Leven

Life saving

Het user interface van het leven heeft geen undo-knop. Voor zover ik weet tenminste. Zou het niet handig zijn als je even de vorige versie van je leven kan herstellen na het maken van een leeffoutje? Soms zou ik willen dat ik opnieuw kon beginnen vanaf een punt waarop ik mijn leven had opgeslagen. Een backup-functie van je leven tot dusver. Oeps, ik rij tegen een boom. Morsdood. Het Life Operating System maakt een core dump van jouw bewustzijn en je komt terecht in de “Dialog of Death” (de blue screen of life…). Ik zie dit voor me als een hal met een aantal deuren. Een blauwe hal uiteraard. Op de muur staat een boodschap: “U bent helaas overleden. Wilt u uw opgeslagen leven hervatten? Stap dan door deur A (op die deur staat de datum van je laatste life backup). Wilt u uw dood definitief maken? Stap dan door deur B”.

Jezelf tegen een boom te pletter rijden is wel een zeer dom leeffoutje natuurlijk, maar als je weet dat je terug kunt naar een opgeslagen versie van je leven, dan kun je je alle roekeloosheid veroorloven. Ik had het hierboven over “leeffoutje”. Roekeloos rijden vind ik geen “foutje” waarna je een tweede kans zou moeten krijgen. Ik dacht zelf eigenlijk meer aan foutjes die niet per se tot je overlijden leiden. Ik dacht aan foutjes in de spijthoek. Oeps, ik heb de verkeerde studie gekozen. Oops, I voted for Brexit. Oeps, ik vergat de verjaardag van mijn schoonmoeder. Oeps, mijn relatie is op de klippen gelopen. Op zulke momenten druk je dan op die handige undo-knop. Je komt terecht in de “Dialog of Regrets”. Ik zie weer een blauwgekleurde hal met deuren. Op de muur staat een eenvoudige boodschap: “Weet u zeker dat u de vorige versie van uw leven wilt herstellen? Kies dan deur A (wederom met de backup-datum erop). Wilt u leven met de fout die u zojuist heeft gemaakt? Kies dan deur B”.

Betekent dus dat je regelmatig een backup moet maken van je leven. Je moet je er dus van bewust zijn dat je iets in de komende periode zou kunnen gaan doen waar je spijt van zou kunnen krijgen. Voor je aan je aan een studie begint. Voor je gaat stemmen. Voor je met vrienden gaat stappen. Voor je gaat trouwen. Ik zou denk ik elk uur uit voorzorg automatisch een backup maken. Echt iets voor mij. Altijd een oplossing voor stommiteiten. Ach, het is maar goed dat het niet kan. Het zou de waarde van het leven enorm naar beneden trekken. Je zou er onverschillig van worden. Het leven teveel voor lief nemen. Yolo is een holle klank. Life Saving is dus slecht voor het leven. Maar toch, ik zou best een uitzonderingetje willen.

Advertenties

Veel te lief

Nog geen week geleden sprak ik haar nog. Ze had niet lang meer, was de prognose. Weken. Hooguit. Ik hield haar hand vast. Wist niet wat ik moest zeggen. Maar ik hoefde niks te zeggen. Ze sprak zelf. Heel zacht. Ze vertelde me dat ze het had geaccepteerd. En dat ze haar einde al voelde komen. Al voor die vreselijke diagnose. Ze sprak er rustig en onbevreesd over.

Vier dagen later overleed ze. De tweelingzus van mijn moeder. Hun band was erg hecht. Ze deden heel veel samen. Wandelen, fietsen, schilderen, vrijwilligerswerk doen in de schoolbibliotheek, en samen op vakantie gaan. Ze waren net terug van hun laatste vakantie toen het plotseling slecht ging met mijn tante. Ze at bijna niets. De huisarts verwees haar meteen door. Al snel werd duidelijk dat er iets ernstig mis was met haar lever. Niet lang daarna kwam uit waar we allen voor vreesden. Alvleesklierkanker. In ver gevorderd stadium. Niet meer behandelbaar.

Gisteren werd alles rond haar afscheid en crematie geregeld. Het was gelijk ook een soort familiereünie, zoals dat wel vaker is bij een overleden familielid. We waren allemaal verdrietig, maar we voelden ons ook samen sterk. Er moest van alles worden geregeld en gedaan. De taken werden op heel natuurlijke wijze verdeeld. Ik heb samen met mijn zusje alle adressen op de enveloppen voor de rouwkaarten geschreven. Mijn moeder ontvangt straks een rouwkaart met mijn handschrift op de envelop. Dat voelt bizar. Alsof ik daarmee de brenger van het slechte nieuws ben dat haar tweelingzus is overleden.

Mijn moeder hielp mee met het wassen, mooi aankleden en opmaken van haar zus. Als een laatste vertroeteling. Ze kon maar niet van de zijde van haar zus wijken. Ze hield de kist vast terwijl die door de gangen van het wooncentrum werd gereden. Mijn hart scheurt telkens opnieuw bij de gedachte daaraan. Veel te lief.

