Leven

Slechte timing

Dat uitgerekend nu mijn land in crisis moet verkeren. Dat we uitgerekend nu elkaar op afstand moeten houden. Dat uitgerekend nu het sociale leven volledig moest worden stil gelegd. Dat ik uitgerekend deze tijd uitkies om het uitgaansleven weer te willen vieren. Dat uitgerekend nu mijn hart weer wil dansen. Dat ik uitgerekend nu lentekriebels als nooit tevoren voel. Dat ik uitgerekend nu met een tred zo licht als nooit tevoren loop. Dat ik uitgerekend deze tijd kies om weer op te bloeien. Ik isoleer mijn tochtend hart dan maar zo goed en kwaad als dat gaat, tot de crisis weer voorbij is. Mijn slechte timing is weer feilloos.

Vrijer

De rechter beschikte.
Nu is het officieel.
Hij is vrijgesproken van zijn trouw.
Vrij van huwelijkse voorwaarden.
Vrij om de vleugels weer uit te slaan.
Vrijer fluit hij weer flier.
De stoute schoenen zijn afgestoft.
Ze passen nog, dus trekt hij ze aan.
Onwennig schuifelen zijn vrije voeten.
Vader mag van zichzelf weer op stap.

Slepen

Mijn leven is natuurlijk helemaal niet zo zwaar als hij voelt. Al relativerende maak ik mijn leven maar zo draaglijk mogelijk. Maar toch voelt het alsof ik me niet voort beweeg, maar sleep.

Ik probeer me uit alle macht los te trekken, maar ik lijk maar niet los te kunnen komen. Ik wijt het aan mijn twijfelachtige besluitvaardigheid. De door te hakken knopen zijn gewoon te levensgroot. En misschien is mijn bijl te bot. Verbeten hou ik hem in mijn vuist geklemd. Als ik hem naast me neer leg, pak ik hem misschien wel nooit meer op.

Vorige week heb ik er een helse knoop mee doorkliefd. Dat had maanden geleden al moeten gebeuren, maar het ontbrak me aan overzicht en daardoor aan moed. De maat was meer dan vol, dus de knoop móest eraan geloven.

Nu heb ik eieren voor mijn geld, maar ik kom niet op mijn besluit terug. A is gezegd. Nu komt B. Het voelt goed om de stap te hebben gezet. Ik richt me op de voorwaartse beweging. Ik richt me op mijn horizon. Stug door blijven slepen.

Mijn 2020

Het jaar waarin…
ik een extra geluksdag heb
ik nóg vaker in de roos schiet
ik huppel in mijn wijdse weide
ik nóg vrijer fluiten zal
ik de horizon weer tegemoet fiets
ik weer een tintje dieper vergrijs
ik precies een halve eeuw vol maak
ik me de koning nóg te rijker ga voelen
ik steviger sta dan ooit
ik mijn schatten nóg liever heb
ik met nóg vollere teugen geniet
ik nóg meer verstil en luister
ik weer meer verschil voel
ik zelfs jou niet veroordeel
ik nóg krachtiger vooruit beweeg
ik mijn horizon verder verbreed
ik niets verwacht en alles accepteer
ik mag barsten van onbescheidenheid



De levensgenieter

Hij ademt diep in. Probeert het allemaal in zich op te nemen. Er gaat niets boven die verkwikkende geur van een regenbui. Geen halfbakken buitje, maar zo’n lekkere plensbui. Die heerlijke frisse wind die eraan vooraf gaat is natuurlijk ook niet te versmaden. Hij kan hier enorm van genieten.

Zijn leven is hem lief. Liever dan ooit tevoren. Eerder nam hij het leven misschien wel een beetje teveel voor lief eigenlijk. Alsof het leven iets vanzelfsprekends is. Maar het leven kan niet worden teruggespoeld. Het leven heeft geen “uitzending gemist”-knop. Gemist leven is een gemiste herinnering. Hij leeft nu dus aandachtiger. Plukt de dagen. Wentelt zich er in om. Vanaf nu is hij een verwoede levensgenieter.

De banden van zijn fiets zoemen. Zijn benen hebben hun cadans gevonden. Als vanzelf glijdt hij door het landschap. Is er één mee. De hoge maishalmen rechts van hem naast het pad ruisen in de wind. De bomen links van het pad breken de vroege zonnestralen. Een waaier van dwarrelend goudstof steelt de show. En precies op het juiste moment weerklinkt de schrille roep van een buizerd. Daar vliegt hij precies door het zonlicht. Schitterend geregisseerd.

