Leven

Zonnestraal

Ze breekt door het grijze wolkendek.
Zonnestraal.

Oogverblindende schittering.
Zonnestraal.

Mistflarden verdwijnen als sneeuw.
Zonnestraal.

Wat ze aanraakt, verandert in goud.
Zonnestraal.

De espresso smaakte nog nooit zo vol.
Zonnestraal.

Dansende vliegjes zijn ineens ook mooi.
Zonnestraal.

Ik doe mijn ogen dicht en geniet van haar.
Zonnestraal.

De rugzak

We hebben er allemaal eentje. Een rugzak. Dé rugzak. Je draagt hem voor de rest van jouw rit. In de rugzak zitten dingen die je met je meedraagt. Voor altijd. Dingen die in de loop van je leven bij je zijn gaan horen. Herinneringen, confrontaties, tegenslagen, overwinningen. Allemaal dingen die jou definiëren. Onuitwisbare dingen. Dingen die jou hebben gevormd. Accepteer het maar.

Het aantal dingen neemt tijdens je leven gestaag toe, maar of de rugzak zwaarder wordt hang af van het gewicht dat je zelf aan de dingen geeft. Als de rugzak te zwaar voelt, dan moet de rugzak maar weer eens open. De dingen die te zwaar zijn zitten geheid onderin, dus hij moet even helemaal leeg. Al jouw dingen liggen dan even open en bloot. Kijk er maar eens goed naar. Daardoor krimpen ze soms vanzelf al. In je hoofd had je ze misschien weer eens uitvergroot.

Je rugzak uitstorten is jezelf met jezelf confronteren. Wees maar eerlijk over jezelf en de dingen in je rugzak. Ze zijn wat ze zijn. Niet meer en niet minder. Stop ze dan behoedzaam één voor één weer terug in de rugzak en hijs die weer op je rug. En dan weer met frisse moed en lichtere tred je pad vervolgen.

Covidsluizen

Als je naar de kroeg, het theater, een restaurant, een museum, de keukenhof, een festival of Duitsland wil, moet je covidnegativiteit zijn aangetoond. Zonder bewijs van covidnegativiteit kom je er niet in. Het moet allemaal worden mogelijk gemaakt door snelle testmethoden. Hoe sneller en makkelijker deze “covidsluizen” werken, hoe beter, zou je denken. Als ik de pessimistische nieuwsberichten over de vaccinatie in derde wereld landen moet geloven kan het nog wel eens jaren kan duren voor we de hele covid-familie definitief wereldwijd hebben uitgeroeid. Deze berichten schetsen een toekomst waarin we regelmatig geteisterd zullen gaan worden door nieuwe en steeds besmettelijkere mutanten van covid.

Ik begin daarbij dan te vrezen voor een toekomst waarin covidsluizen een permanent onderdeel gaan worden van het leven. Bij de ingang lopen we één voor één door de sluis. Een persoon achter een plexiglazen scherm vraagt je om zo hard mogelijk in een steriel trechtertje te hoesten. Bliep… licht op groen, komt u verder. Bliep… licht op rood, besmettingsgevaar! De besmettelijke en diens gehele sociale netwerk wordt in de daarop volgende seconden volledig doorgelicht. Diegenen waarmee nog kort geleden contact is geweest worden à la minute van hun plek gehaald, waar ze zich ook maar mogen bevinden en wat ze ook maar aan het doen waren. Ze moeten per ommegaande hun covidnegativiteit laten vaststellen bij een plaatselijke covidsluis voor ze weer verder mogen met hun leven.

De covidpositieven die uit deze procedure naar boven komen worden volautomatisch ziek gemeld en discreet maar dringend naar huis gestuurd. Daar zal een speciale vervoersdienst voor in het leven zijn geroepen: de covid-taxi. Je eigen auto zal namelijk niet starten. Ter immobilisatie van het virus hebben alle auto’s tegen die tijd immers beslist een covid-slot. De tegen die tijd in alle huizen standaard aanwezige, slimme koelkast is natuurlijk al geïnformeerd en heeft meteen alle nodige bestellingen voor de betroffen covidpositieven gedaan zodat zij en hun huisgenoten de voorziene incubatietijd niet meer naar buiten hoeven. Deze voorraden staan al op hun stoepje te wachten. Wel zo veilig, wel zo efficiënt. Van harte beterschap!

Reikhalzen

Bij reikhalzen denk ik aan verlangen naar iets dat nog buiten je bereik hangt. Je ziet het, maar je kunt er nog net niet bij. Ik vind het woord “reikhalzen” ontzettend goed passen bij de periode die we momenteel met z’n allen doormaken. Eigenlijk lijken we allemaal vooral reikhalzend uit te zien naar ons oude, vertrouwde normaal. Dat oude normaal dat we zo voor lief namen, hangt nu verlokkelijk boven ons te bungelen.