Toen ik laatst aan het bed van mijn tante zat was ze al heel erg verzwakt. Ik had volgens mij nog nooit haar hand vastgehouden, maar misschien was het wel andersom. Vroeger kwam ik vaak bij haar, mijn oom en hun dochters thuis. Het was er altijd gezellig en ongedwongen. Mijn tante was altijd in de weer om het iedereen naar ’t zin te maken. Ze cijferde zichzelf eigenlijk altijd weg: maak je maar geen zorgen om mij, maar laat mij me maar zorgen maken om jou. En toen ze mijn hand vasthield, voelde ik dat weer. Veel te lief.

De kraan is geduldig

Volgens mij zei mijn vader dat vroeger thuis altijd: “de kraan is geduldig”. Het was het standaard antwoord dat je kreeg als je zeurde om nóg een glas ranja. Als je nog meer dorst hebt, drink je maar water. Vooral dat “maar water” is natuurlijk jammer. Want ik weet namelijk dat het alles behalve “maar water” is dat uit onze kranen komt in Nederland. Sinds ik bij een drinkwaterbedrijf werk begrijp ik dit.

Die geduldige kraan waar altijd maar weer schoon en heerlijk drinkwater uit komt als we het open draaien zien we in Nederland als de normaalste zaak van de wereld. Vandaar ook die uitdrukking. Wij kennen geen echte dorst, want de kraan is inderdaad altijd geduldig. Het is bij wet geregeld dat wij schoon en veilig drinkwater uit onze kraan kunnen tappen. De geduldige kraan is een burgerrecht. De drinkwaterbedrijven hebben de plechtige taak daar voor te zorgen. Ze beschermen de natuur in de waterwingebieden en de waterbronnen die zich daar (onder) bevinden. Ze pompen water op van grote diepten en zuiveren het zorgvuldig. Wij draaien (aan de kraan) en zij leveren. Dag en nacht. Weer of geen weer.

Vanochtend betrapte ik mezelf erop dat ik het zelf ook zei. Ik was in gesprek met de juf van mijn jongste zoon en we hadden het over het weer. Er was 30 graden voorspeld, en het was nu al om te stikken, vonden de juf en ik. “We moeten extra veel drinken”, zei de juf tegen mijn ventje. En voor ik er erg in had ontglipte mij toen: “de kraan is geduldig”. Meteen verontschuldigde ik me tegenover de juf voor de ouderwetsheid van mijn uitspraak. Ik weet ook niet waarom. Het is misschien ouderwets, maar ook een waarheid als een koe. De vanzelfsprekendheid van schoon drinkwater is iets om af en toe eens bij stil te staan. De kraan is inderdaad geduldig, is het niet fantastisch?.

Familieband

Het moment van mijn geboorte staat netjes op mijn geboorteakte. Maar ik ontstond al eerder. Een week of 40 eerder, maar preciezer weet ik het niet. Op dat magische moment versmolt een deel van mijn vader zich met een deel van mijn moeder. Zoals dat al miljoenen jaren gaat.

Bij mijn geboorte veranderden twee geliefden in twee ouders. Mijn ouders gingen de opvoeding van mij en mijn zusjes aan met alle liefde die ouders voelen voor een kind. Dat weet ik zeker. Ik heb het zelf gevoeld. Ik weet nu ook dat ze zich daar onzeker in moeten hebben gevoeld, want dat heb ik zelf ook gevoeld bij mijn eigen kinderen. Eigenlijk nog steeds. Ik stel me altijd gerust met de gedachte dat de perfecte ouder niet bestaat. Ouders zijn ook maar gewoon mensen die fouten maken.

Eén van mijn eigen fouten in de manier waarop ik mijn kinderen opvoedde is dat ik ze teveel probeerde te behoeden voor fouten. Ik ben een curling parent. Dus ik kan heel moeilijk loslaten. En in alle waan van de dag en de gejaagdheid die ik daarbij voelde, had ik ook geen tijd voor potentiële fouten van de kinderen. Dus ik deed alles zoveel mogelijk zelf. Wel zo makkelijk, maar helemaal niet goed. Nu weet ik dat.

Gelukkig heb ik een hechte band met mijn kinderen. Ik heb het gevoel dat het nog hechter is geworden sinds ik ben vertrokken. Dat komt niet door mijn vertrek, maar doordat ik heb los gelaten. Ik laat ze veel vrijer dan ik voorheen deed. Ze krijgen het vóórdeel van de twijfel in plaats van het nadeel. Ik merk dat dat veel goeds doet.

De band die ik met mijn eigen ouders heb is trouwens ook aanzienlijk versterkt. Of misschien is die weer op de sterkte die het ooit had. Vooral met mijn Pa, zo noem ik hem nu, is mijn band enorm verbeterd. We hebben het verleden achter ons gelaten en willen allebei het beste maken van onze relatie. Een relatie op basis van wederzijds respect. Een relatie waarin begrip is voor elkaars fouten zonder dat het voelt als falen in de ogen van de ander.

Ik hou van mijn ouders. Een heel warm en sterk gevoel. Ze zijn er voor me. Altijd. Dat gevoel was ik een beetje kwijt, maar heb ik weer helemaal terug gevonden. Uit hun liefde ben ik ontstaan en door hun liefde ben ik groot gebracht. De kracht van de band tussen mij en mijn ouders (en mijn lieve zusjes) geeft mij zelf kracht. Kracht waaruit ik heb geput om mezelf ook weer terug te vinden.