De levensgenieter hield zijn adem in. Nam het allemaal in zich op. Het duurde maar een hartslag of vier. Vier aandachtige hartslagen. Dan ademt hij weer uit. Vier keer klopte zijn hart het leven voelbaar door zijn bloed. Kippevel schiet nu vanuit zijn nek langs zijn ruggengraat naar beneden en dan weer terug. De levensgenieter kan de gelukszalige grijns natuurlijk niet onderdrukken. Waarom zou hij ook?

Vooruit!

Als je iemand verliest dan hoor je altijd dat je het leven weer op moet pakken. Vooruit! Je moet weer verder gaan met je leven, ondanks het verlies. Er zijn twee soorten verlies. Bij de ene is de verlorene dood, en bij de andere niet. In beide gevallen raak je ook een deel van jezelf kwijt. Een groot deel. Er blijft een uitgeholde versie van jezelf over. Zo voelt het. Misschien blijft het altijd wel zo voelen. Een deel van me klampt zich zelfs vast aan dat gevoel. De holte heeft de vertrouwde vorm van degene die je bent verloren. In de holte weerklinken de echo’s van een verleden dat ik maar niet kan loslaten.

Vooruit, pak het leven weer op, luidt het devies. En dat probeer ik ook. Uit alle macht eigenlijk. Maar het uitgeholde gevoel blijft. Misschien heb ik gewoon meer tijd nodig om van het verleden los te komen. Helemaal los kom ik natuurlijk nooit. En dat is normaal. Het verleden blijft namelijk altijd deel uitmaken van je leven, van je identiteit. Het heeft je gevormd, hoe je het ook wendt of keert. Je van je verleden afkeren, is je van jezelf afkeren.

Ik moet me alleen los maken van degene die ik verloren heb. Soms heb ik wel eens de macabere gedachte dat verlies door sterfte gemakkelijker is. De dood is onomkeerbaar, en smoort onverbiddelijk en acuut alle hoop op hereniging. Een tsunami van verdriet holt je in één klap uit.

Het rouwproces bij een scheiding is totaal anders. De hoop op hereniging stierf in mijn geval een langzame en pijnlijke dood. De uitholling gebeurde in golven. In het begin beukten grote golven op me in. Grote stukken van mezelf brokkelden af en verdwenen in de zee. Maar naar mate de storm in kracht afnam, werden de golven steeds kleiner. De zee is nu kalm en de storm teistert me niet langer. In mijn rug voel ik een frisse wind. Ik verbeeld me dat het me iets duidelijk wil maken: Vooruit! Leef! Nu!

Mijn fietstoer

Ooit, in een grijs verleden, had ik dit plan al eens opgevat. Een plan voor een vakantie op de fiets. In dat grijze verleden was ik een stuk minder grijs en ongeveer een jaar getrouwd. Nu ben ik bijna van die vrouw gescheiden en ga ik mijn plan van toen maar eens tot uitvoering brengen. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat mijn huwelijk dat plan in de weg stond. Of misschien toch. Het ligt ingewikkeld en ik ben niet van plan om het hier uit te leggen.

Dus Mark gaat op fietsvakantie. Inderdaad. En ik heb geen flauw idee waar ik aan begin, en dat is nou precies wat het zo leuk maakt. Op het gebied van lange afstanden fietsen ben ik een beginner. Daarom begin ik klein. Mijn plan is om dit jaar eerst maar eens een kleine rondje door Duitsland te toeren. Ik vertrek eenvoudig vanuit huis, want Duitsland ligt maar zo’n 25 kilometer naar het Oosten. Mijn eerste etappe is van Hoogeveen naar Coevorden. Dat staat vast. Ongeveer.

Voor een fietsvakantie heb ik natuurlijk een fiets nodig. En allerlei andere dingen die ik nog niet had. Ik wil het allemaal doen met een minimaal budget. Dus schuim ik Marktplaats af naar goeie spullen voor een prikkie. Ik ga er stiekem een beetje prat op dat ik daar oog voor heb. Zo vond ik een prima fiets. Geen hypermodern, lichtgewicht hoogstandje uit Japan, maar een geleefd stuk Hollandse glorie. Stoer, sterk en eerlijk. Ik geef hem nieuwe liefde. Deze gaat me niet in de steek laten. Hoop ik.