We moeten ons trouwens ook maar afvragen of er wel sprake kan zijn van één universeel normaal. Ik geloof dat niet. Dat “nieuwe normaal” is ook gewoon maar een eenvoudig te onthouden labeltje dat is geplakt op een set richtlijnen die we nu zouden moeten volgen. Als je het omdraait doe je dus niet normaal als je die richtlijnen niet volgt. En om dat kracht bij te zetten worden we door herhaaldelijke blootstelling aan besmettingscijfers met de neus op de feitelijke gevolgen van abnormaal gedrag gedrukt.

Het “oude normaal” is daarmee verworden tot een labeltje dat is geplakt op een losbandig leven waarin we maar wat als beesten dicht op elkaar leefden en er op los knuffelden terwijl we vrijwel nooit onze handen wasten en daar, als je je netjes gedroeg, constant in hoestten en niesden. Man, wat zie reikhalzend uit naar dat heerlijke oude zwijnenleven.

Touwtjes

Het voelt goed om keuzes te maken. Iedere keuze bepaalt een stukje van de toekomst. Als het precies zo uitpakt als je dacht, dan is dat mooi, want dan was de keuze goed. En als het allemaal een beetje anders uitpakt, dan is het ook mooi, want dan weeg je een volgende keuze weer een beetje beter af.

Je leert eigenlijk altijd van je keuzes. Vooral als je zelf en bewust kiest. Bewust van de gevolgen van de keuze. Het maken van de keuze kan spannend zijn als de gevolgen ver in je leven strekken en/of niet omkeerbaar zijn. Ik vind die spanning stiekem best wel lekker. Op momenten voordat ik een spannende beslissing neemt, voel ik dat ik leef. Dus rek ik die momenten zo lang als ik durf.

Je kunt je verstand gebruiken om te kiezen, maar ook je onderbuik. Soms kan mijn verstand de keuze niet maken, terwijl mijn onderbuik het wel weet. Dan luister ik vaak naar die onderbuik. Je kan trouwens ook altijd besluiten om niet te kiezen, maar dan verandert er ook niks. En op zichzelf is dat natuurlijk ook altijd een keuze.

Het voelt voor mij goed om mijn eigen keuzes te maken. Dat heb ik een veel te lange periode te weinig gedaan. Ik had op gegeven moment nog maar heel weinig eigen touwtjes in handen. Misschien kwam dat omdat ik geloofde dat je altijd alle keuzes met je verstand moet maken. En dat is dus onzin, weet ik nu. Kiezen met gevoel kan me meestal veel gelukkiger maken dan kiezen met mijn verstand.

Als je écht zelf kiest, dan draag je daar ook veel makkelijker de verantwoordelijkheid voor. Een eigen keuze is een eigen touwtje. Soms werkt dat trouwens ook andersom. Als de keuze voor jou is gemaakt door iemand anders, en er is niets meer aan te doen, dan kun je meestal niet veel meer doen dan je lot accepteren. Maar dat hoeft niet te betekenen dat je het lijdzaam moet ondergaan. Door dan verantwoordelijkheid te nemen, wordt het toch jouw touwtje. Die bewuste binding met de touwtjes is denk ik ook waar het uiteindelijk om gaat.

Er zijn altijd touwtjes in je leven. Teveel is niet goed, maar te weinig ook niet. Wat teveel/te weinig is, bepaal je vooral zelf. Touwtjes moet je vast pakken of juist niet, maar ook los laten of juist niet. In wezen zijn dat de vier oerkeuzen in het leven van een mens.

Pre-vijftigplusser

Morgen flik ik het weer eens. Ik maak alweer een decennium vol. Het is ongekend! Een nieuwe mijlpaal die bij die andere vier kan gaan staan prijken. In de galerij van twijfelachtige certificaten van levenservaring.

Morgen word ik een nieuwe dertiger, zo wordt mij door menigeen goedmoedig verzekerd. Alsof dertiger zijn mijn vermeende leed zou verlichten. Zeggen dat zwaar het nieuwe licht is, is het nieuwe miskennen van gewichtigheid. Denk daarover niet te licht.

Morgen word ik oud-veertiger. Een veteraan, een legende. Mijn veertiger jaren waren bovengemiddeld woelig, dus wie bij mijn zesde mijlpaal durft te beweren dat ik een nieuwe veertiger zal zijn kan maar beter snel dekking zoeken. Maar dat zeg ik nu, terwijl ik nog een felle veertiger ben. Heel even nog. Mijn laatste uren als veertiger tikken weg.

