Leven

Stappen

Om vooruit te komen moet je stappen zetten. Het ene been voor het andere. Nu ik mezelf weer een beetje bij elkaar heb geraapt, probeer ik weer vooruit te kijken. Ik probeer weer een leven op te bouwen. Een leven waarin er plaats is voor mijn gezin, mijn hobby’s en mijn werk. Het lijkt erop dat ik voorlopig toch echt op eigen benen moet blijven staan. Dus ik zet stapjes richting het vergroten van mijn zelfstandigheid. Daarbij hoort ook de stap richting een eigen appartement, een nieuwe thuisbasis. Die stap voelt nog niet helemaal goed, maar ik denk dat ik er wel goed aan doe. Het voelt als het vergroten van de afstand tussen mijzelf en mijn vrouw. Maar het bivakkeren in hutjes op de hei (chaletjes, vakantiehuisjes, enz.), zoals ik nu doe, is niet goed voor mijn eigenwaarde en geeft me gewoon niet voldoende vastheid. Ik heb mijn eigen plek nodig, zo simpel is het.

Dat gaat natuurlijk best in de papieren lopen, en ik ben bepaald geen held in dat opzicht. ‘k Heb een broertje dood aan financiën en administratie, maar ik ben er toch ingedoken. Het is me gelukt om een heus maandelijks budget te maken. Ik weet nu vrij precies wat er in en uit gaat qua geld, en wat ik nodig zal hebben dit jaar. Eerlijk gezegd voelt dat erg goed. Op zichzelf is het een belangrijke stap richting zelfstandigheid. Mijn vrouw smeekt me al jaren om me meer te verdiepen in de gezamenlijke financiën, administratie en planning. Daar heb ik haar altijd teleur gesteld en het lekker aan haar overgelaten. Ze kan het ook veel beter dan ik. Lekker makkelijk voor mij. Ik zette daar eigenlijk maar weinig tegenover. Ja, ik deed de was en ik maaide het gras. En met heeeel veel tegenzin, deed ik ook de jaarlijkse belastingaangifte. De rest van alle verantwoordelijkheden liggen op de zachte schouders van mijn vrouw.

Dus ik zet stappen. Heel bewust. Richting mijn toekomst. Ik voel dat ik mijn zelfverzekerdheid weer een beetje terug heb gevonden. Het voelt goed. Ik betrap mezelf nog wel veel te vaak op de gedachte: “Wat zal mijn vrouw hiervan vinden?”, maar dan sla ik mezelf eens om de oren en denk dan: “Wat vind ik ervan?”. Nu weet ik het antwoord nog niet helemaal, maar ik geloof dat ik denk dat ik vind dat ik positief mag zijn over de stappen die ik zet.

 

Advertenties

Zacht

Hou het zacht. Dat is een advies dat ik onlangs van iemand kreeg. Meer een voorschrift dan een advies eigenlijk. Hij zag namelijk verharding bij me. Dat kwam door hardheid die ik voelde van iemand anders. Nou ja, eigenlijk is ze niet “iemand anders”. Alhoewel, ze is niet meer de persoon die ik dacht te kennen.

Maar ik ken mezelf ook niet meer terug, dus ik vind dat ik niet mag oordelen over haar “andersheid”. Misschien was zij al die tijd wel gewoon hetzelfde, maar zie ik haar nu anders. In ieder geval voel ik van haar kant hardheid. En ik merk dat ik me aan het bewapenen ben. Klaar om uit te halen.

Goed, ik moet het dus zacht houden. Zacht zijn naar iemand is ontvangen zonder te oordelen. Zacht zijn is luisteren en voelen. Zacht zijn is verdragen. Zacht zijn is niet alles voelen als een aanval. Zacht zijn is ontwapenen, jezelf kwetsbaar maken. Zacht zijn vraagt moed. Voor mij voelt zachtheid dus als het tegenovergestelde van wie ik ben geworden. Empathie tegenover agressie.

Ik zou die voorgeschreven zachtheid eigenlijk eerst naar binnen moeten richten. Mezelf verdragen zoals ik ben. Zachtheid is misschien wel de nieuwe betekenis die ik zoek in mijn leven, mijn spirituele pad. Ik zeg “misschien” omdat ik onzekerheid voel, en ongeloof. Kan ik mijn leven echt verrijken met zachtheid? Mijn barricades voelen zo vertrouwd. Die heb ik in de loop der jaren opgeworpen om mezelf te beschermen.

Ik mocht niet dom zijn. Ik mocht niet onhandig zijn. Ik mocht niet zwak zijn. Maar ik mocht ook niet te slim zijn. En niet te handig. En niet te sterk. Dat is mijn stelsel van barricades. Ze hebben me gedefinieerd en ik ben er mee versmolten. In alle zachtheid die ik naar mezelf kan opbrengen vind ik dat ik mezelf eigenlijk niet mag identificeren met mijn barricades. Ze zijn namelijk niet echt.

