Leven

De levensgenieter

Hij ademt diep in. Probeert het allemaal in zich op te nemen. Er gaat niets boven die verkwikkende geur van een regenbui. Geen halfbakken buitje, maar zo’n lekkere plensbui. Die heerlijke frisse wind die eraan vooraf gaat is natuurlijk ook niet te versmaden. Hij kan hier enorm van genieten.

Zijn leven is hem lief. Liever dan ooit tevoren. Eerder nam hij het leven misschien wel een beetje teveel voor lief eigenlijk. Alsof het leven iets vanzelfsprekends is. Maar het leven kan niet worden teruggespoeld. Het leven heeft geen “uitzending gemist”-knop. Gemist leven is een gemiste herinnering. Hij leeft nu dus aandachtiger. Plukt de dagen. Wentelt zich er in om. Vanaf nu is hij een verwoede levensgenieter.

De banden van zijn fiets zoemen. Zijn benen hebben hun cadans gevonden. Als vanzelf glijdt hij door het landschap. Is er één mee. De hoge maishalmen rechts van hem naast het pad ruisen in de wind. De bomen links van het pad breken de vroege zonnestralen. Een waaier van dwarrelend goudstof steelt de show. En precies op het juiste moment weerklinkt de schrille roep van een buizerd. Daar vliegt hij precies door het zonlicht. Schitterend geregisseerd.

De levensgenieter hield zijn adem in. Nam het allemaal in zich op. Het duurde maar een hartslag of vier. Vier aandachtige hartslagen. Dan ademt hij weer uit. Vier keer klopte zijn hart het leven voelbaar door zijn bloed. Kippevel schiet nu vanuit zijn nek langs zijn ruggengraat naar beneden en dan weer terug. De levensgenieter kan de gelukszalige grijns natuurlijk niet onderdrukken. Waarom zou hij ook?

Advertenties

Vooruit!

Als je iemand verliest dan hoor je altijd dat je het leven weer op moet pakken. Vooruit! Je moet weer verder gaan met je leven, ondanks het verlies. Er zijn twee soorten verlies. Bij de ene is de verlorene dood, en bij de andere niet. In beide gevallen raak je ook een deel van jezelf kwijt. Een groot deel. Er blijft een uitgeholde versie van jezelf over. Zo voelt het. Misschien blijft het altijd wel zo voelen. Een deel van me klampt zich zelfs vast aan dat gevoel. De holte heeft de vertrouwde vorm van degene die je bent verloren. In de holte weerklinken de echo’s van een verleden dat ik maar niet kan loslaten.

Vooruit, pak het leven weer op, luidt het devies. En dat probeer ik ook. Uit alle macht eigenlijk. Maar het uitgeholde gevoel blijft. Misschien heb ik gewoon meer tijd nodig om van het verleden los te komen. Helemaal los kom ik natuurlijk nooit. En dat is normaal. Het verleden blijft namelijk altijd deel uitmaken van je leven, van je identiteit. Het heeft je gevormd, hoe je het ook wendt of keert. Je van je verleden afkeren, is je van jezelf afkeren.

Ik moet me alleen los maken van degene die ik verloren heb. Soms heb ik wel eens de macabere gedachte dat verlies door sterfte gemakkelijker is. De dood is onomkeerbaar, en smoort onverbiddelijk en acuut alle hoop op hereniging. Een tsunami van verdriet holt je in één klap uit.

Het rouwproces bij een scheiding is totaal anders. De hoop op hereniging stierf in mijn geval een langzame en pijnlijke dood. De uitholling gebeurde in golven. In het begin beukten grote golven op me in. Grote stukken van mezelf brokkelden af en verdwenen in de zee. Maar naar mate de storm in kracht afnam, werden de golven steeds kleiner. De zee is nu kalm en de storm teistert me niet langer. In mijn rug voel ik een frisse wind. Ik verbeeld me dat het me iets duidelijk wil maken: Vooruit! Leef! Nu!