Morgen betreed ik dan ook eindelijk de grijzige wereld der vijftigers. Maar eerst kom ik in een soort niemandsland, want pas als vijftigplusser wordt de vijftiger voor vol aangezien. Als 50-jarige ben je dus feitelijk nog veertigplusser.

Morgen word ik eigenlijk pre-vijftigplusser. Ik heb dan een heel jaar de tijd om mijn vijftigpluswaardigheid te onwikkelen. Vermoedelijk is de tijd die nodig is om je te kunnen vereenzelvigen met het getal 50 precies een jaar. Ik doe dat morgen gewoon meteen als ik wakker word en gebruik dan lekker het hele jaar om te flierefluiten!

Samenleving

Platgeslagen wordt alles eenvoudiger. Als ik iets wil begrijpen, dan sla ik het goed plat. Platgeslagen is een samenleving precies wat het woord zegt. Leven dat je samen doet. Leven is iets waar we allemaal recht op hebben. In onze samenleving is dat recht voor iedereen even groot. Ik vind dat heel wezenlijk. Daarom begrijp ik niet waarom anderen op dit moment tóch hun eigen recht op leven boven dat van anderen denken te mogen stellen.

Op nogal argeloze wijze wordt maar even besloten dat ze “niet meer meedoen” met die “belachelijke maatregelen” van die malle overheid van ons. Nogal argeloos wordt door die mensen voorbij gegaan aan het recht op leven van andere mensen. Het is ze letterlijk een rotzorg of die mensen in de intensive care belanden. En het is ze een rotzorg dat daarmee ons zorgstelsel, dat er voor ons allemaal is, enorm onder druk komt te staan. Dat is hoe ik dit zie. Ik vind het echt onbegrijpelijk, hoe plat ik dit ook sla. En wordt er nou echt zoveel van ons gevraagd?

Ja, ik vind de sociale isolatie ook niet fijn. Ook ik mis het oude normaal. Ook ik verlang naar innige omhelzingen met mijn lieve medemensen. Maar in vergelijking met de lijdensweg van hen die vreselijk ziek worden na besmetting met het Coronavirus, en letterlijk voor hun leven moeten vechten, vind ik het een zeer draaglijke last. Als ik op die manier meevecht voor het leven van anderen, is het me dat meer dan waard. Niet meedoen is eigenlijk niet eens een optie. Dan zou je moeten emigreren denk ik. Naar een samenleving waarin samen leven niet zo hoog in het vaandel staat. Ik zeg het nog maar een keer: samenleving. Met de nadruk op samenleving.

De Opticynist

Het leven is mooi. Laat ik dat alvast voorop stellen. Altijd de optimist natuurlijk. Waarschijnlijk is het kenmerkend voor de fase waarin ik mij momenteel bevind, dat sterker waarderen van het leven. Het is een soort bezwering eigenlijk. In deze tweede helft van mijn bestaan zal ik verdomme meer van het leven genieten, zowaar ik Mark heet. Niets zal mij daarvan natuurlijk ook kunnen weerhouden. Het leven zal mooi gevonden worden als is het het laatste wat ik doe! Mij krijg je er sowieso niet onder. Mijn natuur is te weerbarstig. Dus geef ik aan alles met mijn grootste overtuiging de positiefste draaien. Zo van: die permanente, wazige vlekken in mijn blikveld maken de zonsondergang voor mij natuurlijk een uniek, psychedelisch spectakel! Opticynisme. Een zegen.

Meerzaam

Het is leeg in mij. Ik mis iedereen die ik nooit eerder miste. Eenzaamheid past niet bij me. Het staat me eenvoudig niet. Diep van binnen houdt niemand toch echt van eenzaamheid? Mensen houden van mensen. Ja, soms heeft een mens ruimte nodig. Soms heeft een mens even meer dan genoeg aan zichzelf als enig gezelschap.

Het alleen zijn kan je eigenlijk des te meer waarderen na teveel leven om je heen. Veel leven maakt honger naar stilte, maar het omgekeerde geldt ook. Zeker als dat leven op afstand blijven moet. Het leven lonkt en plaagt. Leven zonder mensen is een (te) stil leven.

Wat een bizarre situatie dat we sociale afstand moeten bewaren, omwille van onze nationale gezondheid. Maar mentaal takelt ons land af. Misschien stonden we er met z’n allen verstandelijk sowieso al niet bijster goed voor trouwens. Makke lammeren zijn we. We lijken wel betoverd. Bang voor vervloeking.

Nou, ik mag vervloekt worden als ik nog lang op sociale afstand moet leven van mijn lieve medemens. Ik kan niet wachten tot ik me weer zo meerzaam voel dat ik weer kan verlangen naar een momentje alleen.