En ik had fietstassen nodig om mijn kampeeruitrusting in te kunnen meenemen. Ik vond ze bij een gelouterde toerfietser uit Sneek. Hij had een complete set fietstassen te koop die hij helemaal naar Santiago de Compostella en weer terug had gefietst. Tassen die al zijn voorgemarineerd met avontuur. Precies wat ik zocht! De man vond dat de tassen een tweede leven verdienden. Op zolder vangen ze alleen maar stof, vertelde hij. Hij kon er eigenlijk geen afstand van doen, zo voelde het. Dit soort gesprekken maken het de moeite waard. Ik beleef nu al plezier van mijn plan.

Ergens in augustus moet het gaan gebeuren. Mijn eerste fietstoer. Ik trek er 9 dagen voor uit. Op een zaterdag vertrek ik. In mijn onverbeterlijke optimisme denk ik dat ik tussen de 50 en 80 kilometer per dag zou moeten kunnen fietsen. Dus een reisje van 600 kilometer is haalbaar. Bij fietspech fiks ik het wel. Mijn optimisme kent geen grenzen, en ik vertrouw op mijn vindingrijkheid. Zoals gezegd heb ik geen flauw idee waar ik aan begin, maar ik zie wel. Dat geeft me dus precies het gevoel dat ik leef. Ik popel!

Perspectief

Een nieuwe draai aan je leven kunnen geven. Ruimte zien om het leven weer te verkennen. Ruimte voor nieuw geluk. Misschien zelfs ooit ook nieuwe liefde. Weer hoop kunnen voelen. Weer heel diep adem kunnen halen. Frisse lucht in mijn longen. Weer perspectief zien. Aan een nieuwe horizon gloort een leven vol mogelijkheden. Ik kan niet wachten.

In het nu

We zouden meer “in het nu” moeten zijn, hoor je vaak. Dus niet in het verleden, en niet in de toekomst, maar er precies tussenin. Alleen zit er tussen de verleden tijd en toekomst helemaal geen ruimte. Eigenlijk is er letterlijk geen tijd voor het nu.

Misschien moet “het nu” meer gezien worden als een live stream. Het leven speelt zich nu af. Misschien is “in het nu” leven wel simpelweg het aandachtig ervaren van tijd. Door je aandacht wordt het een herinnering. Doet me denken aan mindfullness.

Voor het aandachtig ervaren van het nu zou ik misschien meer tijd moeten maken. Het nu overkomt me eigenlijk meestal. Het verrast me. Bijvoorbeeld als ik tijdens een boswandeling opeens getrakteerd word op een straal zonlicht dat door het dichte bladerdak wist te breken. Op zo’n moment lijkt de tijd te vertragen en soms zelfs bijna tot stilstand te komen. Puur geluk. Het nu zit er volgens mij vol mee.


Verankerd in liefde

Er staan mensen om me heen die over me waken. Ze zijn er als ik ze nodig heb. Ik voel me geliefd en gesteund. Allemaal mensen die erg belangrijk voor me zijn. Mensen waar ik voor door het vuur zal gaan. Familie en vrienden, maar dat loopt in elkaar door. Vrienden kunnen gaan voelen als familie.

In de afgelopen periode is mijn liefde voor deze mensen nog verder gegroeid. De band is nog dieper en nog hechter geworden. Die band wordt snel voor lief genomen, maar ik weet nu weer hoeveel het betekent, en hoe belangrijk het is. Ik weet nu weer dat die band iets is om te koesteren. Omdat die band een anker is. Een anker die voorkomt dat ik afdrijf van mezelf.

Het is dus belangrijk om je gesteund te voelen. Verankerd in liefde. Volgens mij is die verankering iets wat mensen mensen maakt. We hebben allemaal mensen om ons heen die over je waken en je onvoorwaardelijk steunen. Mensen die je sterken in de opvattingen die je met ze deelt. En mensen die evengoed jouw eigen mening respecteren, omdat ze van je houden.

De mensen die om mij heen staan hebben me in de afgelopen periode opgevangen, getroost en me geholpen mezelf en mijn kracht weer terug te vinden. Zonder hen was dat niet gelukt. Dankzij hen kan ik de hele wereld weer aan. Dankzij hen ben ik weer mezelf. Dankjewel lieve mensen.