Mijn fietstoer

Ooit, in een grijs verleden, had ik dit plan al eens opgevat. Een plan voor een vakantie op de fiets. In dat grijze verleden was ik een stuk minder grijs en ongeveer een jaar getrouwd. Nu ben ik bijna van die vrouw gescheiden en ga ik mijn plan van toen maar eens tot uitvoering brengen. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat mijn huwelijk dat plan in de weg stond. Of misschien toch. Het ligt ingewikkeld en ik ben niet van plan om het hier uit te leggen.

Dus Mark gaat op fietsvakantie. Inderdaad. En ik heb geen flauw idee waar ik aan begin, en dat is nou precies wat het zo leuk maakt. Op het gebied van lange afstanden fietsen ben ik een beginner. Daarom begin ik klein. Mijn plan is om dit jaar eerst maar eens een kleine rondje door Duitsland te toeren. Ik vertrek eenvoudig vanuit huis, want Duitsland ligt maar zo’n 25 kilometer naar het Oosten. Mijn eerste etappe is van Hoogeveen naar Coevorden. Dat staat vast. Ongeveer.

Voor een fietsvakantie heb ik natuurlijk een fiets nodig. En allerlei andere dingen die ik nog niet had. Ik wil het allemaal doen met een minimaal budget. Dus schuim ik Marktplaats af naar goeie spullen voor een prikkie. Ik ga er stiekem een beetje prat op dat ik daar oog voor heb. Zo vond ik een prima fiets. Geen hypermodern, lichtgewicht hoogstandje uit Japan, maar een geleefd stuk Hollandse glorie. Stoer, sterk en eerlijk. Ik geef hem nieuwe liefde. Deze gaat me niet in de steek laten. Hoop ik.

En ik had fietstassen nodig om mijn kampeeruitrusting in te kunnen meenemen. Ik vond ze bij een gelouterde toerfietser uit Sneek. Hij had een complete set fietstassen te koop die hij helemaal naar Santiago de Compostella en weer terug had gefietst. Tassen die al zijn voorgemarineerd met avontuur. Precies wat ik zocht! De man vond dat de tassen een tweede leven verdienden. Op zolder vangen ze alleen maar stof, vertelde hij. Hij kon er eigenlijk geen afstand van doen, zo voelde het. Dit soort gesprekken maken het de moeite waard. Ik beleef nu al plezier van mijn plan.

Ergens in augustus moet het gaan gebeuren. Mijn eerste fietstoer. Ik trek er 9 dagen voor uit. Op een zaterdag vertrek ik. In mijn onverbeterlijke optimisme denk ik dat ik tussen de 50 en 80 kilometer per dag zou moeten kunnen fietsen. Dus een reisje van 600 kilometer is haalbaar. Bij fietspech fiks ik het wel. Mijn optimisme kent geen grenzen, en ik vertrouw op mijn vindingrijkheid. Zoals gezegd heb ik geen flauw idee waar ik aan begin, maar ik zie wel. Dat geeft me dus precies het gevoel dat ik leef. Ik popel!

Perspectief

Een nieuwe draai aan je leven kunnen geven. Ruimte zien om het leven weer te verkennen. Ruimte voor nieuw geluk. Misschien zelfs ooit ook nieuwe liefde. Weer hoop kunnen voelen. Weer heel diep adem kunnen halen. Frisse lucht in mijn longen. Weer perspectief zien. Aan een nieuwe horizon gloort een leven vol mogelijkheden. Ik kan niet wachten.

In het nu

We zouden meer “in het nu” moeten zijn, hoor je vaak. Dus niet in het verleden, en niet in de toekomst, maar er precies tussenin. Alleen zit er tussen de verleden tijd en toekomst helemaal geen ruimte. Eigenlijk is er letterlijk geen tijd voor het nu.

Misschien moet “het nu” meer gezien worden als een live stream. Het leven speelt zich nu af. Misschien is “in het nu” leven wel simpelweg het aandachtig ervaren van tijd. Door je aandacht wordt het een herinnering. Doet me denken aan mindfullness.