Levenslach

Natuurlijk zit een mensenleven vol bergen en dalen. Soms sta je bovenop de wereld. Waar de zon jou het eerst raakt met haar stralen, dan pas alle andere mensen. Op zo’n moment spat het geluk van je af. Je bruist van energie. Zoveel energie dat je praktisch licht geeft. Licht voor iedereen. Het leven lacht je dan toe, zoals dat heet. Jouw gezicht weerspiegelt dat met een gelukszalige grijns die loopt van oor tot oor.

In een dal is het precies andersom. Hoe dieper het dal, hoe duisterder je stemming. Je verwordt tot een soort zwart gat waarin de energie uit je omgeving schijnbaar zinloos verdwijnt. Het enige zonlicht dat op jouw gezicht valt, komt indirect, via de langst mogelijke route, vanaf het kille oppervlak van de maan, als het meezit. In zo’n diep gat wil je dan alleen nog maar dieper wegzakken. Dieper en dieper. Wegkwijnen. Iedereen buiten sluitend.

Waar je dan toch nog de energie vandaan haalt om weer op te veren en toch weer, als een hardnekkig woekerend onkruid, naar de zon te reiken, gaat je verstand te boven. Het is bijna bovenmenselijk. Maar dat is het niet. Het is juist oermenselijk. Je oerinstinct nam het over. Je oerinstinct wist dat de muren van je vesting stuk moesten. Dat je ook kwetsbaar mag zijn. Dat je ook je verdriet moet delen. Dat je klein mag zijn in de aanwezigheid van de mensen die dichtbij je staan. Dat ze je zullen steunen en aanmoedigen. Dat je dan weer bovenop de wereld kunt komen. Samen met hen. Niet alleen, maar samen.

Badend in warm zonlicht bloei je weer langzaam op. Het leven glimlacht je bemoedigend toe. Toe maar, leef maar. Bloei maar en groei maar. Het zonlicht is daadwerkelijk honing, en je doet je er weer gretig aan tegoed. Je bent terug. Sterker dan ooit. Het dal waarin je je nog bevindt is licht en groen. Voor je uit slingert zich een pad naar boven. Je weet dat het vol bekende valkuilen zal zitten, maar het weerhoudt je er niet van om de eerste stap te zetten, want ook jij mag fouten maken.

Maar een mens

Het is volgens mij altijd goed om te beseffen dat we maar een mens zijn. Wij beseffen dat we ons kunnen vergissen. Dieren hebben dat besef niet, denken we. Onze huiskat denkt bij een mislukte jacht toch niet: tjonge, heb ik me daar even in de snelheid van die muis vergist! Maar de kans is groot dat ik mij ook daarin wederom vergis. Daar hou ik bewust rekening mee omdat ik ook maar een mens ben. Ik weet niet wat er in de kop van een kat omgaat na een mislukte jachtpoging. Ik ben immers geen kattenfluisteraar, alhoewel…

Maar een mens dus. De “maar” is om te voorkomen dat ik mezelf als bovenmenselijk beschouw. Niet dat ik dat vaak doe, maar ik heb mijn momentjes van megalomanie waarbij ik de mensheid wel lijk te ontstijgen. Mijn ego is nogal bovenmaats. De “maar” houdt mijn benen dan aan de grond en zorgt voor mijn aarding.

Maar een mens. Eigenlijk past de bescheidenheid van de “maar” niet. De mensheid zet de wereld naar haar hand. De mensheid overwint de zeeën. De mensheid vliegt naar de maan. De mensheid heeft wetenschap. De mensheid heeft massavernietigingswapens. De mensheid heeft bio-industrie. De mensheid ontregelt het klimaat. En in al haar bescheidenheid gelooft de mensheid ook in oppermachtige wezens die hen stuurt en behoedt. Die mensheid toch.

Gek, we hebben het eigenlijk nooit over de virusheid, insectheid, visheid, vogelheid, reptielheid of katheid. Waaraan moet een organisme eigenlijk voldoen om heid-waardig te zijn? In staat zijn tot dit soort filosofische overpeinzingen? Zich ervan bewust zijn dat het zich kan vergissen? Ik verzin ook maar wat, want ik ben ook maar een mens.

Op blauwe maandagen je best doen

Als kind heb ik op een blauwe maandag ooit eens op voetbal gezeten. Maar als ik vroeger aan mijn ouders vroeg of ik op een sport mocht, dan kreeg ik altijd te horen dat we niet aan blauwe maandagen deden. Ik moest mijn best doen om het minstens een paar maanden vol te houden. Blauwe maandagen duurden daarom dus minstens twee maanden, was mijn interpretatie.

