meer aan te doen, dan kun je meestal niet veel meer doen dan je lot accepteren. Maar dat hoeft niet te betekenen dat je het lijdzaam moet ondergaan. Door dan verantwoordelijkheid te nemen, wordt het toch jouw touwtje. Die bewuste binding met de touwtjes is denk ik ook waar het uiteindelijk om gaat.

Er zijn altijd touwtjes in je leven. Teveel is niet goed, maar te weinig ook niet. Wat teveel/te weinig is, bepaal je vooral zelf. Touwtjes moet je vast pakken of juist niet, maar ook los laten of juist niet. In wezen zijn dat de vier oerkeuzen in het leven van een mens.

Pre-vijftigplusser

Morgen flik ik het weer eens. Ik maak alweer een decennium vol. Het is ongekend! Een nieuwe mijlpaal die bij die andere vier kan gaan staan prijken. In de galerij van twijfelachtige certificaten van levenservaring.

Morgen word ik een nieuwe dertiger, zo wordt mij door menigeen goedmoedig verzekerd. Alsof dertiger zijn mijn vermeende leed zou verlichten. Zeggen dat zwaar het nieuwe licht is, is het nieuwe miskennen van gewichtigheid. Denk daarover niet te licht.

Morgen word ik oud-veertiger. Een veteraan, een legende. Mijn veertiger jaren waren bovengemiddeld woelig, dus wie bij mijn zesde mijlpaal durft te beweren dat ik een nieuwe veertiger zal zijn kan maar beter snel dekking zoeken. Maar dat zeg ik nu, terwijl ik nog een felle veertiger ben. Heel even nog. Mijn laatste uren als veertiger tikken weg.

Morgen betreed ik dan ook eindelijk de grijzige wereld der vijftigers. Maar eerst kom ik in een soort niemandsland, want pas als vijftigplusser wordt de vijftiger voor vol aangezien. Als 50-jarige ben je dus feitelijk nog veertigplusser.

Morgen word ik eigenlijk pre-vijftigplusser. Ik heb dan een heel jaar de tijd om mijn vijftigpluswaardigheid te onwikkelen. Vermoedelijk is de tijd die nodig is om je te kunnen vereenzelvigen met het getal 50 precies een jaar. Ik doe dat morgen gewoon meteen als ik wakker word en gebruik dan lekker het hele jaar om te flierefluiten!