Voor het aandachtig ervaren van het nu zou ik misschien meer tijd moeten maken. Het nu overkomt me eigenlijk meestal. Het verrast me. Bijvoorbeeld als ik tijdens een boswandeling opeens getrakteerd word op een straal zonlicht dat door het dichte bladerdak wist te breken. Op zo’n moment lijkt de tijd te vertragen en soms zelfs bijna tot stilstand te komen. Puur geluk. Het nu zit er volgens mij vol mee.


Verankerd in liefde

Er staan mensen om me heen die over me waken. Ze zijn er als ik ze nodig heb. Ik voel me geliefd en gesteund. Allemaal mensen die erg belangrijk voor me zijn. Mensen waar ik voor door het vuur zal gaan. Familie en vrienden, maar dat loopt in elkaar door. Vrienden kunnen gaan voelen als familie.

In de afgelopen periode is mijn liefde voor deze mensen nog verder gegroeid. De band is nog dieper en nog hechter geworden. Die band wordt snel voor lief genomen, maar ik weet nu weer hoeveel het betekent, en hoe belangrijk het is. Ik weet nu weer dat die band iets is om te koesteren. Omdat die band een anker is. Een anker die voorkomt dat ik afdrijf van mezelf.

Het is dus belangrijk om je gesteund te voelen. Verankerd in liefde. Volgens mij is die verankering iets wat mensen mensen maakt. We hebben allemaal mensen om ons heen die over je waken en je onvoorwaardelijk steunen. Mensen die je sterken in de opvattingen die je met ze deelt. En mensen die evengoed jouw eigen mening respecteren, omdat ze van je houden.

De mensen die om mij heen staan hebben me in de afgelopen periode opgevangen, getroost en me geholpen mezelf en mijn kracht weer terug te vinden. Zonder hen was dat niet gelukt. Dankzij hen kan ik de hele wereld weer aan. Dankzij hen ben ik weer mezelf. Dankjewel lieve mensen.



Life saving

Het user interface van het leven heeft geen undo-knop. Voor zover ik weet tenminste. Zou het niet handig zijn als je even de vorige versie van je leven kan herstellen na het maken van een leeffoutje? Soms zou ik willen dat ik opnieuw kon beginnen vanaf een punt waarop ik mijn leven had opgeslagen. Een backup-functie van je leven tot dusver. Oeps, ik rij tegen een boom. Morsdood. Het Life Operating System maakt een core dump van jouw bewustzijn en je komt terecht in de “Dialog of Death” (de blue screen of life…). Ik zie dit voor me als een hal met een aantal deuren. Een blauwe hal uiteraard. Op de muur staat een boodschap: “U bent helaas overleden. Wilt u uw opgeslagen leven hervatten? Stap dan door deur A (op die deur staat de datum van je laatste life backup). Wilt u uw dood definitief maken? Stap dan door deur B”.

Jezelf tegen een boom te pletter rijden is wel een zeer dom leeffoutje natuurlijk, maar als je weet dat je terug kunt naar een opgeslagen versie van je leven, dan kun je je alle roekeloosheid veroorloven. Ik had het hierboven over “leeffoutje”. Roekeloos rijden vind ik geen “foutje” waarna je een tweede kans zou moeten krijgen. Ik dacht zelf eigenlijk meer aan foutjes die niet per se tot je overlijden leiden. Ik dacht aan foutjes in de spijthoek. Oeps, ik heb de verkeerde studie gekozen. Oops, I voted for Brexit. Oeps, ik vergat de verjaardag van mijn schoonmoeder. Oeps, mijn relatie is op de klippen gelopen. Op zulke momenten druk je dan op die handige undo-knop. Je komt terecht in de “Dialog of Regrets”. Ik zie weer een blauwgekleurde hal met deuren. Op de muur staat een eenvoudige boodschap: “Weet u zeker dat u de vorige versie van uw leven wilt herstellen? Kies dan deur A (wederom met de backup-datum erop). Wilt u leven met de fout die u zojuist heeft gemaakt? Kies dan deur B”.