 

 

 

Stappen

Om vooruit te komen moet je stappen zetten. Het ene been voor het andere. Nu ik mezelf weer een beetje bij elkaar heb geraapt, probeer ik weer vooruit te kijken. Ik probeer weer een leven op te bouwen. Een leven waarin er plaats is voor mijn gezin, mijn hobby’s en mijn werk. Het lijkt erop dat ik voorlopig toch echt op eigen benen moet blijven staan. Dus ik zet stapjes richting het vergroten van mijn zelfstandigheid. Daarbij hoort ook de stap richting een eigen appartement, een nieuwe thuisbasis. Die stap voelt nog niet helemaal goed, maar ik denk dat ik er wel goed aan doe. Het voelt als het vergroten van de afstand tussen mijzelf en mijn vrouw. Maar het bivakkeren in hutjes op de hei (chaletjes, vakantiehuisjes, enz.), zoals ik nu doe, is niet goed voor mijn eigenwaarde en geeft me gewoon niet voldoende vastheid. Ik heb mijn eigen plek nodig, zo simpel is het.

Dat gaat natuurlijk best in de papieren lopen, en ik ben bepaald geen held in dat opzicht. ‘k Heb een broertje dood aan financiën en administratie, maar ik ben er toch ingedoken. Het is me gelukt om een heus maandelijks budget te maken. Ik weet nu vrij precies wat er in en uit gaat qua geld, en wat ik nodig zal hebben dit jaar. Eerlijk gezegd voelt dat erg goed. Op zichzelf is het een belangrijke stap richting zelfstandigheid. Mijn vrouw smeekt me al jaren om me meer te verdiepen in de gezamenlijke financiën, administratie en planning. Daar heb ik haar altijd teleur gesteld en het lekker aan haar overgelaten. Ze kan het ook veel beter dan ik. Lekker makkelijk voor mij. Ik zette daar eigenlijk maar weinig tegenover. Ja, ik deed de was en ik maaide het gras. En met heeeel veel tegenzin, deed ik ook de jaarlijkse belastingaangifte. De rest van alle verantwoordelijkheden liggen op de zachte schouders van mijn vrouw.

Dus ik zet stappen. Heel bewust. Richting mijn toekomst. Ik voel dat ik mijn zelfverzekerdheid weer een beetje terug heb gevonden. Het voelt goed. Ik betrap mezelf nog wel veel te vaak op de gedachte: “Wat zal mijn vrouw hiervan vinden?”, maar dan sla ik mezelf eens om de oren en denk dan: “Wat vind ik ervan?”. Nu weet ik het antwoord nog niet helemaal, maar ik geloof dat ik denk dat ik vind dat ik positief mag zijn over de stappen die ik zet.

 

Zacht

Hou het zacht. Dat is een advies dat ik onlangs van iemand kreeg. Meer een voorschrift dan een advies eigenlijk. Hij zag namelijk verharding bij me. Dat kwam door hardheid die ik voelde van iemand anders. Nou ja, eigenlijk is ze niet “iemand anders”. Alhoewel, ze is niet meer de persoon die ik dacht te kennen.

Maar ik ken mezelf ook niet meer terug, dus ik vind dat ik niet mag oordelen over haar “andersheid”. Misschien was zij al die tijd wel gewoon hetzelfde, maar zie ik haar nu anders. In ieder geval voel ik van haar kant hardheid. En ik merk dat ik me aan het bewapenen ben. Klaar om uit te halen.

Goed, ik moet het dus zacht houden. Zacht zijn naar iemand is ontvangen zonder te oordelen. Zacht zijn is luisteren en voelen. Zacht zijn is verdragen. Zacht zijn is niet alles voelen als een aanval. Zacht zijn is ontwapenen, jezelf kwetsbaar maken. Zacht zijn vraagt moed. Voor mij voelt zachtheid dus als het tegenovergestelde van wie ik ben geworden. Empathie tegenover agressie.

Ik zou die voorgeschreven zachtheid eigenlijk eerst naar binnen moeten richten. Mezelf verdragen zoals ik ben. Zachtheid is misschien wel de nieuwe betekenis die ik zoek in mijn leven, mijn spirituele pad. Ik zeg “misschien” omdat ik onzekerheid voel, en ongeloof. Kan ik mijn leven echt verrijken met zachtheid? Mijn barricades voelen zo vertrouwd. Die heb ik in de loop der jaren opgeworpen om mezelf te beschermen.

Ik mocht niet dom zijn. Ik mocht niet onhandig zijn. Ik mocht niet zwak zijn. Maar ik mocht ook niet te slim zijn. En niet te handig. En niet te sterk. Dat is mijn stelsel van barricades. Ze hebben me gedefinieerd en ik ben er mee versmolten. In alle zachtheid die ik naar mezelf kan opbrengen vind ik dat ik mezelf eigenlijk niet mag identificeren met mijn barricades. Ze zijn namelijk niet echt.