Zo heb ik een blauwe maandag gewaterpolood, gebadmintond, gejudood en dus ook gevoetbald.  Ook heb ik blauwe maandagen besteed aan postzegels verzamelen, ornithologie, schaken en gitaarles. Ik geloof dat mijn langste blauwe maandag vroeger zelfs wel een jaar geduurd heeft.  Kortom: ik deed heel erg mijn best als het ging om blauwe maandagen.

Vandaag was het blijkbaar blauwe maandag. De dag waarop je je blijkbaar depressief moet voelen omdat je nog een halve januari voor de boeg hebt. Omdat je je blijkbaar moet realiseren dat de blauwe maandag waarin je probeerde te stoppen met slechte gewoontes, niet langer duurde dan twee weken. Omdat één van die slechte gewoontes blijkbaar geld over de balk smijten was.

Niks van gemerkt, die blauwe maandag. Ik doe niet aan blauwe maandagen, zeker niet voor maar één dag. Dat heb ik van mijn ouders geleerd, en ik leer het nu ook aan mijn kinderen. Het leven zit natuurlijk vol blauwe maandagen. Het zijn periodes waarin je op ontdekking bent naar je identiteit. Het zijn periodes waarin je leert te vallen en weer op te staan. Het zijn periodes waarin je vriendschap en liefde vindt. In die periodes verleg je je grenzen en maak je je horizon breder.

Voor mij staat die blauwe maandag symbool voor proberen en leren.  Eigenlijk was ik een beetje vergeten dat je je hele leven lang aan blauwe maandagen kan doen, en dat ik die in soms eindeloos uit rek. Zo zit ik momenteel nog midden in een blauwe maandag waarin ik verwoede pogingen doe te bloggen. Die duurt intussen al een jaartje of 8. En een nog langere blauwe maandag duurt precies even lang als de leeftijd van mijn oudste kind. En onlangs ben ik begonnen aan een blauwe maandag wereld redden. Ik doe mijn best.

Lachgasneutraal

Dat onze aarde opwarmt komt maar ten dele door de CO2-uitstoot van onze vervoermiddelen, heb ik onlangs geleerd. De grootste boosdoener is blijkbaar helemaal niet het verbranden van fossiele brandstoffen. Het verminderen van de CO2-uitstoot gaat de opwarming van onze aarde nauwelijks tegen, in ieder geval niet meer snel genoeg. Er is namelijk een andere boosdoener die veel schadelijker is voor ons klimaat: veeteelt.

De wereldbevolking groeit ieder jaar met 80 miljoen mensen. Dus de wereldwijde behoefte aan vlees en zuivelproducten stijgt ieder jaar. Daardoor neemt de schaalgrootte waarmee veeteelt wordt gedaan alsmaar toe. Al die steeds groter wordende hoeveelheid runderen (maar ook varkens en kippen) hebben een alsmaar groeiende hoeveelheid water en voer nodig. Er worden jaarlijkse vele hectares oerwoud gekapt om te voorzien in de behoefte aan veevoer. En al die koeien laten ongelooflijk veel scheten die  methaan en lachgas (296 keer schadelijker voor ons klimaat dan CO2) bevatten.  Het schijnt dat een kilo rundvlees, qua uitgestoten broeikasgassen, even schadelijk voor het milieu is als een autorit van 45 kilometer.

Misschien had ik beter niet naar de Cowspiracy-Infographic-Metric
Cowspiracy-documentaire
kunnen kijken. Het heeft me nogal aan het denken gezet. Het heeft me nogal serieus laten overwegen om mijn consumptie van vlees en zuivel drastisch te gaan verminderen. Misschien moet ik wel vegetariër worden, of nog drastischer: veganist. Daar loop ik nu dus over na te denken. De feiten liegen er echt niet om. Kijk maar in (klik maar op) de infographic hiernaast. 2500 koeien produceren jaarlijks evenveel organisch afval als een stad met 411000 inwoners. De hoeveelheid water die nodig is om 1 hamburger te produceren is 3000 liter, evenveel als 2 maanden lang onafgebroken douchen.

Bij iedere hap vlees, en bij iedere slok melk draag ik bij aan onze klimaatverandering. Iedere hap en slok is een hap uit een stuk oerbos. Iedere hap kost honderden liters water. Een vergelijkbaar sommetje kun je ook maken voor kippenvlees en eieren.  Veganisme schijnt wel hartstikke  gezond te zijn, maar o wat zou ik die boterham met kaas missen. Of een gebakken eitje.

Oud en nieuw komt er straks al weer aan. Ik geloof dat ik mijn goeie voornemens al weet. Ik wil , nee moet, “lachgasneutraal” (natuurlijk is het breder dan dat, maar het klinkt wel goed)  gaan leven. Maar ik weet ook dat ik het nemen van het besluit om veganist te worden heel moeilijk ga vinden. Parttime veganisme lijkt me niet genoeg, maar misschien moet ik het wel langzaam opbouwen. Tips en aanmoediging zijn welkom!