Betekent dus dat je regelmatig een backup moet maken van je leven. Je moet je er dus van bewust zijn dat je iets in de komende periode zou kunnen gaan doen waar je spijt van zou kunnen krijgen. Voor je aan je aan een studie begint. Voor je gaat stemmen. Voor je met vrienden gaat stappen. Voor je gaat trouwen. Ik zou denk ik elk uur uit voorzorg automatisch een backup maken. Echt iets voor mij. Altijd een oplossing voor stommiteiten. Ach, het is maar goed dat het niet kan. Het zou de waarde van het leven enorm naar beneden trekken. Je zou er onverschillig van worden. Het leven teveel voor lief nemen. Yolo is een holle klank. Life Saving is dus slecht voor het leven. Maar toch, ik zou best een uitzonderingetje willen.

Veel te lief

Nog geen week geleden sprak ik haar nog. Ze had niet lang meer, was de prognose. Weken. Hooguit. Ik hield haar hand vast. Wist niet wat ik moest zeggen. Maar ik hoefde niks te zeggen. Ze sprak zelf. Heel zacht. Ze vertelde me dat ze het had geaccepteerd. En dat ze haar einde al voelde komen. Al voor die vreselijke diagnose. Ze sprak er rustig en onbevreesd over.

Vier dagen later overleed ze. De tweelingzus van mijn moeder. Hun band was erg hecht. Ze deden heel veel samen. Wandelen, fietsen, schilderen, vrijwilligerswerk doen in de schoolbibliotheek, en samen op vakantie gaan. Ze waren net terug van hun laatste vakantie toen het plotseling slecht ging met mijn tante. Ze at bijna niets. De huisarts verwees haar meteen door. Al snel werd duidelijk dat er iets ernstig mis was met haar lever. Niet lang daarna kwam uit waar we allen voor vreesden. Alvleesklierkanker. In ver gevorderd stadium. Niet meer behandelbaar.

Gisteren werd alles rond haar afscheid en crematie geregeld. Het was gelijk ook een soort familiereünie, zoals dat wel vaker is bij een overleden familielid. We waren allemaal verdrietig, maar we voelden ons ook samen sterk. Er moest van alles worden geregeld en gedaan. De taken werden op heel natuurlijke wijze verdeeld. Ik heb samen met mijn zusje alle adressen op de enveloppen voor de rouwkaarten geschreven. Mijn moeder ontvangt straks een rouwkaart met mijn handschrift op de envelop. Dat voelt bizar. Alsof ik daarmee de brenger van het slechte nieuws ben dat haar tweelingzus is overleden.

Mijn moeder hielp mee met het wassen, mooi aankleden en opmaken van haar zus. Als een laatste vertroeteling. Ze kon maar niet van de zijde van haar zus wijken. Ze hield de kist vast terwijl die door de gangen van het wooncentrum werd gereden. Mijn hart scheurt telkens opnieuw bij de gedachte daaraan. Veel te lief.

Toen ik laatst aan het bed van mijn tante zat was ze al heel erg verzwakt. Ik had volgens mij nog nooit haar hand vastgehouden, maar misschien was het wel andersom. Vroeger kwam ik vaak bij haar, mijn oom en hun dochters thuis. Het was er altijd gezellig en ongedwongen. Mijn tante was altijd in de weer om het iedereen naar ’t zin te maken. Ze cijferde zichzelf eigenlijk altijd weg: maak je maar geen zorgen om mij, maar laat mij me maar zorgen maken om jou. En toen ze mijn hand vasthield, voelde ik dat weer. Veel te lief.

De kraan is geduldig

Volgens mij zei mijn vader dat vroeger thuis altijd: “de kraan is geduldig”. Het was het standaard antwoord dat je kreeg als je zeurde om nóg een glas ranja. Als je nog meer dorst hebt, drink je maar water. Vooral dat “maar water” is natuurlijk jammer. Want ik weet namelijk dat het alles behalve “maar water” is dat uit onze kranen komt in Nederland. Sinds ik bij een drinkwaterbedrijf werk begrijp ik dit.

Die geduldige kraan waar altijd maar weer schoon en heerlijk drinkwater uit komt als we het open draaien zien we in Nederland als de normaalste zaak van de wereld. Vandaar ook die uitdrukking. Wij kennen geen echte dorst, want de kraan is inderdaad altijd geduldig. Het is bij wet geregeld dat wij schoon en veilig drinkwater uit onze kraan kunnen tappen. De geduldige kraan is een burgerrecht. De drinkwaterbedrijven hebben de plechtige taak daar voor te zorgen. Ze beschermen de natuur in de waterwingebieden en de waterbronnen die zich daar (onder) bevinden. Ze pompen water op van grote diepten en zuiveren het zorgvuldig. Wij draaien (aan de kraan) en zij leveren. Dag en nacht. Weer of geen weer.

Vanochtend betrapte ik mezelf erop dat ik het zelf ook zei. Ik was in gesprek met de juf van mijn jongste zoon en we hadden het over het weer. Er was 30 graden voorspeld, en het was nu al om te stikken, vonden de juf en ik. “We moeten extra veel drinken”, zei de juf tegen mijn ventje. En voor ik er erg in had ontglipte mij toen: “de kraan is geduldig”. Meteen verontschuldigde ik me tegenover de juf voor de ouderwetsheid van mijn uitspraak. Ik weet ook niet waarom. Het is misschien ouderwets, maar ook een waarheid als een koe. De vanzelfsprekendheid van schoon drinkwater is iets om af en toe eens bij stil te staan. De kraan is inderdaad geduldig, is het niet fantastisch?.

Familieband

Het moment van mijn geboorte staat netjes op mijn geboorteakte. Maar ik ontstond al eerder. Een week of 40 eerder, maar preciezer weet ik het niet. Op dat magische moment versmolt een deel van mijn vader zich met een deel van mijn moeder. Zoals dat al miljoenen jaren gaat.

Bij mijn geboorte veranderden twee geliefden in twee ouders. Mijn ouders gingen de opvoeding van mij en mijn zusjes aan met alle liefde die ouders voelen voor een kind. Dat weet ik zeker. Ik heb het zelf gevoeld. Ik weet nu ook dat ze zich daar onzeker in moeten hebben gevoeld, want dat heb ik zelf ook gevoeld bij mijn eigen kinderen. Eigenlijk nog steeds. Ik stel me altijd gerust met de gedachte dat de perfecte ouder niet bestaat. Ouders zijn ook maar gewoon mensen die fouten maken.

Eén van mijn eigen fouten in de manier waarop ik mijn kinderen opvoedde is dat ik ze teveel probeerde te behoeden voor fouten. Ik ben een curling parent. Dus ik kan heel moeilijk loslaten. En in alle waan van de dag en de gejaagdheid die ik daarbij voelde, had ik ook geen tijd voor potentiële fouten van de kinderen. Dus ik deed alles zoveel mogelijk zelf. Wel zo makkelijk, maar helemaal niet goed. Nu weet ik dat.

Gelukkig heb ik een hechte band met mijn kinderen. Ik heb het gevoel dat het nog hechter is geworden sinds ik ben vertrokken. Dat komt niet door mijn vertrek, maar doordat ik heb los gelaten. Ik laat ze veel vrijer dan ik voorheen deed. Ze krijgen het vóórdeel van de twijfel in plaats van het nadeel. Ik merk dat dat veel goeds doet.

De band die ik met mijn eigen ouders heb is trouwens ook aanzienlijk versterkt. Of misschien is die weer op de sterkte die het ooit had. Vooral met mijn Pa, zo noem ik hem nu, is mijn band enorm verbeterd. We hebben het verleden achter ons gelaten en willen allebei het beste maken van onze relatie. Een relatie op basis van wederzijds respect. Een relatie waarin begrip is voor elkaars fouten zonder dat het voelt als falen in de ogen van de ander.

Ik hou van mijn ouders. Een heel warm en sterk gevoel. Ze zijn er voor me. Altijd. Dat gevoel was ik een beetje kwijt, maar heb ik weer helemaal terug gevonden. Uit hun liefde ben ik ontstaan en door hun liefde ben ik groot gebracht. De kracht van de band tussen mij en mijn ouders (en mijn lieve zusjes) geeft mij zelf kracht. Kracht waaruit ik heb geput om mezelf ook weer terug te vinden.